donderdag 26 december 2019

Friese kapiteins (39) : Tjalling van Sixma


Friese kapiteins (39) : Tjalling van Sixma

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Sixma behoort tot de oude Friese adel en heeft zijn oorsprong in Minnertsga.
Daar stond vanouds de Andla State, maar door het huwelijk omstreeks 1510 tussen Tjalling van Andla en Tjets van Sixma raakte beide families aan elkaar gelieerd. De familienaam werd sindsdien ook wel als Sixma van Andla geschreven.

Zoals bij zoveel adellijke families ontstonden er later meerdere familiestates.
In Ried was er in de 15e eeuw ook overigens al een Andla State, waarbij het erop lijkt dat deze beide states door de familie Andla van Sixma werden gebruikt.
Verder was er nog een Sixma State in Huizum, welke in 1883 werd gesloopt.

Tjalling van Sixma werd omstreeks 1625 geboren als zoon van Douwe van Sixma en Sjouck van Aylva.
Deze Douwe was grietman van Franekeradeel van 1629-1652 en woonde te Minnertsga en Ried.
Douwe en Sjouck kregen vier zonen: Tjalling, Ulbe, Douwe en Agge van Sixma.
Ulbe werd ook kapitein in het leger, Douwe werd kapitein en later grietman en Agge werd raadsheer aan het Hof van Friesland en grietman.
Tjalling bleef ongehuwd en woonde waarschijnlijk op Andla State te Ried, waar ook zijn zijn broer Ulbe woonde.
Overigens zal Tjalling als officier in het leger veel tijd buiten Ried hebben doorgebracht in garnizoenssteden.

Andla State te Ried
  


Andla State te Ried (getekend door Pieter Idserts Portier, 1698-1781)



Andla State te Ried jaartal overige
Douwe Tjallings van Sixma +
Sjouck Ulbesdr. van Aylva
ong. 1629-1652 grietman in deze periode.
Kind Agge in 1636 te Ried geboren.
Beide overleden te Ried
Ulbe Sixma van Andla +
Alegonda van Unia
tot 1672 zoon van Douwe
Beide begraven te Ried ?
Kinderen geboren te Ried in 1660 en 1662
Tjalling van Sixma tot 1671 broer van Ulbe
zijn naam vermeld op memoriesteen kerk Ried
Tjalling is dan kerkvoogd te Ried.

Militaire carrière - 1

Op 14 maart 1639 begint zijn militaire carrière als vaandrig in compagnie van kapitein Barthold van Ootheim.
Hierna werd hij luitenant, maar helaas is zijn benoemingsdatum nog niet bekend.
Tot 17 januari 1646 was hij luitenant van de compagnie van Foppe van Grovestins, toen Dirck van Scheltinga hem in die functie opvolgde.
Op dezelfde datum werd hij kapitein van de compagnie van Jacques van Oenema, die grietman van Ooststellingwerf was geworden.
Op 14 augustus 1647 werd hij alweer opgevolgd door kapitein Homme van Bruinsma.

Bestuurlijke carrière
In 1647 werd hij grietman van Baarderadeel, die al geruime tijd in handen was van zijn moeder haar familie: de Aylva's.
Zijn volle neef Ulbe van Aylva (1617-1652) was al vanaf 1640 grietman van Baarderadeel, maar in 1647 volgde hij zijn oom Tjaard van Aylva op als grietman van Wonseradeel. Deze grietenij stond hoger in aanzien en in Witmarsum stond de aloude Aylva State, het familieslot.

Er ontstond echter onrust over de benoeming van Tjalling in de functie van grietman, omdat er twijfel was over de wettigheid van de stemming.
Daardoor werd er een commissie benoemd uit de Friese staten die besloten dat zijn benoeming werd afgekeurd.
Zij concludeerden dat Dominicus Justus van Botnia de meeste wettige stemmen op zich had verkregen, waardoor hij werd benoemd als grietman van Baarderadeel.
Er zat voor Tjalling niets anders op dan de wapens weer op te nemen, als was de 80-jarige oorlog in 1648 afgelopen.

