Posts tonen met het label kapitein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kapitein. Alle posts tonen

dinsdag 14 juli 2020

Friese kapiteins (61) : Taecke Lieuwes

Friese kapiteins (61) : Taecke Lieuwes


In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.

 


Achtergrond
Van de afkomst van Taeke Lieuwes weten we helaas nog bijna niets, alleen dat hij ongeveer ong. in 1570/1580 geboren moet zijn.
Zijn vader heette dus Lieuwe, maar daarmee is het wel gezegd.

Omstreeks 1600 huwde hij met Geertje Jans Wederspan, die gezien de zeldzame achternaam een zus van de kapiteins Tjaard en Jan Jans Wederspan moet zijn.
Daarmee huwde Taeke dus wel 'op stand' en we komen hem later ook wel met de latijnse voornaam Taco tegen.

Uit hun huwelijk zijn (nog) geen kinderen bekend en Taecke en zijn vrouw zullen ergens na 1644 zijn overleden. (1)

Dantumawoude
Op 13 november 1607 kopen Taeke en zijn vrouw Geertje het huis Doniahuize te Dantumawoude, waar zijn vermoedelijk lange tijd hebben gewoond.
Op 23 oktober 1627 werd Taeke burger van Dokkum, dus zal hij toen verhuisd zijn naar deze stad.
Echter, het lijkt erop dat hij twee woningen had. Een 'winterwoning' in de stad Dokkum en 's zomers vertoefde hij dan te Dantumawoude.
In 1631 verkoopt hij Doniahuize aan zijn collega-hopman Bonefacius van Scheltema.

Vanaf 1631 bewonen Taecke en Geertje de Aesgema State te Dantumawoude (ook wel: Plantenhove' genoemd), waar zij in 1640 nog steeds wonen.
In 1906 liet notaris Willem Hellema nieuwe villa bouwen, genaamd Lina's Hoeve, naar zijn dochter vernoemd.
Nadat het nog na zijn vertrek omstreeks 1920 een bejaardentehuis was, is het momenteel onderdeel van de Thomashuizen  (2)

Oude foto van de 'plantenhove', gebouwd in 1765 op de plek van de voormalige Aesgema State.
 (foto: http://www.stinseninfriesland.nl/AesgamaState.htm)



Foto van Lina's Hoeve te Dantumawoude.
 (foto via Pieter van der Bij)



Militaire carrière
Op 6 juli 1603 werd Taeke tot kapitein benoemd van een eigen compagnie.
Per diezelfde datum werd Douwe van Harinxma zijn vaandrig en een Van Brunswijck zijn luitenant.
Taeke was hiervoor luitenant onder kapitein Frederik van Grovestins, die hij dus opvolgde.
Kapitein Grovestins was reeds in 1601 aanwezig bij het beruchte Beleg van Oostende, waar hij in juni 1603 om het leven kwam.
Zijn been werd bij een uitval 'afgeschoten', waardoor hij later aan de verwondingen overleed.
De kans is nu groot dat Taecke Lieuwes als luitenant dus ook aanwezig was bij deze langdurige belegering.

Op 13-5-1607 werd Hotze (Siercks) van Aysma benoemd tot luitenant in zijn compagnie.
In februari en maart 1623 zitten de soldaten uit de compagnie van Taco Lieuwes in de kerk te Diever en de Friese stadhouder maakt zich zorgen over hun proviandering. (3)
Op 28 september 1627 volgt Lubbertus Lycklama hem op als kapitein.


Bestuurlijke carriere
In 1635 blijkt Taco Lieuwes ontvanger te zijn van de grietenij Dantumadeel.
Op 20 juli 1635 verleende hij samen Grytman Dr. Sjoerd Saeckma, als lid van de Staten van Fryslân en uit naam van het gewest Oostergo aan de stad Dokkum en later ook aan andere Fryske Steden het octrooi van eigen vrije raadverkiezingen. (4)
Van 1633-1637 is Taecke volmacht naar de zogenaamde Landdag van de Friese Staten namens Dantumadeel, meestal samen met de grietman Sjoerd (of: Suffridus) Saeckma.

Zijn functie van ontvanger verliep niet geheel vlekkeloos.
In juli 1635 komen er twee personen de schoorsteengelden innen in de gemeente Dantumadeel.
In het dorp Rinsumageest kwamen ze Taco Lieuwes tegen, die meldde dat:
'ze niet meer dan 1 gulden behoefden te betalen; dat 2 volmachten van Leeuwarden, Jentse Reins en Jentse Gosses, seyden ook met 1 gulden te hebben betaald 'ende soo sy in heur dorp quamen dat sy se doot souden smyten als honden, al waren sy eens soo sterck'.

Familiewapen
Onbekend.

Familieleden in het leger

  • Zijn zwager Tjaard Jansen Wederspan (1555-1594) was kapitein
  • Zijn zwager Jan Jansen Wederspan (ong. 1560->1632) was kapitein

Vaandel

Vaandel van kapitein Taecke Lieuwes 1603-1621



 

Compagnie nr. 11
* Lieuwe Taeckes (geb. <1580-
U>1644)
* Kapitein van 1603-1627

* Voorganger:  Frederick van Grovestins
* Opvolger: Lubbertus Lycklama

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Dantumawoude

 

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
http://www.stinseninfriesland.nl/AesgamaState.htm
https://hvnf.nl/index/dokkumburgerboek.htm
https://hvnf.nl/index/FriezenRvS.htm
https://www.wilthof.nl/index.php?id=261
http://www.mpaginae.nl/Staten/volm1632tm1700O.jpg
http://buwalda.blogspot.com/2019/02/friese-kapiteins-3-bonefacius-scheltema.html
 

