Posts tonen met het label grafkelder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grafkelder. Alle posts tonen

woensdag 21 mei 2025

Grafkelders familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg te Beetgum

Kerk
De kerk van Beetgum werd gebouwd in 1669 - 1672 op de fundamenten van een kerk die in 1669 was afgebroken en die gewijd was aan de Heilige Martinus. 

Behalve een grafkelder is er in de kerk o.a. ook nog een oud epitaaf in de kerk van de verre voorvader Johan Onuphius baron thoe Schwartzenberg (1513-1584) en zijn vrouw Maria van Grombach (ca. 1520-1564). Ook aan de buitenkant zijn er diverse teksten en wapens van deze familie te zien, die daarmee uiting gaf aan hun machtspositie.

Oude grafkelder
Onder het koor bevindt zich de oude grafkelder uit de 16e eeuw van de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, de initiatiefnemer tot de bouw van de kerk. De grafkelder is afgedekt door stergewelven.

Bijzonder is dat deze oude grafkelder in de kerk te bezichtigen is. Dit kan sinds de laatste grote restauratie van 1972-1980, toen de grafkelder opgeknapt en toegankelijk is gemaakt. De huidige koster, Klaas Abe Kamstra, heeft de oude toestand nog gezien.
Er is toen besloten om een nieuwe kist te maken, waarin de restanten van oudere kisten bij elkaar zijn gevoegd. De originele toegang met een gemetseld trapje is nog steeds aanwezig, maar hiervoor moet dan een zware deksteen verwijderd worden. In de praktijk kiest men er dan voor om een houten trapje er naast te plaatsen.

Omdat het begraven in kerken vanaf 1829 officieel werd verboden, zal de familie hebben bedacht om de ingang van de kelder te verplaatsen. De oude ingang zat, zoals gebruikelijk, in de kerk en de nieuwe werd net buiten het koor gesitueerd. Deze oplossing kon eigenlijk alleen als de grafkelder zich in het koor van de kerk bevond. Deze plek was meestal voor de belangrijkste familie bedoeld en dat was in dit geval uiteraard de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

Van dit plan is alleen het bestek in het archief gevonden, dus een bewijs dat de oude grafkelder op deze wijze van buiten af toegankelijk is gemaakt is er nog niet. Dat zal bouwtechnisch, of via archieven, nog moeten worden uitgezocht. 

De eerste bijzetting in deze nieuwe situatie was dan in 1833, toen een dochter van Georg Frederik werd bijgezet. In totaal zouden er tussen 1833-1858 zo'n 10 personen via deze nieuwe toegang in de oude grafkelder zijn bijgezet.

Nieuwe grafkelder
Op het kerkhof is, vlakbij het koor, in 1858 een grote nieuwe grafkelder gemaakt, die nog steeds in gebruik is. In 2015 heeft Agnes Marie Charlotte Andreae hier haar laatste rustplaats gekregen.

In de kelder was een bordje aanwezig waarop de bouw van deze grafkelder staat vermeld: '1858 is deze grafkelder gemaakt door de firma S. Reisma', de lokale aannemer.
Op foto's van 1996 is te zien dat het om een grote grafkelder gaat, waar kisten op meerdere niveaus kunnen worden geplaatst. 
De kans is groot dat bij de bouw van deze kelder, de oude doorgang naar de grafkelder in de kerk weer is afgesloten.

Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
Circa 1830 laat Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1791-1868) een bestek en tekening maken voor bovengenoemde verbouw van de familiegrafkelder.
Deze Georg Frederik was grietman van Menaldumadeel van 1816-1851 en vervolgens burgemeester van dezelfde gemeente van 1851-1858.
Hij woonde nog op het majestueuze Groot Terhorne te Beetgum, welke al sinds de 16e eeuw continu in familiebezit was. 

Maateenheden
In deze stukken komen diverse maten voor, die nu niet meer gangbaar zijn. 
Vandaar eerst even een verklaring van deze begrippen

Een el was 69,4 centimeter
Een palm was 10 centimeter
Een duim was ca. 2,5 centimeter.


zaterdag 8 februari 2020

Mammema State te Jellum


Mammema State te Jellum

Deze state, ook Mamminga State genaamd, was een prachtige state in het dorp Jellum in de voormalige grietenij Baarderadeel.
Veel informatie staat op de site 'stinseninfriesland', echter deze pagina is aan een update toe.
Er is inmiddels wat extra en nieuwe informatie beschikbaar voor wat betreft de bewoners en state.

