zaterdag 10 juli 2021

Friese kapiteins (64) : Jacob Melander van Holzappel

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.

Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.

 


Achtergrond

Jacob werd in 1584 in Hadamar als zoon van Wilhelm Eppelman en Anna Seifenmacher geboren. Zijn ouders waren gewone burgers en ingezetenen van het graafschap Nassau-Hadamar.
Zijn vader was belastinginner maar oom Johan was in Den Haag als secretaris en raadgever werkzaam voor niemand minder dan prins Maurits.
Deze oom gebruikte de naam Melander of Milander, een Grieks vertaling van zijn achternaam.
In deze periode was het gangbaar, vooral onder geleerden, om hun naam in het Latijn of Grieks te schrijven.

Johan Melander kocht in 1598 de heerlijkheid Poederoijen en werd hiermee heer van deze heerlijkheid.
In 1622 overleed Johan Melander en de erfenis bleek reden tot een proces tussen dochter Emilia Philippina en neef Jacob in 1625 waarbij de laatstgenoemde wel aangeduid werd als heer van Poederoijen.

Jacob had drie broers: Adolf (1577-1602), Johann Georg (1579-?) en Peter (1589-1648). De oudste broer Adolf stierf op 25-jarige leeftijd als student in Herborn. Johann Georg, Jacob en Peter moeten een deel van hun opvoeding bij hun oom Johan in Nederland hebben genoten en droegen ook de naam Melander. Op 29 oktober 1608 werden de broers door de Duitse keizer in Praag onder de naam ‘Holtzapfel de Mélander’ in de adel verheven. De aanleiding voor deze bijzondere en eervolle verheffing is echter niet duidelijk, voor de broers vormde het in ieder geval een flinke stap op de maatschappelijke ladder. Jacob en Peter dienden beiden in het Staatse leger.

Militaire carriere
Jacob treffen we in 1621 als luitenant binnen het Groninger regiment en wordt hem drie maanden verlof verleend om tijdelijk in Hamburgse dienst te treden.
Een jaar later wordt Albert Bonnema in zijn plaats benoemd tot luitenant.
Het lijkt aannemelijk dat Jacob promotie heeft gemaakt tot kapitein, maar het is ook mogelijk dat hij langer in Hamburgse dienst heeft gevochten en zijn luitenantsplaats werd vergeven.
In ieder geval zien we Jacob in 1624 als kapitein in Groningen terug. Hij heeft dan een conflict met de erfgenamen van de overleden kapitein Gerhard Sloot.
Jacob volgde Gerhard Sloot naar alle waarschijnlijkheid als kapitein op en nam in die hoedanigheid ook diens compagnie over.
Vaak mondde de financiële afwikkeling uit in een proces tussen de nieuwe kapitein en de erfgenamen van de oude kapitein.
In 1631 wordt Jacob als kapitein opgevolgd door Tiete van Galema. Dit kan erop duiden dat Jacob het Staatse leger heeft verlaten.
Wat Jacob na 1631 heeft gedaan is tot op heden niet duidelijk.
In 1629 huwde Jacob met Wigboldina van Ewsum, een nichtje van de kolonel van het Groninger regiment Caspar van Ewsum.
Zij kregen twee kinderen: Adolf en Wigbold Wilhelm.
Het echtpaar bewoonde de borg De Bake in Obergum.


Borg De Bake te Obergum



 Het terrein van de borg De Bake.


Johan Georg Holtzappel
Van broer Johan Georg is weinig bekend. Wel komen we een J. Melander als student in Franeker tegen en promoveert iemand met dezelfde naam in 1623 aan deze universiteit. Zeer waarschijnlijk gaat het hier om Johan Georg want oom en naamgenoot Johan was al in 1622 overleden.

