Posts tonen met het label lijkstatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lijkstatie. Alle posts tonen

zaterdag 21 december 2019

Friese kapiteins (38) : Gosewijn van Wiedenfelt


Friese kapiteins (38) : Gosewijn van Wiedenfelt

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De Duitse adellijke familie Von Weidenfeldt heeft hun oorsprong in het dorp Wiedenfeld in de deelstaat Noordrijn-Westfalen.
Dit dorp werd in 1958 opgeheven en verdween door de mijnbouw van de Duitse kaart.
Gosewijn van Wiedenfelt werd in 1601/1602 geboren, vermoedelijk in deze buurt.
Zijn ouders waren Siger von Widenfeldt en Christina Hochkirchen, waarvan alleen bekend is dat Siger in Altdorf/Inden is overleden, dat vlakbij Wiedenfeld lag en eveneens door de bruinkoolwinning het veld moest ruimen.
Gosewijn trouwde op 20 april 1636 te Leeuwarden met Lolck van Aysma en zij gingen vervolgens ook in de Friese hoofdstad wonen.
Lolck was de oudste dochter van ontvanger Albert van Aysma en Tjets van Aysma.
Ze werd in 1597 geboren in Beetgum op het aloude familiekasteel Aysma State.
Lolck was al eerder gehuwd geweest met Claes van Aesgema, die voor 1635 zal zijn overleden.

Uit het huwelijk tussen Gosewijn en Lolck werd één dochter geboren: Christine van Wiedenfelt.
Christina huwde in 1667 met Watze (of: Valerius) van Glinstra, grietman van Gaasterland, die in 1722 nog eigenaar was van het zo te zien indrukwekkende complex 'Widefelt' in Cornjum. Hij zal dit geërfd hebben en zijn kinderen zijn er ook geboren.
Vermoedelijk is ook Andries van Wiedenfelt een zoon van Gosewijn. Deze Andries werd in 1674 vaandrig in het Friese regiment.

Lolck van Aysma overleed op 7 maart 1664 en op 23 augustus 1671 overleed haar man Gosewijn.
Beiden zijn vermoedelijk in de kerk te Cornjum bijgezet.
Gosewijn kreeg in 1638 toestemming om in de kerk aldaar een bank te plaatsen.
Wellicht moet het jaartal 1658 zijn, omdat hij majoor wordt genoemd en dat werd hij pas in 1648.
Verder werd hij pas in in 1659 lidmaat van de Hervormde kerk te Cornjum.

Kasteel Widefelt
Gosewijn liet zeer waarschijnlijk deze imposante state bouwen in Cornjum.
Waarschijnlijk gebeurde dit in de jaren voor 1659, omdat hij op 13 februari van dat jaar Hervormd lidmaat werd van genoemd dorp.
Door de tekening van Stellingwerf uit 1722 weten we hoe het er ongeveer uit heeft gezien.
Het geheel is voorzien van een gracht, waarover een ophaalbrug toegang biedt tot het hoofdgebouw. Deze bestaat uit twee aan elkaar gebouwde volumes, beide voorzien van trapgevels. Op het dak zijn vier schoorstenen voorzien van een smeedijzeren versiering met daarop windvanen.
Aan de oostkant zijn nog twee andere gebouwen te zien en een poortgebouw.

Bewoners/eigenaars:
ong. 1659-1671 Gosewijn van Wiedenfelt +
Lolck van Aysma
1671-1727 Watze van Glinstra +
Christina van Wiedenfelt
Christina is een dochter van Gosewijn
1727-1745 Johan van Glinstra +
Louisa Albertina van Glinstra
Louisa is een dochter van Watze
1745-1794 Valerius van Glinstra +
Anna Catharina van Haersma
Valerius is een zoon van Johan
1794-1814 Arend Johan van Glinstra ongehuwd en zoon van Valerius
>1814?-<1844 Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen +
Aurelia Anna Maria Vegelin van Claerbergen
zoon van Pieter Benjamin Vegelin van Claerbergen +
Louise Albertine van Glinstra
1814-1847 Louise Albertine Vegelin van Claerbergen dochter van Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen en kleindochter van Louise Albertina van Glinstra, die een zus van Arjen Johan was.

De state zelf bleef dus nog tot 1847 in het bezit van nakomelingen van Gosewijn, waarna deze werd afgebroken en niets meer herinnert aan de pracht en praal van weleer.



