Posts tonen met het label grafzerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grafzerk. Alle posts tonen

zaterdag 14 maart 2020

Friese kapiteins (50) : Tjaard Wederspan


Friese kapiteins (50) : Tjaard Wederspan

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Wederspan was niet van adel, maar lijkt een rijke burgerfamilie te zijn, afkomstig uit Friesland.
Tot dusver is deze familie ook nog niet goed onderzocht, waardoor er nog geen goed overzicht kan worden gekregen.
Tjaard Jansen Wederspan werd in 1555 geboren, als zoon van een Jan.
Van deze Jan weten we verder nog helemaal niets, alleen dat deze waarschijnlijk minimaal drie kinderen had.
Behalve dus onze Tjaard waren er nog een broer een een zus:

* Jan Jansen Wederspan (ong. 1560->1632) die huwde met Jel Rienx, welke woonachtig te Dokkum waren. Ook deze Jan was kapitein in het Friese regiment.
* Geertie Jans Wederspan (ong. 1570->1631), die huwde met Taco Lieuwes

Tjaard zal omstreeks 1580 gehuwd zijn, met wie is niet bekend, maar op 7 januari 1588 laat hij een dochtertje dopen te Sneek, met de naam Syrich.
Helaas is van Tjaard zijn handel en wandel nog weinig terug te vinden. Omdat hij in Sneek een dochtertje laat dopen, zou hij daar gewoond kunnen hebben. Hij kan er echter ook in garnizoen hebben gelegen, waarbij zijn vrouw hem dan vergezelde.
Zijn sterfhuis was in Leeuwarden, zodat hij daar later ook gewoond kan hebben of hij had, net als de adel, een stadswoning in Leeuwarden waar hij dan winters vertoefde.
Tenslotte is hij begraven in de kerk van Hijlaard, wat een connectie met dit dorp doet vermoeden. De enige bekende state daar was Tjessinga State, maar die werd bewoond door de grietman Ulbe van Aylva.
Op 7 mei 1594 werd in zijn sterfhuis te Leeuwarden de inventaris opgemaakt, waarbij vermeld staat dat hij 'hopman over een vendel soldaten' was.

Militaire carrière
In 1589 had overste Michel Högelcko het commando over de schans Niezijl gekregen, terwijl die als enig Staats steunpunt in het verder nog Spaanse Groningen lag. Bevoorrading ervan was logischerwijze een hele uitdaging, maar toen de Spaanse aanvoerder Verdugo naar de schans Reide trok, greep het Staatse leger zijn kans. De andere overste, Peter Sedlnitsky, kreeg deze gevaarlijke opdracht en trok op 19 juni 1589 met 93 wagens met voorraad op pad naar Grijpskerk. Op verzoek van hopman Vervou zou Högelcko 50 van zijn man naar Grijpskerk zenden, omdat er vijandelijke uitvallen uit de schans De Opslag of uit Grijpskerk vreesde.

 Om na de veilige aankomst weer een veilige terugtocht te ondernemen kreeg Högelcko zijn hopman Tjaard Jansen Wederspan, de opdracht om met een schip naar Grijpskerk te varen. Aldaar zou hij 30 man laten onderzoeken of de vijand nog aanwezig was en zo ja, om dan als een teken de wieken van de molen te draaien.
Dit verliep echter nogal wanordelijk, waardoor er zo'n 30 a 40 man door de Spaansen werden omgebracht, waaronder Högelcko zijn stiefzoon vaandrig Hendrik van Lubeck.  Toen Wederspan terugkeerde, vertelde hij het overlijden van de vaandrig aan Högelcko, waarop een grote ruzie ontstond tussen de twee rivalen Högelcko en Seldnitsky.
In 1592 had hij, samen met kapitein Willen Hendriks Bunding, het bevel over een schans bij Coevorden, welke op 31 juli van daar bestormd werd door de Spanjaarden. Terwijl beide kapiteins de schans dapper verdedigden, sneuvelde Bunding samen met zijn vaandrig en 32 van zijn soldaten.

In 1593 is hij kapitein van een Friese compagnie, volgens een compagnielijst in het boek 'Geschiedenissen' van Frederick van Vervou.
Ook in deze periode diende hij onder de 'overste' Michel Högelcko, die zes Friese vaandels leidde
Op 12 en 13 februari 1594 zat Tjaard in Delfzijl, toen deze werd aangevallen door de Spanjaarden. Terwijl kapitein Jan van Cordenoort daar ziek op bed lag, nam Wederspan de leiding maar werd bij de aanval door zijn keel geschoten en overleed ter plekke.|
Hierover even verderop in deze blog het 'verslag'.
Wederspan werd vanwege zijn overlijden op 15-2-1594 opgevolgd door kapitein Hans van Oostheim.

