Posts tonen met het label officier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label officier. Alle posts tonen

vrijdag 6 september 2019

Friese kapiteins (26) : Epe van Heemstra


Friese kapiteins (26) : Epe van Heemstra

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
De familie Heemstra, die voor de verandering eens niet is uitgestorven, behoort tot de oude Friese adel en heeft veel officieren voortgebracht.
Epe van Heemstra werd in 1575 geboren, waarschijnlijk op Heemstra State in Oenkerk.
Daar woonden zijn ouders Feije van Heemstra, die grietman van Tietjerksteradeel was en Tjets van Sippens.

Heemstra State te Oenkerk (tekening J. Stellingwerf, 1721)
In dat jaar was het verre familielid Feie van Heemstra nog steeds eigenaar van het familieslot. 


Op 19 augustus 1603 huwde Epe met zijn volle nicht Ebel van Heemstra.
Zij was afkomstig van Kimswerd in de toenmalige grietenij Wonseradeel en was een dochter van Taecke van Heemstra en Jelts van Bonga.
Ebel haar ouders woonden na hun huwelijk eerst op Bonga State te Kimswerd, maar verhuisden later naar IJntzema State eveneens in Kimswerd.
Dat was waarschijnlijk toen haar stiefbroer Sybrant van Bonga het stamslot betrok.
Aangezien zowel Epe als Ebel in Kimswerd zijn begraven, is het waarschijnlijk dat zij in dat dorp hebben gewoond.
Dan lijkt het voor de hand liggend dat ze evenals haar ouders op Heemstra State woonden, die groot genoeg zal zijn geweest voor twee gezinnen.
Verder was Epe als officier veel van huis, waardoor Ebel mooi bij haar ouders kon verpozen.
Er is één dochter bekend uit hun huwelijk, namelijk Ydt of Yda van Heemstra, geboren in 1604. Zij huwde in 1623 met Johannes van Tiara, die vaandrig onder kapitein Johannes Fransen Adama was.
Zowel Epe als Ebel overleden op zeer jonge leeftijd. Epe reeds op 24 december 1611 en Ebel op 9 november 1607 op 24-jarige leeftijd.

Militaire carrière
Helaas hebben we weinig gegevens van Epe zijn militaire carrière. Hij werd op 3 juni 1606 gekozen tot hopman, dus kapitein.
Daarvoor zal hij de gebruikelijke functies van vaandrig en luitenant vervuld hebben, maar we weten niet bij welke compagnie.
Omdat hij slechts zo'n 5 jaar kapitein was en deze periode ook nog deels in het 12-jarige bestand viel, zal hij ook minder hebben meegemaakt qua oorlogshandelingen.
Volgens Kimswerd kenner Reinder Politiek was hij kapitein van een eenheid ruiters onder stadhouder Willem Lodewijk en was hij in 1594 bij Zoutkamp en in 1600 bij de Slag bij Nieuwpoort.
Volgens Politiek is Epe op het slagveld omgekomen, maar de bron hiervoor is niet bekend.

Familiewapen
Familiewapen Van Heemstra (Stamboek van den Frieschen Adel).



Grafzerk

In de Hervormde kerk van Kimswerd ligt de werkelijk schitterende grafzerk van Epe en Ebel van Heemstra, gemaakt in 1614 door de Harlinger hardsteenhouwer Jacob Lous (Forssenburg). Op dezelfde steen staan nog de namen van hun dochter Yda van Heemstra (1575-1611) en die haar dochter Yda van Tiara (1634-1694).
Opvallend genoeg is aan de steen niet te herleiden dat het hier om een officier gaat. Meestal staat er dan 'manhaften' voor de naam, maar hier staat dus 'eerentpheste'.
Ook staan er geen militaire attributen afgebeeld op de zerk.
Bijzonder is dat de steen een toegankelijke grafkelder afdekt. In deze kelder liggen echter alleen de drie skeletten van Ebel, Yda en Yda van Tiara.
Waar het skelet van 'onze' Epe van Heemstra is gebleven is een raadsel.
De kelder wordt nog ieder jaar geïnspecteerd door de voogden van het Diaconale Weeshuis van Franeker, precies zoals Yda van Tiara het in haar testament had bepaald.