Militaire carrière - 2
Opnieuw legde hij eerst de eed van kapitein weer af.
Op 4 februari 1648 werd hij kapitein van de compagnie van luitenant-kolonel Michiel Potter, die kort daarvoor was overleden.
Op 19 augustus 1656 werd hij Commandeur van Emden, de Oost-Friese garnizoenstad waar toen telkens Nederlandse compagnies gelegerd waren.
In 1664 is hij sergeant-majoor.
Op 25 februari 1671 wordt hij opgevolgd door kapitein Gaspar van Vosbergen, waarschijnlijk wegens ziekte omdat een hij een paar maanden later, op 11 mei, overleed.


Memoriesteen kerk Ried:
In de kerk van Ried bevindt zich een memoriesteen met de volgende tekst:

Dit kerkmuyr werck is vernieud as Tzalingh van Sixma capitain van een comp. te voet ende Taco Sybrants Stringsma bysitter van Franequeradeel kerkvogden waren ende is de eerste steen geleyt by jr Wlbe van Sixma faendrich van een comp te voet op den 26 may 1653

Tjalling was in 1653 dus ook kerkvoogd te Ried, samen met bijzitter Taco Sybrants Stringsma. Onder hun leiding werd de muur van de kerk vernieuwd.
De eerste steen hiervan werd gelegd door de jongere broer Ulbe van Sixma, die toen nog vaandrig in het leger was.


Memoriesteen in de kerk te Ried
(foto: Walmar.nl van Hessel de Walle).

Grafsteen
In de kerk te Ried lag voorheen een prachtige grafzerk van Ulbe van Sixma en zijn vrouw Alegonda van Unia.
Ook de vrouw van hun zoon Tjalling Douwe van Sixma, Cunigunda van Eybergen, staat erop vermeld.
Tot slot is ook 'onze' Tjalling van Sixma werd onder deze grafzerk begraven.
Later werd deze steen verplaatst naar een nieuwe grafkelder in Huizum, waarbij deze dienst deed als afdeksteen van de kelder. Helaas is de steen later weer verdwenen.

De laatste mannelijke afstammeling, Barteld Douma van Sixma overleed in 1809 en zijn graftekst werd over de oude tekst gebeiteld.
De tekst is als volgt:

Hoog edel geboren heer Tjalling van Sixma van Andela in leeven capitein en sergiant van een regement te voet obijt 1678

Hoog edel gebooren vrouw Cunigunda van Eybergh in leeven huisvrouw van de hoog edel geboren heer Tjalling Douma van Sixma collonel van een regement te voet

Den hoog welgeboren heer jr. Bartel Douma Tjalling van Sixma laatste mannelijke afstammeling uit het geslacht overleeden den 16 augustus 1809 in den ouderdom van b* 56 jaaren en rust alhier in deze grafkelder

Mocma van Andela Unia
Hottinga Achelen
Aijlva Aijlva
Osinga Meckema


NB: de naam Mocma van Andela moet wel Sixma van Andla zijn.
De namen aan de linkerkant zijn de grootouders van Ulbe (Sixma van Andla-Hottinga en Aylva-Osinga) en aan de rechterkant zijn de grootouders van zijn vrouw Alegonda van Unia te zien: Unia-Achelen en Aylva-Meckema)


Grafsteen van Ulbe van Sixma en Alegonda van Unia
Later op de grafkelder achter het huis in de Buren te Huizum, maar voorheen in de kerk te Ried.

Familiewapen
Familiewapen Sixma
(Stamboek van den Frieschen Adel).



Familieleden in het leger
  • zijn broer Douwe van Sixma (1634-1684) was kapitein
  • zijn broer Ulbe van Sixma (1630-1672) was kapitein, majoor
Vaandel
niet bekend.

Tjalling van Sixma (geb.ong.1625-
U1671)
* Hoogste militaire functie: sergeant-majoor
* Woonplaats: Ried
Compagnie nr. 4
* Kapitein van 1646-1647
* Voorganger: Jacues van Oenema
* Opvolger: Homme van Bruinsma
Compagnie nr. 23
* Kapitein van 1648-1671
* Voorganger: Michiel Potter
* Opvolger:
Gaspard van Vosbergen



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.



Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein



zaterdag 21 december 2019

Wiedenfelt State te Cornjum



Wiedenfelt State

Majoor Gosewijn van Wiedenfelt liet zeer waarschijnlijk deze imposante state bouwen in Cornjum.
Waarschijnlijk gebeurde dit in de jaren voor 1659, omdat hij op 13 februari van dat jaar Hervormd lidmaat werd van genoemd dorp.
Door de tekening van Stellingwerf uit 1722 weten we hoe het er ongeveer uit heeft gezien.
Het geheel is voorzien van een gracht, waarover een ophaalbrug toegang biedt tot het hoofdgebouw.
Deze bestaat uit twee aan elkaar gebouwde volumes, beide voorzien van trapgevels. Op het dak zijn vier schoorstenen voorzien van een smeedijzeren versiering met daarop windvanen.
Aan de oostkant zijn nog twee andere gebouwen te zien en een poortgebouw.

Bewoners/eigenaars:


ong. 1659-1671 Gosewijn van Wiedenfelt +
Lolck van Aysma
1671-1727 Watze van Glinstra +
Christina van Wiedenfelt
Christina is een dochter van Gosewijn
1727-1745 Johan van Glinstra +
Louisa Albertina van Glinstra
Louisa is een dochter van Watze
1745-1794 Valerius van Glinstra +
Anna Catharina van Haersma
Valerius is een zoon van Johan
1794-1814 Arend Johan van Glinstra ongehuwd en zoon van Valerius
>1814?-<1844 Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen +
Aurelia Anna Maria Vegelin van Claerbergen
zoon van Pieter Benjamin Vegelin van Claerbergen +
Louise Albertine van Glinstra (zus van Arend Johan)
[nog niet zeker of zij eigenaar waren]
1814-1847 Louise Albertine Vegelin van Claerbergen dochter van Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen en kleindochter van Louise Albertina van Glinstra, die een zus van Arjen Johan was.

De state zelf bleef dus nog tot 1847 in het bezit van nakomelingen van Gosewijn, waarna deze werd afgebroken en niets meer herinnert aan de pracht en praal van weleer.


--> Widefelt te Cornjum (J. Stellingwerf, 1722)


--> Detail van de bekende 'Schotanus-atlas', met daarop Widefelt, vlakbij Cornjum.



States en kastelen in Friesland en daarbuiten
  1. Sassinga State te Hennaard
  2. Aebinga State te Hijum
  3. Kasteel Poelwijk te Oud-Zevenaar
  4. Harinxmastins te IJlst
  5. Wiedenfelt State te Cornjum

Friese kapiteins (38) : Gosewijn van Wiedenfelt


Friese kapiteins (38) : Gosewijn van Wiedenfelt

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De Duitse adellijke familie Von Weidenfeldt heeft hun oorsprong in het dorp Wiedenfeld in de deelstaat Noordrijn-Westfalen.
Dit dorp werd in 1958 opgeheven en verdween door de mijnbouw van de Duitse kaart.
Gosewijn van Wiedenfelt werd in 1601/1602 geboren, vermoedelijk in deze buurt.
Zijn ouders waren Siger von Widenfeldt en Christina Hochkirchen, waarvan alleen bekend is dat Siger in Altdorf/Inden is overleden, dat vlakbij Wiedenfeld lag en eveneens door de bruinkoolwinning het veld moest ruimen.
Gosewijn trouwde op 20 april 1636 te Leeuwarden met Lolck van Aysma en zij gingen vervolgens ook in de Friese hoofdstad wonen.
Lolck was de oudste dochter van ontvanger Albert van Aysma en Tjets van Aysma.
Ze werd in 1597 geboren in Beetgum op het aloude familiekasteel Aysma State.
Lolck was al eerder gehuwd geweest met Claes van Aesgema, die voor 1635 zal zijn overleden.

Uit het huwelijk tussen Gosewijn en Lolck werd één dochter geboren: Christine van Wiedenfelt.
Christina huwde in 1667 met Watze (of: Valerius) van Glinstra, grietman van Gaasterland, die in 1722 nog eigenaar was van het zo te zien indrukwekkende complex 'Widefelt' in Cornjum. Hij zal dit geërfd hebben en zijn kinderen zijn er ook geboren.
Vermoedelijk is ook Andries van Wiedenfelt een zoon van Gosewijn. Deze Andries werd in 1674 vaandrig in het Friese regiment.

Lolck van Aysma overleed op 7 maart 1664 en op 23 augustus 1671 overleed haar man Gosewijn.
Beiden zijn vermoedelijk in de kerk te Cornjum bijgezet.
Gosewijn kreeg in 1638 toestemming om in de kerk aldaar een bank te plaatsen.
Wellicht moet het jaartal 1658 zijn, omdat hij majoor wordt genoemd en dat werd hij pas in 1648.
Verder werd hij pas in in 1659 lidmaat van de Hervormde kerk te Cornjum.

