Posts tonen met het label leeuwarden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leeuwarden. Alle posts tonen

zaterdag 9 mei 2020

Friese kapiteins (56) : Michiel Hagen


Friese kapiteins (56) : Michiel Hagen

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
Van de achtergrond van Michiel Hagen weten we helaas nog heel weinig.
Bij de benoeming van Michiel Hagen als luitenant is hij afkomstig van 'Embrick', nu Emmerich genoemd.
Of hij daar ook afkomstig is, of dat hij daar gelegerd was, weten we niet.
Misschien is hij een telg uit een Duitse adellijke familie Von Hagen, ook dat weten we dus niet.
Ook hier komen we weer flink wat varianten tegen van zijn achternaam: Haga, Hage, Hagens, Haech, Haeghe, etc.
Omstreeks 1590 is hij gehuwd met Janneke Tellinge of Telgen. Ook van haar is verder nog niets bekend.
Michiel woonde met zijn gezin te Leeuwarden, ongetwijfeld in een flinke stadswoning.

Uit hun huwelijk zijn twee dochters bekend.
Catharina Hagen trouwde in 1619 te Leeuwarden met Gualterus Henricus Gualteri, een advocaat aan het Hof van Friesland.
Hester Hagen trouwde in 1618, eveneens te Leeuwarden, met Jacob van Broersma.
Hij was een zoon van de Groninger edelman Taco van Broersma, hoofdeling op de borg Scheltkema te Zandeweer.
Op 24 april 1621 overleed Michiel en werd hij begraven in Leeuwarden.
In een hypotheekakte van 15-10-1622 worden bovengenoemde twee dochters genoemd als erfgenamen.


Militaire carrière
Ook Michiel begon zijn militaire loopbaan als vaandrig.
Op 30 december 1580 werd hij tot luitenant benoemd in de compagnie van kapitein Joan Stuppers.
Deze was op dezelfde dag benoemd als kapitein, als opvolger van de neergeschoten Frans Platte.


Gedeelte uit 'd'oude chronijcke ende historien van Holland met West Vriesland, tot 1636'. Door: Wouter van Gouthoeven, Google Books.


In 1583 volgt zijn benoeming tot kapitein.
Hij volgt dan waarschijnlijk hopman Roelof van Schouwenborch op.
Op 17 januari  1586 is hij aanwezig bij de dramatisch verlopen Slag bij Boksum en wordt daarbij door de Spaansen gevangen genomen.
Hij weet echter al snel te ontsnappen, waarna hij datzelfde jaar nog benoemd wordt tot sergeant-majoor.
Dit was wellicht een tijdelijke functie, omdat hij hierna weer als hopman voorkomt.
Op 3 oktober 1590 staat hij vermeld als Lid van de Krijgsraad, welke het vonnis uitspreekt over overste Micheil Högelcko.
In 1594 is hij aanwezig in de vestingstad Delfzijl.
Ook bij de zeer bekende Slag bij Nieuwpoort in 1600, is Michiel Hagen aanwezig.
Hierna komen we Michiel tegen van april 1603 tot 1604 bij het Beleg van Oostende, waar zijn compagnie 130 inzetbare soldaten omvatte.
Op 3 januari 1618 wordt hij als kapitein opgevolgd door Ludolf Potter.


Beleg van Steenwijk door de Graaf van Rennenberg in 1580-1581
(getekend door Jan Luyken)


Familiewapen
niet bekend.