Peter Holtzappel
Broer Peter maakte gedurende zijn leven een bliksemcarrière en stierf in 1647 als Rijksgraaf en opperbevelhebber van het keizerlijke leger. Peter studeerde aan de Universiteit van Leiden, maar koos vanaf 1614 voor een militaire carrière in het Staatse leger. In 1616 ging hij mee met een Nederlands expeditieleger naar Venetië en in 1621 werd hij benoemd tot stadscommandant van Basel. In 1633 werd hij aangesteld tot luitenant-generaal van het Hessische leger dat tijdens de Dertigjarige Oorlog binnen de protestantse Unie in Duitsland vocht. In 1638 huwde hij met Agnes von Efferen, genaamd Hall. Opvallend detail: het huwelijk vond plaats in Groningen, de woonplaats van broer Jacob. In 1641 maakte Peter een opvallende keuze: hij wisselde van partij en trad in dienst van het keizerlijke leger. In diezelfde periode werd Johan Lodewijk van Nassau-Hadamar als gezant naar keizer Ferdinand II in Wenen gestuurd om voor de familie Van Nassau aan het keizerlijke hof de Nassause belangen te behartigen. Tijdens zijn verblijf in Wenen nam Johan Lodewijk het katholieke geloof aan en vervulde als bemiddelaar een belangrijke rol tijdens de onderhandelingen voor de Vrede van Munster. Gezien de nauwe banden met Hadamar is het niet ondenkbaar dat de overstap van Johan Lodewijk ook Peter heeft doen besluiten om over te gaan naar het keizerlijke kamp. Het legde hem in ieder geval geen windeieren. Hij mocht zich voortaan veldmaarschalk noemen en werd na het overlijden van Matthias Gallas zelfs opperbevelhebber over het gehele keizerlijke leger. Ook leverde het hem en zijn broer Jacob de titel van Rijksgraaf op. Peter stierf in één van de laatste gevechten van de Dertigjarige Oorlog in 1647 en werd begraven in de Johanneskerk in Esten. Peter had een fortuin verworven met zijn functie als bevelhebber en dat stelde zijn weduwe in staat om de naburige heerlijkheid Schaumburg te kopen. Inmiddels had de familie veel geld geleend aan de door de oorlog verarmde adellijke families, zoals de Van Nassau. Deze familie probeerde door middel van huwelijkspolitiek hun schuld kwijt gescholden te krijgen en de verkochte landgoederen weer in de familie te krijgen. In 1653 huwde dochter Elisabeth Charlotte van Holzappel-Schaumburg met prins Adolf van Nassau-Dillenburg.



Portret van Peter Melander von Holzappel.
Nationalmuseum

Peter Melander von Holzappel


Familiewapen

familiewapen Melander van Holzappel



Familieleden in het leger

  • Zijn zoon Willem Hendrick van Wartensleben werd kapitein.
  • Peter van Holzappel (1589-1648), was luitenant-generaal is Hessische dienst. Hij was een roer van Jacob.
  • Johan Wilhelm van van Holzappel was majoor in Staatse dienst en sneuveld aan de Boyne in 1688 in Ierland.
    Hij was een buitenechtelijke zoon van Peter van Holzappel.

Vaandel
onbekend


 

Compagnie nr. C75
* Jacob Melander van Holzappel (1589-?)
* Kapitein van 1622 - 1631

* Voorganger: Gerhard Sloot?
* Opvolger: Tiete van Galama
 

 

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|

Hessische biografie: https://www.lagis-hessen.de/pnd/118774816
Groninger Archieven, resoluties
Gelders Archief, 0124 Hof van Gelre en Zutphen, 5104
HHStA Wiesbaden Abt. 171 Nr. 731, Bll. 37ff. [Untersuchungen des Dr. Wolfgang Ficinus von Hadamar im Auftrag des Fürsten Johann Ludwig von Nassau zur Herkunft Melanders, 1641/1642]