Kasteel Widefelt
Gosewijn liet zeer waarschijnlijk deze imposante state bouwen in Cornjum.
Waarschijnlijk gebeurde dit in de jaren voor 1659, omdat hij op 13 februari van dat jaar Hervormd lidmaat werd van genoemd dorp.
Door de tekening van Stellingwerf uit 1722 weten we hoe het er ongeveer uit heeft gezien.
Het geheel is voorzien van een gracht, waarover een ophaalbrug toegang biedt tot het hoofdgebouw. Deze bestaat uit twee aan elkaar gebouwde volumes, beide voorzien van trapgevels. Op het dak zijn vier schoorstenen voorzien van een smeedijzeren versiering met daarop windvanen.
Aan de oostkant zijn nog twee andere gebouwen te zien en een poortgebouw.

Bewoners/eigenaars:
ong. 1659-1671 Gosewijn van Wiedenfelt +
Lolck van Aysma
1671-1727 Watze van Glinstra +
Christina van Wiedenfelt
Christina is een dochter van Gosewijn
1727-1745 Johan van Glinstra +
Louisa Albertina van Glinstra
Louisa is een dochter van Watze
1745-1794 Valerius van Glinstra +
Anna Catharina van Haersma
Valerius is een zoon van Johan
1794-1814 Arend Johan van Glinstra ongehuwd en zoon van Valerius
>1814?-<1844 Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen +
Aurelia Anna Maria Vegelin van Claerbergen
zoon van Pieter Benjamin Vegelin van Claerbergen +
Louise Albertine van Glinstra
1814-1847 Louise Albertine Vegelin van Claerbergen dochter van Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen en kleindochter van Louise Albertina van Glinstra, die een zus van Arjen Johan was.

De state zelf bleef dus nog tot 1847 in het bezit van nakomelingen van Gosewijn, waarna deze werd afgebroken en niets meer herinnert aan de pracht en praal van weleer.



'Kasteel' Widefelt te Cornjum
(J. Stellingwerf, 1722)

Detail van de bekende 'Schotanus-atlas', met daarop Widefelt, vlakbij Cornjum.


Militaire carrière
In 1632 was Gosewijn kamerheer en (onder) secretaris van de Friese stadhouder Ernst Casimir.
Dat weten we ook dankzij een brief van Schelte van Aysma aan Ernst Casimir, waaraan nog steeds het zegel van secretaris Gosewijn van Wijdevelt hangt.
In 1633 loopt hij mee in de lijkstatie van Ernst Casimir als onder-secretaris.
Op 28 april 1637 werd hij kapitein van een eigen compagnie, waarbij hij Goslick van Herema opvolgde, die weer de compagnie van de overleden kapitein Jacob van Roussel overnam. Het lijkt erop dat Gosewijn meteen van vaandrig tot kapitein is gepromoveerd, omdat hij op de zonet genoemde datum als vaandrig werd opgevolgd door Joost van Weleveldt.
Nagenoeg na één jaar, namelijk op 25 april 1638 nam kapitein Wopcke van Roorda zijn compagnie over.
Gosewijn nam echter het bevel over van de compagnie van de toen recent overleden kapitein Atte van Hettinga.
In 1642 was hij Hofmeester bij de Friese stadhouder Graaf Willem Frederik van Nassau.
Deze functie, die hij tot 1657 uitoefende, werd waarschijnlijk gecombineerd met zijn kapiteinsfunctie.
Op 3 april 1648 volgde zijn promotie naar majoor van het Regiment Infanterie van kolonel Hessel Meckema van Aylva, waarbij hij Damas van Loo opvolgde die toen luitenant-kolonel werd.
Op 17 februari 1666 kwam er een einde aan zijn militaire loopbaan, toen zijn compagnie onder leiding kwam van zijn neef, kapitein Johan van Andla.
Helaas zijn van hem verder nog geen militaire activiteiten (zoals veldslagen) bekend.
Aangezien Gosewijn lange tijd kapitein was, weten we ook een aantal namen van zijn belangrijkste officiers.

Benoeming vaandrig luitenant
14-3-1646 Epo van Aesgema
25-10-1651 Idzardt Jacob van Harinxma Epo van Aesgema?
7-2-1655 Johan van Rijswijck Idzardt Jacob van Harinxma?
18-5-1655 Hendrick van Rijswijck Johan van Rijswijck?
18-12-1657 Martinus van Dockum Hendrick van Rijswijck?