Familieleden in het leger

  • niemand bekend.
Vaandel
 

vaandel compagnie Michiel Hagen, ca. 1598-1603

Compagnie nr. 14
* Michiel Hagen (geb.ong.1560-
U1621)
* Kapitein van ca. 1583-1618
* Voorganger: Roeloff van Schouwenborch
* Opvolger: Ludolf Potter

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Leeuwarden


Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
https://nl.wikipedia.org/wiki/Beleg_van_Steenwijk_(1580-1581)
http://www.steenwiek.nl/beleg%20van%20steenwijk.htm
80YW.org / Bouko de Groot

Noten

nvt


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena
  54. Tjaard Tjebbes Hobbema
  55. Jan Gerckes Hoptilla
  56. Michiel Hagen

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

donderdag 26 maart 2020

Friese kapiteins (53) : Doecke van Martena


Friese kapiteins (53) : Doecke van Martena

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Martena is een oude en invloedrijke adellijke familie in Friesland.
Zo staat er een Hessel van Martena uit het begin van de 14e eeuw te boek als de 10e Potestaat van Friesland, al moet aan de bron hiervan weinig waarde worden toegedicht.
In mannelijke lijn stierf met het overlijden van 'onze' Doecke van Martena in 1605 deze familie uit.

Doecke van Martena werd in 1530 geboren als zoon van Tjebbe van Martena (1490-1530) en Bauck van Heringa.
Het is niet bekend waar ze woonden en wat Tjebbe zijn beroep was, want zijn broer Keimpe was grietman van Leeuwarderadeel en woonde toen op het stamhuis Martena State.
Tragisch genoeg overleed Tjebbe toen Doecke nog maar drie jaar oud was, waardoor zijn stiefvader Syds van Botnia (ong. 1525-1548) waarschijnlijk als voogd optrad.
De kans is groot dat Doecke een universiteit in het buitenland bezocht, want volgens de geschiedschrijver Carolus 'muntte hij uit in de beoefening der letteren'.
Zijn naam werd ook wel als Doco Martna geschreven, dus Martena zonder een e.

Omstreeks 1550 trouwde Duco met Swob van Botnia, dochter van grietman Tjalling van Botnia en Frouck van Hottinga.
Swob zal op jonge leeftijd zijn overleden, waarna Doecke omstreeks 1555 opnieuw trouwde met Catharina van Unema, dochter van Jancke van Unema en Teth van Wyboltsma uit Blije.
Uit beide huwelijken zijn in totaal zes kinderen bekend: Jan/Johan, Swob en Bauck, Tjebbe, Tieth en Tjebbe van Martena.
Jan trouwde met Maria van Sternsee, dochter van de bekende hoofdman en grietman Christoffel van Sternsee.
Swob trouwde in 1591 met David van Goorle, wiens zoon David (1591-1612) een bekende atomist werd.
Bauck van Martena trouwde in 1598 met kapitein Evert Entens en na zijn overlijden met kapitein Juw van Harinma.
In de kerk van Cornjum ligt nog een zerk onder de vloer, waar het in 1557 jong overleden zoontje Tjebbe ligt begraven.

Martena State
Hun stamhuis met de naam Martena State stond te Cornjum, welke tot de afbraak in 1899 in de familie bleef.
Op 28 december 1894 overleed de laatste bewoner van Martena State te Cornjum, jonkheer Duco Martena van Burmania Vegelin van Claerbergen. Hij liet de state na aan de kerk van Cornjum. In 1899 werd de state helaas gesloopt, waarna de huidige Martena State werd gebouwd, ontworpen in neo-renaissancestijl door architect Pyter de Groot.
Bijzonder is de laatste bewoner bijna 300 jaar later nog steeds de voornamen Duco en Martena in zijn naam had.
De state is dan ook al die eeuwen in handen van de familie gebleven.

Martena State te Kornjum behoort den heere Laes van Burmania, 1722'
Getekend door J. Stellingwerf 

Martenahuis te Leeuwarden
Daarnaast had deze familie nog enkele andere states in bezit.
Hessel van Martena (geb. 1461) was de eerst bekende bewoner van het machtige Groot Terhorne te Beetgum, ook wel Martena State genoemd.
Als gevolg van de burgeroorlog tussen de schieringers en vetkopers, werd dit kasteel in 1496 door de vetkopers en gesteund door de Groningers, in brand gestoken en verwoest.
Hierna liet Hessel in 1498 het nog bestaande Martenahuis te Franeker bouwen, waarin nu het gelijknamige stadsmuseum is.
Omstreeks 1400 hadden de Martena's al een stins aan de Tuinen, maar in 1511 woedde er een grote stadsbrand in Leeuwarden waarbij ongetwijfeld ook deze stins is verwoest.
Een stadsresidentie in Leeuwarden was echter hard nodig was omdat daar sinds kort het bestuurlijk centrum lag.