De tekst op de zerk is als volgt:
Iacob 1614 Lous

Ao 1611 de 24 dece sterf de eedele eerentpheste io Epo va Hemstra olt 36 iaer alhier begraven

Ao 1607 de 9 novebr sterf die edele eerbare iuffr Ebel va Hemstra Epo va Hemstra zijn wyf out 24 iaer

Ao 1650 de 15en augustii sterf de wel eedele iuffrou Yda va Hemstra 2de dogr va ioncr Epo van Hemstra alhier begraven

Den 12 iannuarius 1694 is inden heere ontslaepen de eerwaarde deughdrycke juffrou Yda van Tiaare oud ontrent 60 jaeren en is hier begraven

I.L.

Hora monet mortis nemo sibi fidat ut idem
Sit iuvenis moritur aem vocal hora famen
Exemplo sumus integri florentibus annis
Rapti sub saxo nunc duo nos tegimur



Epitaaf
In dezelfde kerk in Kimswerd hangt ook nog een houten epitaaf, welke het leven en overlijden van Epe beschrijft in het latijn.
De tekst is als volgt:

Epicedium

In obitum Nobilitate, strenuitate, virtue, & fide
Excellentissimi viri, D. Eponis ab Hemstra
Nobilissimie & amplissimi viri d
Feijonis ab Hemstra, greetmanni
in Tzietiercksteradeel F.

Tempore, quo Frisiis stabat feralis Enyo,
Emicuit virtus noblis Epo Hemstra tua.
Officiis, vixilliferique, vicari &, deinde tribuni,
Militiaeve ducis, famigeratus eras.
Proque focis patriis, proque aris vindice marte,
Certabas Magna dexteritate pugil.
Judicio Hemstraei paret Tzietierxeradela,
Feijonis, cujus filius ipsus eras.

Mille ierant anni & sexcenti, quis trieteris.
Additur, octobris luxque secunda fuit,
Cum pia conjugio conjungitur ebela ab Hemstra
Quae patruo Hemstaeo nata Tacone fuit
Millenus Denus sextus centesimus annus,
Fluxit & undenus, luxque decembris erat.
Vicena & quarta: hanc Christi cunabula signant.
Annis trigante sex tibi vita stetit.
Aedibus in patris Lachesis cum stamina rupit,
Et jussit gelidae mortis adire domos.
Exieratque annus millesimus & duodenus,
Supra sexcentos, horaq noctis erat.

Jam decima octava luce incedebat & ipse,
Martius, atque suum conficiebat iter.
Mortuus huic tumbae quando est illatus, & hocce
Sub saxo uxoris prolis & ossa tenet.
Judiciiq die cum prole & conjuge inoptat
Surgere humo vitae compos & esse polo



De volledige vertaling is nog niet beschikbaar, maar in het lijvige boek van Reinder Politiek "De Laurentiuskerk van Kimswerd, een pronkstuk" staat het volgende:

p.202:
"De grote vraag blijft: waar is Epo van Heemstra gebleven. In zijn Epicedium, zijn levensverhaal, dat op een bord rechts van de familiebank hangt , staat duidelijk geschreven, dat hij op 18 maart 1612 in het familiegraf naast zijn vrouw en kind in de grafkelder is ingelaten. Vreemd is wel dat hij al op 24 december 1611 stierf. Wat is er in werkelijkheid met hem in de tussentijd gebeurd? Zij zijn bijna drie maanden met hem onderweg geweest. In die tijd een grote opgaaf! Evenwel, vermeldt Ida [van Tiara (RM)] in haar testament, dat zij na haar dood naast haar moeder en grootmoeder wil liggen! Dus toen was Epo al niet meer in de grafkelder aanwezig. Zijn grafkist is hier wel gekomen, maar is het wel zeker dat zijn lichaam daarin lag? Dat zal voor ons altijd wel een mysterie blijven."