'Kasteel' Widefelt te Cornjum
(J. Stellingwerf, 1722)

Detail van de bekende 'Schotanus-atlas', met daarop Widefelt, vlakbij Cornjum.


Militaire carrière
In 1632 was Gosewijn kamerheer en (onder) secretaris van de Friese stadhouder Ernst Casimir.
Dat weten we ook dankzij een brief van Schelte van Aysma aan Ernst Casimir, waaraan nog steeds het zegel van secretaris Gosewijn van Wijdevelt hangt.
In 1633 loopt hij mee in de lijkstatie van Ernst Casimir als onder-secretaris.
Op 28 april 1637 werd hij kapitein van een eigen compagnie, waarbij hij Goslick van Herema opvolgde, die weer de compagnie van de overleden kapitein Jacob van Roussel overnam. Het lijkt erop dat Gosewijn meteen van vaandrig tot kapitein is gepromoveerd, omdat hij op de zonet genoemde datum als vaandrig werd opgevolgd door Joost van Weleveldt.
Nagenoeg na één jaar, namelijk op 25 april 1638 nam kapitein Wopcke van Roorda zijn compagnie over.
Gosewijn nam echter het bevel over van de compagnie van de toen recent overleden kapitein Atte van Hettinga.
In 1642 was hij Hofmeester bij de Friese stadhouder Graaf Willem Frederik van Nassau.
Deze functie, die hij tot 1657 uitoefende, werd waarschijnlijk gecombineerd met zijn kapiteinsfunctie.
Op 3 april 1648 volgde zijn promotie naar majoor van het Regiment Infanterie van kolonel Hessel Meckema van Aylva, waarbij hij Damas van Loo opvolgde die toen luitenant-kolonel werd.
Op 17 februari 1666 kwam er een einde aan zijn militaire loopbaan, toen zijn compagnie onder leiding kwam van zijn neef, kapitein Johan van Andla.
Helaas zijn van hem verder nog geen militaire activiteiten (zoals veldslagen) bekend.
Aangezien Gosewijn lange tijd kapitein was, weten we ook een aantal namen van zijn belangrijkste officiers.

Benoeming vaandrig luitenant
14-3-1646 Epo van Aesgema
25-10-1651 Idzardt Jacob van Harinxma Epo van Aesgema?
7-2-1655 Johan van Rijswijck Idzardt Jacob van Harinxma?
18-5-1655 Hendrick van Rijswijck Johan van Rijswijck?
18-12-1657 Martinus van Dockum Hendrick van Rijswijck?

Lijkstatie Ernst Casimir
In 1633 liep ook Gosewijn mee in de lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz.
Gosewijn loopt mee in het voorste gedeelte van de rouwstoet, namelijk met het 'Hoff-Ghesin', dus iedereen die aan het Stadhouderlijk Hof te Leeuwarden werkte.
Hij staat hierbij vermeld als 'Camerlingh ende Onder-Secretaris van wijlen Sijn Genade'. Gezien de volgorde van de namen is hij waarschijnlijk de achterste persoon op onderstaande afbeelding.

Afbeelding van Gosewijn van Wiedenfelt (links) en Bertrand Gachet (rechts).


Lijkstatie Ernst Casimir, 1633

Op deze prent gaat het Hof van de overleden stadhouder de kerk te Leeuwarden in,
waarbij Gosewijn in één van de achterste rijen meeloopt.


Familiewapen
Het wapen bestaat uit een vos die een lam in zijn bek heeft.
Ook het helmteken is een vos.

Er is nog een zegel met het wapen van Gosewijn van Wiedenfelt bewaard gebleven.
Bovenin zijn nog zijn de initialen G en W te zien, die blijkbaar verkeerdom in het 'cachet' zijn gesmeed, aangezien het uiteraard in spiegelbeeld zou moeten.


Familiewapen Van Wiedenfelt


Zegel met het wapen van Gosewijn van Wiedenfelt. 


Familieleden in het leger
  • Vermoedelijk zijn zoon, Andries van Wiedenveldt (ong. 1640-?) was vaandrig
  • Zijn zwager, Johan van Aysma (1604-1659) was kapitein
  • Zijn neef Johan van Andla (ong. 1640-1680?) was kapitein en majoor.
Vaandel
niet bekend.