ADB, Bd. 13, 1881, S. 21-25 (Leopold von Eltester)
NDB 9, 1972, Bd. 9, 1972, S. 571
Wurzbach, Biographisches Lexikon des Kaiserthums Oesterreich, 9. Theil, Wien 1863, S. 245
Nassauische Lebensbilder Bd. 4, 1950, S. 36-53 (Fritz Geisthardt)
Karl Friedrich von Frank, Standeserhebungen und Gnadenakte für das Deutsche Reich und die Österreichischen Erblande bis 1806 sowie kaiserlich österreichische bis 1823, Bd. 2, S. 226 und 227
Martin Brück: Politik im Duodezformat. Die Herrschaft Holzappel-Schaumburg in der zweiten Hälfte des 17. Jahrhunderts, in: Nassauische Annalen Bd. 121, 2010, S. 29-72
Steffen Leins, Reichsgraf Peter Melander von Holzappel (1589–1648). Aufstieg eines Bauernsohns als Kriegsunternehmer, Diplomat und Herrschaftsorganisator. In: Militär und Gesellschaft in der frühen Neuzeit. 14, 2010, 2, S. 348–357
Simon Schmitz, Die Erbstrategie Peter Melanders von Holzappel und ihr erfolgreiches Scheitern. In: Jahrbuch für westdeutsche Landesgeschichte. 41, 2015, S. 99–144
Erich Bartholomäus, Die Mutter Peter Melanders, Reichsgrafen von Holzappel, in: Hessische Familienkunde Bd. VI, 1962, Sp. 179-182
Erich Bartholomäus, Die Eppelmann, Holzappel und Melander in Hadamar, in: Hessische Familienkunde Bd. VII, 1963, Sp. 65-72.



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 

Friese Nassause Regiment
Kapitein

  1. Jacob van Roussel

  2. Adriaen Slijp

  3. Bonefacius van Scheltema

  4. Ludolf Potter

  5. Frans van Roussel

  6. Abbe van Bootsma

  7. Jan Sageman

  8. Juw van Eysinga

  9. Frans van Donia

  10. Lolle van Ockinga

  11. Taecke van Hettinga

  12. Frans van Cammingha

  13. Wigle van Hania

  14. Arent van Arentsma

  15. Wopcke van Herema

  16. Willem van Inthiema

  17. Ids van Eminga

  18. Seerp van Dijxtra

  19. Sybren van Walta

  20. Tiete van Galama

  21. Jacques van Oenema

  22. Sybe van Aylva

  23. Jan van Burmania

  24. Juw van Harinxma

  25. Jarich van Hottinga

  26. Epe van Heemstra

  27. Damas van Loo

  28. Douwe van Andringa

  29. Rienck van Dekema

  30. Ruurd van Feytsma

  31. Binnert van Heringa

  32. Wybren van Roorda

  33. Johan van Bonga

  34. Idzart van Grovestins

  35. Frans Aebinga van Humalda

  36. Hans van Oostheim

  37. Jan van Idsaerda

  38. Gosewijn van Wiedenfelt

  39. Tjalling van Sixma

  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg

  41. Doecke van Hemmema

  42. Philip van Boshuizen

  43. Harmen van Wonsdorp

  44. Willem van Haren

  45. Douwe van Glins

  46. Hessel van Aysma

  47. Quirijn de Blau

  48. Jacob van Ruffelaer

  49. Peter Sedlnitsky

  50. Tjaard Wederspan

  51. Jacques van Challansi

  52. Doecke van Rinia

  53. Doecke van Martena

  54. Tjaard Tjebbes Hobbema

  55. Jan Gerckes Hoptilla

  56. Michiel Hagen

  57. Simon Jongestall

  58. Leendert Huijghis

  59. Rencke van Lycklama

  60. Tjerk van Solckema

  61. Taecke Lieuwes

  62. Rogier Slijp

  63. Douwe Aylva van Loo

  64. Jacob Melander van Holtzappel

Friese Nassause Regiment
Luitenant

  1. Rienck van Sytzama

  2. Hoyte van Goslinga

 

Groninger Nassause Regiment
Kapitein

  1. Caspar van Ewsum

  2. Boiocko van der Wenghe

Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

  1. Nicolaas van Boringer

vrijdag 2 juli 2021

Portrettenserie van de lijkstatie van stadhouder Willem Frederik in 1664

Op 15 december 1664 werd de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613-1664) begraven in de Jacobijner Kerk te Leeuwarden.

Dit was een grootse gebeurtenis, die nogal indrukwekkend zal zijn geweest voor de inwoners van Leeuwarden.