Politiek beschikt dus over de vertaling en vermeld dat Epo zo'n drie maanden later werd bijgezet. Onmogelijk is dit niet, omdat het verhaal gaat dat Epo overleden in de strijd is overleden. Wellicht bevond hij zich destijds ver weg van Kimswerd, waardoor het terugbrengen van lichamen veel tijd en moeite in beslag nam. Zo zat er tussen overlijden en bijzetting van de Friese stadhouder een half jaar!
En dat Ida van Tiara in haar testament vermeld dat ze bij haar moeder en grootmoeder wil liggen, zegt m.i. nog niet dat Epe daar toen al niet meer aanwezig was. Feit is wel dat zijn restanten er inderdaad nu niet meer liggen.



Familieleden in het leger
  • Ebel haar oom Ulbe van Heemstra (ong. 1550->1588) was officier en werd gevangen genomen bij de Slag bij Boksum in 1586.
  • Epe zijn neef Johannes van Heemstra (>1581->1625) was kapitein
  • Epe zijn neef Feye van Heemstra (1606-1636) was luitenant
  • De zoon van bovengenoemde Feye, Feye Feyes van Heemstra (1630-1690), was kapitein en kolonel.
    Hij huwde Tjits van Aysma, dochter van kolonel Schelte van Aysma.
  • De schoonzoon van Epe en Ebel, Johannes van Tiara (ong. 1600-1636) was vaandrig.
Vaandel
niet bekend

Compagnie nr. ?
* Epe van Heemstra (*1575 -
U1611)
* Kapitein van 1601-1611

* Voorganger: ?
* Opvolger: ?
* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Kimswerd
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

zondag 5 mei 2019

Friese kapiteins (13) - Wigle van Hania


Friese kapiteins (13) : Wigle van Hania

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
Omstreeks 1570 werd Wigle van Hania geboren, waarschijnlijk op het stamslot Hania State te Weidum.
Daar woonden zijn ouders Dye van Hania en Sjucke van Hettinga. Het beroep van zijn vader is niet bekend, maar wel was hij kerkvoogd in 1567 aldaar.
Er was overigens ook een Hania State in Holwerd, maar er is geen familierelatie tussen deze twee Hania geslachten bekend.
Tot slot kan nog gezegd worden dat, volgens hun genealogie, reeds in 1199 een Wigle Hania de kerk te Weidum liet bouwen, met behulp van conversen van het klooster Ludingakerk.
Vermoedelijk studeerde hij in 1587 aan de universiteit van het Duitse Herborn. Daar is dat jaar namelijk een Viglius Hania uit Weidum ingeschreven, maar dit zou ook zijn neef met dezelfde naam kunnen zijn.
'Onze' Wigle zal omstreeks 1600 gehuwd zijn met Aaltje van Scheltema, afkomstig van Bornwird.
Aaltje overleed al op 30 mei 1608 op jonge leeftijd.
Uit hun huwelijk zijn drie kinderen geboren, waarvan alleen zoon Tiete van Hania huwde.
Pas op 23 oktober 1619 huwde Wigle opnieuw, nu met Gesina Polman. Zij kwam uit een militaire familie, want drie broers van haar zaten ook in het leger.
Uit dit 2e huwelijk is dochter Sjucke van Hania geboren die in 1649 met kapitein en kolonel Feye van Burmania huwde.

Grafzerk
Op 28 november 1630 overleed Wigle en werd hij eervol in de kerk van Weidum begraven.
Zijn mooie grafsteen is hier nog steeds aanwezig en zijn broer Tiete, eveneens hopman in het Staatse leger, ligt naast hem begraven.
In opdracht van het Fries Genootschap maakte de kunstschilder Albert Martin in de 19e eeuw tekeningen van o.a. deze grafzerken.
Wigle staat ten voeten uit afgebeeld op de zerk in militaire outfit, bijna exact gelijk als de zerk voor zijn broer.
Opvallend is dat het jaartal en datum niet zijn uitgebeiteld op de zerk toen Wigle kwam te overlijden.
De volledige tekst erop is als volgt:

Ao 16.. de .. sterf de eed en manhafte hopman Viglus Hannya
Ao 1608 de 30 may sterf d eed en duchtz iuffrou Aelke va Scheltema

Beide stenen zijn gemaakt door Pieter Claes (Antiek) die, afkomstig van Franeker, in Leeuwarden zijn werkplaats had.
Pieter Claes heeft in Schettens maar liefst vier grafzerken gemaakt, waarvan drie voor de familie Van Osinga.