Gosewijn van Wiedenfelt (1601/1602-
U1671)
* Kapitein van 1637-1666
* Hoogste militaire functie: sergeant-majoor
* Woonplaats: Cornjum
Compagnie nr. 32
* Voorganger: Goslick van Herema
* Opvolger: Wopcke van Roorda
Compagnie nr. 13
* Voorganger: Atte van Hettinga
* Opvolger: Johan van Andla

 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein

zaterdag 14 december 2019

Friese kapiteins (37) : Jan van Idsaerda


Friese kapiteins (37) : Jan van Idsaerda

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Van Idsaerda behoorde tot de Friese adel en heeft zijn naam aan het dorp Ter Idzerd te danken.
Hun familienaam werd ook wel als Idzerda, Idzarda of Idzaerda geschreven.
Haike van Idzerda liet al in 1488 een stins bouwen meerdere generaties in de familie bleef.
Jan (ook wel: Johan/Johannes) van Idsaerda werd omstreeks 1600 geboren als zoon van Meynte van Idsaerda en His van Harinxma.
Deze Meynte was grietman van Weststellingwerf en woonde op de Idzerda State te Ter Idzard.
Uit hun gezin werden vier zonen (Baerthe, Jan, Pieter en Homme) en twee dochters (Doedt en Magdalena) geboren, vermoedelijk allemaal op de familiestate.

Jan bleef ongehuwd en heeft zelf waarschijnlijk ook op Idzerda State gewoond, alhoewel hij als officier veel tijd in schansen en garnizoenssteden zal hebben doorgebracht. Hij erfde Idzerda State, maar deed deze later over aan zijn eveneens ongehuwde broer Baerthe.

In 1648, tijdens het laatste jaar van de 80-jarige oorlog, is hij overleden. Meer details zijn helaas niet bekend.

Idzerda stins te Ter Idzert
(tekening J. Stellingwerf, 1722)


Militaire carrière

Op 25 januari 1622 werd Johan vaandrig in de compagnie van de bekende kapitein Frans van Donia, waarbij hij toen Sicke Sjoerds opvolgde in die functie.
Op 8 april 1628 werd 'Joannis van Idzerda' luitenant in Donia zijn compagnie, als opvolger van Hoyte van Goslinga.
Op 28 juni 1628 volgde Jan van Idsaerda kapitein Frans van Donia op, die toen voor een bestuurlijke carrière had gekozen.
In 1629 zat hij met zijn compagnie in de Langackerschans, als vervanger van Schelte van Aysma die toen tijdelijk commandant van Kampen was geworden.
Toen Schelte weer terugkeerde, vertrok Jan met zijn compagnie naar de garnizoenstad Emden, samen met kapitein Ludolf Potter.
Het volgende jaar, dus 1630, bevindt hij zich in de vestingstad Delfzijl.
In 1633 loopt hij als kapitein mee in de bekende lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz.

Lijkstatie Ernst Casimir in 1633
Hierin loopt Jan van Idsaerda als kapitein mee en draagt daarbij de kist van de overleden stadhouder.

Kerk Ter Idzerd
De kerk van Ter Idzerd diende ook bij deze familie als een soort van familiekerk. Er zijn maar liefst drie prachtige epitafen van drie opeenvolgende generaties Idsaerda: Haike, Baerthe en Meynte van Idsaerda.

Familiewapen


familiewapen Idsaerda
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Beschrijving: In goud een blauwe adelaar. Het helmteken is eveneens een adelaar, waarbij op deze tekening nog flauwtjes een hert is te zien, wat dus foutief zou zijn geweest.

Familiewapen Idzarda
(wapenboek Hesman, 1709).


Familieleden in het leger
  • Zijn broer Baerthe van Idsaerda (ong. 1610-1637) was kapitein
  • Zijn broer Pieter van Idsaerda (1607-<1640) was kapitein
  • Zijn broer Homme van Idsaerda (ong. 1600-?) was vaandrig, maar later grietman.
  • Zijn zus Doedt van Idsaerda was gehuwd met kapitein Jarich van Hottinga (ong. 1605-1651?)
  • Zijn tante Anna van Harinxma 'thoe Slooten' was gehuwd met kapitein Ludolf van Engelsteedt (ong. 1550-ong. 1618)
  • Zijn neef Eize van Idsaerda werd in 1673 vaandrig in het leger
Vaandel
niet bekend.