Lijkstatie Ernst Casimir
In 1633 liep ook Gosewijn mee in de lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz.
Gosewijn loopt mee in het voorste gedeelte van de rouwstoet, namelijk met het 'Hoff-Ghesin', dus iedereen die aan het Stadhouderlijk Hof te Leeuwarden werkte.
Hij staat hierbij vermeld als 'Camerlingh ende Onder-Secretaris van wijlen Sijn Genade'. Gezien de volgorde van de namen is hij waarschijnlijk de achterste persoon op onderstaande afbeelding.

Afbeelding van Gosewijn van Wiedenfelt (links) en Bertrand Gachet (rechts).


Lijkstatie Ernst Casimir, 1633

Op deze prent gaat het Hof van de overleden stadhouder de kerk te Leeuwarden in,
waarbij Gosewijn in één van de achterste rijen meeloopt.


Familiewapen
Het wapen bestaat uit een vos die een lam in zijn bek heeft.
Ook het helmteken is een vos.

Er is nog een zegel met het wapen van Gosewijn van Wiedenfelt bewaard gebleven.
Bovenin zijn nog zijn de initialen G en W te zien, die blijkbaar verkeerdom in het 'cachet' zijn gesmeed, aangezien het uiteraard in spiegelbeeld zou moeten.


Familiewapen Van Wiedenfelt


Zegel met het wapen van Gosewijn van Wiedenfelt. 


Familieleden in het leger
  • Vermoedelijk zijn zoon, Andries van Wiedenveldt (ong. 1640-?) was vaandrig
  • Zijn zwager, Johan van Aysma (1604-1659) was kapitein
  • Zijn neef Johan van Andla (ong. 1640-1680?) was kapitein en majoor.
Vaandel
niet bekend.

Gosewijn van Wiedenfelt (1601/1602-
U1671)
* Kapitein van 1637-1666
* Hoogste militaire functie: sergeant-majoor
* Woonplaats: Cornjum
Compagnie nr. 32
* Voorganger: Goslick van Herema
* Opvolger: Wopcke van Roorda
Compagnie nr. 13
* Voorganger: Atte van Hettinga
* Opvolger: Johan van Andla

 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein

zaterdag 14 december 2019

Friese kapiteins (37) : Jan van Idsaerda


Friese kapiteins (37) : Jan van Idsaerda

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Van Idsaerda behoorde tot de Friese adel en heeft zijn naam aan het dorp Ter Idzerd te danken.
Hun familienaam werd ook wel als Idzerda, Idzarda of Idzaerda geschreven.
Haike van Idzerda liet al in 1488 een stins bouwen meerdere generaties in de familie bleef.
Jan (ook wel: Johan/Johannes) van Idsaerda werd omstreeks 1600 geboren als zoon van Meynte van Idsaerda en His van Harinxma.
Deze Meynte was grietman van Weststellingwerf en woonde op de Idzerda State te Ter Idzard.
Uit hun gezin werden vier zonen (Baerthe, Jan, Pieter en Homme) en twee dochters (Doedt en Magdalena) geboren, vermoedelijk allemaal op de familiestate.

Jan bleef ongehuwd en heeft zelf waarschijnlijk ook op Idzerda State gewoond, alhoewel hij als officier veel tijd in schansen en garnizoenssteden zal hebben doorgebracht. Hij erfde Idzerda State, maar deed deze later over aan zijn eveneens ongehuwde broer Baerthe.

In 1648, tijdens het laatste jaar van de 80-jarige oorlog, is hij overleden. Meer details zijn helaas niet bekend.

Idzerda stins te Ter Idzert
(tekening J. Stellingwerf, 1722)


Militaire carrière

Op 25 januari 1622 werd Johan vaandrig in de compagnie van de bekende kapitein Frans van Donia, waarbij hij toen Sicke Sjoerds opvolgde in die functie.
Op 8 april 1628 werd 'Joannis van Idzerda' luitenant in Donia zijn compagnie, als opvolger van Hoyte van Goslinga.
Op 28 juni 1628 volgde Jan van Idsaerda kapitein Frans van Donia op, die toen voor een bestuurlijke carrière had gekozen.
In 1629 zat hij met zijn compagnie in de Langackerschans, als vervanger van Schelte van Aysma die toen tijdelijk commandant van Kampen was geworden.
Toen Schelte weer terugkeerde, vertrok Jan met zijn compagnie naar de garnizoenstad Emden, samen met kapitein Ludolf Potter.
Het volgende jaar, dus 1630, bevindt hij zich in de vestingstad Delfzijl.
In 1633 loopt hij als kapitein mee in de bekende lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz.