Grafzerk van Wigle van Hania in de kerk te Weidum
(foto: Hans Zijlstra)



tekening van de grafzerk van kapitein Wigle van Hania
(foto: www.walmar.nl)

Militaire carrière
Het is niet bekend wanneer hij benoemd werd als kapitein, maar er is al een vaandel van hem bekend uit circa 1601.
Het volgende jaar, 1602, is hij present bij het Beleg van Oostende, de Belgische kustplaats die door de Spanjaarden drie jaar lang werd belegerd.
Samen met de Friese kapiteins Frederik van Grovestins, Hans Adam Kijff en de nog niet geïdentificeerde Heckman was hij vanaf april 1602 aldaar aanwezig



uit: Philippe Fleming - Oostende vermaerde, gheweldighe, lanckduyrighe, ende bloedighe belegheringhe, bestorminghe ende stoute aenvallen - 1621

In 1620 komen we Wigle tegen, als hij als kapitein meeloopt in de lijkstatie van de overleden stadhouder Willem Lodewijk van Nassau (Us Heit). 
In 1621 is hij Commandeur van de Bellingwolderschans te Bellingwolde.
In 1623 staat hij nog steeds vermeld als kapitein, omdat hij dat jaar de 'taux', een soort belasting, moest betalen.
Op 5 april 1628 werd hij opgevolgd door Bonefaes van Scheltema, zijn zwager, die daarvoor 10 jaar lang zijn luitenant was geweest.

Familiewapen
 Het Hania familiewapen volgens het Stamboek van den Frieschen Adel.

Het is een zogenaamd sprekend wapen met de hand, in het Fries 'han'.
Ernaast staan twee lelies afgebeeld en als helmteken heeft het wapen hetzelfde symbool.

Familieleden in het leger
  • Zijn broer Tiete van Hania (ong. 1560-1605) was kapitein
  • Zijn broer Gale van Hania (ong. 1560-1618?) was kapitein
  • De zus van Aaltje, Ursel van Scheltema, huwde Werp van Tjessens (ong. 1560-<1626) die vaandrig was.
  • De broer van Aaltje, Schelte van Scheltema (ong. 1570->1631) was kapitein
  • De broer van Aaltje, Bonifacius van Scheltema (ong. 1580-1633) was kapitein
  • De broer van Gesina Polman, Anton Polman (1574-1662), was kapitein
  • De broer van Gesina Polman, Johan Polman (1579-1653), was kapitein
  • De broer van Gesina Polman, Rudolf Polman, was overste-luitenant.
Vaandel

Vaandel in gebruik bij zijn compagnie, ca. 1598-1603 en ca. 1621-1628
 
Compagnie nr.
* Wigle van Hania (*ong.1570-
U1630)
* Kapitein van ?-1628

* Voorganger: ?
* Opvolger: zijn zwager Bonefaes van Scheltema
* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Weidum?


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:


maandag 18 maart 2019

Friese kapiteins (6) : Abbe van Bootsma


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (6) : Abbe van Bootsma

Achtergrond
Abbe zal omstreeks het jaar 1600 zijn geboren, wellicht op de State Twixel te Roordahuizum in de toenmalige gemeente Idaarderadeel.
Zijn ouders waren Hessel Abbes van Bootsma en Tinthtje Baertesdr. van Idsaerda. Deze Hessel was grietman van Idaarderadeel van 1586-1601 en woonde toen op bovengenoemde state, waarvan helaas geen afbeelding bekend is. Van zijn moeder is wel een schilderij bekend uit 1598, als zij 36 jaar oud is. 
Portret van Tinthje van Idsaerda (onbekend, 1598)

In 1624 huwde Abbe met Hylck van Herbranda, dochter van de hopman en grietman van Achtkarspelen Feycke van Herbranda en Wypck van Hettinga.
Zijn naam staat nog steeds op de kerkklok van Roordahuizum, met de tekst:
A[bb]e van Bootsma hopman der Vrieschen Nassauschen regiments
In 1640 was Abbe zelf eigenaar van State Twixel, dus zal hij deze geërfd hebben.
Op 3 september 1649 is hij overleden en werd hij waarschijnlijk begraven in de kerk van Roordahuizum. Dit weten we dankzij een gedrukt 'lyck-clachte', gedrukt in 1649 door de bekende Leeuwarder uitgever Claude Fonteyne. Het is geschreven Johannes Kleyenburgh/Cleienburg, predikant aldaar van 1647-1654.
Rouwdicht Abbe van Bootsma, 1649