Weergave van het Beleg van Coevorden in 1592 (Bartholomeus Willemsz. Dolende, Wikpedia).
Rechts de schans waarin de kapitein Wederspan en Bunding lagen met hun compagnies.
Er staan overigens ook meerdere vaandels afgebeeld in de schans.


Familiewapen
Toeval of niet, maar het wapen van de familie Wederspan bevat, behalve een halve  Friese adelaar, een zwaard.
Ongetwijfeld heeft dit te maken met het beroep van de broers Wederspan: militair.

Familiewapen Wederspan 
(bron: Wapenboek Hesman)


Beschrijving familiewapen Wederspan
(Genealogysk Jierboek 1993)


Grafsteen
In de kerk van Hijlaard ligt de opvallende grafzerk van Tjaard Jans Wederspan, welke nog in goede staat is.
De tekst erop is als volgt:
Anno 1594 de 3 february is den ernveste ende manhafye Tiardt Iansen Wederspan des Vriesche en Nassouwsche regiments gewesene hopma vor sin viant in Delfsiel gebleve en sin levent ehrlick from en ridderlick vordt vaderlant gelate sines olders 39 iahr.

Grafzerk Tjaard Wederspan in de kerk te Hijlaard


Detail van de grafzerk te Hijlaard.

Op het onderste gedeelte van de grafzerk staan veel militaire zaken afgebeeld.
Het betreft hier waarschijnlijk de persoonlijke wapenrusting van Wederspan.
We zien in het midden een borstplaat met mooie ganzenbuik (was eind 16e eeuw mode, ook bij de harnassen).
Daarboven een Bourgondische stormhoed. Eronder de wapenhandschoenen. Links een beenharnas en rechts een armharnas.
Van deze laatste twee hoort eigenlijk een paar aanwezig te zijn maar mogelijk is er gekozen voor een enkel exemplaar vanwege ruimtegebrek op de steen.
Achter het harnas zijn kruislings een tweehandszwaard (links) geplaatst en een rijkversierde officierspiek in ajour (rechts).
Tot slot zien we een rond schild (rondas).

Het harnas en de officierspiek kunnen tot zijn persoonlijke uitrusting behoren.
Het zwaard en rondas werden in de periode dat Wederspan diende zeer zeker nog gebruikt in zijn compagnie.
Pas eind 16eeuw verdwenen deze wapens. Binnen een compagnie waren enkele soldaten uitgerust met een tweehandszwaard of een gewoon zwaard met rondas.
Zij hadden de functie om de pieken van de vijand kapot te slaan (een bres te slaan in de vijandelijke linie).



Aanval op Delfzijl in 1594
Afbeeldinge ende beschryvinghe van alle de veldslagen, belegeringen ende and're notabele geschiedenissen ghevallen in de Nederlanden
(1616) – Willem Baudartius, p. 631
Verdugos cloecken aen-slach op Delfsiel ghemist/ Anno 1594.
Anno 1594. heeft Verdugo, Gouverneur van Groeningher-landt/eenen cloecken aen-slach ghehadt op Delfsiel, daer van de beleyders waren Capiteyn VVolfaert Prengher, ende Capiteyn Alexander Grootvelt, die tot desen eynde duysent Man ghelichtt hebben uyt Verdugos Leger voor Coevoorden ligghende/ de welcke sy over verscheydene weghen / om kundschappers te bedriegen/ gheleyt hebben/ malcanderen des avondts tusschen den xii. ende xiii. Februarij vindende in den Dam/ een uyre gaens van Delfsiel.

In den Dam rustten sy tot ontrent midder-nacht/ ende van daer trocken sy met ghemack in den duysteren nae Delfsiel aen/ voor-hebbens zijnde die gheweldige Schanse niet met becruypinghe ofte verrasschinghe/ maer met ghewelt aen te vallen ende te vermeesteren. Sy quamen eerst aen de Landt-poorte. Als de Schilt-wacht haer vernam ende riep: Wie daer? Antwoorden sy seer moedichlijck: Dat sult ghy wel haest gheware worden/ midts dien laten sy hare trommelen alarm slaen/ende sy vallen met een groot gheruchte ende ghedruys op de water sijde aen.
Sy hadden mede ghebracht groote saghen / ende cleyne anckers / daer langhe touwen vast aen waren/ die sy aen de Hameye op den dijck staende / vaste maeckten. Dese Hameye ginck dwers door de gracht / tot aen de punt van het bolle-werck. Sy hebben soo langhe ghesaecht/dat sy in de Hameye een openinghe maeckten / daer vier ofte Mans te ghelijcke door cruypen conden.
Andere deden haer beste/ om met de anckers/ die aen de Hameye vast ghemaeckt waren/de gheheele stackettinghe om verre te trecke / maer 'twas verloren arbeyt.

