Posts tonen met het label nieuwpoort. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuwpoort. Alle posts tonen

zaterdag 22 februari 2020

Friese kapiteins (47) : Quirijn de Blau


Friese kapiteins (47) : Quirijn de Blau

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie De Blau is afkomstig uit Kampen en bestond toen voornamelijk uit (groot)schippers.
Quirijn de Blau werd in 1555 geboren in Kampen, als zoon van Jan Alberts de Blau en een onbekende vrouw.
Deze Jan komen we tussen 1568 en 1577 tegen als hij door de Sont vaart en daar tot aan de Deense koning moet betalen.
Alle drie zonen uit het huwelijk van Jan worden weer schipper.
In 1577 en 1578 komen we Quirijn nog tegen als schipper als hij door de Sont vaart.
Ergens hierna maakt hij een 'carrièreswitch' en gaat voor een officiersfunctie in het Staatse leger, zie verderop.
In 1583 trouwt hij (1) Johanna Geerts, dochter van Geert Reijnen en Alydt N.N.
Later trouwt hij (2) met Margaretha ter Berchorst, dochter van Herman ter Berchorst en Dorothea Henzen.
Omstreeks 1598 trouwt Quirijn (3) met Anna van Hardenberg, dochter van Evert van Hardenberg en Swaantje Lubbers.
Deze Anna was in 1564 geboren en overleed op 13 april 1631 te Coevorden en werd aldaar in de kerk begraven.
Op 4 april 1633 komt er in Coevorden een einde aan Quirijn zijn leven, waarna hij ook in de kerk van Coevorden wordt begraven.
Uit zijn drie huwelijken zijn vier kinderen bekend.
Hiervan is vermeldenswaard dat dochter Janneke de Blau op 17 juli 1614 in Coevorden trouwde met Regnerus Bogerman.
Deze was een jongere broer van de bekende predikant Johannes Bogerman, de voorzitter van de Synode van Dordrecht.
Uit Quirijn zijn huwelijk met Anna werd omstreeks 1600 een Willem de Blau geboren, die wachtmeester was. Hij hield in 1623 te Rolde predikant Henricus Slatius aan, welke een samenzweerder was tegen het leven van prins Maurits. Waarschijnlijk als dank daarvoor werd hij hetzelfde jaar nog benoemd tot majoor in Coevorden.

De familie De Blau is nog lang verbonden geweest aan Leeuwarden en leden ervan bekleedden belangrijke functies zoals advocaat en burgemeester.
Achterkleinzoon Laurentius de Blau (1649-1674) trad in de voetsporen van zijn voorvader en was in 1674 luitenant in het Staatse leger.
Om de stad Grave, die in het rampjaar 1672 door het Franse leger werd veroverd, terug te krijgen werd de stad belegerd door Carl van Rabenhaupt.
Tijdens dit beleg sneuvelde deze Laurentius en van zijn jonge vrouw werd gezegd dat zij eigenhandig het lijk van haar man uit de loopgraven haalde.
Hierna werd ook hij begraven in de familiegrafkelder in de Galileerkerk te Leeuwarden.
Daar werd volgens de militaire traditie zijn helm en degen op een rouwbord bevestigd.

Militaire carrière
Het nog relatief jonge Staatse leger kon wel goede officieren gebruiken en op 21 september 1591 wordt Quirijn, of Krijn, benoemd als kapitein in het Friese Nassause Regiment.
Op 13 juni 1592 begon het beleg van Steenwijk, wat vooral voor Friesland strategisch zeer belangrijk was om te veroveren.
Quirijn was hierbij als kapitein aanwezig en raakte zelfs door een 'steenworp' gewond.
In 1600 is hij ook aanwezig bij de bekende Slag bij Nieuwpoort.
Op 26 maart 1600 belegerde prins Maurits het Fort St. Andries bij Heerewaarden, waarbij de luitenant van Krijn de Blau gewond raakt.
In 1601 deed hij mee aan de veldtocht naar Brabant, waarbij hij een tweede groep van zes vaandels leidde.
Later dat jaar is hij aanwezig bij het beruchte Beleg van Oostende.
In 1602 wordt hij benoemd tot Gouverneur van de vestingstad Coevorden, wat hij tot zijn overlijden in 1633 zal blijven uitoefenen.
In het Koninklijk Archief zijn brieven van hem bewaard gebleven uit de periode 1626-1632, welke hij schreef aan de Friese stadhouder Ernst Casimir.