Noten
(1) -  In 1644 heeft hij volgens de Dokkumer proclamatieboeken nog een woning aldaar.
(2)
- Vriendelijke mededeling en foto van Pieter van der Bij.
(3) - Zie brief van de stadhouder Ernst Casimir in het Stadhouderlijk archief (www.archieven.nl)
(4) - Vriendelijke mededeling van Jouke Dantuma



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 

Friese Nassause Regiment

Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena
  54. Tjaard Tjebbes Hobbema
  55. Jan Gerckes Hoptilla
  56. Michiel Hagen
  57. Simon Jongestall
  58. Leendert Huijghis
  59. Rencke van Lycklama
  60. Tjerck van Solckema
  61. Taecke Lieuwes

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
  2. Hoyte van Goslinga
Groninger Nassause Regiment
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein


donderdag 11 juni 2020

Friese kapiteins (59) : Rencke van Lycklama

Friese kapiteins (59) : Rencke van Lycklama


In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.

 


Achtergrond
De familie Lycklama is een rijke familie uit de Stellingwerven.
Zo was stamvader Lijckle Ebles Saksisch grietman van Stellingwerf van 1510-1514 en woonde hij op de state Friesburg in Nijeholtpade.
De familie Lycklama behoort niet tot de oude Friese adel, maar tot de zogenaamde eigenerfde families.

De oudste generaties van deze familie zijn lange tijd nogal onduidelijk geweest, maar in 2017 verscheen eindelijk een goed overzicht in het tijdschrift de Nederlansche Leeuw.
Hierin kon ook bewezen worden dat de verschillende takken allemaal dezelfde stamvader hebben.
In 1817 werd een tak zelf in de adelstand verheven, die echter exact een eeuw later weer uitstierf.
Van de vijf bekende takken zijn er uit twee nakomelingen (tak D en E genoemd in het artikel).

Dan is er nog één tak over, die van Rinco van Lycklama.
Rencke werd omstreeks 1593 geboren als zoon van Cornelis Jelles en Anscke Renckesdr.
Zijn vader was een rijke vervener te Slijkenburg en was eveneens volmacht ten Landdage en (substituut) grietman van Weststellingwerf.

Omstreeks 1612 trouwde Rencke, ook wel op zijn latijns Rinco genoemd, met Doetke van Wyckel.
Zij was een dochter van Hans van Wyckel en Jeypcke Jacobsdr., die te Oudeschoot woonden.
Doetke werd omstreeks 1592 geboren en overleed op 5 november 1654.

Uit hun huwelijk kwamen vier kinderen voort: Ansck, Hans, Cornelis en Jeepke.
Alle vier werden keurig vernoemd naar de wederzijdse ouders.

Op 20 april 1639 overleed Rencke, waarna hij werd bijgezet in de kerk te Wolvega bij zijn vrouw.


Militaire carrière
Op 12-9-1622 was hij al kapitein, want toen kreeg Jacob van Ruffelaer de leiding over zijn compagnie als net benoemde kapitein.
Hiervoor zal Rencke dus al benoemd zijn tot een lagere officiersfunctie, waarschijnlijk als vaandrig en luitenant.

Vermoedelijk kreeg Rencke op bovengenoemde datum de leiding over een andere compagnie, want op 17-3-1626 werd hij daar opgevolgd door kapitein Poppe Bockes van Burmania.
Deze einddatum komt precies overeen met de benoeming als grietman.

Bestuurlijke carrière
Op 17 maart 1626 werd Rencke benoemd als grietman over Weststellingwerf, een functie die hij tot zijn overlijden bleef uitoefenen.
Hij volgde in 1626 Marcus Lycklama a Nijeholt op, een achterneef van Rencke.
Ook zijn vader Cornelis Jelles was eerder al grietman van Weststellingwerf van 1593-1600.
Van 1632-1637 was Rencke dankzij die functie volmacht ten Landdage.
Na het overlijden van Rencke werd Agge van Lycklama a Nijeholt de volgende grietman en ook deze Agge was een verre neef van Rencke.
 

Lycklama State
Rinco liet de Lycklama state te Wolvega bouwen, mogelijk omstreeks 1626 toen hij grietman van Weststellingwerf werd.
Het gebouw ziet er voor die periode nogal robuust uit, vandaar de naam 'stins'.
Na hem bewoonde ook zijn opvolger als grietman, Agge Lycklama, de state.
Verder is er amper wat over deze state bekend.
In 1736, dus nauwelijks 100 jaar na de bouw, werd de state op afbraak verkocht.


Lyklama stins te Wolvega in Stellingwesteinde
Tekening door J. Stellingwerf, 1723



Portretten
Er zijn portretten bekend van zowel Rinco als zijn vrouw Doetke van Wyckel.
Ze zijn geschilderd in 1635/1636 door een Mensma, mogelijk familie van Harmen Monsma.
Deze laatste was schilder te Leeuwarden omstreeks 1660.



Portret van Rinco van Lycklama
Geschilderd in 1636 door Mensma
(foto: Hans Zijlstra)

  

 Portret van Doetke van Wyckel (ong. 1592-1654)
Geschilderd in 1635 door Mensma.


Familiewapen

Het wapen van deze tak Lycklama is geheel anders dan het veel bekendere Lycklama a Nijeholt wapen
Dit komt doordat Rencke via zijn tante verwant aan de Lycklama's was.