Militaire carrière
Dat Abbe van Bootsma voor een militaire carrière koos zal te maken hebben gehad met het feit dat zijn broer Johan waarschijnlijk het grietmanschap van zijn vader zou overnemen. Het was bij adellijke zonen meestal het één of de ander: bestuurder (grietman) of officier. Zijn broer moest hiervoor studeren en komen we dan in 1618 ook tegen als student aan de Universiteit van Marburg.
Echter ook Abbe kreeg de kans voor een universitaire opleiding, want in 1613 studeert hij in Franeker en in 1614 te Marburg. In het Fries Museum wordt nog een Album Amicorum van hem (vermeld als Abel van Bootsma) uit ongeveer dezelfde periode (1614-1616). De meeste officieren kregen niet de kans om te studeren, vooral omdat het een dure aangelegenheid was. Maar een flink aantal officieren zocht na hun militaire carrière, nog een bestuurlijke baan waarbij een universitaire opleiding wel een pré was.
Album Amicorum Abbe van Bootsma, 1614-1616

Net als de meeste officieren zal hij eerst vaandrig en luitenant zijn geworden in één van de Friese regimenten.
Op 14 maart 1622 krijgt hij eindelijk zijn eigen compagnie als hij door de Friese Staten als kapitein wordt benoemd.
Hij volgt dan kapitein Arent Arents op, van wie we nog helaas nog weinig weten.
Op 5 maart 1631 wordt hijzelf weer opgevolgd als kapitein door Hessel Meckema van Aylva. Vaak is dan de reden dat ze zijn overleden  of te oud zijn geworden. In het geval van Abbe was de oorzaak dat hij een nieuwe carrière voor ogen had. In 1638 is hij namelijk volmacht namens Idaarderadeel naar de landdag. Verder was hij monstercommissaris en kerkvoogd van Roordahuizum. In 1639 komen we hem inderdaad niet meer tegen bij 'taux', dat was een speciale belasting voor o.a. kapiteins.

In januari 1633 loopt hij echter nog wel mee als kapitein in de vaker genoemde lijkstatie (rouwstoet) van de Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau te Leeuwarden. Hij staat daarbij vlakbij Schelte van Aysma afgebeeld en draagt de handschoenen van de overleden stadhouder. Hij heeft de afkorting Jr. van Jonkheer voor zijn naam, omdat Bootsma een Fries adellijk geslacht is. Dit is dan ook de enige afbeelding die we van hem hebben.
Abbe van Bootsma in de lijkstatie, 1633

Inval Spanjaarden in 1622
In zijn 1e jaar als kapitein, komen we hem al tegen als in september 1622 Spaanse troepen Friesland binnenvallen omdat de Friese compagnies voornamelijk elders in het land aanwezig waren. Zo'n 800 Spaanse soldaten met 70 ruiters trokken waarschijnlijk vanuit Twente naar Oudeschoot (bij Heerenveen) waar een kleine vesting met een redoute, haastig werd versterkt door de Staatse troepen. Het ging hier om de Friese compagnies van drie kapiteins: Juw van Eysinga, Frans van Donia en Abbe van Bootsma.
Het lukte deze drie kapiteins de Spaansen tot driemaal toe terug te slaan en daarmee werd Friesland feitelijk 'gered'. In de tussentijd konden de kolonels Smelsinck en Randwyck soldaten uit Zwolle, Deventer en Zutphen verzamelen om naar Oudeschoot te trekken. Toen de Spaansen dit vernamen trokken zij meteen weg, maar werden bij Ommen tegengehouden en voor een groot deel gevangen genomen.
Helaas heb ik van deze voormalige schans geen afbeelding kunnen vinden. Overigens is deze schans op de plaats van een voormalig klooster van de Duitse Orde gebouwd, welke in 1580 als gevolg van de Reformatie werd opgeheven.
Tot slot is de naam van het ziekenhuis te Heerenveen, de Tjongerschans, nog afgeleid van deze schans bij het riviertje de Tjonger.
Familiewapen
In de collectie van het Fries Museum bevindt zich een prachtige drinkhoorn uit wellicht de 15e eeuw, maar die in 1561 een nieuw zilveren beslag kreeg.
Abbe van Bootsma zijn gelijknamige grootvader was één van de drie edelen die waarschijnlijk meebetaalden aan deze 'restauratie' en daardoor hun naam en wapen lieten vereeuwigen in het randschrift. In het genealogische boek 'Stamboek van den Frieschen adel' staat behalve de genealogie ook hetzelfde familiewapen in kleur afgebeeld.
  