Gekleurde kaart van Coevorden
In 1615 uitgegeven door Jan Jansz. Orlers


Recente foto van Kasteel Coevorden met het witte Gouverneurshuis waar Quirijn de Blau waarschijnlijk heeft gewoond.

Ondernemer
Het lijkt erop dat Krijn, naast zijn functie als commandeur, ook ondernemer was in Coevorden.
In het Stadhouderlijk Archief, betreffende Drenthe, zijn stukken waaruit blijkt dat Krijn de Blau een steenbakkerij, of tichelwerk, liet inrichten bij de Koepoort te Coevorden.

Ruzie
In 1616 was er in de vestingstad Coevorden een heftige ruzie tussen Quirijn en de 'commies' (of: ammunitiemeester) Petrus Bolardus.
Quirijn was Gouverneur of Commandeur over de stad en had dus nogal wat macht.
Nadat Petrus Blau begin mei in een kwaad daglicht had gesteld, laat de Commandeur hem oppakken.
Bolardus schrijft brieven aan de Raad van State en Gedeputeerde Staten van Friesland om de zaak te beslechten, maar Blau wenst dat dit door vijf rechtsgeleerden en vijf hopmannen (waaronder overste Juw van Eysinga) wordt gedaan. Quirijn wint de zaak en Bolardus wordt veroordeeld.
Op 4 juli 1617 vraagt Groningen of Jacobus Adriani de nieuwe commis/ammunitiemeester mag worden, waardoor we weten dat hij dan inmiddels uit de functie is gezet.

Familiewapen
Familiewapen De Blau
(CBG familiewapens)

Wapen: in blauw een ossenkop, vergezeld rechtsonder van een schuine en linksonder van een schuinlinkse eikel met de steel omlaag, alles goud.
Helm:
 halfaanziend met helmkroon.
Helmteken:
 een zilver geharnaste arm, houdend in de hand een zilveren kromzwaard met gouden gevest.
Dekkleden:
 goud, gevierd van blauw.


Grafzerk
In de kerk te Coevorden ligt (of lag) de grafzerk van Quirijn de Blau.
Of deze echter nog te aanwezig is, is mij nog niet bekend.

De tekst erop is als volgt nog te lezen:
19...................is in de /............e. man /[Quirijn] DeBlaauw 26 / .... [c] omman / [deur van] Coverde /............is in de Heern/ ..........der Goentrick /............Huijsvrouwe /............Blaevw Hopman /..........Coevorden

uit: Genealogische en heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe.
1937, pagina 35, bij Coevorden.


Familieleden in het leger
  • zijn zoon Willem de Blau (ong. 1600-1630?) was majoor te Coevorden
     
Vaandel

Vaandel van Quirijn de Blau, ca. 1600

Compagnie nr. 9
* Geb. 1555 -
U1633
* Kapitein van 1591-1631
* Voorganger: n.v.t.
* Opvolger: Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Coevorden

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sont
https://cbgfamiliewapens.nl/
https://geschiedeniscoevorden.nl/
https://www.grofkeramiek.nl/grofkeramiek/show/dre-030
https://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_Sint-Andries_(Heerewaarden)



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.