In een rouwstoet van ongeveer 250 deelnemers, wordt de kist, met daarin het lijk van de stadhouder, naar de kerk gedragen.
De gehele rouwstoet, een lijkstatie genoemd, is nagetekend door Frans Carré op 25 platen, die gelukkig bewaard zijn gebleven.
In april 1666 kopen de Staten van Friesland 150 exemplaren van deze serie, waarvan 50 ingekleurd.

In het jaarboek Oranje-Nassau staat een prachtig artikel over deze rouwstoet, geschreven door Marlies Stoter, conservator van het Fries Museum.
Zij beschrijft hierin o.a. de samenstelling en de volgorde van de lijkstatie.

Ze schrijft hierin dat Carré in 1666 100 goudgulden kreeg voor het tekenen van de begrafenis.
Een schetsboekje van hem is bewaard gebleven, waarin oorspronkelijk 64 pagina's zaten van het tweede gedeelte van de stoet, met vertegenwoordigers van de Staten van Friesland en van de magistraten en vroedschappen van de steden.
Door de vergelijking van de nog bestaande schetsen is bewezen dat het om natuurgetrouwe schetsen van de deelnemers gaat!

Door de beperkte ruimte in het artikel zijn daar slechts weinig deelnemers van de stoet afgebeeld, dus is het tijd om in deze serie de overige personen een 'gezicht te geven'.
In deze serie worden (bijna) alle personen behandeld, waarbij goed is om te weten dat het meestal de enige afbeelding van deze persoon is.

Behalve heel veel officieren, gaat het ook om belangrijke bestuursfuncties in Friesland, Groningen en Drenthe. 

Hieronder de reeds verschenen deelnemers:

Nr. Naam Beroep in 1664 Leefde van Overige
1 Ritscke van Unia ritmeester 1640-1672  
2 Hendrick de Baar kapitein-luitenant ong. 1610-?  
3 Gerrit van Amama luitenant-kolonel 1625-1677  
4 Caspar van Tiddinga 'edelman' ong. 1630->1701 Vanaf 1672 kapitein
5 Folckert Rommerts herault des armes ?  
6 Christaan van Wartensleben Maistre der Ceremonien ong. 1640-? Vanaf 1666 kapitein
7 Sjuck van Eminga 'edelman' ong. 1640- >1671 Vanaf 1671 kapitein?
8 Gabbe van Meynsma 'edelman' ong. 1630- >1684  
9 Arent van Lintelo kapitein ong. 1630-1672 Hij was <1664 kapitein.
10 Cirko van Grevinghe hoofdeling 1639-1719 Woonde te Zeerijp
11 Laelius van Lycklama ? ong 1640 Hij werd ong. 1669 ritmeester
12 Sicco van Eminga onbekend ong 1640-1682 Woonde op Wiarda State te Goutum
13 Gerrit Gerrits van Loo onbekend ong. 1645- >1664  
14 Sybrant van Ockinga waarsch. al officier 1646-1698 kapitein vanaf 1666
15 Hessel Hotzes van Aysma onbekend ong. 1635- <1680 kapitein vanaf ong. 1673
16 Ulbe Jans van Bootsma onbekend ong. 1630- >1665  
17 Binnert Heringa van Grovestins onbekend 1641-1696 Vanaf 1672 Raadsheer
18 Tjalling van Camstra onbekend (hij was ws R.K.) ong. 1640-1693 Woonde op Tjaarda te Rinsumageest.
19 Arent Gerrits van Loo onbekend 1644-? Hij werd in 1671 kapitein


Willem Frederik van Nassau-Dietz, op de eerste plaat van de lijkstatie.



Bronnen:
http://www.mpaginae.nl/At/WF.htm 
Jaarboek Oranje-Nassau 2012 / artikel van Marlies Stoter

vrijdag 25 juni 2021

Friese kapiteins (62) : Douwe Aylva van Loo

 

Friese kapiteins (62) : Douwe Aylva van Loo


In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.

 


Achtergrond
De familie Van Loo is een oude adellijke familie, afkomstig uit Dordrecht. Zij bekleedden daar belangrijke functies zoals landsadvocaat van de Staten van Holland.
In 1515 was een Albrecht van Loo Raadsheer bij het Hof van Friesland en hij was de stamvader van de Friese tak.