Nagetekend detail met naam en familie van Bootsma op de drinkhoorn

Drinhoorn van Roordahuizum
Familiewapen Van Bootsma (Stamboek)

Familieleden in het leger
  • Hessel van Bootsma (1618-1674), zoon van broer en grietman Johan van Bootsma en Rints van Aylva, werd majoor in het leger.
  • Schoonvader Feycke van Herbranda (?-1619) was behalve grietman van Achtkarspelen, ook hopman (kapitein)
  • Dochter Wypck van Bootsma huwde in 1646 luitenant Dirck Hobbes van Baerdt.
Compagnie nr. 29
* Abbe van Bootsma (*ong. 1600-1649)

* Kapitein van 1622-1631

* Voorganger: Arent Arents
* Opvolger: Hessel Meckema van Aylva
* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Roordahuizum (Fries: Reduzum)




Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:

vrijdag 4 januari 2019

Sassinga State te Hennaard

In het kleine dorpje Hennaard in de gemeente Littenseradeel stond voorheen de Sassinga State.
De meest bekende site over States en Stinsen in Friesland, heeft er ook een pagina aan besteed , zie http://www.stinseninfriesland.nl/SassingaState.htm

Deze site van Kees Braaksma is meestal een goed begin voor een verdere speurtocht. Echter bij Sassinga State is de informatie nogal beperkt. Tijd voor een kleine update via deze blog.

In 1476 overleed op Sassinga State Hans Ottes Sassinga.
Hierna komen we zijn zoon Hans van Sassinga tegen, die omstreeks 1500 op Sassinga State zal hebben gewoond, gezien zijn achternaam. De bekende (maar niet altijd even betrouwbare) site van Jellema (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-jellema/I34851.php) geeft meer kinderen aan, maar waarschijnlijk had alleen zijn dochter Doutzen Sassinga nakomelingen. Via haar zal Sassinga State dan zijn vererfd in de familie.
Deze Doutzen was gehuwd met Ruurt van Roorda en van hun is bekend dat zij in Hennaard woonden.  Ruurt staat in 1574 met zijn naam vermeld op de 'Stiennen Man' te Harlingen.

Zij hadden een zoon Hans van Roorda, die vernoemd werd naar zijn grootvader Hans Sassinga.
Hij woonde op Sassinga State te Hennaard en ook hij wordt genoemd op bovengenoemde 'Stiennen Man' te Harlingen. Hij was in 1563 gehuwd met Rixt van Gerbranda.

Uit dit huwelijk kwam een zoon, Ruurt van Roorda, geboren omstreeks 1575. Hij huwde zijn nicht Deytsen Binnerts Heringa van Camstra in 1599. Zijn vrouw was vernoemd naar hun beider oma, Doutzen Sassinga. Het is niet bekend waar zij woonden, maar wellicht dus op Sassinga State.

Zij hadden twee zonen die beiden in het Staatse leger dienden. De jongste zoon Jan van Roorda (ook: Johan) was kapitein in het Friese Nassause Regiment. Verder was hij van 1663-1665 Commandeur van de Langackerschans. Zijn woonplaats is niet bekend, maar wellicht was dit Sassinga State.
Hun andere zoon was Binnert van Roorda (ong. 1600-1667), die in 1645 luitenant in de compagnie van kapitein Ernst van Aylva was. Hij woonde te Dronrijp met zijn vrouw Bauck van Glins.

NB: Deze Bauck had overigens maar liefst vier broers die als officier in het Friese leger dienden, maar dramatisch genoeg allemaal binnen 9 jaar overleden. De jongste, George Glins, overleed in 1665 in de Langackerschans, dus was hij daar tegelijk als bovengenoemde familielid Jan van Roorda.