Friese Nassause Regiment
Kapitein

  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

donderdag 28 november 2019

Friese kapiteins (34) : Idzart van Grovestins


Friese kapiteins (34) : Idzart van Grovestins

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Grovestins behoorde tot de oude Friese adel. Hun oorsprong ligt in het dorp Engelum, alwaar vanouds de 'Groue Stins' stond.
Oorspronkelijk had deze stins de naam Sirtema, waardoor deze familie zich ook wel Sirtema van Grovestins noemde.
Later kwamen er ook nog Grovestinsen in Hurdegarijp en Koudum.
Deze familie heeft een aantal bekende en voorname leden voortgebracht waarvan ik een aantal in het bijzonder noem:
  • Wybe van Grovestins (?-1482), alias 'Skerne Wybe'. Hij was een beruchte vetkoper en dankte zijn bijnaam 'Skerne' aan het feit dat hij zijn hoofd kaalgeschoren had. Hij had de zegswijze 'Net te froed, net te tsjoed', wat wil zeggen 'niet te goed, niet te kwaad'.
  • De twee broers Wybe (ong. 1540-1600) en Oene van Grovestins (ong. 1550-?) ondertekenden het smeekschrift van het Verbond der Edelen, welke op 5 april 1566 aan de landvoogdes Margartha van Parma werd aangeboden.
  • Frederick van Grovestins (1668-1730) was luitenant-generaal van de cavallerie en gouverneur van Bergen op Zoom. In 1709 was hij aanwezig bij de Slag bij Malplaquet en in 1712 ondernam hij een spectaculaire vergeldingstocht door Noord-Frankrijk.
Omstreeks 1575 werd onze Idzart geboren als zoon van Wybe van Grovestins en Johanna Bulter.
Vader Wybe was van 1561-1572 grietman van Menaldumadeel, maar moest afstand van deze functie nemen vanwege zijn sympathie voor de opstand. Wybe sloot zich aan bij de watergeuzen en werd luitenant onder de bekende watergeus Duco van Martena, die in 1572 tot luitenant-admiraal van Friesland was benoemd. In 1578 werd hij wederom, nu tot zijn overlijden in 1600, de grietman van Menaldumadeel

Op 26 mei 1593 wordt Idzart ingeschreven aan de Universiteit van Franeker, als 'Idzardus Groustins'.
Idzart (ook wel: Edzart) huwde ongeveer in 1600 met Beyts van Oenema (of: Unema), waarvan we verder nog geen gegevens hebben.
Wel lijkt het voor de hand liggend dat ze uit het edele geslacht Unema uit Blija stamt, net zoals de grootmoeder van Idzert.

In 1607 huwde hij voor de tweede maal met Hester Huysckens, dus zal Beyts enige tijd daarvoor zijn overleden.
Helaas is ook van deze Hester (of: Elisabeth) niets bekend.
Ook deze Hester zal ongetwijfeld van hoge- of adellijke komaf zijn geweest.
Uit beide huwelijk zijn geen kinderen bekend.

Militaire carrière

Op 11 oktober 1596 werd Idzart benoemd tot 'vendrighopman'. Hij zal wellicht op dat moment nog vaandrig geweest zijn.
Samen met zijn broer Frederick vocht hij in de voorhoede onder luitenant-kolonel Taco van Hettinga, in de bekende Slag bij Nieuwpoort in 1600.
Het jaar erop komen we hem nog tegen in de veldtocht naar Brabant, waar hij samen met vijf andere kapiteins, onder Quirijn de Blau diende.
Tevens was hij in 1601 aanwezig bij het Beleg van Rijnberk.
Op 18 november 1603 werd hij als kapitein opgevolgd door Pieter van Dekema, welke een half jaar later de dood al vond, tijdens het bloedige beleg van Oostende in België. Idzart werd dat jaar de nieuwe grietman van Menaldumadeel, zie hieronder.

Bestuurlijke carrière
Op 17 november 1603 werd hij grietman van Menaldumadeel, welke functie hij tot zijn overlijden in 1613 uitoefende.
Zijn voorganger was Tjalling van Eysinga,woonachtig op Heringa State te Marssum, die op 31 augustus 1603 was overleden.
In 1604 was hij volmacht namens Menaldumadeel naar de Friese landsdag in Leeuwarden.
Het jaar erop, in 1605, komen we nog een opvallende gebeurtenis tegen:

'In 1605 werd hem als Kapitein het bevel opgedragen over een, door hem aangeworvene krijgsbende, met last om zich met dezelfve naar Oldeberkoop te begeven, doch reeds in hetzelfde jaar weder bedankt'.
Twee jaar later weigerachtig zijnde, 's lands schatting wegens zijne Grietenij op te brengen, werd er bevel gegeven hem door een compagnie te doen executeren; doch hij nam aan binnen vier dagen te zullen betalen'.
Na Idzart zijn overlijden in 1613 volgde Tjerk van Herema uit Berlikum hem op als grietman.