Het garnisoen [1594.] dat in dit Fort lach met het gheroep ende ghetrommel des vyandts uyt den slaep gheweckt zijnde/ quam stracx nae de wallen toe gheloopen/om teghenweere te doen. Capiteyn Tiaerdt Iansz. VVederspan quam in sijn hemde op den wal geloopen met een Hellebaerde in sijn handt/ de Soldaten moet aen-sprekende/ ende haer als een cloeck Hoopman voor tredende. Doch eer lanck wierdt hy doodt gheschoten/ daer door sijn Soldaten seer verflaeuden.
Den anderen Capiteyn / ghenoemt Iohan Cortenoort, lach cranck te bedde: Soo datter lichtelijck disordre onder de Soldaten soude ghecomen hebben/ ten ware dat de Bevel-hebbers van beyde Compagnien haer soo mannelijck / ende soo wel ghequeten hadden.
Doch tot grooten voor-deele des Landts was even te deser tijdt binnen Delfsiel ghecomen Ioncker Frederich van Fervou, Hof-meester van sijn Genade Graef Willem van Nassou/ (te vooren Hoopman in sijn Ghenaden Regiment) die sich hier soo mannelijck/ ende soo cloeckelijck ghehouden heeft / soo met ordre te gheven / als met teghen-weere te doen/ naest Godt / hem insonderheyt de behoudenisse van Delfsiel toe te schrijven is. Een Scheeps-Capiteyn / ghenoemt Tiaerdt Tibbes heeft sijnen Vader-landt oock eenen goeden dienst ghedaen/ die om des vorstes wille dichte onder het Fort was comen ligghen. So haest als hy den alarm hoorende / soo liet hy sijnen Schip een weynichsken nederwaerts drijven / ende hy streeck met sijn Gheschutt soo wel ende so bequamelijck lancx den Dijck daer de vyandt [1594.] over quam / dat hy der selfder een groot deel ter neder wierp. Jmmers de vyandt siende/ dat hy vergheefschen arbeydt dede/is af-gheweken/ sonder datmen oyt heeft connen weten/ hoe veel volcx dat hy daer verloren heeft / want op het laetste brocht hy eenen loosen alarm aen/om sijn doode op te rapen/ende mede te nemen. Binnen Delfsiel bleven doodt Capiteyn Wederspan/ ende twaelf Soldaten/ende Cortenoorts Vaenderich was so gewondt / dat hy weynich daghen hier nae van de quetsuren ghestorven is.

Familieleden in het leger
  • Zijn broer Jan Jansen Wederspan werd ook Fries kapitein
  • Zijn zwager Taeke Lieuwes (ong. 1570?->1631) was ook Fries kapitein
     
Vaandel
onbekend
Compagnie nr. 13
* Tjaard Jans Wederspan (geb.1555-
U1594)
* Kapitein van <1589-1594
* Voorganger: ?
* Opvolger: Hans van Oostheim

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Hijlaard?

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm

https://www.dbnl.org/tekst/baud002afbe01_01/baud002afbe01_01_0218.php
https://nl.wikipedia.org/wiki/Beleg_van_Niezijl
https://nl.wikipedia.org/wiki/Beleg_van_Coevorden_(1592)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanval_op_Delfzijl_(1594)
https://historischcentrumleeuwarden.nl/boedels/overzicht/y10.htm#n494
http://www.marceltettero.nl/Spanje/Opstand/Coevorden.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Niezijl
http://www.walmar.nl/inscripties.asp