Beschrijving:
Gevierendeeld: I. in blauw een gouden klaverblad, II. in zilver drie gouden eikels met groene dop en steel aan een dwarsgeplaatst  groen takje, twee naar boven en een naar beneden. III. in zilver drie rode rozen; IV. in rood een gouden korenschoof. Dekkleden rood, binnenzijde zilver. Helmteken: een uitkomende zilveren zwanenkop en hals met rode snavel.

Wapen Rinco van Lycklama, detail van zijn portret uit 1636


Grafsteen
In de Hervormde kerk van Wolvega ligt, vermoedelijk nog onder de vloer, de zerk van Rencke van Lycklama en zijn vrouw Dorothea van Wyckel.

20 apr 1639 Rincko van Lycklama grietman van Weststellingwerd ... der ver. Nederlanden
5 nov. 1654 zijn weduwe Dorothea van Wyckel


Klok

Op de klok van de kerk te Scherpenzeel staat zijn naam vermeld, omdat hij toen grietman van Weststellingwerf was.

Int jaer MDC XXXVIII heeft mij Jacob Noteman in Leeuwarden gegoten. Fusa Ao 1638 pastore Oberto F. Miederhuys in Scherpenzeel cum annexis
Jan Jansen, Sijbrand Cornelis, Bowe Symens, Hermen Tijmens, Rencke van Lycklama gryetman van Stellingwerf westende


Familieleden in het leger

  • zijn zoon Hans van Lycklama (1615-1659) was van 1629-1631 vaandrig onder kapitein Hotze van Aysma.
  • zijn kleinzoon Rintje Lycklama (ong. 1653-1691) was vaandrig, kapitein, majoor en luitenant-kolonel

Vaandel
niet bekend.


 

Compagnie nr. 58
* Rencke van Lycklama (geb. ong. 1593-
U1639)
* Kapitein van ?-1626

* Voorganger:  ?
* Opvolger: 1. Jacob van Ruffelaer 2. Poppe Bockes van Burmania

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Wolvega

 

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
http://www.stinseninfriesland.nl/LycklamastinsWolvega.htm
http://www.walmar.nl/inscripties.asp
https://www.slideshare.net/sneuperdokkum/lycklama-a-nijeholt-in-nederlandsche-leeuw-2017
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_grietmannen_van_Weststellingwerf

Noten

nvt

 



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.



Friese Nassause Regiment

Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena
  54. Tjaard Tjebbes Hobbema
  55. Jan Gerckes Hoptilla
  56. Michiel Hagen
  57. Simon Jongestall
  58. Leendert Huijghis
  59. Rencke van Lycklama

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein


donderdag 30 april 2020

Friese kapiteins (55) : Jan Gerckes Hoptilla


Friese kapiteins (55) : Jan Gerckes Hoptilla

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Hoptilla is een Friese familie, waarvan we eigenlijk heel weinig weten.
Waarschijnlijk gaat het hier om een zogenaamde 'eigenerfde' familie, wel belangrijk, maar niet van adel.
Het bekende, maar niet altijd betrouwbare, Stamboek van den Frieschen Adel, besteed echter nog wel een hoofdstuk aan deze in hun ogen adellijke familie.
Waarschijnlijk komt deze familienaam van het nog bestaande buurtschap Hoptille, ten noordwesten van Hijlaard.
Daar, tussen Huins en Hijlaard, lag een gelijknamige brug over de Bolswardervaart.
Een tille is namelijk een hoge brug en aldaar is ook een Hoptilla Sate bekend.

Jan van Hoptilla werd omstreeks 1580 geboren als zoon van Gercke Wybes Hoptilla en Grietje Jans Hagedoorn.
Zijn vader Gercke was fabrieksmeester te Leeuwarden.
Verder was er overigens ook een Gercke Wijbes uit Workum, die watergeus was.
Het kan hier echter ook om een toevallige naamgenoot gaan.

Omstreeks 1605 zal Jan getrouwd zijn met Botje Dircksdr. Siercksma.
Haar ouders heb ik nog niet kunnen vinden, maar ook zij stamt uit een bekende familie.
Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen, waarvan twee dochters, die op hun beurt weer met twee broers trouwden.
Boethia huwde Regnerus Neuhusius, die rector te Alkmaar zo worden.
Margaretha trouwde met Henricus Neuhusius, advocaat voor het Hof van Friesland.
Na het overlijden van Botje, hertrouwde Jan Hoptilla met Aeltje Verkerck, waarvan ik ook geen verdere gegevens heb.
Ook uit dit huwelijk zouden drie kinderen geboren zijn.
Op 18 januari 1634 kopen ze een een woning te Harlingen voor 3000 caroliguldens (cg), van de weduwe van mr. stadsmetselaar Jacob Lous (Forssenburg).
Dezelfde woning (nu Zuiderhave 54) verkopen ze in 1647 weer aan Schelto van Aitzema, secretaris van de admiraliteit.
Jan overleed dus in ieder geval NA 1647, maar een exacte datum en plaats hebben we helaas niet.

Militaire carrière
Op 15-1-1625 wordt hij benoemd tot luitenant in de compagnie van kapitein 'overste' Juw van Eysinga.Op 2 juli 1631 krijgt hij zijn benoeming als kapitein in het Friese Regiment, terwijl hij op 15 juli de eed aflegt. Het is vrijwel zeker dat hij daarbij Juw van Eysinga opvolgt als kapitein, aangezien die kort daarvoor (op 4-5-1631) was overleden.
In 1632 schrijft hij een brief aan de Friese stadhouder Ernst Casimir waarin hij opgave doet van de onder zijn bevel staande geappointeerden en van degenen die te oud zijn om te vechten.
Deze brief wordt nog bewaard in het Koninklijk Huisarchief van de Oranje's.