Douwe Aylva van Loo werd in 1639 geboren als zoon van Gerrit Arents van Loo en His Douwesdr. van Aylva.
Omdat hij naar zijn grootvader (Douwe Ernstes van Aylva) van moederskant werd vernoemd, kreeg hij de dubbele achternaam Aylva van Loo.

Zijn ouders woonden vermoedelijk in 1639 al te Leeuwarden, waar Douwe dan ook waarschijnlijk zal zijn geboren.
Vader Gerrit van Loo was kapitein in het Friese Nassause Regiment en werd later zelfs nog luitenant-kolonel.
Behalve Douwe, werd in 1644 nog Arent van Loo geboren, die ook weer kapitein zou worden.

Douwe trouwde op 18 november 1660 te Beers met Helena van Botnia.
Zijn huwelijk was een enorm strategische, want via zijn vrouw kwam hij namelijk te wonen op Mammema State te Jelsum.
Haar ouders waren Dominicus Justus van Botnia (1617-1660) en Geertruida van Meckema (ong. 1615- >1660).
Dominicus was grietman van Baarderadeel van 1648 tot zijn overlijden in 1660 en met hem stierf het geslacht Botnia in mannelijke lijn uit.
Als enige dochter werd Helena geboren, die dus de laatste naamdrager van de Botnia's was en erfgenaam van de Mammema State.



Op 16 augustus 1661 deed Helena van Botnia belijdenis van haar geloof in de Hervormde Gemeente van Jellem-Beers.
Op 24 september 1661 werd Douwe Aylva van Loo, grietman van Baarderadeel, lidmaat van de Hervormde Gemeente te Jellum-Beers.


Het huwelijk tussen Douwe en Helena duurde slechts negen jaar en leverde geen nakomelingen op.
Zijn overlijdensplaats en begrafenisplaats zijn helaas niet bekend, maar vermoedelijk is Douwe begraven in de Jacobijnerkerk te Leeuwarden.

De Friese roots lagen immers in deze Friese hoofdplaats.

Mammema State
Douwe en Helena kwamen dus met hun trouwen in 1660 op Mammema State te Jellum te wonen.
Helena haar ouders Dominicus Justus van Botnia en Geertruida van Meckema zullen hier vanaf ongeveer 1645 hebben gewoond.
Deze state was daarvoor bewoond door Doecke van Botnia en zijn vrouw Ymck van Dekema.
Ymck haar vader was de bekende 'jonker Sicke van Dekema (1548-1625), die uiterard ook bewoner was van Mammema State.
Na het overlijden van Douwe hertrouwde Helena in 1671 met luitenant-kolonel Watze van Burmania.
Op 16 maart 1708 overleed Helena van Botnia, waarna ze werd begraven in de kerk van Jellum, waar haar tweede man ook begraven werd.


't slot Mammema te Jellum in Baerderadeel, behoort Jonker Douwe van Burmania, in 1723
(tekening J. Stellingwerf, 1723)


Rouwbord
Sinds juni 2021 hangt het rouwbord van Douwe Aylva van Loo in de Jacobijnerkerk te Leeuwarden.
De onlangs overleden eigenaar, schonk het aan  deze kerk, die het een mooi plekje in de kerk heeft gegeven.
Dat het oorspronkelijk ook in deze kerk heeft gehangen is inmiddels bewezen, doordat de 17e eeuwse Hesman het in zijn wapenboek heeft genoteerd en beschreven.

Op het rouwbord staan de familiewapens van zijn zestien (adellijke) voorouders.
In het midden staat zijn eigen familiewapen, met heel toepasselijk twee gekruiste zwaarden.
De tekst eronder is als volgt:

J. Douwe Aylua Van Loo
Grietman over Baerderadeel
ende mede Raad ter Admi-
ralityt int Noorderquartier
Obyt den 13 May Aetatis 30
Ao. 1669

 

Rouwbord van Douwe Aylva van Loo (1639-1669).
(foto: Ad Fahner / Facebook)

De familiewapens zijn als volgt ingedeeld:
Linksboven: de betovergrootvaders van vaderskant
Linksonder: de betovergrootmoeders van vaderskant
Rechtsboven: de betovergrootvaders van moederskant
Rechtsonder: de betovergrootmoeders van moederskant


De voorouders van Douwe Aylva van Loo met helemaal rechts de zestien voorouders.
Hun wapens staan allemaal afgebeeld op het rouwbord.