In 1552 liet Duco van Martena (admiraal, gedeputeerde, lid der Staten Generaal, politicus) het voor het midden van de 16e eeuw zo karakteristieke L-vormige huis bouwen.
Een representatief huis met een grote hof er achter en een voorplein aan de westzijde. Het stond met de smalle kant naar de straat en tegen de westelijke zijgevel was een hoge traptoren gebouwd.
“Ook de beide rijen huizen (aan het westelijke einde van de Nieuwestad - JL), meest van welvarende kooplieden, zijn, vooral aan de westzijde, sedert den brand van 1511 voor het meerendeel vernieuwd en verfraaid. Daar tusschen valt ons, nevens de brug, welke naar de Kleine Kerkstraat leidt, het aanzienlijke Martenahuis in het oog. Het is in 1552 vernieuwd door den edelen Duco Martena. Dit adellijk gebouw bestaat uit twee vleugels, tussen wier hooge, trapsgewijze toeloopende, gevels een klein voorplein is, waarop, naast de poort van het wijkende hoofdgebouw, een toren staat met een pijnappel gedekt; terwijl de aanzienlijke hof van dit huis zich achter tot den wal uitstrekt.”
Nog steeds is in Leeuwarden de zogenaamde Duco Martenapijp aanwezig, een brug over de stadsgracht die naar hem is vernoemd.
Dit zal ongetwijfeld zijn gebeurd doordat zijn stadsstins tegenover deze 'pijp' lag.


Het donkere gedeelte is het Martenahuis (II) te Leeuwarden, gebouwd in 1552.
Stadsplattegrond van J. Sems uit 1603, waarop rechtsboven ook nog net de Martenapijp is te zien.




Duco Martenapijp te Leeuwarden, aan de Nieuwestad
bron: HCL


Bestuurlijke carrière (1554-1572)
Doecke van Martena staat bekend als één van de belangrijkste historische figuren van Friesland en wordt door bijvoorbeeld de bekende Leeuwarder stadsarchivaris Wopke Eekhoff zo genoemd, waarbij hij zelfs wordt vergeleken met prins Willem van Oranje voor Holland.

Reeds in 1554 was Doecke lid van Friese staten en op 8 april van dat jaar was hij lid van de Gedeputeerden totten Doleantie.
Dit was een college die in 1528 het zogenaamde Landboek, geschreven door zijn oom dr. Keympe van Martena, liet opstellen.
Hierin werd gewaakt dat het 1524 gesloten verdrag met landheer Karel V werd nageleefd.
Op 15 maart 1564 werd hij tot vast lid in het college gekozen, als opvolger van Rienck van Burmania, jawel Doecke zijn latere zwager.
Opvallend genoeg heeft Doecke, net als meer 'voormannen' in 1565 het Verbond der Edelen niet ondertekend.
Wel vertrok hij in opdracht van de Friese Staten op 20 november 1566, samen met Baerthe van Idsaerda uit Ter Idzard en nog iemand, naar de stadhouder Aremberg in Overijssel en daarna naar Brussel.
Hoewel Martena ook door de hertog van Alva werd gedagvaard, bleef hij op zijn post.
Op 1 mei 1568 weigerde Martena, samen met een tiental anderen, een nieuwe eed af te leggen aan Aremberg.
Het werken werd hierna voor Martena steeds lastiger, waardoor hij in 1572 de kans greep op een gewapende opstand, samen met zijn zwagers Haring van Glins en Galama.


Militaire carrière (1572-1605)
In 1572 nam hij deel aan het gewapend verzet, nadat de geuzen Den Briel hadden veroverd.
Doecke van Martena werd één van de belangrijkste leiders van de geuzen, samen met de bekende Dirk van Bronckhorst-Batenburg.