Op 8 augustus 1632 speelde Hoptilla een beslissende rol speelde bij het afslaan van een aanval van Spaanse troepen op een voorpost in Amby van het legerkamp van Prins Maurits in Limburg.
Hiervan is een ooggetuige verslag gemaakt, vermeld in een in 2013 gepub
liceerde kroniek van de Friese militair Poppo van Burmania.

'Een pistoelschoet van ons quartier stonde een kleine kerck met een kerckhoff, Amij genaemt, aen het trenchement daer twee compagnijen de wacht in hadden, te weeten een Vries capitein Jan Gerkes Hoptille, daer de drie rigementen Italianen die de avangarde hadden dapper op aanvielen, sodat sij handt tegen handt vochten en de de musquetten so ras niet konden laden, maer met de kolwen van de musquetten ende pijcken haer afslugen, tertijt dat sij securs kregen'.


Tekening van de aanval op Prins Maurits zijn leger in Maastricht door het leger van Pappenheim.
Rechtsboven is het dorp Amby (als Ammi) te zien en links daarvan de 'Walburgsche kerck' die belegerd werd.


Op 13 januari 1633 loopt hij mee in de reeds vaak besproken lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz.
Overigens liep ook zijn familielid dr. Joannes Hoptilla mee, die 'gemeensman' van Leeuwarden was.

Gedeelte van de lijkstatie van Ernst Casimir in 1633, waarin Jan Hoptilla meeliep als kapitein.

Eind mei 1633 komt hij aan in de stad Roermond met een aantal andere kapiteins.
Op 18 augustus van hetzelfde jaar vertrekt hij weer ,samen met vijf andere compagnies onder leiding van luitenant-kolonel Levin de Caluart.
Ze gaan dan op Venlo en sloten zich bij het 'princenleger' aan, die daar in de buurt was.

In november 1635 lag Jan met zijn compagnie in garnizoen te Coevorden, samen met kapitein Douwe van Andringa.
Hij kreeg toen 'patent' (=opdracht) van de Friese Gedeputeerden om naar Stavoren op te rukken, zonder acht te mogen slaan op de patenten
van de stadhouder. De commandanten van de vestiging Coevorden hielden op bevel van de stadhouder echter de poorten gesloten.

Zo schreef Joan Adolph van Renesse, commandant van Coevorden, aan stadhouder Hendrik Casimir dat:

'kapitein Jan Gerckes Hoptilla volgens patent van de Staten was vertrokken, maar onderweg een tegenbevel van de stadhouder had ontvangen waarop 'de goeden man daardoor perplex sijnde en niet wetende wat te doen'.
Renesse wilde namelijk de bevelen van de stadhouder opvolgen.
Er was toen namelijk een flink geschil tussen de Staten en de Stadhouder, welke laatstgenoemde ook zelfstandig opdrachten had gegeven.
Op 1 maart 1644 werd Hoptilla opgevolgd door de Litouwse edelman en kapitein Simon Karol Oginsky.

Schilderij
Er blijkt een schilderij van kapitein Hoptilla te zijn, waarvan we helaas nog niet een afbeelding hebben kunnen vinden.
In 1967 is deze in eigendom van de rijke Friese tandarts Meindert Repke van der Molen, die gehuwd was met de adellijke Ada Mathilda Rutgers van Rozenburg.
Het schilderij is onderdeel van een hele serie portretten van Friese kapiteins uit waarschijnlijk het Friese Nassause Regiment Infanterie.
Veel daarvan zijn gemaakt door het atelier van de bekende Friese schilder Wybrand de Geest, ongeveer tusssen 1630-1640.
Nader onderzoek zal hopelijk (ooit) nog een afbeelding opleveren.

Familiewapen
Volgens de beschrijving van CBG is dit zijn persoonlijke wapen.
Het is bijna gelijk aan het 'gewone Hoptilla' familiewapen, alleen heeft Jan linksonder drie zwarte struisveren extra.

Beschrijving:
Wapen:
 gevierendeeld: I de Friese adelaar, goud gesnaveld en gepoot; II in blauw een zilveren zwaan, rood gesnaveld en gepoot; III in zilver drie waaiersgewijs geplaatste zwarte struisveren; IV in rood drie gouden klaverbladeren.

Familiewapen Jan van Hoptilla
(bron: CBG familiewapens)


Familieleden in het leger

  • Zijn broer, Wybe Gerkes Hoptilla (ong. 1580-?) was luitenant
Vaandel
onbekend

Compagnie nr. 53
* Jan Hoptilla (geb.ong.1580-
U>1647)
* Kapitein van 1631-1644
* Voorganger: Juw van Eysinga
* Opvolger: Simon Karol Oginsky

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Harlingen

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoptille
http://images.tresoar.nl/wumkes/pdf/WinklerJ_FriescheNaamlijst.pdf
https://www.kleinekerkstraat.nl/frames.php?p=num2&str=ZUIDHAV&num=54
Gulden Vrijheid?: Politieke cultuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640 (door Hotso Spanninga)

Noten

nvt


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.


Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena
  54. Tjaard Tjebbes Hobbema
  55. Jan Gerckes Hoptilla

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

donderdag 26 maart 2020

Friese kapiteins (53) : Doecke van Martena


Friese kapiteins (53) : Doecke van Martena

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Martena is een oude en invloedrijke adellijke familie in Friesland.
Zo staat er een Hessel van Martena uit het begin van de 14e eeuw te boek als de 10e Potestaat van Friesland, al moet aan de bron hiervan weinig waarde worden toegedicht.
In mannelijke lijn stierf met het overlijden van 'onze' Doecke van Martena in 1605 deze familie uit.

Doecke van Martena werd in 1530 geboren als zoon van Tjebbe van Martena (1490-1530) en Bauck van Heringa.
Het is niet bekend waar ze woonden en wat Tjebbe zijn beroep was, want zijn broer Keimpe was grietman van Leeuwarderadeel en woonde toen op het stamhuis Martena State.
Tragisch genoeg overleed Tjebbe toen Doecke nog maar drie jaar oud was, waardoor zijn stiefvader Syds van Botnia (ong. 1525-1548) waarschijnlijk als voogd optrad.
De kans is groot dat Doecke een universiteit in het buitenland bezocht, want volgens de geschiedschrijver Carolus 'muntte hij uit in de beoefening der letteren'.
Zijn naam werd ook wel als Doco Martna geschreven, dus Martena zonder een e.

Omstreeks 1550 trouwde Duco met Swob van Botnia, dochter van grietman Tjalling van Botnia en Frouck van Hottinga.
Swob zal op jonge leeftijd zijn overleden, waarna Doecke omstreeks 1555 opnieuw trouwde met Catharina van Unema, dochter van Jancke van Unema en Teth van Wyboltsma uit Blije.
Uit beide huwelijken zijn in totaal zes kinderen bekend: Jan/Johan, Swob en Bauck, Tjebbe, Tieth en Tjebbe van Martena.
Jan trouwde met Maria van Sternsee, dochter van de bekende hoofdman en grietman Christoffel van Sternsee.
Swob trouwde in 1591 met David van Goorle, wiens zoon David (1591-1612) een bekende atomist werd.
Bauck van Martena trouwde in 1598 met kapitein Evert Entens en na zijn overlijden met kapitein Juw van Harinma.
In de kerk van Cornjum ligt nog een zerk onder de vloer, waar het in 1557 jong overleden zoontje Tjebbe ligt begraven.

Martena State
Hun stamhuis met de naam Martena State stond te Cornjum, welke tot de afbraak in 1899 in de familie bleef.
Op 28 december 1894 overleed de laatste bewoner van Martena State te Cornjum, jonkheer Duco Martena van Burmania Vegelin van Claerbergen. Hij liet de state na aan de kerk van Cornjum. In 1899 werd de state helaas gesloopt, waarna de huidige Martena State werd gebouwd, ontworpen in neo-renaissancestijl door architect Pyter de Groot.
Bijzonder is de laatste bewoner bijna 300 jaar later nog steeds de voornamen Duco en Martena in zijn naam had.
De state is dan ook al die eeuwen in handen van de familie gebleven.

Martena State te Kornjum behoort den heere Laes van Burmania, 1722'
Getekend door J. Stellingwerf 

Martenahuis te Leeuwarden
Daarnaast had deze familie nog enkele andere states in bezit.
Hessel van Martena (geb. 1461) was de eerst bekende bewoner van het machtige Groot Terhorne te Beetgum, ook wel Martena State genoemd.
Als gevolg van de burgeroorlog tussen de schieringers en vetkopers, werd dit kasteel in 1496 door de vetkopers en gesteund door de Groningers, in brand gestoken en verwoest.
Hierna liet Hessel in 1498 het nog bestaande Martenahuis te Franeker bouwen, waarin nu het gelijknamige stadsmuseum is.
Omstreeks 1400 hadden de Martena's al een stins aan de Tuinen, maar in 1511 woedde er een grote stadsbrand in Leeuwarden waarbij ongetwijfeld ook deze stins is verwoest.
Een stadsresidentie in Leeuwarden was echter hard nodig was omdat daar sinds kort het bestuurlijk centrum lag.

In 1552 liet Duco van Martena (admiraal, gedeputeerde, lid der Staten Generaal, politicus) het voor het midden van de 16e eeuw zo karakteristieke L-vormige huis bouwen.
Een representatief huis met een grote hof er achter en een voorplein aan de westzijde. Het stond met de smalle kant naar de straat en tegen de westelijke zijgevel was een hoge traptoren gebouwd.
“Ook de beide rijen huizen (aan het westelijke einde van de Nieuwestad - JL), meest van welvarende kooplieden, zijn, vooral aan de westzijde, sedert den brand van 1511 voor het meerendeel vernieuwd en verfraaid. Daar tusschen valt ons, nevens de brug, welke naar de Kleine Kerkstraat leidt, het aanzienlijke Martenahuis in het oog. Het is in 1552 vernieuwd door den edelen Duco Martena. Dit adellijk gebouw bestaat uit twee vleugels, tussen wier hooge, trapsgewijze toeloopende, gevels een klein voorplein is, waarop, naast de poort van het wijkende hoofdgebouw, een toren staat met een pijnappel gedekt; terwijl de aanzienlijke hof van dit huis zich achter tot den wal uitstrekt.”
Nog steeds is in Leeuwarden de zogenaamde Duco Martenapijp aanwezig, een brug over de stadsgracht die naar hem is vernoemd.
Dit zal ongetwijfeld zijn gebeurd doordat zijn stadsstins tegenover deze 'pijp' lag.


Het donkere gedeelte is het Martenahuis (II) te Leeuwarden, gebouwd in 1552.
Stadsplattegrond van J. Sems uit 1603, waarop rechtsboven ook nog net de Martenapijp is te zien.