De kerk te Jellum was een waar mausoleum van de familie Burmania, zo blijkt uit een bewaard gebleven beschrijving uit 1787.
Afgelopen week werden er een grafkelder en twee grafstenen herontdekt, waarover Hessel de Walle een blog heeft geschreven, zie
https://hesseldewalle.blogspot.com/2020/02/friesland-eeuwenoude-grafzerken-met.html

Als aanvulling is er een prachtige afbeelding van de bekende Stellingwerf uit 1723, waarop de state staat afgebeeld.
Het lijkt erop dat deze tekening nog niet eerder gepubliceerd is.
Stellingwerf vermeld Douwe van Burmania als eigenaar, dit moet Duco Dominicus Justus Botnia van Burmania zijn, die in 1726 overleed en o.a. gedeputeerde was.
Overigens is zijn tweede voornaam Dominicus de latijnse vorm van Douwe.
Deze Duco was een achterneef van de eerdere bewoner Watze van Burmania.
Hij zal erfgenaam zijn geworden van Watze en Burmania en Helena van Botnia en als dank daarvoor zal hij de extra namen Justus en Botnia voor zijn achternaam hebben geplaatst.
Dit was niet ongebruikelijk, om op deze manier het uitsterven van familienamen te voorkomen.
Duco overleed ongehuwd en in de kerk te Jellum heeft voorheen zijn rouwbord gehangen, waarvan de tekst als volgt is:

De
hoog welgeb heer jonker Duco Dominicus Justus Botnia van Burmania old gedeputeerde staat van Friesland oud in't 6[2]e jaar overleden 28 april 1726.


Zijn oomzegger Watze Julius Dominicus Justus Botnia van Burmania (1707-1781) werd de volgende erfgenaam van Mammema State.
Watze zijn ouders waren Rienck van Burmania (een broer van Duco)  en Christina Elisabeth van Haersolte, die op het Burmaniahuis te Leeuwarden woonden.
Deze Watze was 'overste' in het Staatste leger, dus luitenant-kolonel en volgens het rouwbord zelfs kolonel.
Ook zijn rouwbord hing in de kerk te Jellum en had te tekst:
Van de hoogwelgeb heer Watze Julius Dominicus Justus Botnia van Burmania in leeven gecommiteerde staat ten landsdage collonel en capitein van een compagnie infanterije gebooren den 4 february 1707 oud 74 jaaren en 3 maanden obiit den 13 may 1781


De volgende bewoners waren Christiana Helena Geertruida Meckema van Burmania en Wilco Holdinga Tjalling Camstra baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.
Christiana was een dochter van Watze Julius.
Wilco was grietman van Wonseradeel tot 1795 en woonde waarschijnlijk destijds op Wybranda State te Hichtum.
Hij werd echter wel begraven in de kerk te Jellum, dus bij zijn vrouw haar voorouders.
Christiana is in 1819 te Leeuwarden overleden, maar zal toen of eerder de state hebben verkocht buiten de familie.

De volgende bewoners waren Jan Hendrikus Jetso van Wageningen (1792-1858) en Margaretha Maria Crommelin.
Jan was grietenijsecretars en raadsheer aan het Hof van Friesland en zal dus aardig vermogend zijn geweest.
Hij huurde de state van de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
(bron: Dekemaboek/Y. Kuiper)

Uit hun bewoningsperiode zal dan ook de tweede tekening van Mammema State afkomstig zijn.
Tekenaar Nicolaas Arnoldus van Loon (Dokkum, 1823-Dokkum, 1863) schreef erbij dat de state in 1856 werd afgebroken.

Van dit laatste bewonersechtpaar hangen nog twee portretten op Dekema State te Jelsum.
De broer van Jan, Jacobus Gerardus van Wageningen (1797-1870), was slotheer van Dekema State.