Lijkstatie Ernst Casimir in 1633
Hierin loopt Jan van Idsaerda als kapitein mee en draagt daarbij de kist van de overleden stadhouder.

Kerk Ter Idzerd
De kerk van Ter Idzerd diende ook bij deze familie als een soort van familiekerk. Er zijn maar liefst drie prachtige epitafen van drie opeenvolgende generaties Idsaerda: Haike, Baerthe en Meynte van Idsaerda.

Familiewapen


familiewapen Idsaerda
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Beschrijving: In goud een blauwe adelaar. Het helmteken is eveneens een adelaar, waarbij op deze tekening nog flauwtjes een hert is te zien, wat dus foutief zou zijn geweest.

Familiewapen Idzarda
(wapenboek Hesman, 1709).


Familieleden in het leger
  • Zijn broer Baerthe van Idsaerda (ong. 1610-1637) was kapitein
  • Zijn broer Pieter van Idsaerda (1607-<1640) was kapitein
  • Zijn broer Homme van Idsaerda (ong. 1600-?) was vaandrig, maar later grietman.
  • Zijn zus Doedt van Idsaerda was gehuwd met kapitein Jarich van Hottinga (ong. 1605-1651?)
  • Zijn tante Anna van Harinxma 'thoe Slooten' was gehuwd met kapitein Ludolf van Engelsteedt (ong. 1550-ong. 1618)
  • Zijn neef Eize van Idsaerda werd in 1673 vaandrig in het leger
Vaandel
niet bekend.

Compagnie nr. 7
* Jan van Idsaerda (geb.ong. 1600 -
U1648)
* Kapitein van 1628-1648
* Voorganger: Frans van Donia
* Opvolger: onbekend

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Ter Idzerd
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein

dinsdag 10 december 2019

Harinxmastins te IJlst


Harinxmastins te IJlst (of: Ylostins)

In de stad IJlst stond eeuwenlang een sterke stins, welke toebehoorde aan de adellijke familie Van Harinxma.
Leden van verschillende takken noemden zich naar de plaats waar hun stins stond.
Zo onstonden de namen 'Harinxma thoe Slooten', 'Harinxma thoe Heeg' en 'Harinxma thoe IJlst'.
Deze stins werd zowel Harinxmastins als Ylo genoemd.
Van de stins in IJlst is een mooie afbeelding bewaard gebleven uit 1664, waarop dus een hoge toren is afgebeeld.

In de weinige bronnen en literatuur is echter maar zeer beperkt geschreven over wie nu de bewoners zijn geweest.
Daarnaast is er nog sprake van een Hettingastins op de plaats van de huidige kerk.
Deze stins zou in de 17e eeuw zijn afgebroken, waarna twee eeuwen later er de kerk is gebouwd.
Ook de Hettinga's hebben inderdaad in IJlst gewoond en daar belangrijke functies vervuld.
Al met al is het een flinke puzzel, die met veel archiefwerk vast nog veel beter kan worden aangevuld.
Toch leek het me interessant toe een eerste opzet te maken, van mogelijke bewoners.
Uiteraard begint de bewoningsgeschiedenis met de familie Harinxma 'thoe IJlst'.
Het lijkt erop dat de stins of state is vererfd naar de familie Galama, aangezien zij hierna eeuwenlang belangrijke bewoners van IJlst worden, terwijl we de Harinxma's dan niet meer tegenkomen.
Dan is er ook nog een huwelijk tussen deze twee families, waarmee de state kan zijn overgegaan.
Omstreeks 1500 was Decken van Harinxma namelijk gehuwd met Tryn Igos Galama.
Op een oude kaart uit 1616 van Nicolaas van Geelkercken wordt het kasteel 'Het stins Galama oft Harsma plats' genoemd.
Dit is een duidelijke aanwijzing dat de stins inmiddels 100 jaar lang in bezit van de Galama's was.
In 1778 werd de stins/state helaas afgebroken.
Wie meer informatie over de bewoners van deze stins/state heeft, verzoek ik vriendelijk te reageren.