Op 4 juli 1572 kreeg hij meteen al de opdracht van Willem van Oranje om Leeuwarden in te nemen en deze stad hierna als gouverneur te besturen.
Omdat hij slechts één vendel tot zijn beschikking had, mislukte de aanval en bleef de Spaanse kolonel Caspar de Robles de baas in Leeuwarden.
De steden Dokkum, Sneek, Bolsward en Franeker werden echter wel door de geuzen veroverd, waarna Doecke door de Friese stadhouder Joost van Schaumburg (of: Schouwenburg) tot Commandant over Franeker werd aangesteld.
Vanuit Enkhuizen stuurde Martena een latijns gedicht aan zijn voormalige boezemvriend Julius van Dekema, de Raadsheer die katholiek was gebleven.
Het gedicht werd onderdeel van de propaganda voor de opstand.

In juni 1574 werd in Antwerpen door Requesens een algemeen pardon afgekondigd, voor o.a. geweken katholieken.
Martena werd echter, met ruim een tiental anderen, uitgesloten van het pardon.
De reden hiervoor zal waarschijnlijk geweest zijn dat Martena actief deelnam aan de opstand tegen Spanje.
Hij was namelijk op 16 juli 1573 door Willem van Oranje benoemd tot de eerste admiraal over de een week later opgerichte Admiraliteit van Friesland.
In naam was deze admiraliteit toen in Dokkum, maar in werkelijkheid waarschijnlijk nog te Hoorn.
Zijn oomzegger Wybe Idzerts van Grovestins (ong. 1540-1600) werd zijn vice-admiraal.
Een belangrijk moment als admiraal beleefde hij tijdens de Slag op de Zuiderzee van 6-11 oktober 1573.
Terwijl Cornelis Dircks als aanvoerder van de geuzen op 11 oktober een belangrijke overwinning behaalde op de Spanjaarden onder leiding van Bossu, hield Martena op het Vlie de vloot van Caspar de Robles tegen. Mede door deze overwinning mislukte het plan van Alva om Noord-Holland te veroveren en was het gedaan met zijn prestige.
Deze admiraliteit werd echter alweer snel opgeheven, waarna pas in 1590 te Dokkum een geheel nieuwe werd opgericht.