1511 Juw van Dekama
in 1543-1558 Sicko Juws van Dekema +
Luts Sickes van Liauckema
Hij overleed 1558
Zij overleed 1575
1575-1625? Sicke van Dekema +
Hil Onnesdr. van Tamminga
'Jonker Sicke'
ong. 1610-1635? Catharina Sickesdr. van Dekema +
Botte Foppes van Grovestins
zij liggen in de kerk van Jellum begraven, naast Sicke van Dekema.
Hij overleed 1620, zij 1635.
ong. 1633?-1645 Ansck Bottesdr. van Grovestins +
Epe Hobbes van Aylva
Zij is dochter van Botte.
Hij is begraven in Jellum, grietman.
1645?-1660 Dominicus Justus van Botnia +
Geertruida van Meckema
Hij overleed in 1660.
Hij is een zoon van Doecke van Botnia en Ymck Sickesdr. van Dekema.
Zijn rouwbord hing in de kerk te Jellum
1660-1708 Helena van Botnia +
Watze van Burmania
Watze: begraven te Jellum en testeerde aldaar.
Trouwde te Jellum in 1671
Helena overleed 1708
Hun rouwborden hingen in de kerk te Jellum
1708-1726 Duco Dominicus Justus Botnia van Burmania Ongehuwd, overleed in 1726.
Hij was achterneef van Watze van Burmania.
Zijn rouwbord hing in kerk Jellum.
Genoemd als Douwe van Burmania op tekening state van Stellingwerf.
1726-1781 Watze Julius Dominicus Justus Botnia van Burmania +
1. Belia Brooshooft
2. Anna Dodonea van Burmania
zoon van Rienck van Burmania, die een broer van Duco Dominicus was.
Kinderen in 1749,1752,1754, 1758 te Jellum geboren.
Hij overleed 1781.
Zijn rouwbord hing in de kerk te Jelsum.
1781-ca. 1800 Christiana Helena Geertruid Meckema van Burmania +
Wilco Holdinga Tjalling Camstra baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
dochter van Watze Julius.
Wilco is begraven te Jellum
ca. 1800?
Vermoedelijk vanaf 1819-1858
Jan Hendrikus Jetso van Wageningen +
Margaretha Maria Crommelin
geen familierelatie tot dusver gevonden.
Zie hun portretten op rkd.nl en in kleur op site dekemastate.nl
In 1856 werd de state afgebroken


't slot Mammema te Jellum in Baerderadeel, behoort Jonker Douwe van Burmania
tekening J. Stellingwerf, 1723


Mammema State te Jellum, afgebroken in 1856
Getekend door Nicolaas Arnoldus van Loon

Juw van Dekema, de oudst bekende bewoner van Mammema State.


Margaretha Maria Crommelin en Jan Hendrikus Jetso van Wageningen
de laatste bewoners van Mammema State te Jelsum.




bronnen:
http://www.stinseninfriesland.nl/MammemaState.htm
https://friesscheepvaartmuseum.nl/beeld/fsm-col1-dat1000020161
https://www.friesgenootschap.nl/images/dvf/DVF-0234-1883-15.pdf
http://collectie.friesmuseum.nl/?diw-id=tresoar_friesmuseum_PTA363-005
http://www.dekemastate.nl/17JanHendrikJetsevanWageningenenMargarethaMariaCrommelin.html
http://www.simonwierstra.nl/Burmania.htm
https://hesseldewalle.blogspot.com/2020/02/friesland-eeuwenoude-grafzerken-met.html




States en kastelen in Friesland en daarbuiten
  1. Sassinga State te Hennaard
  2. Aebinga State te Hijum
  3. Kasteel Poelwijk te Oud-Zevenaar
  4. Harinxmastins te IJlst
  5. Wiedenfelt State te Cornjum
  6. Sixma van Andla State te Minnertsga
  7. Mammema State te Jellum

donderdag 26 december 2019

Friese kapiteins (39) : Tjalling van Sixma


Friese kapiteins (39) : Tjalling van Sixma

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Sixma behoort tot de oude Friese adel en heeft zijn oorsprong in Minnertsga.
Daar stond vanouds de Andla State, maar door het huwelijk omstreeks 1510 tussen Tjalling van Andla en Tjets van Sixma raakte beide families aan elkaar gelieerd. De familienaam werd sindsdien ook wel als Sixma van Andla geschreven.

Zoals bij zoveel adellijke families ontstonden er later meerdere familiestates.
In Ried was er in de 15e eeuw ook overigens al een Andla State, waarbij het erop lijkt dat deze beide states door de familie Andla van Sixma werden gebruikt.
Verder was er nog een Sixma State in Huizum, welke in 1883 werd gesloopt.