Schilderij
Er was een prachtig portret van hem, gemaakt in 1613 door de bekende schilder Jan Urbeijns de Salle.
Idzart draagt hier een kanten plooikraag en hij heeft zijn linkerhand aan het gevest van een degen. Aan de gordelriem draag hij behalve een tandenstoker, een penning.
Deze penning is bijzonder, omdat hierop drie wapens staan afgebeeld en een latijnse tekst.
Het meest linker wapen is die van Grovestins, met de drie sterren.
De andere twee zijn waarschijnlijk van zijn twee vrouwen, waarvan de rechter zo te zien in vier vakken is gedeeld.
De randtekst op de penning is als volgt:
A DOMINO FACTUM EST ISTUD (vrij vertaald: de Heer heeft het gedaan)
Het schilderij is helaas in 1940 tijdens de oorlog verloren gegaan.

Schilderij van Idzart van Grovestins, gemaakt in 1613.
Toegeschreven aan Jan Urbeijns de Salle.

Detail van de penning die Idzart op het schilderij draagt.


Gedicht van Gysbert Japicx
In het werk 'Friesche rymlerye' van de bekende 17e eeuwse Friese dichter Gysbert Japicx (1603-1666) staat een gedicht waarin volgens de makers van het 'Stamboek' Idzart waarschijnlijk wordt bedoeld.  Het heet 'Tijd-kirtige Pittear lanze wey, twissche Egge, Wyneringh in Goadsfrjuen', waarbij met Goadsfrjuen dan Idzart wordt bedoeld.

Familiewapen

Familiewapen Grovestins
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Dit wapen is gedeeld: links de veel gebruikte halve Friese adelaar en rechts drie sterren paalsgewijs op een blauw veld.
Op andere afbeeldingen ontbreekt de adelaar overigens.

Familieleden in het leger
  • zijn vader Wybe van Grovestins (ong. 1540-1600) was luitenant
  • zijn oom Balthasar von Warkotsch (ong. 1530->1561) was (rooms) K.M. Maarschalk op het beruchte blokhuis te Leeuwarden.
  • zijn broer (ong. 1575-1603) was kapitein en overleed in Oostende
  • zijn zwager Popcke van Roorda (ong. 1570->1609) was vermoedelijk ook kapitein
Vaandel

Het compagnie-vaandel van Idzart van Grovestins, omstreeks 1600.

Compagnie nr. 8
* Idzert van Grovestins (*ong. 1575-
U1613)
* Kapitein van 1596-1613

* Voorganger: ?
* Opvolger: Pieter van Dekema
* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Engelum





Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

Friese Nassause Regiment
Kapitein

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein

vrijdag 26 april 2019

Friese kapiteins (11) - Taecke van Hettinga


Friese kapiteins (11) : Taecke van Hettinga

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
Omstreeks 1560 werd Taecke te Jorwerd (Baarderadeel) geboren als zoon van de Homme van Hettinga en Trijn van Rinia.
Zijn ouders woonden vermoedelijk op het stamhuis Hettinga State, waarvan helaas bitter weinig bekend is, laat staan een afbeelding.
Zijn vader was grietman van Baarderadeel van 1558-1567, toen hij moest vluchten naar het Duitse Emden. Hier zaten heel veel edellieden die daar relatief veilig waren.
Diezelfde Homme van Hettinga werd vervolgens kapitein in het leger van graaf Lodewijk en streed in 1568 mee bij Heiligerlee, het startpunt van de opstand tegen de Spanjaarden.
Tijdens zijn ballingschap in Emden zal hij Neelcke Goverts hebben ontmoet, die uit die stad afkomstig was. Ze trouwden omstreeks 1580, wellicht in Emden.
Helaas is van haar verder niets bekend en ze lijkt ook niet van adel te zijn.
Net zoals vele tijdgenoten verlatiniseerde hij zijn voornaam tot Taco, dus komen we hem meestal tegen met die naam.
Uit zijn huwelijk zijn vijf kinderen bekend: Hylck, Doecke, Catharina, Homme, die allemaal gehuwd zijn geweest.

