zondag 24 februari 2019

Friese kapiteins (3) : Bonefacius van Scheltema


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (3) : Bonefacius van Scheltema

Zijn voornaam Bonefacius doet nogal katholiek aan, maar deze rasechte Friese kapitein zal 100% protestant zijn geweest. Hij vocht dan ook zijn leven lang tegen de Spanjaarden gedurende de 80-jarige oorlog. Hij werd geboren omstreeks 1580 als zoon van Syds van Scheltema en Tjemck van Aylva. Zijn wieg stond waarschijnlijk in Bornwird waar zijn ouders toen op Minnoltsma State woonden. Dit kasteel was afkomstig uit zijn moeder haar familie en de schitterende grafzerk van zijn grootouders Frans van Aylva en Rixt van Unia is nog in de kerk van Bornwird te bewonderen.

Ook Bonefacius zal zijn militaire carriere zijn begonnen als vaandrig in één van de Friese compagnies. We weten dat hij op 3 januari 1618 als luitenant werd benoemd in de compagnie van een Hania; dit zal ongetwijfeld Wigle van Hania zijn geweest. De kans is dan groot dat hij dan ook vaandrig onder zijn zwager Wigle was, immers deze kapitein was omstreeks 1600 gehuwd met zijn oudere zus Aaltje van Scheltema.

In 1620 liep hij als luitenant mee in de lijkstatie van de Friese stadhouder Willem Lodewijk (ús Heit) van Nassau, die de Friese regimenten aanvoerde.

Als luitenant trad hij op 29 januari 1626 te Leeuwarden in het huwelijk met Frouck van Goslinga, dochter van Feye Sipts van Goslinga en Tjets Uninga van Hoytema.
Het ongetwijfeld grote feest werd gehouden in het Feytsmahuis in de kerckstraat, aldus het zogenaamde 'dootboeck' van edelman Ernst Harinxma van Donia.
Op 5 april 1628 volgde voor Bonefacius zijn hoogtepunt toen hij werd aangesteld als kapitein van een eigen compagnie in het Friese Nassause Regiment.
Hij volgde toen zijn zwager Wigle van Hania op die toen zijn einde zal hebben voelen naderen, omdat hij in mei 1627 zijn testament opmaakte. Twee jaar na zijn 'resignatie' overleed Wigle en werd hij begraven in de kerk te Weidum. Zijn grafsteen is echter nog steeds in volle glorie te bezichtigen.
In het Koninklijk archief van stadhouder Ernst Casimir bevindt zich een brief van 'de militair Scheltema betreffende de huisvesting van zijn compagnie', vermoedelijk omstreeks 1630.

In 1631 kochten hij en zijn vrouw Doniahuize te Dantumawoude van zijn collega hopman Taecke Lieuwes. Hun huwelijk bleef kinderloos.

In januari 1633 was de grote lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir te Leeuwarden waarin alle Friese kapiteins acte de presance gaven.
Dus liep ook Bonefacius van Scheltema mee in deze rouwstoet.

Niet veel later, op 28 augustus van hetzelfde jaar, kwam er een einde aan het leven van deze hopman. Bonifacius overleed volgens een brief van Meinardus van Aitzema in het fort Crevecouer bij Den Bosch. Die stad was in 1629 door het Staatse leger succes omsingeld en vervolgens veroverd op de Spaansen. Het fort had hierbij een belangrijke functie vervuld en zal vervolgens bemand zijn geweest door één of meerdere compagnies.

Fort Crevecoeur, 1673

Zijn weduwe, de eerder genoemde Frouck van Goslinga hertrouwde in 1635 Marcus van Aitzema, burgemeester van Dokkum. Zijn vader had dit huwelijk al een poosje in gedachten en eerder al getracht haar aan zijn andere zoon Schelte te koppelen.

Familiewapen
Familiewapen Scheltema
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Familieleden in het leger
  • Zijn zus Aaltje van Scheltema huwde omstreeks 1600 met hopman (=kapitein) Wigle Dyes van Hania (ong. 1570-1630)
  • Zijn zus Ursel van Scheltema huwde ong. 1585 vaandrig Werp van Tjessens
  • Zijn broer Schelte van Scheltema (geb. omstreeks 1570) was ook kapitein in het Friese Nassause regiment.
  • Zijn zwager Hoyte van Goslinga was luitenant.
Compagnie nr. 17
* Bonefacius van Scheltema (ong. 1580-1633)

* Kapitein van 1628-1633

* Voorganger: Wigle van Hania
* Opvolger: onbekend
* Hoogste functie: kapitein
* Woonplaats: Dantumawoude