Tjalling van Sixma werd omstreeks 1625 geboren als zoon van Douwe van Sixma en Sjouck van Aylva.
Deze Douwe was grietman van Franekeradeel van 1629-1652 en woonde te Minnertsga en Ried.
Douwe en Sjouck kregen vier zonen: Tjalling, Ulbe, Douwe en Agge van Sixma.
Ulbe werd ook kapitein in het leger, Douwe werd kapitein en later grietman en Agge werd raadsheer aan het Hof van Friesland en grietman.
Tjalling bleef ongehuwd en woonde waarschijnlijk op Andla State te Ried, waar ook zijn zijn broer Ulbe woonde.
Overigens zal Tjalling als officier in het leger veel tijd buiten Ried hebben doorgebracht in garnizoenssteden.

Andla State te Ried
  


Andla State te Ried (getekend door Pieter Idserts Portier, 1698-1781)



Andla State te Ried jaartal overige
Douwe Tjallings van Sixma +
Sjouck Ulbesdr. van Aylva
ong. 1629-1652 grietman in deze periode.
Kind Agge in 1636 te Ried geboren.
Beide overleden te Ried
Ulbe Sixma van Andla +
Alegonda van Unia
tot 1672 zoon van Douwe
Beide begraven te Ried ?
Kinderen geboren te Ried in 1660 en 1662
Tjalling van Sixma tot 1671 broer van Ulbe
zijn naam vermeld op memoriesteen kerk Ried
Tjalling is dan kerkvoogd te Ried.

Militaire carrière - 1

Op 14 maart 1639 begint zijn militaire carrière als vaandrig in compagnie van kapitein Barthold van Ootheim.
Hierna werd hij luitenant, maar helaas is zijn benoemingsdatum nog niet bekend.
Tot 17 januari 1646 was hij luitenant van de compagnie van Foppe van Grovestins, toen Dirck van Scheltinga hem in die functie opvolgde.
Op dezelfde datum werd hij kapitein van de compagnie van Jacques van Oenema, die grietman van Ooststellingwerf was geworden.
Op 14 augustus 1647 werd hij alweer opgevolgd door kapitein Homme van Bruinsma.

Bestuurlijke carrière
In 1647 werd hij grietman van Baarderadeel, die al geruime tijd in handen was van zijn moeder haar familie: de Aylva's.
Zijn volle neef Ulbe van Aylva (1617-1652) was al vanaf 1640 grietman van Baarderadeel, maar in 1647 volgde hij zijn oom Tjaard van Aylva op als grietman van Wonseradeel. Deze grietenij stond hoger in aanzien en in Witmarsum stond de aloude Aylva State, het familieslot.

Er ontstond echter onrust over de benoeming van Tjalling in de functie van grietman, omdat er twijfel was over de wettigheid van de stemming.
Daardoor werd er een commissie benoemd uit de Friese staten die besloten dat zijn benoeming werd afgekeurd.
Zij concludeerden dat Dominicus Justus van Botnia de meeste wettige stemmen op zich had verkregen, waardoor hij werd benoemd als grietman van Baarderadeel.
Er zat voor Tjalling niets anders op dan de wapens weer op te nemen, als was de 80-jarige oorlog in 1648 afgelopen.

Militaire carrière - 2
Opnieuw legde hij eerst de eed van kapitein weer af.
Op 4 februari 1648 werd hij kapitein van de compagnie van luitenant-kolonel Michiel Potter, die kort daarvoor was overleden.
Op 19 augustus 1656 werd hij Commandeur van Emden, de Oost-Friese garnizoenstad waar toen telkens Nederlandse compagnies gelegerd waren.
In 1664 is hij sergeant-majoor.
Op 25 februari 1671 wordt hij opgevolgd door kapitein Gaspar van Vosbergen, waarschijnlijk wegens ziekte omdat een hij een paar maanden later, op 11 mei, overleed.


Memoriesteen kerk Ried:
In de kerk van Ried bevindt zich een memoriesteen met de volgende tekst:

Dit kerkmuyr werck is vernieud as Tzalingh van Sixma capitain van een comp. te voet ende Taco Sybrants Stringsma bysitter van Franequeradeel kerkvogden waren ende is de eerste steen geleyt by jr Wlbe van Sixma faendrich van een comp te voet op den 26 may 1653

Tjalling was in 1653 dus ook kerkvoogd te Ried, samen met bijzitter Taco Sybrants Stringsma. Onder hun leiding werd de muur van de kerk vernieuwd.
De eerste steen hiervan werd gelegd door de jongere broer Ulbe van Sixma, die toen nog vaandrig in het leger was.