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein


zaterdag 22 februari 2020

Friese kapiteins (47) : Quirijn de Blau


Friese kapiteins (47) : Quirijn de Blau

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie De Blau is afkomstig uit Kampen en bestond toen voornamelijk uit (groot)schippers.
Quirijn de Blau werd in 1555 geboren in Kampen, als zoon van Jan Alberts de Blau en een onbekende vrouw.
Deze Jan komen we tussen 1568 en 1577 tegen als hij door de Sont vaart en daar tot aan de Deense koning moet betalen.
Alle drie zonen uit het huwelijk van Jan worden weer schipper.
In 1577 en 1578 komen we Quirijn nog tegen als schipper als hij door de Sont vaart.
Ergens hierna maakt hij een 'carrièreswitch' en gaat voor een officiersfunctie in het Staatse leger, zie verderop.
In 1583 trouwt hij (1) Johanna Geerts, dochter van Geert Reijnen en Alydt N.N.
Later trouwt hij (2) met Margaretha ter Berchorst, dochter van Herman ter Berchorst en Dorothea Henzen.
Omstreeks 1598 trouwt Quirijn (3) met Anna van Hardenberg, dochter van Evert van Hardenberg en Swaantje Lubbers.
Deze Anna was in 1564 geboren en overleed op 13 april 1631 te Coevorden en werd aldaar in de kerk begraven.
Op 4 april 1633 komt er in Coevorden een einde aan Quirijn zijn leven, waarna hij ook in de kerk van Coevorden wordt begraven.
Uit zijn drie huwelijken zijn vier kinderen bekend.
Hiervan is vermeldenswaard dat dochter Janneke de Blau op 17 juli 1614 in Coevorden trouwde met Regnerus Bogerman.
Deze was een jongere broer van de bekende predikant Johannes Bogerman, de voorzitter van de Synode van Dordrecht.
Uit Quirijn zijn huwelijk met Anna werd omstreeks 1600 een Willem de Blau geboren, die wachtmeester was. Hij hield in 1623 te Rolde predikant Henricus Slatius aan, welke een samenzweerder was tegen het leven van prins Maurits. Waarschijnlijk als dank daarvoor werd hij hetzelfde jaar nog benoemd tot majoor in Coevorden.

De familie De Blau is nog lang verbonden geweest aan Leeuwarden en leden ervan bekleedden belangrijke functies zoals advocaat en burgemeester.
Achterkleinzoon Laurentius de Blau (1649-1674) trad in de voetsporen van zijn voorvader en was in 1674 luitenant in het Staatse leger.
Om de stad Grave, die in het rampjaar 1672 door het Franse leger werd veroverd, terug te krijgen werd de stad belegerd door Carl van Rabenhaupt.
Tijdens dit beleg sneuvelde deze Laurentius en van zijn jonge vrouw werd gezegd dat zij eigenhandig het lijk van haar man uit de loopgraven haalde.
Hierna werd ook hij begraven in de familiegrafkelder in de Galileerkerk te Leeuwarden.
Daar werd volgens de militaire traditie zijn helm en degen op een rouwbord bevestigd.

Militaire carrière
Het nog relatief jonge Staatse leger kon wel goede officieren gebruiken en op 21 september 1591 wordt Quirijn, of Krijn, benoemd als kapitein in het Friese Nassause Regiment.
Op 13 juni 1592 begon het beleg van Steenwijk, wat vooral voor Friesland strategisch zeer belangrijk was om te veroveren.
Quirijn was hierbij als kapitein aanwezig en raakte zelfs door een 'steenworp' gewond.
In 1600 is hij ook aanwezig bij de bekende Slag bij Nieuwpoort.
Op 26 maart 1600 belegerde prins Maurits het Fort St. Andries bij Heerewaarden, waarbij de luitenant van Krijn de Blau gewond raakt.
In 1601 deed hij mee aan de veldtocht naar Brabant, waarbij hij een tweede groep van zes vaandels leidde.
Later dat jaar is hij aanwezig bij het beruchte Beleg van Oostende.
In 1602 wordt hij benoemd tot Gouverneur van de vestingstad Coevorden, wat hij tot zijn overlijden in 1633 zal blijven uitoefenen.
In het Koninklijk Archief zijn brieven van hem bewaard gebleven uit de periode 1626-1632, welke hij schreef aan de Friese stadhouder Ernst Casimir.

Gekleurde kaart van Coevorden
In 1615 uitgegeven door Jan Jansz. Orlers


Recente foto van Kasteel Coevorden met het witte Gouverneurshuis waar Quirijn de Blau waarschijnlijk heeft gewoond.

Ondernemer
Het lijkt erop dat Krijn, naast zijn functie als commandeur, ook ondernemer was in Coevorden.
In het Stadhouderlijk Archief, betreffende Drenthe, zijn stukken waaruit blijkt dat Krijn de Blau een steenbakkerij, of tichelwerk, liet inrichten bij de Koepoort te Coevorden.