--> Galama Stins (of: Harsma) te IJlst.
Fragment van de plattegrond van Nicolaas van Geelkercken uit 1616
(bron: geheugenvannederland.nl)
AAB: LET OP: dit is dezelfde als de Harinxmastins of Ylostins!


Bewoners Harinxmastins IJlst? leefde van: Vermeldingen Overige
Epe van Harinxma +
Jitske van Heemstra
<1447 Heerschap te IJlst
Sytze Epes van Harinxma +
Tet van Bonninga
1486 Heer van IJlst
Tiete Sytzes van Harinxma +
Hylck Tietes van Hettinga
<1505 zoon van Sytze van Harinxma
Niet zeker of hij in IJlst woonde
'genaamd thoe IJlst'
Decken Tietes van Harinxma +
Tryn Igos (Galama)
1511 woonde te Kimswerd
'genaamd Thoe IJlst'
Deze periode is onzeker.
Tryn Igos is een achternicht van Tonis van Galama
Igo Gales van Galama (woonde Koudum) +
N. van Goslinga

Douwe Gales van Galama (woonde Akkrum)
Jouck van Inhiema
----
Sicke Douwes van Galama (woonde Akkrum) +
Jelts van Heemstra
Anthonius (=Tonis) Sickes van Galama +
Cnier van Juwsma
ong. 1500-1560 1559, 1560 woonde te IJlst (www.allefriezen.nl)
Tiete Gales van Galama +
Bernadina van Ingen
ong. 1600-1669 in de Ylostins waren ramen met hun wapens???
Verder nog geen gegevens met IJlst
Tryn(cnke) van Galama +
(1) Johan van Aylva
(2) Hans van Oostheim
ong. 1550-1603 1581 Tryn is dochter van Anthonius van Galama
woonde te IJlst
begraven te IJlst
ongehuwd
Hans van Oostheim begraven te IJlst
----
deze Tryn had een zus
Hylck van Galama +
Tiete van Hettinga
----
dochter van Tiete van Hettinga
Cnier Tietes van Hettinga +
Gale van Galama
Homme Taeckes van Hettinga +
Cnier van Oostheim
ong. 1580-1649 1649 Cnier is de dochter van Hans van Oostheim
--
Homme van Hettinga is een achterneef van Tiete van Galama volgend (via de Hettinga's)

Homme overleed te IJlst als burgemeester
Cunera Tietes van Galama ong. 1645->1668 1668 dochter van Tiete Gales van Galama
Trouwde te IJlst
Julius Tietes van Galama 1639-1677 1670 Trouwde te IJlst
Syds Anthony van Galama +
Cecilia van Coehoorn
1673-1737 1709 zoon van Julius Tietes van Galama
Burgemeester te IJlst
Kinderen te IJlst geboren
Rixt Elisabeth van Galama 1732-1813 dochter van Syds van Galama
geboren en woonde te IJlst
Laatste der Galama's.
1778 De stins werd bekroond door een schilddak met decoratieve windwijzers. De laatste resten van het gebouw zijn in 1778 weggebroken.

bronnen o.a.:
http://www.stinseninfriesland.nl/IlostinsIJlst.htm
http://www.simonwierstra.nl/GALAMA.htm


States en kastelen in Friesland en daarbuiten
  1. Sassinga State te Hennaard
  2. Aebinga State te Hijum
  3. Kasteel Poelwijk te Oud-Zevenaar
  4. Harinxmastins te IJlst

zondag 8 december 2019

Friese kapiteins (36) : Hans van Oostheim


Friese kapiteins (36) : Hans van Oostheim

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Von Ostheim (in Duitsland: Maarschalk von Ostheim) is van oorsprong een Duitse adellijke familie uit Saksen, die ten tijde van de Saksische periode in Friesland terecht is gekomen.
Hun familienaam komt van de plaats Ostheim in het graafschap Henneberg.
Ze hadden verschillende kastelen in hun bezit en de kerk van Waltershausen is bijvoorbeeld een waar familie-mausoleum geworden waarin nog veel herinneringen van deze familie aanwezig zijn.
In 1903 stierf de laatste naamdrager daar in mannelijke lijn uit.