In 1577 keert Doecke terug naar Friesland, wanneer hij tot Gedeputeerde voor Oostergo werd gekozen.
De volgende periode stond in het teken van problemen van hoe men de kosten van de soldaten zou verdelen over de 'goën en steden'.
Op 14 augustus 1577 trok Martena naar Oostmahorn, een zeer strategisch punt.
Hij deed dit samen met zijn neef Jan Woutersz van Mathenes, die door stadhouder Rennenberg tot maarschalk (drost) van het blokhuis te Leeuwarden was benoemd.
Al op 25 augustus liet de Spaanse hopman Rienck van Dekama zich 'uitkopen'.
Op 13 oktober 1577 kreeg het College van Gedeputeerde Staten bestuursmacht, wat het einde van het College der Gedeputeerde totten Doleantie betekende.
Martena bleef echter collegelid.
In de periode hierna werden steeds meer Anti-Spaanse personen op belangrijke functies in diverse steden geplaatst, wat dus mede aan Martena te danken was.
Ook stadhouder Rennenberg benoemde vanaf toen de grietmannen, die door de gedeputeerden werd voorgedragen uit de door de stemgerechtigden opgestelde lijst van drie personen. De nominatie gebeurde onder leiding van de gedeputeerden Martena, Galema en Idsaerda, dus uit de drie goën Westergo, Oostergo, Zevenwouden.
In de periode hierna werden zo'n twintig grietmannen vervangen door anti-Spaansen.
Alleen het benoemen van de drosten op de door hun gehate blokhuizen bleven op hun plaats, mede door de dubbelzinnige rol van Rennenberg.
Hierdoor bleven hier de commandanten Mathenes, P. van Sickinghe (ook olderman te Harlingen en grietman van Barradeel) en Francois van Pipenpoy (tevens olderman van Stavoren en grietman van Hemelumer Oldephaert) in functie.
Na de dood van Sickinghe, begin 1578, werd Martena samen met drie andere kandidaten voorgedragen als grietman van Barradeel.
De Friese Staten hadden gekozen voor Martena en meldden dat de zwakke landvoogd Mathias dit had goedgekeurd.
Het was echter Henri d'Oyenbrugge die als drost van Harlingen en grietman van Barradeel werd benoemd door Rennenberg.
Hierna verslechterde de verhouding tussen de Staten en Rennenberg steeds meer.
Op 25 september 1578 waren Martena en Rienck Wytzes van Cammingha in Antwerpen, op verzoek van de Gedeputeerde Staten om in ruil voor geld enige zaken te regelen.
Op de landdag van 1 juni 1579 werd Friesland praktisch lid van de Unie van Utrecht.
Er kwam toen ook een einde aan de loopbaan van Martena als lid van de Gedeputeerde Staten.
In 1580 werd Willem van Oranje benaderd om stadhouder van Friesland te worden, waarbij de Prins Martena machtigde om grietman van Barradeel te worden.
Ook nu werd het echter weer een ander die de functie kreeg, namelijk Tjalling van Sixma.
Hierna werd Willem Lodewijk door Martena en dr. Abel Frankena gevraagd om stadhouder te worden.
Door de verslechterde toestand in Friesland, voelde Martena de druk om zijn vaderland te verdedigen en nam Frankena het diplomatieke werk op zich
Op 15 oktober 1580 werd Martena, tegelijk met een aantal anderen, tot hopman aangesteld.
Op 31 oktober werd hij door Merode aangesteld tot commandant over Zevenwolden, welke werd bedreigd doordat Rennenberg het beleg had geslagen voor Steenwijk.
Tijdens een treffen tussen Jan Raesz van Vervou en Julius van Botnia nabij Scharsterbrug, werden zij verslagen door de Spaanse vijand.
Helaas werd Martena op 8 november gevangen genomen bij Balk, toen hij de schans Sloten net verlaten had.
Te Lemmer, onder Schnater, werd Martena gevangen gehouden en er werd 9000 caroli guldens losgeld geeist.
Het lijkt er op dat Martena en Johan Roorda werden gewisseld tegen de gevangen genomen katholieke broers Rienck en Albert van Dekema.
Deze beide broers waren op 11 mei 1581 gevangen genomen toen het kasteel te Stavoren door Sonoy werd veroverd.
Op 17 maart 1583 was Martena commandant van de schans te Oldeboorn.
Deze was in de herfst van het jaar ervoor veroverd door de Groninger edelman Wigbold van Ewsum, heer van Nienoord.

Niet veel later, op 25 mei 1583, was hij tijdelijk commandant over een veldlegertje van 700 man bij Visvliet.
Hij verving toen de Deense luitenant-kolonel Stein Maltesen, die zijn vaderland had bezocht maar op genoemde dag net in Dokkum terugkeerde.
Op 6 juni lag hij met Cammingha in Vrouwenklooster en de dag erop kreeg hij orders van Merode om naar Oostmahorn of Nieuwebildtzijl te gaan.
Op 19 september 1583 lag hopman Martena op Tjaardahuis te Rinsumageest, waar hij op 27 oktober 1586 weer aanwezig was.
Op 23 november 1586 is hij commandant van Dokkum.
De laatste keer dat we Martena als hopman tegenkomen is op 14 december 1592 te Hasselt.
Samen met alle andere hopmannen van het Friese Regiment, behalve Van den Cornput, weigerde hij toen de 'monstering'.
Volgens drs. G. Kramer was Martena wellicht een Roordist, dwz een aanhanger van de zienswijze van de vrijheidsstrijder Karel van Roorda.
Dezen wilden de veroverde steden zoals Hasselt en Coevorden als bolwerken voor Friesland behouden ,wat een flinke ruzie met Overijssel en Maurits tot gevolg had.