Compagnie nr. 7
* Jan van Idsaerda (geb.ong. 1600 -
U1648)
* Kapitein van 1628-1648
* Voorganger: Frans van Donia
* Opvolger: onbekend

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Ter Idzerd
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein

woensdag 4 december 2019

Friese kapiteins (35) : Frans Aebinga van Humalda


Friese kapiteins (35) : Frans Aebinga van Humalda

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Aebinga van Humalda behoort tot de oude Friese adel en had hun stamhuis genaamd Aebinga Stins te Blija.
Door het huwelijk van Sjoerd Aebinga omstreeks 1500, met erfdochter Beyts van Mockema, kwam Humalda State te Ee in zijn handen.
Hij noemde zich vanaf toen Sjoerd Aebinga van Humalda.
Beyts haar moeder was Teet van Humalda en Beyts werd dan ook wel Beyts van Humalda genoemd.
Frans werd in 1579 te Ee geboren, als zoon van Sjuck Aebinga van Humalda (ong. 1535-1585) en Franscke van Groestra.
Vader Sjuck was grietman van Oostdongeradeel van 1582 tot zijn overlijden in 1584.
Omstreeks 1605 huwde hij met Tiemck van Osinga, dochter van grietman Seerp van Osinga en Eelck van Hottinga.
Tiemck haar ouders woonden op Osinga State te Schettens, echter door het op jonge leeftijd overlijden van Seerp, werd zijn broer Sybrand hierna de volgende grietman van Wonseradeel.

Opvallend detail is dat Frans zijn tante, Tjemck van Humalda, met Jancke van Osinga gehuwd was. Deze Jancke was de grootmoeder weer van Tiemck van Osinga.
Trans en Tiemck waren dus familie van elkaar.
De voornaam Tiemck (of: Tjemck) komt dus in beide families voor, maar is verder terug te leiden via de familie (Tjemck) van Eminga en (Tjemck) van Cammingha.



Familierelatie tussen Frans Aebinga van Humalda en Tiemck van Osinga


Na het vroegtijdige overlijden van Tiemck, hertrouwde Frans in 1614 met Ebel van Meckema.
Zij was een dochter van Pybe van Meckema en Jets van Houwerda, die waarschijnlijk in het Groningse Appingadam woonden.

Rouwbord in de kerk te Ee van Ebel van Meckema
Zij is de vrouw van Frans Aebinga van Humalda

Op 3 augustus 1621 komt Frans te overlijden, waarna hij wordt begraven in de kerk te Ee.
Zijn overlijdensdatum weten we ook dankzij het zogenaamde 'dootboeck' van Ernst Harinxma van Donia (ong. 1590-1634)

1621.  3 Augusti Sterff hopman Frans van Humalda tot Ee in Dongerdeel op een Vrijdachsavont nadien dat hij in de schans Bourtange lang kranc hadde geleyt; ende sijn huysvrowe Tiete Ebel van Meckemans, den 12 Aug. tot Ee in Dongerdeel begraven; was een zoene van Syuck Humalda ende [ ] Groestra tot Ee in Dongerdeel.

Rouwborden
In de kerk van Ee hangen nog steeds 9 ruitvormige rouwborden, allemaal uit de 17e eeuw.
Alle genoemde personen zijn familie van elkaar en behoren tot de Humalda en Wytsma familie, beide uit Ee.
Het gaat hier om de volgende personen:
  1. Catharina van Hottinga, gehuwd met Sjuck Aebinga van Humalda
  2. Ofcke van Wytsma, gehuwd met Tiemck Aebinga van Humalda
  3. Bjuck van Bawema, gehuwd met Gerrit van Wytsma. Zij zijn de ouders van bovengenoemde Ofcke van Wytsma
  4. Gerardus van Wytsma, dezelfde als bovengenoemde Gerrit van Wytsma.
  5. Tecla van Wytsma (of: Teth van Wytsma), zus van Ofcke van Wytsma
  6. Lieuwe van Wytsma, broer van Ofcke van Wytsma
  7. Ebel van Meckema, vrouw van kapitein Frans Aebinga van Humalda
  8. Sjuck Aebinga van Humalda, zoon van Frans Aebinga van Humalda
  9. Remcke van Humalda, dochter van Sjuck Aebinga van Humalda.