Memoriesteen in de kerk te Ried
(foto: Walmar.nl van Hessel de Walle).

Grafsteen
In de kerk te Ried lag voorheen een prachtige grafzerk van Ulbe van Sixma en zijn vrouw Alegonda van Unia.
Ook de vrouw van hun zoon Tjalling Douwe van Sixma, Cunigunda van Eybergen, staat erop vermeld.
Tot slot is ook 'onze' Tjalling van Sixma werd onder deze grafzerk begraven.
Later werd deze steen verplaatst naar een nieuwe grafkelder in Huizum, waarbij deze dienst deed als afdeksteen van de kelder. Helaas is de steen later weer verdwenen.

De laatste mannelijke afstammeling, Barteld Douma van Sixma overleed in 1809 en zijn graftekst werd over de oude tekst gebeiteld.
De tekst is als volgt:

Hoog edel geboren heer Tjalling van Sixma van Andela in leeven capitein en sergiant van een regement te voet obijt 1678

Hoog edel gebooren vrouw Cunigunda van Eybergh in leeven huisvrouw van de hoog edel geboren heer Tjalling Douma van Sixma collonel van een regement te voet

Den hoog welgeboren heer jr. Bartel Douma Tjalling van Sixma laatste mannelijke afstammeling uit het geslacht overleeden den 16 augustus 1809 in den ouderdom van b* 56 jaaren en rust alhier in deze grafkelder

Mocma van Andela Unia
Hottinga Achelen
Aijlva Aijlva
Osinga Meckema


NB: de naam Mocma van Andela moet wel Sixma van Andla zijn.
De namen aan de linkerkant zijn de grootouders van Ulbe (Sixma van Andla-Hottinga en Aylva-Osinga) en aan de rechterkant zijn de grootouders van zijn vrouw Alegonda van Unia te zien: Unia-Achelen en Aylva-Meckema)


Grafsteen van Ulbe van Sixma en Alegonda van Unia
Later op de grafkelder achter het huis in de Buren te Huizum, maar voorheen in de kerk te Ried.

Familiewapen
Familiewapen Sixma
(Stamboek van den Frieschen Adel).



Familieleden in het leger
  • zijn broer Douwe van Sixma (1634-1684) was kapitein
  • zijn broer Ulbe van Sixma (1630-1672) was kapitein, majoor
Vaandel
niet bekend.

Tjalling van Sixma (geb.ong.1625-
U1671)
* Hoogste militaire functie: sergeant-majoor
* Woonplaats: Ried
Compagnie nr. 4
* Kapitein van 1646-1647
* Voorganger: Jacues van Oenema
* Opvolger: Homme van Bruinsma
Compagnie nr. 23
* Kapitein van 1648-1671
* Voorganger: Michiel Potter
* Opvolger:
Gaspard van Vosbergen



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.



Friese Nassause Regiment
Kapitein


Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause RegimentKapitein



vrijdag 6 september 2019

Friese kapiteins (26) : Epe van Heemstra


Friese kapiteins (26) : Epe van Heemstra

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
De familie Heemstra, die voor de verandering eens niet is uitgestorven, behoort tot de oude Friese adel en heeft veel officieren voortgebracht.
Epe van Heemstra werd in 1575 geboren, waarschijnlijk op Heemstra State in Oenkerk.
Daar woonden zijn ouders Feije van Heemstra, die grietman van Tietjerksteradeel was en Tjets van Sippens.

Heemstra State te Oenkerk (tekening J. Stellingwerf, 1721)
In dat jaar was het verre familielid Feie van Heemstra nog steeds eigenaar van het familieslot. 


Op 19 augustus 1603 huwde Epe met zijn volle nicht Ebel van Heemstra.
Zij was afkomstig van Kimswerd in de toenmalige grietenij Wonseradeel en was een dochter van Taecke van Heemstra en Jelts van Bonga.
Ebel haar ouders woonden na hun huwelijk eerst op Bonga State te Kimswerd, maar verhuisden later naar IJntzema State eveneens in Kimswerd.
Dat was waarschijnlijk toen haar stiefbroer Sybrant van Bonga het stamslot betrok.
Aangezien zowel Epe als Ebel in Kimswerd zijn begraven, is het waarschijnlijk dat zij in dat dorp hebben gewoond.
Dan lijkt het voor de hand liggend dat ze evenals haar ouders op Heemstra State woonden, die groot genoeg zal zijn geweest voor twee gezinnen.
Verder was Epe als officier veel van huis, waardoor Ebel mooi bij haar ouders kon verpozen.
Er is één dochter bekend uit hun huwelijk, namelijk Ydt of Yda van Heemstra, geboren in 1604. Zij huwde in 1623 met Johannes van Tiara, die vaandrig onder kapitein Johannes Fransen Adama was.
Zowel Epe als Ebel overleden op zeer jonge leeftijd. Epe reeds op 24 december 1611 en Ebel op 9 november 1607 op 24-jarige leeftijd.