Militaire carrière
In deze oorlogsomstandigheden groeide Taecke dus op en ook hij koos ook voor een militaire loopbaan.
In 1580 richt hij in Dantumadeel een eigen compagnie op, om de Duitse graaf Filips van Hohenlohe te helpen.
Een officiële kapiteinsbenoeming is van hem helaas niet bekend.
In 1587 is hij met zijn compagnie aanwezig bij de mislukte verovering van de stad Groningen.
In 1589 is hij opgeklommen tot de functie van luitenant-kolonel en in dienst van graaf Willem Lodewijk.
in 1593 ligt hij met zijn soldaten op de grenzen van Friesland en Overijssel om die te beschermen tegen Verdugo.
Hij bezet 19 Juni 1595 met enkele Friese compagnies Emden.
Op 18 augustus 1596 is hij bij het beleg van Hulst,
Op 19 september 1597 verliest hij een been bij het beleg van Grolle.
--> gedeelte van de tekening van het Beleg van Grolle uit 1597 door de Staatse troepen. 


Het west-zuidelijke gedeelte van de stad werd belegerd door Friese soldaten, waarbij op de tekening dus de Vriesche Schans' en de 'Vriesche Aprochen' werden ingetekend.

 de Vriesche Schans bij Grolle.

Het kamp van het Staatse leger in 1597 bij het beleg van Grolle.


Rechtsboven zijn de 'Vriesen' goed vertegenwoordigd, in de directe nabijheid van 'hun' Friese stadhouder Willem Lodewijk van Nassau.

Op 2 Juni 1600 aanwezig als luitenant-kolonel in de slag bij Nieuwpoort.
In 'Neerlands heldendaden te land', deel 1 staat het volgende over Slag bij Nieuwpoort van 1600:
'Het was de voormiddags omstreeks elf uur, toen het Nederlandsche leger, nu ongeveer 11.000 man sterk en 2500 paarden, ordelijk op het strand in drie linieen opgesteld en slagvaardig was. De eerste linie of de voorhoede, onder bevel van de Luitenant Generaal  der kavallerij, Lodewijk Gunther van Nassau, en Francis Veer, telde 43 vendelen voetvolk, waarvan twee Regimenten Engelsen, een regiment Friezen onder den Overste Luitenant Taco Hettinga, en 's Prinsen lijfwacht onder Van der Aa.

Op 23
mei 1602 was hij in Emden, als luitenant-kolonel bij het Friesche regiment en bevelhebber in de stad Emden.

Familiewapen
Familiewapen Van Hettinga
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Familieleden in het leger
  • zijn dochter Hylck huwde luitenant Seerp van Galama (ong. 1590-1625)
  • zijn zoon Doecke van Hettinga (ong. 1590-1632) was kapitein
  • zijn dochter Catharina huwde kapitein Focke van Ripperda (ong. 1580-1617)
  • zijn zoon, kapitein Homme van Hettinga (ong. 1580-1649), huwde Cnier van Oosthem.
    Cnier was een dochter van kapitein Hans van Oosthem (?-1603)
  • zijn broer Rienck van Hettinga (ong. 1560-1602) was kapitein.
  • zijn vader Homme van Hettinga (ong. 1525-1572/4) was kapitein
Vaandel
 vaandel in gebruik van ca. 1598-1603




















Compagnie nr. 2
* Taecke van Hettinga (*ong. 1560-1604)

* Kapitein van 1580-1603

* Voorganger: -
* Opvolger: Juw van Eysinga
* Hoogste militaire functie: luitenant-kolonel
* Woonplaats: Jorwerd


Meer informatie:
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

Tot nu toe verschenen in deze serie:


  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  

donderdag 28 maart 2019

Friese kapiteins (7) : Jan Sageman


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (7) : Jan Sageman

Achtergrond
Vermoedelijk is hij afkomstig is uit de Veluwe, omdat we hem daar voor het eerst tegenkomen. Doordat hij ook als Johan Sageman bekend is, duurde het even voordat duidelijk werd dat het hier om dezelfde persoon gaat. Het was echter vrij gebruikelijk dat personen met de naam Jan, Johan werden genoemd en omgekeerd.
Omstreeks 1580 huwde hij met Maria van Arler en gezamenlijk woonden ze op het Huis Schouwenburg in 't Harde (bij Elburg, Gelderland). Wellicht erfde zij het huis van haar vader Arend (of: Aernt) van Arler, die eerder eigenaar was.
Huis Schouwenburg, 't Harde