Militaire carrière

Op 21 februari 1612 werd hij kapitein van een compagnie infanterie, waarbij hij toen kapitein J. ter Voort opvolgde.
Dit zou wellicht kapitein Jan Mathijs van Voort kunnen zijn.
Zo'n vier jaar later, op 16 mei 1616 volgde Joannis Franssen (Stellingwerf) hem op als kapitein van die compagnie.

Frans stopte hierna echter niet, maar wisselde met een andere compagnie, iets wat wel vaker gebeurde.
Op dezelfde datum kreeg hij het namelijk het commando over de compagnie van Hans de Vries.
Van deze compagnie weten we ook dat Hessel van Aysma vaandrig werd op 16 mei 1616.
In 1620 was hij aanwezig bij de lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Willem Lodewijk van Nassau-Dietz, ook wel 'Us Heit' genaamd.
Een jaar later, 1621, zat hij in de schans van Bourtange.
Veel militaire activiteiten zal Frans niet hebben meegemaakt, omdat juist in zijn diensttijd het twaalfjarig bestand met Spanje was gesloten (1609-1621).

Na zijn overlijden werd hij opgevolgd door kapitein Sybe van Aylva uit Witmarsum.

Lijkstatie Willem Lodewijk in 1620.

Op deze plaat wordt de kist met het lijk van de overleden stadhouder
gedragen door de officieren uit de Friese en Groningse Regimenten, waaronder Frans.

Grafsteen
Nog steeds ligt de grafsteen van Frans Aebinga van Humalda en zijn tweede vrouw Ebel van Meckema in het kerkje van Ee.
Het is een grote grafsteen die rijkelijk bewerkt is in zo fraaie Renaissance stijl.
Op de vier hoeken zijn de wederzijdse grootouders afgebeeld en in het midden uiteraard het alliantiewapen van het stel.
Opvallend is ddat de zerk op gedeeltes flink beschadigd is, maar dat de wapens in de Franse tijd (1795) niet zijn weggekapt.

De tekst is als volgt:
 Anno 1621 de 3 augusti sterf de ed. erentfeste Jr. [Francisc[us] va [Humalda] Nassauische regiments hopman oud 41 jaer
 Anno 1662 den ianr .. vrouw Ebel [van Meckema huisvr. des hooged. ge .. ga van] Humalda alt int 74 jaer
 
 Quam mihi dum vixi requiem fortuna negavit
 Hac ego nunc saltem post mea fata fruor
 Inveni portum, spes et fortuna valeto
 Spiritus aethereae gaudia lucis habet


Ook Frans zijn eerste vrouw, Tiemck van Osinga, ligt in de kerk onder een eigen zerk begraven.

Ao 1608 den 20 octobris sturf de eedele eerentrycke juffrouw Tiemck van Osinga de huisfrou van joncker Frans van Humalda en is hier begraven
Anno 1642 den 26 May sturf de eedele juffer Tiemck van Humalda dochter van Jr. Frans van Humalda out 34 jaer en leit hier begraven



Grafzerk van Frans van Humalda en zijn tweede vrouw Ebel van Meckema
In de kerk van Ee. (foto: RCE beeldbank)




Detail grafzerk te Ee.
Hier de wapens Aebinga van Humalda (links) en Meckema (rechts).

Familiewapen
Het oorspronkelijke Aebinga familiewapen is zoals die hieronder is afgebeeld met de twee sterren, klaver en liggende wassenaar, allemaal op een blauw veld.
Het helmtekend bestond uit twee struisveren.
Door het ontstaan van de nieuwe achternaam Aebinga van Humalda, werd ook het wapen aangepast.
Er kwamen vier sterren bij, de klaver verdween, maar de wassenaar bleef bestaan.
Het nieuwe helmteken bestond vanaf toen uit drie struisveren.

Familiewapen Aebinga (tot Blija)
Stamboek van den Frieschen Adel


Familiewapen Aebinga van Humalda
Stamboek van den Frieschen Adel

Baar
Volgens een nog niet geïdentificeerd schoolboekje, zou er vroeger een baar geweest zijn, die voor en achter beschilderd was met het alliantiewapen van Humalda en Meckema.
Het gaat hier dus zeker om Frans Aebinga van Humalda en zijn tweede vrouw Ebel van Meckema.
Tot slot is het dus onzeker wat er met deze lijkbaar is gebeurd.