Militaire carrière
Helaas hebben we weinig gegevens van Epe zijn militaire carrière. Hij werd op 3 juni 1606 gekozen tot hopman, dus kapitein.
Daarvoor zal hij de gebruikelijke functies van vaandrig en luitenant vervuld hebben, maar we weten niet bij welke compagnie.
Omdat hij slechts zo'n 5 jaar kapitein was en deze periode ook nog deels in het 12-jarige bestand viel, zal hij ook minder hebben meegemaakt qua oorlogshandelingen.
Volgens Kimswerd kenner Reinder Politiek was hij kapitein van een eenheid ruiters onder stadhouder Willem Lodewijk en was hij in 1594 bij Zoutkamp en in 1600 bij de Slag bij Nieuwpoort.
Volgens Politiek is Epe op het slagveld omgekomen, maar de bron hiervoor is niet bekend.

Familiewapen
Familiewapen Van Heemstra (Stamboek van den Frieschen Adel).



Grafzerk

In de Hervormde kerk van Kimswerd ligt de werkelijk schitterende grafzerk van Epe en Ebel van Heemstra, gemaakt in 1614 door de Harlinger hardsteenhouwer Jacob Lous (Forssenburg). Op dezelfde steen staan nog de namen van hun dochter Yda van Heemstra (1575-1611) en die haar dochter Yda van Tiara (1634-1694).
Opvallend genoeg is aan de steen niet te herleiden dat het hier om een officier gaat. Meestal staat er dan 'manhaften' voor de naam, maar hier staat dus 'eerentpheste'.
Ook staan er geen militaire attributen afgebeeld op de zerk.
Bijzonder is dat de steen een toegankelijke grafkelder afdekt. In deze kelder liggen echter alleen de drie skeletten van Ebel, Yda en Yda van Tiara.
Waar het skelet van 'onze' Epe van Heemstra is gebleven is een raadsel.
De kelder wordt nog ieder jaar geïnspecteerd door de voogden van het Diaconale Weeshuis van Franeker, precies zoals Yda van Tiara het in haar testament had bepaald.



De tekst op de zerk is als volgt:
Iacob 1614 Lous

Ao 1611 de 24 dece sterf de eedele eerentpheste io Epo va Hemstra olt 36 iaer alhier begraven

Ao 1607 de 9 novebr sterf die edele eerbare iuffr Ebel va Hemstra Epo va Hemstra zijn wyf out 24 iaer

Ao 1650 de 15en augustii sterf de wel eedele iuffrou Yda va Hemstra 2de dogr va ioncr Epo van Hemstra alhier begraven

Den 12 iannuarius 1694 is inden heere ontslaepen de eerwaarde deughdrycke juffrou Yda van Tiaare oud ontrent 60 jaeren en is hier begraven

I.L.

Hora monet mortis nemo sibi fidat ut idem
Sit iuvenis moritur aem vocal hora famen
Exemplo sumus integri florentibus annis
Rapti sub saxo nunc duo nos tegimur



Epitaaf
In dezelfde kerk in Kimswerd hangt ook nog een houten epitaaf, welke het leven en overlijden van Epe beschrijft in het latijn.
De tekst is als volgt:

Epicedium

In obitum Nobilitate, strenuitate, virtue, & fide
Excellentissimi viri, D. Eponis ab Hemstra
Nobilissimie & amplissimi viri d
Feijonis ab Hemstra, greetmanni
in Tzietiercksteradeel F.

Tempore, quo Frisiis stabat feralis Enyo,
Emicuit virtus noblis Epo Hemstra tua.
Officiis, vixilliferique, vicari &, deinde tribuni,
Militiaeve ducis, famigeratus eras.
Proque focis patriis, proque aris vindice marte,
Certabas Magna dexteritate pugil.
Judicio Hemstraei paret Tzietierxeradela,
Feijonis, cujus filius ipsus eras.