Rouwbord Damas van Loo
Opvallend is overigens de gelijkenis met het rouwbord van zijn oom Damas van Loo.
Dit bord werd in 2019 geveild en de huidige plek is momenteel helaas onbekend.


 Rouwbord van Damas van Loo
(voorheen archiefdepot Abn-Amro Nederland)

.

Militaire carrière
Aangezien de familie één van de bekendste officierenfamilies van Friesland zou worden, lag ook voor Gerrit deze carrière voor de hand.
Op 4 februari 1658 werd hij benoemd als kapitein, als opvolger van zijn oom Arent Arents van Loo, die toen kort tevoren was overleden.
Amper een half jaar later volgde Arnold van Vierssen hem alweer op als kapitein.

Douwe had namelijk  zijn zinnen gezet op een nieuwe carrière als ritmeester, dat was een kapitein bij de cavalerie, dus 'te paard'.
Op 19 augustus 1658 werd hij benoemd als ritmeester, als opvolger van Johannes Nauta van Hesens, die overigens onder de mooiste 'ritmeesterzerk' in de kerk van Jorwerd ligt begraven.
Lang heeft zijn carriere als ritmeester echter niet geduurd, want op 20 juli 1661 volgde Douwe Sirtema van Grovestins hem weer op.

Bestuurlijke carrière
Door het overlijden van zijn schoonvader Dominicus Justus van Botnia op 13 april 1660, kwam namelijk de functie van grietmvan van Baarderadeel vacant.
Op 4 mei 1660 werd hij al benoemd in deze eervolle en belangrijke functie en even later dat jaar trouwde hij met Helena.   
Naast zijn functie als grietman was Douwe dus, volgens het rouwbord, ook Raad ter Admiraliteit van het Noorderkwartier.
Omdat hij als grietman in de Friese Staten zat, kon hij dit ambt bij de Admiraliteit ook uitoefenen.
De admiraliteit van het Noorderkwartier zetelde om de drie maanden in Hoorn en Enkhuizen.

In 1664 was hij aanwezig bij de lijkstatie (begrafenisstoet) van de Friese stadhouder Willem Frederik.
Hij was toen ook Raad ter Admiraliteit van Rotterdam.

In 1669 overleed Douwe echter al op 30-jarige leeftijd, waarna Ernst Mockema van Harinxma thoe Slooten hem opvolgde als grietman.
 

Lijkstatie Willem Frederik
In 1664 overleed de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz, waarna hij op 15 december dat jaarr werd begraven in de Grote kerk te Leeuwarden.
Van de rouwstoet werd een prent van 25 pagina's gemaakt, waarop o.a. 'onze' Douwe levensecht werd getekend.
Dat de afbeeldingen levensecht waren, weten we omdat het schetsboekje deels bewaard is gebleven, gemaakt door Frans Carree.
Gelukkig is hierin de schets van Douwe Aylva van Loo bewaard gebleven met de naam erbij vermeld.

Op plaat 16 staan leden van Friese Staten namens Westergo afgebeeld.
Helemaal links zien we Jr. Douwe Aylva van Loo staan met naast hem dr. Gerhardus Adius, beiden namens de grietenij Baarderdeel.


Van weghen Wester-goo
Baerderadeel

Jr. Douwe Aylva van Loo, Grietman, mede Admiraliteyt tot Rotterdam
Dr. Gerhardus Adius
 

Douwe Aylva van Loo (l) en Gerhardus Adius (r) in de lijkstatie van Willem Frederik in 1664.



portretje met onderschrift:
Jr. Douwe Aylva van Loo, Grietman |ower Baerderadeel mede Raed ter Admiraliteyt tot Rotterdam wegens I de Provincie van Frieslandt (pi. 16, de le van links).