Familieleden in het leger
Frans was zover bekende de eerste van zijn familie die in het leger diende.
Ook in zijn directe familieleden kom ik geen militairen tegen, maar wel dienden latere familieleden veelvuldig in het leger.
  • kleinzoon Frans Binnert Aebinga van Humalda (1661-?) was kapitein
  • kleinzoon Sjuck Aebinga van Humalda (1671-1738) was kapitein, kolonel en gouverneur
Vaandel
onbekend
Frans Aebinga van Humalda
* geb. 1579-
U1621
* Kapitein van 1612-1621
* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Ee

Compagnie nr. 26
* Voorganger: J. ter Voort
* Opvolger: Joannis Franssen (Stellingwerf)
Compagnie nr. 5
* Voorganger: Hans de Vries

* Opvolger: Sybe van Aylva
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein


donderdag 10 oktober 2019

Friese kapiteins (28) : Douwe van Andringa


Friese kapiteins (28) : Douwe van Andringa

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
De familie Van Andringa behoort tot de Friese adel en had hun oorsprong in Akkrum in de gemeente Utingeradeel, waar ze hun stamgoed Andringa State hadden.
In 1604 werd Douwe geboren, als zoon van Poppe van Andringa en Tjets van Grovestins.
Zijn ouders woonden omstreeks 1600 op Ameland en Poppe was kapitein op een oorlogsschip en zal daarmee tegen de Spanjaarden hebben gevochten.
Omstreeks 1608 verdronk Douwe, samen met zijn zoon Oene, op zee. Wat er precies gebeurd is en onder welke omstandigheden is helaas onbekend.
Na het vroegtijdig overlijden van Poppe ging zijn weduwe op Andringa State te Marssum wonen, welke wellicht nog door Poppe was gebouwd.
Douwe zal hier samen zijn opgegroeid met zijn andere broer Tjalling en zussen Jel en Teth van Andringa.

Andringa State te Marssum
(1722, Jacobus Stellingwerf)

Op 23 mei 1630 ondertrouwde Douwe te Marssum met Wilsck van Heemstra, een dochter van Feije van Heemstra en Aaltje Tjaerda van Starkenborgh.
Wilsck is waarschijnlijk op Heemstra State te Oenkerk geboren.
Uit dit huwelijk is zoon Tjalling op 18 december 1634 te Bolsward gedoopt, die echter op jonge leeftijd weer is overleden.
Het verdriet was compleet toen op 2 januari 1635 ook moeder Wilsck overleed, dus binnen enkele weken na het dopen.
Na haar overlijden, kreeg Douwe nog 2 zonen uit een tweede huwelijk of relatie: Tjaert en Poppe van Andringa, die beide ook kapitein werden.
Zelf overleed Douwe op 2 oktober 1642 op 38-jarige leeftijd. Hij werd begraven in de kerk van Oenkerk.

Militaire carrière
Op 4 december 1629 wordt Douwe luitenant in de compagnie van kapitein Hotze Siercks van Aysma. Hij volgde daarbij diezelfde Aysma op, die daarvoor luitenant was in de compagnie van kapitein Lubbert van Lycklama. Hiervoor was Douwe vaandrig in de compagnie van Lubbert.
In 1633 doet Douwe de eed van hopman (=kapitein), dus toen zal hij een eigen compagnie hebben gekregen. Of hij hierbij iemand opvolgde op dat hij een nieuwe compagnie startte is helaas niet bekend.

Al snel was zijn eerste publieke optreden als kapitein, omdat hij meeliep in de lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir, begin 1633.
Hij staat hier vermeld met de latijnse naam Dominicus ab Andringa en draagt dan, samen met de andere kapiteins, de lijkbaar van de stadhouder.

Deel van de lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir, januari 1633.