Ruzie
In 1616 was er in de vestingstad Coevorden een heftige ruzie tussen Quirijn en de 'commies' (of: ammunitiemeester) Petrus Bolardus.
Quirijn was Gouverneur of Commandeur over de stad en had dus nogal wat macht.
Nadat Petrus Blau begin mei in een kwaad daglicht had gesteld, laat de Commandeur hem oppakken.
Bolardus schrijft brieven aan de Raad van State en Gedeputeerde Staten van Friesland om de zaak te beslechten, maar Blau wenst dat dit door vijf rechtsgeleerden en vijf hopmannen (waaronder overste Juw van Eysinga) wordt gedaan. Quirijn wint de zaak en Bolardus wordt veroordeeld.
Op 4 juli 1617 vraagt Groningen of Jacobus Adriani de nieuwe commis/ammunitiemeester mag worden, waardoor we weten dat hij dan inmiddels uit de functie is gezet.

Familiewapen
Familiewapen De Blau
(CBG familiewapens)

Wapen: in blauw een ossenkop, vergezeld rechtsonder van een schuine en linksonder van een schuinlinkse eikel met de steel omlaag, alles goud.
Helm:
 halfaanziend met helmkroon.
Helmteken:
 een zilver geharnaste arm, houdend in de hand een zilveren kromzwaard met gouden gevest.
Dekkleden:
 goud, gevierd van blauw.


Grafzerk
In de kerk te Coevorden ligt (of lag) de grafzerk van Quirijn de Blau.
Of deze echter nog te aanwezig is, is mij nog niet bekend.

De tekst erop is als volgt nog te lezen:
19...................is in de /............e. man /[Quirijn] DeBlaauw 26 / .... [c] omman / [deur van] Coverde /............is in de Heern/ ..........der Goentrick /............Huijsvrouwe /............Blaevw Hopman /..........Coevorden

uit: Genealogische en heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe.
1937, pagina 35, bij Coevorden.


Familieleden in het leger
  • zijn zoon Willem de Blau (ong. 1600-1630?) was majoor te Coevorden
     
Vaandel

Vaandel van Quirijn de Blau, ca. 1600

Compagnie nr. 9
* Geb. 1555 -
U1633
* Kapitein van 1591-1631
* Voorganger: n.v.t.
* Opvolger: Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Coevorden

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sont
https://cbgfamiliewapens.nl/
https://geschiedeniscoevorden.nl/
https://www.grofkeramiek.nl/grofkeramiek/show/dre-030
https://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_Sint-Andries_(Heerewaarden)



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.




Friese Nassause Regiment
Kapitein

  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

zondag 2 februari 2020

Friese kapiteins (44) : Willem van Haren


Friese kapiteins (44) : Willem van Haren

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Van Haren is een oude adellijke familie uit de omgeving van Limburg, maar de vader van de hoofdpersoon van deze blog kwam naar Friesland.
Deze Adam werd de stamvader van een invloedrijke familie, die nog eeuwenlang belangrijke posities hier wisten te bekleden.
In Sint Annaparochie stond het Van Harenslot en in 1683 werd de huidige Van Harenkerk aldaar gebouwd, met de aangebouwde familie grafkapel.
Maar liefst vijf leden van deze familie werden grietman van Het Bildt.
In 1850 stierf de familie in mannelijke lijn uit.

Willem van Haren werd geboren in Arnhem als zoon van de watergeus Adam Everarts van Haren (ong. 1540-1589) en Margaretha Coenen.
In 1584 werd Adam hofmeester van stadhouder Willem Lodewijk, waardoor hij zich met zijn gezin in Leeuwarden vestigde.
Willem had verder nog zes broers en zussen, waarvan we hier alleen Mechtelt van Haren noemen, die met de watergeus Pieter van Leeuwarden trouwde.
Hij huwde op 21 september 1606 te Leeuwarden met Magdalena van Vierssen. Zij zal omstreeks 1585 geboren zijn, als dochter van de Friese muntmeester Willem van Vierssen en Titia Gothofredi.

Willem van Haren woonde in 1640 op Aebinga State te Blija.
Het lijkt erop dat hij deze state heeft gekocht van de familie Wynia.
De twee broers, Sjuck en Deytzen Wynia, raakten in de jaren 1603-1607 in meerdere processen betrokken, waarbij ze genoodzaakt waren om hun familiestates Groot- en Klein Wynia te Nes te verkopen. Hun vader, Deytzen van Wynia woonde nog op Aebinga State, maar overleed in 1611. Mogelijk dat Willem van Haren dus kort hierna de state heeft overgenomen.
Onbekend is ook of er nog familieleden van Willem hierna de state hebben bewoond.