 


Familiewapen

Familiewapen Van Loo
(Stamboek van den Frieschen Adel)



Familieleden in het leger

  • Zijn vader Gerrit Arents van Loo (ong. 1610-1645) was luitenant-kolonel
  • Zijn oom Boudewijn van Loo (ong. 1600-1648) was kapitein
  • Zijn oom Ernst van Aylva (ong. 1620-1665) was kolonel
  • Zijn oom Damas van Loo (ong. 1605-1666) was luitenant-kolonel
  • Zijn oom Arent Arents van Loo (ong. 1610->1656) was kapitein
  • Zijn broer Arent Gerrits van Loo (1644-1667) was kapitein
  • Bijna alle neven werden ook weer officier in het Friese Regiment.

Vaandel
onbekend


 

Compagnie nr. C26
* Douwe Aylva van Loo (1639-1669)
* Kapitein van 1658-1658

* Voorganger: zijn oom Arent Arents van Loo
* Opvolger: Arnold van Vierssen
Ritmeesters 3
* Ritmeester van 1658-1661
* Voorganger: Johannes Nauta van Hesens
* Opvolger: Douwe Sirtema van Grovestins

* Hoogste militaire functie: ritmeester
* Woonplaats: Jellum, Mammema State

 

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
http://www.stinseninfriesland.nl/MammemaState.htm
http://www.mpaginae.nl/GS/GSnaaml.htm

http://images.tresoar.nl/wumkes/periodieken/dvf/dvf-0382-1918-26.pdf
https://www.museum.frl/collectie/objecten/2645/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_grietmannen_van_Baarderadeel



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 

Friese Nassause Regiment
Kapitein

  1. Jacob van Roussel

  2. Adriaen Slijp

  3. Bonefacius van Scheltema

  4. Ludolf Potter

  5. Frans van Roussel

  6. Abbe van Bootsma

  7. Jan Sageman

  8. Juw van Eysinga

  9. Frans van Donia

  10. Lolle van Ockinga

  11. Taecke van Hettinga

  12. Frans van Cammingha

  13. Wigle van Hania

  14. Arent van Arentsma

  15. Wopcke van Herema

  16. Willem van Inthiema

  17. Ids van Eminga

  18. Seerp van Dijxtra

  19. Sybren van Walta

  20. Tiete van Galama

  21. Jacques van Oenema

  22. Sybe van Aylva

  23. Jan van Burmania

  24. Juw van Harinxma

  25. Jarich van Hottinga

  26. Epe van Heemstra

  27. Damas van Loo

  28. Douwe van Andringa

  29. Rienck van Dekema

  30. Ruurd van Feytsma

  31. Binnert van Heringa

  32. Wybren van Roorda

  33. Johan van Bonga

  34. Idzart van Grovestins

  35. Frans Aebinga van Humalda

  36. Hans van Oostheim

  37. Jan van Idsaerda

  38. Gosewijn van Wiedenfelt

  39. Tjalling van Sixma

  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg

  41. Doecke van Hemmema

  42. Philip van Boshuizen

  43. Harmen van Wonsdorp

  44. Willem van Haren

  45. Douwe van Glins

  46. Hessel van Aysma

  47. Quirijn de Blau

  48. Jacob van Ruffelaer

  49. Peter Sedlnitsky

  50. Tjaard Wederspan

  51. Jacques van Challansi

  52. Doecke van Rinia

  53. Doecke van Martena

  54. Tjaard Tjebbes Hobbema

  55. Jan Gerckes Hoptilla

  56. Michiel Hagen

  57. Simon Jongestall

  58. Leendert Huijghis

  59. Rencke van Lycklama

  60. Tjerk van Solckema

  61. Taecke Lieuwes

  62. Douwe Aylva van Loo

Friese Nassause Regiment
Luitenant

  1. Rienck van Sytzama

  2. Hoyte van Goslinga

 

Groninger Nassause Regiment
Kapitein

  1. Caspar van Ewsum

  2. Boiocko van der Wenghe

Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

  1. Nicolaas van Boringer

Ontvangen per e-mail

Zoeken in deze blog