Binnert en Bauck kregen in 1645 een dochter die weer Deytzen heette. In 1677 huwde zij voor de 2e keer met Sjuck Aebinga van Humalda, afkomstig van Humalda State te Ee waar ze tijdens hun huwelijk dus woonden. In 1702 overleed ze echter als weduwe te Hennaard, dus dat zal dan waarschijnlijk op Sassinga State zijn geweest.

Uit haar huwelijk met Sjuck werd in 1678 te Ee Frans Binnert Aebinga Glins van Humalda geboren. Hij trouwde in 1699 in de kerk te Hennaard (!) met Clara Feyone van Grovestins, dochter van de grietman van Hennaarderadeel. Hij was de eigenaar van Sassinga State, terwijl hij ook nog Hobbema State te Dronrijp van zijn moeder erfde. Hier zal het stel hebben gewoond omdat hun kinderen in Dronrijp werden geboren.

In het overlijdensjaar van Clara, dus 1723, maakte de bekende tekenaar Jacobus Stellingwerf een tekening van Sassinga State. Alhoewel Jacobus 'vergat' de naam van de state te vermelden, noteerde hij wel dat de state in Hennaard stond en eigendom was van 'heer Glins van Humalda'.  Iemand heeft later de naam Sassinga met potlood op de originele tekening gezet, die in het prentenkabinet van het Fries Museum aanwezig is.
(NB: opvallend genoeg is deze tekening op internet verder niet te vinden!).

Sassinga State te Hennaard in 1723


Verder noteerde de kunstenaar nog de bewoner van de State, namelijk een Juffr. Ockinga.
De 'titel' juffrouw of juffer, betekende dat ze ongehuwd was. Feitelijk komt hier dan maar één persoon voor in aanmerking namelijk Sophia Amelia van Ockinga (1651-1730). Zij was de laatste van het geslacht Ockinga en ze bleef ongehuwd. In 1730 werd ze bijgezet in het familiegraf in de kerk te Burgwerd. Ze kwam uit een echt militair gezin, want haar drie broers waren officier en haar zus huwde een luitenant.

De vraag hoe zij nu op een state kwam te wonen in Hennaard is te verklaren. Sophia was namelijk een achternicht van eigenaar Frans Aebinga van Humalda doordat hun beider opa's broers waren.
De familiestate in Hennaard bleef op die manier bewoond door familie, iets wat wel vaker voorkwam.

In 1709 werd Binnert Philip Aebinga van Humalda te Dronrijp geboren, als zoon van Frans en Clara.
Binnert, die in 1766 de topfunctie generaal-majoor in het leger kreeg, huwde in 1752 met Catharina Johanna van Sminia. Zij woonden in 1756 in Leeuwarden omdat in dat jaar aldaar hun dochter Clara Tjallinga werd geboren. Waarschijnlijk was ook Binnert eigenaar van Sassinga State, zonder er te wonen.

Hun dochter Clara huwde in 1776 met Frans Julius Johan van Eysinga. Zij trouwden te Langweer en in dat dorp woonden ze in 1780 nog op Osinga State. Omstreeks 1619 was deze state gebouwd door oud-Schettenser Sijds van Osinga, die toen grietman van Doniawerstal was geworden.
Osinga State was later echter in het bezit van de familie Vegelin van Claerbergen gekomen. Frans erfde in 1773 dan ook de state van zijn grootvader grietman Johan Vegelin van Claerbergen toen die overleed. In 1800 staat Frans ook te boek als eigenaar van Sassinga State, maar ze zullen de state dus verhuurd hebben.

Hierna stopt het spoor op dit moment, maar de state was tegen die tijd al veranderd in een boerderij.
Dit was helaas het lot van heel veel oude Friese states.
De site van Braaksma vermeld nog dat in 1914 de boerderij afbrandde en dat toen ook het oude poortgebouw is afgebroken. Op de tekening van Stellingwerf is deze gelukkig nog afgebeeld.


States en kastelen in Friesland en daarbuiten


  1. Sassinga State te Hennaard

Zoeken in deze blog