In 1647 liet hij zijn beide zonen Ernst en Willem studeren aan de universiteiten van Frankrijk en Italie, waarbij hij de latere hoogleraar Joachim Frencelius mee liet gaan. Hun reis werd echter in 1649 afgebroken, in verband met het ziek worden van hun vader.
In 1651 volgde deze Frencelius de naar Leiden vertrokken professor in de geneeskunde, Johannes Antonides van der Linden, op aan de Universiteit te Franeker. Waarschijnlijk was dit op voorspraak van Willem van Haren.

Militaire carrière
Helaas is van zijn vroege(re) carrière nog niet veel bekend, maar ongetwijfeld is hij op jonge leeftijd officier geworden.
Verder weten we dat hij opperstalmeester was van stadhouder Willem Lodewijk, dus voor 1620 (overlijden stadhouder).

In de rekeningen van 1629-1630 en 1630-1631 komt hij voor als hofmeester van de volgende stadhouder, graaf Ernst Casimir.
Hij volgde in die functie Jurjen van Ripperda op en na hem vervulde Poppe Bockes van Burmania deze functie.
Een hofmeester was de belangrijkste functie aan het Stadhouderlijk Hof en werd consequent door officieren vervuld, die eerder dus bijvoorbeeld kapitein waren geweest. 
Vermeldenswaard is dat ook zijn vader Adam van Haren vermeld staat als eerste hofmeester van de Friese stadhouders, waardoor deze familie als enige tweemaal een hofmeester heeft geleverd.

Daarnaast staat van hem nog vermeld dat hij kolonel van de lijfwacht/garde was van de stadhouder.
In 1639 komen we hem not tegen als ritmeester in de Friese regimenten.
In 1645 neemt zijn zoon Ernst van Haren, die ook ritmeester is, zijn compagnie cavalerie over.

Bestuurlijke carrière
Willem van Haren had dus nog een aantal bestuurlijke functies, na zijn militaire periode.
Zo was hij Fries gedeputeerde en kwam daarmee ook in de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden.
Het was dan ook in het epicentrum van de Nederlandse politiek, dus in 's Gravenhage, waar hij op 9 december 1649 overleed.
Deze hoge functie staat dan ook als enige vermeld op zijn grafsteen.

Grafsteen
In de Hervormde kerk te Blija ligt nog steeds de mooie zerk voor Willem van Haren, met de volgende tekst:
Ao 1649 den 29 novembr sterf de weledele erentphesten jor Willem va Haren
meede staat generael wegen Frieslant int 68ste jaer zyns ouderdoms



grafzerk van Willem van Haren in de kerk te Blija.
(foto: Beeldbank RCE)


Detail: op zijn zerk het helmteken van het familiewapen Van Haren: een hoedje met twee veren.


Helm



Helm van Willem van Haren

Deze helm is waarschijnlijk afkomstig uit de kerk van Blija.
De enige militair die hier begraven ligt is Willem van Haren en de helm past bij zijn functie van ritmeester van de kurassiers.
Ook qua datering klopt het, dus zal deze helm destijds waarschijnlijk aan het rouwbord van Willem van Haren hebben gehangen.
Helaas zal het bord in 1795 vanwege de Franse periode verwijderd zijn uit de kerk en is de helm, net als bij kolonel Schelte van Aysma in Schettens, wonderwel bewaard gebleven. Later is de helm dus in de collectie van het Nationaal Militair Museum terecht gekomen.
(foto: Nationaal Militair Museum te Soesterberg)

Familiewapen


Familiewapen Van Haren
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Familieleden in het leger
  • vader Adam van Haren (ong. 1540-1589) was watergeus, kapitein
  • zwager Pieter van Leeuwarden (ong. 1560-?), gehuwd met Mechtelt van Haren, was watergeus, kapitein
  • zwager Michael Potter (ong. 1580-1648), gehuwd met Janniken van Vierssen, was kapitein, luitenant-kolonel
  • zwager Jacues van Oenema (1591-1646), gehuwd met Taetje van Vierssen, was kapitein, kolonel
  • zoon Everhard van Haren (1611-1640) was garde-kapitein
  • zoon Ernst van Haren (1623-1701) was kapitein, ritmeester
  • dochter Sophie van Haren was gehuwd met kapitein Willem van Vosbergen (ong. 1630-1653)

Vaandel
niet bekend.