Duco Martenapijp te Leeuwarden, aan de Nieuwestad
bron: HCL


Bestuurlijke carrière (1554-1572)
Doecke van Martena staat bekend als één van de belangrijkste historische figuren van Friesland en wordt door bijvoorbeeld de bekende Leeuwarder stadsarchivaris Wopke Eekhoff zo genoemd, waarbij hij zelfs wordt vergeleken met prins Willem van Oranje voor Holland.

Reeds in 1554 was Doecke lid van Friese staten en op 8 april van dat jaar was hij lid van de Gedeputeerden totten Doleantie.
Dit was een college die in 1528 het zogenaamde Landboek, geschreven door zijn oom dr. Keympe van Martena, liet opstellen.
Hierin werd gewaakt dat het 1524 gesloten verdrag met landheer Karel V werd nageleefd.
Op 15 maart 1564 werd hij tot vast lid in het college gekozen, als opvolger van Rienck van Burmania, jawel Doecke zijn latere zwager.
Opvallend genoeg heeft Doecke, net als meer 'voormannen' in 1565 het Verbond der Edelen niet ondertekend.
Wel vertrok hij in opdracht van de Friese Staten op 20 november 1566, samen met Baerthe van Idsaerda uit Ter Idzard en nog iemand, naar de stadhouder Aremberg in Overijssel en daarna naar Brussel.
Hoewel Martena ook door de hertog van Alva werd gedagvaard, bleef hij op zijn post.
Op 1 mei 1568 weigerde Martena, samen met een tiental anderen, een nieuwe eed af te leggen aan Aremberg.
Het werken werd hierna voor Martena steeds lastiger, waardoor hij in 1572 de kans greep op een gewapende opstand, samen met zijn zwagers Haring van Glins en Galama.


Militaire carrière (1572-1605)
In 1572 nam hij deel aan het gewapend verzet, nadat de geuzen Den Briel hadden veroverd.
Doecke van Martena werd één van de belangrijkste leiders van de geuzen, samen met de bekende Dirk van Bronckhorst-Batenburg.

Op 4 juli 1572 kreeg hij meteen al de opdracht van Willem van Oranje om Leeuwarden in te nemen en deze stad hierna als gouverneur te besturen.
Omdat hij slechts één vendel tot zijn beschikking had, mislukte de aanval en bleef de Spaanse kolonel Caspar de Robles de baas in Leeuwarden.
De steden Dokkum, Sneek, Bolsward en Franeker werden echter wel door de geuzen veroverd, waarna Doecke door de Friese stadhouder Joost van Schaumburg (of: Schouwenburg) tot Commandant over Franeker werd aangesteld.
Vanuit Enkhuizen stuurde Martena een latijns gedicht aan zijn voormalige boezemvriend Julius van Dekema, de Raadsheer die katholiek was gebleven.
Het gedicht werd onderdeel van de propaganda voor de opstand.

In juni 1574 werd in Antwerpen door Requesens een algemeen pardon afgekondigd, voor o.a. geweken katholieken.
Martena werd echter, met ruim een tiental anderen, uitgesloten van het pardon.
De reden hiervoor zal waarschijnlijk geweest zijn dat Martena actief deelnam aan de opstand tegen Spanje.
Hij was namelijk op 16 juli 1573 door Willem van Oranje benoemd tot de eerste admiraal over de een week later opgerichte Admiraliteit van Friesland.
In naam was deze admiraliteit toen in Dokkum, maar in werkelijkheid waarschijnlijk nog te Hoorn.
Zijn oomzegger Wybe Idzerts van Grovestins (ong. 1540-1600) werd zijn vice-admiraal.
Een belangrijk moment als admiraal beleefde hij tijdens de Slag op de Zuiderzee van 6-11 oktober 1573.
Terwijl Cornelis Dircks als aanvoerder van de geuzen op 11 oktober een belangrijke overwinning behaalde op de Spanjaarden onder leiding van Bossu, hield Martena op het Vlie de vloot van Caspar de Robles tegen. Mede door deze overwinning mislukte het plan van Alva om Noord-Holland te veroveren en was het gedaan met zijn prestige.
Deze admiraliteit werd echter alweer snel opgeheven, waarna pas in 1590 te Dokkum een geheel nieuwe werd opgericht.