Na zijn vrijlating in 1580 werd Martena echter ook bestuurlijk weer actief.
Voor de landdag van juli 1582 werd gepoogd om Anjou als heer te erkennen, ipv de Spaanse koning.
Martena maakte van de gelegenheid gebruik om een poging te wagen om het Gouverneurschap van Harlingen te verkrijgen.
Tijdens de landdag brachten de commissarissen van Anjou het voorstel aan de orde, maar de steden en met name Harlingen voelden er niet voor.

Op 28 april 1585 werd Martena te Franeker weer Statenlid, in plaats van zijn zoon Jan.
Deze vertegenwoordigde meestal het Noordertrimdeel van Leeuwarderadeel op de Friese landdagen.
In 1588 werd Martena voor het eerst benoemd als lid van de Staten Generaal.
Na 14 maart 1592 komt hij niet meer voor in de resoluties.
In 1593 is hij nog steeds kapitein in het Friese regiment, aldus een lijst uit de 'Geschiedenissen' van Vervou.
In 1601 was hij aanwezig bij het Beleg van Rijnberk
Op de bewaard gebleven commandostaf, staat vermeld dat Martena in 1604 drost van Harlingen was.
 Daarmee was zijn grote wens toch nog uitgekomen!

Op 3 oktober 1605 volgt Juw van Harinxma hem op als kapitein van zijn compagnie, maar ook als drost van Harlingen.
Immers ook deze Juw (of: Jovius in Latijns) staat vermeld op de commandostaf.
Niet toevallig was deze Juw zijn schoonzoon, die dat jaar getrouwd was met zijn dochter Bauck.

Kort daarop overleed Doecke van Martena op 11 november 1605.
Het schijnt dat Duco bijna zijn gehele vermogen heeft opgeofferd aan deze belangrijke, maar dure, vrijheidsstrijd.
Daar komt bij dat de Friese Staten een deel van zijn traktement nooit hebben uitbetaald, waardoor hij feitelijk arm zou zijn overleden.

Portret


Doecke van Martena
Geschilderd door de beroemde schilder Adriaen van Cronenburg, werkzaam tussen 1560-1605

Doecke van Martena
Tekening uit 1873 door Albert Martin


Commandostaf
In de online-collectie van het Fries Museum is een commandostaf uit Harlingen aanwezig met daarop een paar teksten en wapens.
Hierop staan de namen van zowel Jovius van Harinxma als zijn schoonvader Duco van Martena vermeld, alsmede hun wapens.

De tekst is als volgt:
'Ducke van Martena drost van Harlingen en hopman Ao 1604'  en 'naer lyden compt verblyden, Jovius van Haringsma hopman Ao 1609'

 En nog een bijbelse tekst:
'Wyst my heere uwen wech dat ick wandele in uwer waerheit behout min heerten by den eningh dat ick uwen naeme vresse psalm 86:11'


Commandostaf van Duco van Martena


Kerkklok
In 1624 wordt de grote klok voor Cornjum gegoten, opschrift aan de noordzijde:
“Jonhkr. Duco van Martena”, en aan de zuidzijde: “Jonkhr. Sjuck van Burmania.”
Deze klok is, na afbraak van de toren in 1873 vergoten, door de Gebr. Van Bergen te Midwolde

Familiewapen
Het familiewapen van Martena is gedeeld:
1. In goud een halve adelaar van zwart, komende uit de deellijn;
2. Doorsneden: a In blauw een lelie van goud, b In rood een gebladerde eikel van goud, de steel naar beneden.

Familiewapen Martena
Stamboek van den Frieschen Adel

Kwartierstaat
Dokkumer Gerrit Jans Hesman (1661-1713) verzamelde vanaf 1700 veel wapens, waaronder uiteraard veel Friese.
Hierina staat een hele pagina vol met de zestien kwartierwapens van Duco van Martena, met erbij de tekst:

XVI Adelijke quartieren van den welgebooren Heer Duco van Martena, op Kambuier,
hebbende geleefd onder de Regeeringe van Philippus de tweede, Kooning van Hispanien. ooverleeden 1605.