Later huwde hij opnieuw met Alida Mouthaens, en op 4 november 1620 komen ze beide met attestatie in Bolsward aan.
Zijn familiestamboom is lastig te reconstrueren, maar vermoedelijk hadden ze vier of vijf kinderen: Catharina Wendelina, Julius, Jacob (of: Jacques), Maria en waarschijnlijk een Anna.


Militaire carrière
In de Martinikerk te Bolsward bevindt zich een prachtig epitaaf (gedenkteken), deels verscholen achter een grote koorbank. Hierop staat het leven van Jan in hoofdlijnen beschreven. Zo werd hij 72 jaar oud en diende daarvan 52 jaar in het leger. In 1573 begon zijn militaire carrière, waarschijnlijk als vaandeldrager. 10 jaar later, in 1583, kwam hij in dienst van het Friese Nassause Regiment.
Epitaaf Jan Sageman in de Hervormde kerk te Bolsward

Als kapitein was hij al betrokken bij het beleg van Steenwijk in 1592, voor de Friezen een belangrijke mijlpaal in de 80-jarige oorlog.
In 1600 was hij als kapitein van een Fries regiment aanwezig bij de Slag van Nieuwpoort.
Een jaar later (1601) trok hij met zijn compagnie naar Oostende, de stad die door de Spanjaarden lang werd belegerd. In 1603 lag hij waarschijnlijk in garnizoen te Sloten, omdat daar zijn dochter Catalina wordt geboren. In 1604 werd hij bevorderd als sergeant-majoor, waarschijnlijk voor bewezen diensten en meestal was er door overlijden een functie vacant gekomen. De volgende carrièrestap liet niet lang op zich wachten, want op 13 januari 1607 werd hij benoemd als majoor. Echter meestal werd hij ‘gewoon’ kapitein genoemd, dat is iemand met een eigen compagnie.
Na het overlijden van Jan Sageman op 28 april 1625 werd hij in de functie van kapitein opgevolgd door Hessel van Aysma, de broer van de bekende kolonel Schelte.
Zijn zoon Jacob (of: Jacques) Sageman, diende weer als sergeant onder kapitein Hessel van Aysma.


Familiewapen
Het wapen van de familie Sageman is in kleur bewaard gebleven door een fraaie afbeelding in een oud studentenboek te Utrecht. Het wapen bevat een liggende wassenaar (halve maan) vergezeld van drie sterren (boven 2, onder 1). Op het epitaaf te Bolsward stond waarschijnlijk hetzelfde wapen afgebeeld, echter dit werd weggebeiteld tijdens de Franse tijd. Alleen het helmteken is nog duidelijk te zien, namelijk een lans met vaantje.
Familiewapen Sageman

Overige
In Bolsward is er nog steeds een zogenaamde ‘Zaagmanspost’. Dit brugje over een gracht lijkt nog een duidelijke verwijzing naar deze vergeten held uit de 80-jarige oorlog. Misschien kan verder archiefonderzoek nog meer informatie aan het licht brengen.


Familieleden in het leger
  • Zijn zoon Julius Saagmans (1604->1672) huwde (2) 1641 met Ath van Osinga. Zij was een zus van kolonel Schelte van Aysma.
  • Zijn zoon Jacob Sageman  (ong. 1605-?) was vaandrig, sergeant en later luitenant. Hij huwde in 1629 Anna Catharina van Monchau.
Vaandel
Er zijn drie vaandels bekend van zijn compagnie.

Compagnie nr. 6
* Jan Sageman (*ong. 1553-1625)

* Kapitein van 1593-1625

* Voorganger: -
* Opvolger: Hessel Hotzes van Aysma
* Hoogste militaire functie: sergeant-majoor
* Woonplaats: 't Harde, Bolsward




Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:

Zoeken in deze blog