In 1577 keert Doecke terug naar Friesland, wanneer hij tot Gedeputeerde voor Oostergo werd gekozen.
De volgende periode stond in het teken van problemen van hoe men de kosten van de soldaten zou verdelen over de 'goën en steden'.
Op 14 augustus 1577 trok Martena naar Oostmahorn, een zeer strategisch punt.
Hij deed dit samen met zijn neef Jan Woutersz van Mathenes, die door stadhouder Rennenberg tot maarschalk (drost) van het blokhuis te Leeuwarden was benoemd.
Al op 25 augustus liet de Spaanse hopman Rienck van Dekama zich 'uitkopen'.
Op 13 oktober 1577 kreeg het College van Gedeputeerde Staten bestuursmacht, wat het einde van het College der Gedeputeerde totten Doleantie betekende.
Martena bleef echter collegelid.
In de periode hierna werden steeds meer Anti-Spaanse personen op belangrijke functies in diverse steden geplaatst, wat dus mede aan Martena te danken was.
Ook stadhouder Rennenberg benoemde vanaf toen de grietmannen, die door de gedeputeerden werd voorgedragen uit de door de stemgerechtigden opgestelde lijst van drie personen. De nominatie gebeurde onder leiding van de gedeputeerden Martena, Galema en Idsaerda, dus uit de drie goën Westergo, Oostergo, Zevenwouden.
In de periode hierna werden zo'n twintig grietmannen vervangen door anti-Spaansen.
Alleen het benoemen van de drosten op de door hun gehate blokhuizen bleven op hun plaats, mede door de dubbelzinnige rol van Rennenberg.
Hierdoor bleven hier de commandanten Mathenes, P. van Sickinghe (ook olderman te Harlingen en grietman van Barradeel) en Francois van Pipenpoy (tevens olderman van Stavoren en grietman van Hemelumer Oldephaert) in functie.
Na de dood van Sickinghe, begin 1578, werd Martena samen met drie andere kandidaten voorgedragen als grietman van Barradeel.
De Friese Staten hadden gekozen voor Martena en meldden dat de zwakke landvoogd Mathias dit had goedgekeurd.
Het was echter Henri d'Oyenbrugge die als drost van Harlingen en grietman van Barradeel werd benoemd door Rennenberg.
Hierna verslechterde de verhouding tussen de Staten en Rennenberg steeds meer.
Op 25 september 1578 waren Martena en Rienck Wytzes van Cammingha in Antwerpen, op verzoek van de Gedeputeerde Staten om in ruil voor geld enige zaken te regelen.
Op de landdag van 1 juni 1579 werd Friesland praktisch lid van de Unie van Utrecht.
Er kwam toen ook een einde aan de loopbaan van Martena als lid van de Gedeputeerde Staten.
In 1580 werd Willem van Oranje benaderd om stadhouder van Friesland te worden, waarbij de Prins Martena machtigde om grietman van Barradeel te worden.
Ook nu werd het echter weer een ander die de functie kreeg, namelijk Tjalling van Sixma.
Hierna werd Willem Lodewijk door Martena en dr. Abel Frankena gevraagd om stadhouder te worden.
Door de verslechterde toestand in Friesland, voelde Martena de druk om zijn vaderland te verdedigen en nam Frankena het diplomatieke werk op zich
Op 15 oktober 1580 werd Martena, tegelijk met een aantal anderen, tot hopman aangesteld.
Op 31 oktober werd hij door Merode aangesteld tot commandant over Zevenwolden, welke werd bedreigd doordat Rennenberg het beleg had geslagen voor Steenwijk.
Tijdens een treffen tussen Jan Raesz van Vervou en Julius van Botnia nabij Scharsterbrug, werden zij verslagen door de Spaanse vijand.
Helaas werd Martena op 8 november gevangen genomen bij Balk, toen hij de schans Sloten net verlaten had.
Te Lemmer, onder Schnater, werd Martena gevangen gehouden en er werd 9000 caroli guldens losgeld geeist.
Het lijkt er op dat Martena en Johan Roorda werden gewisseld tegen de gevangen genomen katholieke broers Rienck en Albert van Dekema.
Deze beide broers waren op 11 mei 1581 gevangen genomen toen het kasteel te Stavoren door Sonoy werd veroverd.
Op 17 maart 1583 was Martena commandant van de schans te Oldeboorn.
Deze was in de herfst van het jaar ervoor veroverd door de Groninger edelman Wigbold van Ewsum, heer van Nienoord.

Niet veel later, op 25 mei 1583, was hij tijdelijk commandant over een veldlegertje van 700 man bij Visvliet.
Hij verving toen de Deense luitenant-kolonel Stein Maltesen, die zijn vaderland had bezocht maar op genoemde dag net in Dokkum terugkeerde.
Op 6 juni lag hij met Cammingha in Vrouwenklooster en de dag erop kreeg hij orders van Merode om naar Oostmahorn of Nieuwebildtzijl te gaan.
Op 19 september 1583 lag hopman Martena op Tjaardahuis te Rinsumageest, waar hij op 27 oktober 1586 weer aanwezig was.
Op 23 november 1586 is hij commandant van Dokkum.
De laatste keer dat we Martena als hopman tegenkomen is op 14 december 1592 te Hasselt.
Samen met alle andere hopmannen van het Friese Regiment, behalve Van den Cornput, weigerde hij toen de 'monstering'.
Volgens drs. G. Kramer was Martena wellicht een Roordist, dwz een aanhanger van de zienswijze van de vrijheidsstrijder Karel van Roorda.
Dezen wilden de veroverde steden zoals Hasselt en Coevorden als bolwerken voor Friesland behouden ,wat een flinke ruzie met Overijssel en Maurits tot gevolg had.

Na zijn vrijlating in 1580 werd Martena echter ook bestuurlijk weer actief.
Voor de landdag van juli 1582 werd gepoogd om Anjou als heer te erkennen, ipv de Spaanse koning.
Martena maakte van de gelegenheid gebruik om een poging te wagen om het Gouverneurschap van Harlingen te verkrijgen.
Tijdens de landdag brachten de commissarissen van Anjou het voorstel aan de orde, maar de steden en met name Harlingen voelden er niet voor.

Op 28 april 1585 werd Martena te Franeker weer Statenlid, in plaats van zijn zoon Jan.
Deze vertegenwoordigde meestal het Noordertrimdeel van Leeuwarderadeel op de Friese landdagen.
In 1588 werd Martena voor het eerst benoemd als lid van de Staten Generaal.
Na 14 maart 1592 komt hij niet meer voor in de resoluties.
In 1593 is hij nog steeds kapitein in het Friese regiment, aldus een lijst uit de 'Geschiedenissen' van Vervou.
In 1601 was hij aanwezig bij het Beleg van Rijnberk
Op de bewaard gebleven commandostaf, staat vermeld dat Martena in 1604 drost van Harlingen was.
 Daarmee was zijn grote wens toch nog uitgekomen!