Mille ierant anni & sexcenti, quis trieteris.
Additur, octobris luxque secunda fuit,
Cum pia conjugio conjungitur ebela ab Hemstra
Quae patruo Hemstaeo nata Tacone fuit
Millenus Denus sextus centesimus annus,
Fluxit & undenus, luxque decembris erat.
Vicena & quarta: hanc Christi cunabula signant.
Annis trigante sex tibi vita stetit.
Aedibus in patris Lachesis cum stamina rupit,
Et jussit gelidae mortis adire domos.
Exieratque annus millesimus & duodenus,
Supra sexcentos, horaq noctis erat.

Jam decima octava luce incedebat & ipse,
Martius, atque suum conficiebat iter.
Mortuus huic tumbae quando est illatus, & hocce
Sub saxo uxoris prolis & ossa tenet.
Judiciiq die cum prole & conjuge inoptat
Surgere humo vitae compos & esse polo



De volledige vertaling is nog niet beschikbaar, maar in het lijvige boek van Reinder Politiek "De Laurentiuskerk van Kimswerd, een pronkstuk" staat het volgende:

p.202:
"De grote vraag blijft: waar is Epo van Heemstra gebleven. In zijn Epicedium, zijn levensverhaal, dat op een bord rechts van de familiebank hangt , staat duidelijk geschreven, dat hij op 18 maart 1612 in het familiegraf naast zijn vrouw en kind in de grafkelder is ingelaten. Vreemd is wel dat hij al op 24 december 1611 stierf. Wat is er in werkelijkheid met hem in de tussentijd gebeurd? Zij zijn bijna drie maanden met hem onderweg geweest. In die tijd een grote opgaaf! Evenwel, vermeldt Ida [van Tiara (RM)] in haar testament, dat zij na haar dood naast haar moeder en grootmoeder wil liggen! Dus toen was Epo al niet meer in de grafkelder aanwezig. Zijn grafkist is hier wel gekomen, maar is het wel zeker dat zijn lichaam daarin lag? Dat zal voor ons altijd wel een mysterie blijven."


Politiek beschikt dus over de vertaling en vermeld dat Epo zo'n drie maanden later werd bijgezet. Onmogelijk is dit niet, omdat het verhaal gaat dat Epo overleden in de strijd is overleden. Wellicht bevond hij zich destijds ver weg van Kimswerd, waardoor het terugbrengen van lichamen veel tijd en moeite in beslag nam. Zo zat er tussen overlijden en bijzetting van de Friese stadhouder een half jaar!
En dat Ida van Tiara in haar testament vermeld dat ze bij haar moeder en grootmoeder wil liggen, zegt m.i. nog niet dat Epe daar toen al niet meer aanwezig was. Feit is wel dat zijn restanten er inderdaad nu niet meer liggen.



Familieleden in het leger
  • Ebel haar oom Ulbe van Heemstra (ong. 1550->1588) was officier en werd gevangen genomen bij de Slag bij Boksum in 1586.
  • Epe zijn neef Johannes van Heemstra (>1581->1625) was kapitein
  • Epe zijn neef Feye van Heemstra (1606-1636) was luitenant
  • De zoon van bovengenoemde Feye, Feye Feyes van Heemstra (1630-1690), was kapitein en kolonel.
    Hij huwde Tjits van Aysma, dochter van kolonel Schelte van Aysma.
  • De schoonzoon van Epe en Ebel, Johannes van Tiara (ong. 1600-1636) was vaandrig.
Vaandel
niet bekend

Compagnie nr. ?
* Epe van Heemstra (*1575 -
U1611)
* Kapitein van 1601-1611

* Voorganger: ?
* Opvolger: ?
* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Kimswerd
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