In de periode 1632-1637 lag de compagnie van luitenant-kolonel Schelte van Aysma in Bolsward in garnizoen.
De kans is groot dat hier in die periode ook meerdere compagnies lagen die onder hem vielen, waaronder dan die van Douwe van Andringa.
Immers, zijn zoon wordt in 1634 in Bolsward gedoopt.
Ook zijn zwager Feije van Heemstra, die luitenant onder Douwe was, kwam in 1634 samen met zijn vrouw Maria Bannier in Bolsward te wonen.
Omstreeks 1637 lag hij in garnizoen in Coevorden, samen met kapitein Jan Gerckes Hoptilla. Zij kregen patent (=opdracht) van Gedeputeerde Staten om naar Stavoren op te rukken. Echter de Friese Stadhouder Hendrik Casimir was het hiermee niet eens en gaf de commandant van Coevorden opdracht om de poorten van de vesting gesloten te houden.
Op 11 maart 1643 wordt Douwe wegens overlijden opgevolgd door kapitein Tjerck van Solckama.

Familiewapen

Familiewapen Van Andringa
(Stamboek van den Frieschen Adel)

Familieleden in het leger
  • Zijn vader Poppe van Andringa (ong. 1580-?) was kapitein 'ter zee'
  • Zijn broer Oene (ong. 1590-<1608) was waarschijnlijk officier ter zee.
  • Zijn broer Tjalling (ong. 1600-?) was waarschijnlijk vaandrig en overleed op jonge leeftijd.
  • Zijn zwager Jacob van Ruffelaer (ong. 1580->1639) was kapitein en gehuwd met Jel van Andringa.
  • Zijn zwager Hoyte van Goslinga (ong. 1590-<1664) was luitenant en gehuwd met Teth van Andringa
  • Zijn zoon Tjaert van Andringa (ong. 1635-1674) was kapitein
  • Zijn zoon Poppe van Andringa (ong. 1640-1671?) was kapitein
  • Zijn oom Douwe Sirtema van Grovestins (ong. 1570-1591) was kapitein
     
Grafsteen
In de Mariakerk te Oenkerk is de grafzerk van Douwe van Andringa bewaard gebleven.
Hij ligt samen met zijn vrouw, in het graf van zijn schoonouders.

Grafsteen Feye van Heemstra en Aeltje Tjaerda van Starkenborgh in de kerk te Oenkerk.
Ook schoonzoon Douwe van Andringa is in dit graf begraven.


De tekst op de zerk is als volgt:
Anno 1621 den 30 junij sterf den eedelen erentphesten joncer Feijo van Heemstra, d' olde, in zijn leven grietman over Tzietziercksteradeel, out 76 jaren en leit hier begraven

Anno 1629 den 28 maij sterf den edelen, erentphesten jonker Adolf van Heemstra, ontfanger generael van Tzietziercksteradeel, oud 44 jaren, en leijt hier mede begraven

Anno 1635 den 2 januari sterf de eedele en eerbare juffrou Wilksck van Heemstra, huisfrou van den manhaften capitein Douwe van Andringa, oud 31 jaar en leijt alhier begraven.

Anno 1642 den 2 october sterf den eedelen ende manhaften joncker Douwe van Andringa, capitein des Frieschen en Nassouschen regiments, oud 38 jaren en leit alhier begraven

Tzietzercksterana prator dum oita manebat
Partis, etc. Heemstrano sanguine Fyo satus
Hac recubat tumulatus humo; quo judice lacta
Stabat fronte bonus mente pauinte malis
Hunc vidua fleurere, orbiq parente pusilli
Hunc pressi querelo murmuri sape petent
O deus, igniuomo judex ubi sederis flxi
Numen huic placidum, judiciumque feras


detail grafzerk met daarop de tekst van Douwe van Andringa

--> detail grafzerk met daarop de tekst van Douwe van Andringa

Grafsteen Feye van Heemstra

In dezelfde kerk te Oenkerk ligt ook de grafsteen van de officier Feye van Heemstra, die op jonge leeftijd overleed. Hij was de jongere broer van Wilsck van Heemstra.
Op zijn grafsteen staat de naam en titel van zijn kapitein en zwager Douwe van Andringa vermeld waaruit we mogen concluderen dat hij daar nogal trots op was.
De tekst is als volgt:
Anno 1636 den 4 januarij sterf den edelen en manhaften joncker Feijo van Heemstra, in leven luitenant onder den edelen en manhaften capitein joncker Douwe van Andringa, oud zijnde 31 jaren en leijt alhier begraven.

Vaandels
Niet bekend.

Compagnie nr. 35
* Douwe van Andringa (*1604-
U1642)
* Kapitein van 1633-1642

* Voorganger: niet bekend.
* Opvolger: Tjerck van Solckama
Meer informatie:


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.



Zoeken in deze blog