Op 3 oktober 1605 volgt Juw van Harinxma hem op als kapitein van zijn compagnie, maar ook als drost van Harlingen.
Immers ook deze Juw (of: Jovius in Latijns) staat vermeld op de commandostaf.
Niet toevallig was deze Juw zijn schoonzoon, die dat jaar getrouwd was met zijn dochter Bauck.

Kort daarop overleed Doecke van Martena op 11 november 1605.
Het schijnt dat Duco bijna zijn gehele vermogen heeft opgeofferd aan deze belangrijke, maar dure, vrijheidsstrijd.
Daar komt bij dat de Friese Staten een deel van zijn traktement nooit hebben uitbetaald, waardoor hij feitelijk arm zou zijn overleden.

Portret


Doecke van Martena
Geschilderd door de beroemde schilder Adriaen van Cronenburg, werkzaam tussen 1560-1605

Doecke van Martena
Tekening uit 1873 door Albert Martin


Commandostaf
In de online-collectie van het Fries Museum is een commandostaf uit Harlingen aanwezig met daarop een paar teksten en wapens.
Hierop staan de namen van zowel Jovius van Harinxma als zijn schoonvader Duco van Martena vermeld, alsmede hun wapens.

De tekst is als volgt:
'Ducke van Martena drost van Harlingen en hopman Ao 1604'  en 'naer lyden compt verblyden, Jovius van Haringsma hopman Ao 1609'

 En nog een bijbelse tekst:
'Wyst my heere uwen wech dat ick wandele in uwer waerheit behout min heerten by den eningh dat ick uwen naeme vresse psalm 86:11'


Commandostaf van Duco van Martena


Kerkklok
In 1624 wordt de grote klok voor Cornjum gegoten, opschrift aan de noordzijde:
“Jonhkr. Duco van Martena”, en aan de zuidzijde: “Jonkhr. Sjuck van Burmania.”
Deze klok is, na afbraak van de toren in 1873 vergoten, door de Gebr. Van Bergen te Midwolde

Familiewapen
Het familiewapen van Martena is gedeeld:
1. In goud een halve adelaar van zwart, komende uit de deellijn;
2. Doorsneden: a In blauw een lelie van goud, b In rood een gebladerde eikel van goud, de steel naar beneden.

Familiewapen Martena
Stamboek van den Frieschen Adel

Kwartierstaat
Dokkumer Gerrit Jans Hesman (1661-1713) verzamelde vanaf 1700 veel wapens, waaronder uiteraard veel Friese.
Hierina staat een hele pagina vol met de zestien kwartierwapens van Duco van Martena, met erbij de tekst:

XVI Adelijke quartieren van den welgebooren Heer Duco van Martena, op Kambuier,
hebbende geleefd onder de Regeeringe van Philippus de tweede, Kooning van Hispanien. ooverleeden 1605.

De opmerking dat Duco op Kambuir (=Camminghaburen te Leeuwarden) woonde is onjuist.
Dit moet zijn achterkleinkind Doecke Martena van Burmania (1627-1692) zijn geweest, wiens zoon Ruurd Gerrolt Juckema van Burmania in 1651 Camminghaburg erfde toen die nog geen 1 jaar oud was.


Kwartierstaat van Doecke van Martena in het wapenboek Hesman, 1708.



Koffie Hag
In de jaren 20 van de vorige eeuw kon je plaatjes sparen voor de Koffie Hag Albums.
Hierin zaten veel Friese (adellijke) families, waaronder dus Doeke Martena met nr. 70.

Plaatje nr. 70 van Doecke (Duco) Martena uit de Koffie Hag verzameling


Waterscouting Duco van Martena
In Leeuwarden heeft de Waterscouting zich vernoemd naar deze vrijheidsstrijder en eerste admiraal van Friesland.

Logo van waterscouting Duco van Martena


Familieleden in het leger
  • zijn zoon Jan van Martena, huwde met Maria van Sternsee, die een dochter van kapitein/drossaart Christoffel van Sternsee (ong. 1520-1560) was.
  • zijn dochter Bauck van Martena huwde met Evert Bartholts Entens (ong. 1570-1604), die kapitein was.
  • zijn kleindochter Catharina Entens huwde kapitein Anthonis van Aylva (ong. 1570-1618)
Vaandel

Vaandel ca. 1600

Compagnie nr. 4
* Doecke van Martena (geb.1527-
U1605)
* Kapitein van ca. 1572-1605
* Voorganger: ?
* Opvolger: Juw van Harinxma (schoonzoon)

* Hoogste militaire functie: admiraal
* Woonplaats: o.a. Cornjum, Leeuwarden

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Doecke_Martena
http://www.stinseninfriesland.nl/MartenaState.htm
https://scoutduco.nl/algemeen/ontstaan-van-de-duco/
http://www.stinseninfriesland.nl/MartenahuisIILeeuwarden.htm
http://www.stinseninfriesland.nl/MartenaHuis.htm
https://www.heraldry-wiki.com/heraldrywiki/index.php/Koffie_Hag_albums-Families
https://www.friesgenootschap.nl/images/dvf/DVF_1943_37.pdf  (Het leven van Doecke van Martena)
http://members.home.nl/tetrode/Watergeuzen/Martena.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_op_de_Zuiderzee
https://sites.google.com/site/inzichtstadswandelingen/blog/1007


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

Zoeken in deze blog