De opmerking dat Duco op Kambuir (=Camminghaburen te Leeuwarden) woonde is onjuist.
Dit moet zijn achterkleinkind Doecke Martena van Burmania (1627-1692) zijn geweest, wiens zoon Ruurd Gerrolt Juckema van Burmania in 1651 Camminghaburg erfde toen die nog geen 1 jaar oud was.


Kwartierstaat van Doecke van Martena in het wapenboek Hesman, 1708.



Koffie Hag
In de jaren 20 van de vorige eeuw kon je plaatjes sparen voor de Koffie Hag Albums.
Hierin zaten veel Friese (adellijke) families, waaronder dus Doeke Martena met nr. 70.

Plaatje nr. 70 van Doecke (Duco) Martena uit de Koffie Hag verzameling


Waterscouting Duco van Martena
In Leeuwarden heeft de Waterscouting zich vernoemd naar deze vrijheidsstrijder en eerste admiraal van Friesland.

Logo van waterscouting Duco van Martena


Familieleden in het leger
  • zijn zoon Jan van Martena, huwde met Maria van Sternsee, die een dochter van kapitein/drossaart Christoffel van Sternsee (ong. 1520-1560) was.
  • zijn dochter Bauck van Martena huwde met Evert Bartholts Entens (ong. 1570-1604), die kapitein was.
  • zijn kleindochter Catharina Entens huwde kapitein Anthonis van Aylva (ong. 1570-1618)
Vaandel

Vaandel ca. 1600

Compagnie nr. 4
* Doecke van Martena (geb.1527-
U1605)
* Kapitein van ca. 1572-1605
* Voorganger: ?
* Opvolger: Juw van Harinxma (schoonzoon)

* Hoogste militaire functie: admiraal
* Woonplaats: o.a. Cornjum, Leeuwarden

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Doecke_Martena
http://www.stinseninfriesland.nl/MartenaState.htm
https://scoutduco.nl/algemeen/ontstaan-van-de-duco/
http://www.stinseninfriesland.nl/MartenahuisIILeeuwarden.htm
http://www.stinseninfriesland.nl/MartenaHuis.htm
https://www.heraldry-wiki.com/heraldrywiki/index.php/Koffie_Hag_albums-Families
https://www.friesgenootschap.nl/images/dvf/DVF_1943_37.pdf  (Het leven van Doecke van Martena)
http://members.home.nl/tetrode/Watergeuzen/Martena.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_op_de_Zuiderzee
https://sites.google.com/site/inzichtstadswandelingen/blog/1007


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

dinsdag 21 januari 2020

Friese kapiteins (42) : Philip van Boshuizen


Friese kapiteins (42) : Philip van Boshuizen

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Van Boshuizen (ook: Boshuysen, Boschuysen) is een belangrijk Nederlandse adellijk geslacht, waarvan leden belangrijke functies hebben bekleed.

Philip van Boshuizen werd in 1584 geboren als zoon van Arend Willemsz. van Boshuizen en Geertruid van der Aa.
Arend was drost van Gorinchem, net als die zijn schoonvader Philip van der Aa.
Verder komen we Arend ook nog tegen als luitenant en kapitein.
Philip van Boshuizen zal wellicht dus in Gorinchem (Zuid-Holland) geboren zijn.
Op 27 september 1635 huwde hij met Anna van Eysinga, dochter van de luitenant-kolonel Juw van Eysinga en Rinthje van Gratinga.uit Wirdum.
Anna was overigens al weduwe van kapitein Here van Burmania, die voor Maastricht gesneuveld was.
Uit het huwelijk van Philip en Anna kwam geen kinderen voort.