 
Meer informatie:
www.andrebuwalda.nl


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

zaterdag 16 februari 2019

Friese kapiteins (2) : Adriaen Slijp


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (2) : Adriaen Slijp

Van Adriaen Slijp is de geboortedatum onbekend, maar dit zal omstreeks 1600 zijn geweest. In 1662 stelt hij in Sneek zijn testament op, vandaar dat hij vermoedelijk niet lang daarna zal zijn overleden. Een grafsteen is van hem helaas niet bekend, maar die zal er ongetwijfeld zijn geweest ergens in een Friese kerk, wellicht in Sneek.
Zijn ouders zijn hoogstwaarschijnlijk geweest Rogier Adriaensz. Slijp en Trijntje Stephansdr., die ook in Sneek woonachtig waren.
In 1621 deed hij belijdenis in Leeuwarden, dus zal hij daar toen zijn verblijf hebben gehad. Of hij toen al officier was is nog niet bekend, maar niet veel daarna zal hij vaandrig en luitenant zijn geweest. Op 25 februari 1624 volgde zijn belangrijke benoeming tot kapitein; een eigen compagnie! 
Hij volgde hierbij zijn vermoedelijke vader Rogier Slijp op, die daarvoor dus de kapitein van deze compagnie was. De officiële benoeming gebeurde echter door de gedeputeerde staten van Friesland.
In de jaren daarna verblijft hij op diverse plaatsen en schansen.
In 1624 in de Ommerschans en in 1626 gaat hij (met zijn compagnie) van Coevorden naar Weststellingwerf, waar een aantal schansen van de Friese waterlinie lagen.
In 1628 volgt een eervolle benoeming als commandeur van Hattem tijdens een spannende periode. In 1629 deed een Spaans leger van 6000 man een inval via de Veluwe en trokken o.a. op naar het stadje Hattem. Tot tweemaal toe werd een aanval afgeslagen en daarmee werd een vrije toegang tot Friesland succesvol tegengehouden.
Adriaan heeft hier dus blijkbaar goed werk verricht als commandeur.
In 1630 ligt zijn compagnie in garnizoen in Coevorden, die in de destijds als één van de sterkste vestingssteden van Europa bekend stond.
In 1633 loopt hij als kapitein mee in de lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir ,die eind 1632 was omgekomen bij het beleg van Roermond.
Adriaen wordt in 1639 benoemd tot majoor van het (2e) Regiment Infanterie van het Friesch Nassause leger.
In 1640 is hij tijdelijk commandeur van Wesel, vlak over de Duitse grens. Hij krijgt daar echter ruzie met de Magistaat van de stad en als in mei de prins van Oranje dan een zekere Van Dieden erop af stuurt is Adriaan reeds vertrokken.
Toch lijdt zijn carrière er niet onder, want in 1646 wordt hij benoemd tot Luitenant-kolonel van het (2e) Regiment Infanterie. De 80-jarige oorlog zit er dan echter bijna op en daarmee komt Nederland eindelijk in rustiger vaarwater. In jaren 1654-1657 zal hij in garnizoen in Sneek hebben gelegen, omdat daar dan enkele soldaten van hem trouwen.

Limburgse tak Van Slijpe
In 1666 verwierf zijn halfbroer Isaac van Slijp, nog geboren in Sneek, het burgerschap van Maastricht en stichtte daar een Limburgse regententak. Isaac zijn benoemingsdatum als kapitein in het Friesch Nassaus Regiment is helaas niet bekend, maar in september 1658 werd hij opgevolgd door kapitein Hendrik de Sandra. Zijn opvolging was een logisch gevolg van zijn vertrek naar Limburg, waar hij datzelfde jaar luitenant-stadhouder van de heerlijkheid Land van Valkenburg werd. In 1684 stichtte Isaac in Maastricht het zogenaamde Hof van Slijpe, een heus stadspaleis. Hier zou zijn familie tot 1802 blijven wonen en nazaten bekleedden o.a. de functie van burgemeester van die stad.
In 1835 werd Jan Godard Johan Cornelis van Slijpe opgenomen in de Nederlandse adel. Zijn dochter Johanna stierf in 1879 en met haar stierf het adellijke geslacht helaas uit. Echter Jan van Slijpe had het voor elkaar gekregen dat zijn kleinzoon Karel Pichot van Slijpe de verheffing in de adelstand zou doorvoeren. Maar met het overlijden van zijn dochter jonkvrouw Cornelia Pichot van Slijpe in 1969 stierf ook dit geslacht uit.
Als bijzonderheid kan nog worden vermeld dat in Maastricht nog grafstenen staan bij de Walburgakerk, met o.a. die van Karel Pichot van Slijpe.
Tot slot hingen in het Hof van Slijpe enkele portretschilderingen uit 1750. Deze waren in opdracht van de van oorsprong uit Friesland afkomstige gouverneur Hobbe Essaias van Aylva geschilderd door Johann Valentin Tischbein. In 1975 werden ze helaas uit het stadspaleis gestolen.