Aangezien het een Duitse familienaam betreft, werd deze hier 'vernederlandst' naar Van Oostheim of Van Oosthem.
Hans zijn grootvader, ook een Hans van Oostheim, trouwde met een dochter van de zeer invloedrijke schieringer uit Franeker, Hessel van Martena. Hierdoor werden zij eigenlijk opgenomen in de Friese adel.

Hans zal omstreeks 1550 zijn geboren als zoon Hessel van Oostheim (ong. 1525-1568) en Teth van Burmania (ong. 1525-?)
Deze Hessel werd in 1565 grietman van Idaarderadeel en tekende in 1566 het zogenaamde 'verbond der edelen'.
Hierdoor werd de familie verbannen door de Hertog van Alva en zij vluchtten naar Oostfriesland.
Hessel overleed op 21 juli 1568 tijdens de Slag bij Jemgum (ook: Jemmingen). Hierdoor weten we dat hij kapitein zal zijn geworden nadat hij uit zijn grietmansambt was ontslagen. Een betrouwbare Duitse bron noemt hem zelfs generaal-majoor.
Hij huwde omstreeks 1580 met Tryn van Galama, die weduwe was van Johan (of: Jan) van Aylva uit Tzum.
Zij was een dochter van Tonis van Galama en Cnier van Juwsma, die te IJlst woonden, vermoedelijk op de Galamastins.
Omdat ook Hans en Tryn in IJlst woonden, heeft zij vermoedelijk deze stins geërfd van haar ouders.
Ook hun enige dochter Cnier van Oostheim en haar man Homme van Hettinga woonden later in IJlst, vermoedelijk weer op bovengenoemde stins.
Op 18 oktober 1603 overlijd hij aan de pest en wordt begraven in de kerk te IJlst.
Helaas is deze zerk niet meer aanwezig.
Zijn vrouw Tryn overleefde hem maar een paar dagen en overleed op 22 oktober 1603, eveneens te IJlst.
Ook zij overleed aan dezelfde dodelijke ziekte, de pest.
1602 en 1603 staan inderdaad bekend als 'pestjaren' in Friesland.

Militaire carrière

Hans werd op 15 februari 1594 kapitein, waarbij hij Tjaard Jans Wederspan opvolgde.
In 1597 was hij in de vesting Bourtange gelegerd, samen met de compagnies van de kapiteins Michiel Hage en Coenders.
Hierna was in 1600 aanwezig bij de Slag bij Nieuwpoort, 'waar hij zich bijzonder onderscheidde'.
Het jaar daarop, dus 1601, was hij bij het Beleg van Rijnberk.
Op 28 oktober 1603 wordt hij wegens overlijden opgevolgd door Atte van Hettinga, ook afkomstig uit de stad IJlst.

Familiewapen


Familiewapen Marschalk van Ostheim.
Dit is het juiste wapen van deze familie.

Beschrijving
Op zilver een zwart tafelonderstel.
Als helmteken het hoofd en romp van een oude jachthond, Bracke genaamd.
De hond is aan rode linten vastgebonden en heeft op zijn hoofd een trechtervormig hoedje, met daarop weer vijf zwarte haneveren.

Familiewapen Oostheim
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Hierboven is het wapen duidelijk foutief weergegeven, waarschijnlijk was er bij het uitgeven van het boek geen juiste afbeelding voorhanden en hebben de 19e eeuwse auteurs van het stamboek er maar het beste van gemaakt....

Detail van bijdrage van zijn broer Hessel van Ostheim
(1589, Album Amicorum van Hiskia van Harinxma)


Familieleden in het leger
 

  • Vader Hessel van Oostheim werd waarschijnlijk kapitein, nadat hij vluchtte naar Oostfriesland.
  • Dochter Cnier van Oosthem (ong. 1580-?) huwde kapitein Homme van Hettinga (ong. 1580-1649)
  • Zijn zus Jel van Oosthem huwde kapitein en hofmeester Frederick van Vervou (1557-1621)
Vaandel

Vaandelschets van Hans van Oostheim
(Koninklijk archief)

Vaandel van Hans van Oostheim, circa 1620
(tekening: J. Punt)


Compagnie nr. 13
* Hans van Oostheim (geb.ong. 1550 -
U1603)
* Kapitein van 1594-1603
* Voorganger: Tjaard Jans Wederspan
* Opvolger: Atte van Hettinga

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: IJlst
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein




Ontvangen per e-mail

Zoeken in deze blog