Juckema State
Ze woonden op Juckema State te Stiens, welke waarschijnlijk binnen de familie was vererfd.
Zo was Anna haar overgrootmoeder Tieth Ritsckes van Juckema, wellicht te Stiens geboren.
Die haar vader, Ritscke van Juckema, overleed in 1514 en werd begraven in de kerk te Stiens.
Verder moet er van haar een schilderij uit 1646 zijn, die nog in 1877 te zien was op de grote Tentoonstelling in Leeuwarden.

Op de tekening van de state uit 1722 staat vermeld:
'Van den Heer Regnerus van Andringa, grietman van Lemsterland'.
Waarschijnlijk is Juckema State later dus verkocht aan Van Andringa.


Juckema State te Stiens
(J. Stellingwerf, 1722)


Militaire carrière
In 1626 was hij kapitein, echter een aanstelling in de Friese regimenten heb ik niet gevonden. Waarschijnlijk was hij al kapitein voordat hij in Friesland arriveerde.
In augustus 1633 lag hij met zijn compagnie in garnizoen in Franeker.
Op 15 december 1636 werd hij opgevolgd door kapitein Ruurd van Feytsma.

Bestuurlijke carrière
Van Boshuizen koos vervolgens voor een bestuurlijke carrière.
Van 1640-1647 komen we hem tegen als gevolmachtigde in de Staten van Friesland, namens de grietenij Het Bildt.
Van 1644 tot zijn dood in 1652 is hij grietman geweest van Het Bildt.

Familiewapen

De familie Boshuisen voert een opvallend wapen, wat in de heraldiek een 'omgekeerd vair' genoemd wordt.
Een regelmatige verdeling van twee tinten, gebaseerd op de pels van een eekhoornsoort, die een grijzig blauwe pels heeft met een witte buik.


Familiewapen Van Boschuysen 
(CBG Familiewapens)


Grafsteen Kerk Stiens
In de kerk te Stiens staat nog steeds zijn gigantische grafzerk opgesteld tegen de oostmuur van de kerk.
Het staat nu helaas verscholen achter een grote herenbank, waardoor het natuurlijk niet tot zijn recht komt.
Op de zerk staat het echtpaar Boshuizen-Eysinga prominent ten voeten uit afgebeeld voor een soort poortje.
Aan beide kanten hangen hun acht kwartierwapens.




Detail van de grafzerk, het portret van Philip van Boshuizen


Het opvallende Boshuizen-helmteken: een soort van stierenkop?



Boshuisen Gasthuis
In Leeuwardern werd in 1652 door de weduwe Anna van Eysinga, een zogenaamd Gasthuis opgericht.
Zij deed dit ter nagedachtenis aan haar tweede man, Philip van Boshuizen die in 1652 was overleden en noemde het naar haar man.
In dit gasthuis waren 18 woningen en een voogdenkamer en alleen onbemiddelde vrouwen woonden er gratis.
Het poortgebouw sloot het gasthuis van het kerkhof af en het volgende opschrift staat nog steeds op deze toegang:
Het geen hier staet, uijt nijt oft haet doch niet beschout. Tot armoedts hulp en weduws troost is het geboudt.
Boven de doorgang is nog het wapen van de familie Boshuizen aanwezig.

Daarchter is de binnenpoort te zien, waarop staat: AVE - Ao: MDCLII
AVE staat voor Anna van Eysinga, 1652.



Tekening van de poort van het Boshuisen Gasthuis te Leeuwarden.
(getekend door Albert Martin, eind19e eeuw.
Collectie Fries Museum)


Familieleden in het leger
  • Vader Arend van Boshuysen was luitenant, kapitein
  • schoonvader Juw van Eysinga (1563-1631) was luitenant-kolonel
Vaandel
niet bekend.

Compagnie nr. 46
* Philip van Boshuizen (geb. 1584 -
U1652)
* Kapitein van ?-1636
* Voorganger: ?
* Opvolger: Ruurd van Feytsma

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Stiens, Juckema Sta

Meer informatie:
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Boshuisengasthuis
https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/51428/Scriptie.pdf?sequence=1
https://cbgfamiliewapens.nl/


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein


  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause Regiment
 
Kapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein




Zoeken in deze blog