zondag 21 april 2019

Friese kapiteins (10) - Lolle van Ockinga


Friese kapiteins (10) : Lolle van Ockinga

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
Lolle van Ockinga werd omstreeks 1610 geboren, waarschijnlijk op Ockinga State, het familie stamhuis te Burgwerd.
Zijn ouders waren Jarich van Ockinga en Hijlck van Ockinga, die via zowel de Ockinga's als de Cammingha's aan elkaar verwant waren.
Uit dit gezin zijn zeven kinderen bekend; 5 zonen en 2 dochters.
Op 4 juni 1648 trouwde hij te Burgwerd met Luts Mary van Sternsee, dochter van Bocke van Humalda en zijn 2e vrouw Catharina van Herema.
Zijn schoonvader erfde in 1615 Ropta State te Metslawier van Carel van Sternsee, op voorwaarde dat hij zich Bocke van Sternsee zou noemen om die familienaam voor uitsterven te behoeden.
In 1654 overleed Lolle en zijn vrouw liet, samen met haar zwager raadsheer Here van Ockinga en diens vrouw Magdalena van Burmania en haar andere zwager Gerrolt van Ockinga,  een grafkelder in de kerk van Burgwerd maken.
Een speciale deksteen werd hierbij aangebracht, met de volgende tekst:

In iulio Ao 1654 hebben voor haer hare kinderen ende nacomelingen dese kelder laten maken Maria van Steernse wedue van Lollo van Ockinga in leven raed ter admiraliteit int noorder quartier Hero van Ockinga raed ordinaris in den hove va Frieslant met syn huisvrou Magdalena van Burmania ende Gerrold van Ockinga cap. over een compagnie te voet

tekst op grafkelder te Burgwerd

Niet toevallig sluit deze steen aan bij de mooie grafzerk van zijn bet-overgrootvader Joost van Ockinga (U1550) en Luts van Minnema  (U1546). Hiermee gaven zij aan dat zij oude papieren hadden in Burgwerd en daardoor 'recht hadden' op een plek in het koor; de meest eervolle plek in een kerk.

Militaire carrière
Voordat Lolle op 26 november 1635 de eed van kapitein aflegde, zal hij eerst nog een aantal jaren vaandrig en luitenant zijn geweest, vermoedelijk in de compagnie van kapitein Sixtus de Blocq die hij toen opvolgde. Nog geen vijf jaar later kreeg hij een andere compagnie. Wat hier de reden van is geweest is niet bekend, maar het gebeurde wel vaker. Op 11 februari 1640 neem Gosse van Coehoorn, de vader van de bekende vestingbouwer Menno van Coehoorn, de leiding over zijn compagnie over
Op dezelfde datum wordt Lolle kapitein van de compagnie van Tjalling van Eysinga, die dan voor een carrière als grietman heeft gekozen.
Op 25 maart 1646 wordt hij op zijn beurt weer opgevolgd door kapitein Douwe van Sytzama.

Bestuurlijke carriere
Hij beëindigde in 1646 zijn militaire carrière op ong. 35-jarige leeftijd omdat hij een bestuurlijke carrière ambieerde. De 80-jarige oorlog zat er op dat moment bijna op (1648) en de tijd van grote veldtochten en beleggen was voorbij.
Hij was al van 1651-1653 volmacht namens Wonseradeel in de Friese Staten. Verder is van hem bekend dat hij 'Raad ter Admiraliteit' van het Noorderkwartier was. Deze admiraliteit zat vanaf 1645 in Harlingen, nadat Dokkum niet meer geschikt was om de grote schepen te huisvesten.
Volgens het 'Stamboek' reisde hij in 1654 van Holland naar Friesland per schip, maar sloeg dit bij Stavoren op de palen, waarbij Lolle verongelukte.
Op 4-6-1654 werd door de Raad van State Ernst van Aylva als opvolger benoemd van kapitein 'wijlen Ockinga'.

Familiewapen
Het familiewapen zoals deze in het Friesch Stamboek staat afgebeeld.


Familieleden in het leger
  • zijn broer Joost van Ockinga (1606-ong. 1665) was kapitein.
  • zijn broer Titus van Ockinga (ong. 1615-?) was kapitein
  • zijn broer Gerrolt van Ockinga (ong. 1620-1665) was kapitein
Vaandels
niet bekend.

Compagnies nr. 38 en 51
* Lolle van Ockinga (*ong. 1610-1654)

* Kapitein van 1635-1646

* Voorganger compagnie 1: Sixtus de Blocq
* Opvolger: Gosse van Coehoorn
* Voorganger compagnie 2:
Tjalling van Eysinga
* Opvolger: Douwe van Sytzama


Meer informatie:
http://www.simonwierstra.nl/OCKINGA.htm
http://www.mpaginae.nl/Staten/volm1632tm1700W.jpg
http://www.walmar.nl/inscripties.asp
https://sites.google.com/site/burgwerdhistorie/stinzen-en-states/stinzen-ockinga-en-donia



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga

Zoeken in deze blog