Compagnie nr. ?
* Willem van Haren (geb. 1581 -
U1649)
* Ritmeester van ?-1645
* Voorganger: ?
* Opvolger: ?

* Hoogste militaire functie: ritmeester
* Woonplaats: Blija, Aebinga State en Leeuwarden


Meer informatie:
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm

http://www.stinseninfriesland.nl/AebingaStateBlija.htm
http://www.willemvanviersen.nl/index.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_van_Haren_(1626-1708)
http://www.stinseninfriesland.nl/VanHarenshuisStAnnaparochie.htm
http://www.stellingwerven.dds.nl/regenten/600/vanharen/VanHaren.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Van_Harenskerk
https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1937142620001a.pdf



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein

  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

donderdag 26 december 2019

Friese kapiteins (39) : Tjalling van Sixma


Friese kapiteins (39) : Tjalling van Sixma

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Sixma behoort tot de oude Friese adel en heeft zijn oorsprong in Minnertsga.
Daar stond vanouds de Andla State, maar door het huwelijk omstreeks 1510 tussen Tjalling van Andla en Tjets van Sixma raakte beide families aan elkaar gelieerd. De familienaam werd sindsdien ook wel als Sixma van Andla geschreven.

Zoals bij zoveel adellijke families ontstonden er later meerdere familiestates.
In Ried was er in de 15e eeuw ook overigens al een Andla State, waarbij het erop lijkt dat deze beide states door de familie Andla van Sixma werden gebruikt.
Verder was er nog een Sixma State in Huizum, welke in 1883 werd gesloopt.

Tjalling van Sixma werd omstreeks 1625 geboren als zoon van Douwe van Sixma en Sjouck van Aylva.
Deze Douwe was grietman van Franekeradeel van 1629-1652 en woonde te Minnertsga en Ried.
Douwe en Sjouck kregen vier zonen: Tjalling, Ulbe, Douwe en Agge van Sixma.
Ulbe werd ook kapitein in het leger, Douwe werd kapitein en later grietman en Agge werd raadsheer aan het Hof van Friesland en grietman.
Tjalling bleef ongehuwd en woonde waarschijnlijk op Andla State te Ried, waar ook zijn zijn broer Ulbe woonde.
Overigens zal Tjalling als officier in het leger veel tijd buiten Ried hebben doorgebracht in garnizoenssteden.

Andla State te Ried
  


Andla State te Ried (getekend door Pieter Idserts Portier, 1698-1781)



Andla State te Ried jaartal overige
Douwe Tjallings van Sixma +
Sjouck Ulbesdr. van Aylva
ong. 1629-1652 grietman in deze periode.
Kind Agge in 1636 te Ried geboren.
Beide overleden te Ried
Ulbe Sixma van Andla +
Alegonda van Unia
tot 1672 zoon van Douwe
Beide begraven te Ried ?
Kinderen geboren te Ried in 1660 en 1662
Tjalling van Sixma tot 1671 broer van Ulbe
zijn naam vermeld op memoriesteen kerk Ried
Tjalling is dan kerkvoogd te Ried.

Militaire carrière - 1

Op 14 maart 1639 begint zijn militaire carrière als vaandrig in compagnie van kapitein Barthold van Ootheim.
Hierna werd hij luitenant, maar helaas is zijn benoemingsdatum nog niet bekend.
Tot 17 januari 1646 was hij luitenant van de compagnie van Foppe van Grovestins, toen Dirck van Scheltinga hem in die functie opvolgde.
Op dezelfde datum werd hij kapitein van de compagnie van Jacques van Oenema, die grietman van Ooststellingwerf was geworden.
Op 14 augustus 1647 werd hij alweer opgevolgd door kapitein Homme van Bruinsma.

Bestuurlijke carrière
In 1647 werd hij grietman van Baarderadeel, die al geruime tijd in handen was van zijn moeder haar familie: de Aylva's.
Zijn volle neef Ulbe van Aylva (1617-1652) was al vanaf 1640 grietman van Baarderadeel, maar in 1647 volgde hij zijn oom Tjaard van Aylva op als grietman van Wonseradeel. Deze grietenij stond hoger in aanzien en in Witmarsum stond de aloude Aylva State, het familieslot.

Er ontstond echter onrust over de benoeming van Tjalling in de functie van grietman, omdat er twijfel was over de wettigheid van de stemming.
Daardoor werd er een commissie benoemd uit de Friese staten die besloten dat zijn benoeming werd afgekeurd.
Zij concludeerden dat Dominicus Justus van Botnia de meeste wettige stemmen op zich had verkregen, waardoor hij werd benoemd als grietman van Baarderadeel.
Er zat voor Tjalling niets anders op dan de wapens weer op te nemen, als was de 80-jarige oorlog in 1648 afgelopen.

Militaire carrière - 2
Opnieuw legde hij eerst de eed van kapitein weer af.
Op 4 februari 1648 werd hij kapitein van de compagnie van luitenant-kolonel Michiel Potter, die kort daarvoor was overleden.
Op 19 augustus 1656 werd hij Commandeur van Emden, de Oost-Friese garnizoenstad waar toen telkens Nederlandse compagnies gelegerd waren.
In 1664 is hij sergeant-majoor.
Op 25 februari 1671 wordt hij opgevolgd door kapitein Gaspar van Vosbergen, waarschijnlijk wegens ziekte omdat een hij een paar maanden later, op 11 mei, overleed.


Memoriesteen kerk Ried:
In de kerk van Ried bevindt zich een memoriesteen met de volgende tekst:

Dit kerkmuyr werck is vernieud as Tzalingh van Sixma capitain van een comp. te voet ende Taco Sybrants Stringsma bysitter van Franequeradeel kerkvogden waren ende is de eerste steen geleyt by jr Wlbe van Sixma faendrich van een comp te voet op den 26 may 1653

Tjalling was in 1653 dus ook kerkvoogd te Ried, samen met bijzitter Taco Sybrants Stringsma. Onder hun leiding werd de muur van de kerk vernieuwd.
De eerste steen hiervan werd gelegd door de jongere broer Ulbe van Sixma, die toen nog vaandrig in het leger was.


Memoriesteen in de kerk te Ried
(foto: Walmar.nl van Hessel de Walle).

Grafsteen
In de kerk te Ried lag voorheen een prachtige grafzerk van Ulbe van Sixma en zijn vrouw Alegonda van Unia.
Ook de vrouw van hun zoon Tjalling Douwe van Sixma, Cunigunda van Eybergen, staat erop vermeld.
Tot slot is ook 'onze' Tjalling van Sixma werd onder deze grafzerk begraven.
Later werd deze steen verplaatst naar een nieuwe grafkelder in Huizum, waarbij deze dienst deed als afdeksteen van de kelder. Helaas is de steen later weer verdwenen.

De laatste mannelijke afstammeling, Barteld Douma van Sixma overleed in 1809 en zijn graftekst werd over de oude tekst gebeiteld.
De tekst is als volgt:

Hoog edel geboren heer Tjalling van Sixma van Andela in leeven capitein en sergiant van een regement te voet obijt 1678

Hoog edel gebooren vrouw Cunigunda van Eybergh in leeven huisvrouw van de hoog edel geboren heer Tjalling Douma van Sixma collonel van een regement te voet

Den hoog welgeboren heer jr. Bartel Douma Tjalling van Sixma laatste mannelijke afstammeling uit het geslacht overleeden den 16 augustus 1809 in den ouderdom van b* 56 jaaren en rust alhier in deze grafkelder

Mocma van Andela Unia
Hottinga Achelen
Aijlva Aijlva
Osinga Meckema


NB: de naam Mocma van Andela moet wel Sixma van Andla zijn.
De namen aan de linkerkant zijn de grootouders van Ulbe (Sixma van Andla-Hottinga en Aylva-Osinga) en aan de rechterkant zijn de grootouders van zijn vrouw Alegonda van Unia te zien: Unia-Achelen en Aylva-Meckema)


Grafsteen van Ulbe van Sixma en Alegonda van Unia
Later op de grafkelder achter het huis in de Buren te Huizum, maar voorheen in de kerk te Ried.

Familiewapen
Familiewapen Sixma
(Stamboek van den Frieschen Adel).



Familieleden in het leger
  • zijn broer Douwe van Sixma (1634-1684) was kapitein
  • zijn broer Ulbe van Sixma (1630-1672) was kapitein, majoor
Vaandel
niet bekend.

Tjalling van Sixma (geb.ong.1625-
U1671)
* Hoogste militaire functie: sergeant-majoor
* Woonplaats: Ried
Compagnie nr. 4
* Kapitein van 1646-1647
* Voorganger: Jacues van Oenema
* Opvolger: Homme van Bruinsma
Compagnie nr. 23
* Kapitein van 1648-1671
* Voorganger: Michiel Potter
* Opvolger:
Gaspard van Vosbergen



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.



Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein



Zoeken in deze blog