Stadspaleis Hof van Slijpe te Maastricht


Familieleden in het leger
  • Rogier Adriaensz. Slijp (ong. 1565-<1634) was Fries kapitein en vermoedelijk de vader van Adriaen.
  • Jacob Rogiers Slijp (ong. 1600-1637?) was vermoedelijk een broer van Adriaen. Jacob was kapitein en later ook ingenieur.
    Hij huwde Auckien Adama, vermoedelijk een dochter van kapitein Johannes Fransen Adama.
  • Een dochter van Jacob Slijp, Catharina Slijp, huwde in 1646 met kapitein Jan Versteveren.
  • Een andere dochter van Jacob, Jaeckemijntje Slijp, huwde de officier Hessel Fopma.
  • Zijn vermoedelijke zus Barbara Slijp (ong. 1610-?) huwde kapitein Gerrit Adriaans van Hogeveen.
  • Dan was er nog een vermoedelijke halfbroer, Isaac van Slijp genaamd. Hij was tot 1658 waarschijnlijk kapitein in het Friese regiment.
Compagnie nr. 3
* Adriaen Slijp (*ong. 1600-1662?)

* Kapitein van 1624-1646

* Voorganger: Rogier Slijp
* Opvolger: onbekend
* Hoogste functie: luitenant-kolonel
* Woonplaats: Sneek

 
Meer informatie:www.andrebuwalda.nl
https://nl.wikipedia.org/wiki/Van_Slijpe
In het Nederlands Patriciaat van 1924 is een genealogie van de familie Van Slijpe opgenomen.


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.


zondag 10 februari 2019

Friese kapiteins (1) : Jacob van Roussel

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 
-----------------------------------------------------------------------------------

Jacob van Roussel, lijkstatie van
stadhouder Ernst Casimir in 1633
Jacob van Roussel werd waarschijnlijk omstreeks 1590 geboren in Friesland, wellicht Leeuwarden waar zijn vader Haye Jacobs van Roussel raadsheer was van het Hof van Friesland. Deze Haye was gehuwd met Jouck Gemmes van Burmania, een dochter van de bekende Gemme van Burmania die naar het schijnt in 1555 niet wilde knielen voor Filips II bij diens inhuldiging. Hij gebruikte daarbij de woorden 'Wij Friezen knielen alleen voor God'.
Het huwelijk tussen Haye en Jouck zou in 1604 hebben plaatsgevonden, maar Jacob zijn geboortedatum moet dus ongeveer 1590 zijn geweest. Daarom is het huwelijksjaar wellicht niet juist of Haye is eerder getrouwd geweest.
Jacob zal de oudste zoon zijn geweest, omdat hij naar zijn grootvader aan vaderskant is vernoemd. Op 1 mei 1605 werd hij aangesteld als vaandrig in de compagnie van kapitein Tiete van Hania (ong. 1560-1605). Na het overlijden van Tiete in 1605 werd zijn luitenant Fox Selsma de nieuwe kapitein en schoof dus een plekje op.
In 1614 is Jacob inmiddels luitenant in Fox zijn compagnie en zijn geduld wordt beloond als hij op 10 april 1617 als kapitein wordt benoemd door de Friese Staten. Waarschijnlijk zal Fox kort daarvoor zijn overlijden of wegens ouderdom zijn gestopt.
Jacob huwde Maria van Welvelde Klencke, dochter van 'ette' Harmen van Welvelde die eigenaar was geworden van de Drentse havezate 'De Klencke'.
Hij was tussen juli 1628 en februari 1629 als kwartiermaker betrokken bij de aanleg van de 'Nieuweschans', toen de Langackerschans genaamd. Echter al snel naam kapitein Schelte van Aysma dit karwei van hem over, die hierdoor de eerste Commandeur van de Nieuweschans zou worden.

Van juni t/m oktober 1631 vinden we hem in de Duitse stad Wesel, die in 1629 werd bevrijd van de Spaanse bezetting.

Zijn hoogtepunt zou echter in 1631 zijn, toen hij op 15 juli van dat jaar door de Friese Staten tot kolonel werd benoemd. Hij was hiermee opgeklommen tot de hoogst haalbare functie voor een officier in die tijd. Tot 1633 was er één Fries regiment die rechtstreeks onder de Friese Stadhouder Ernst Casimir vanNassau viel. Het zogenaamde 'Friese Nassause Regiment  stond echter weer 'ter repartitie' aan de Hollandse stadhouder. Hij volgde in 1631 kolonel Ernst Casimir op, die het jaar erop zou overlijden bij het beleg van Roermond.

Hij trekt in december 1631 in opdracht van de Staten van Friesland, met zijn leger naar Het Bildt om een oproer neer te slaan en bezet dan verschillende dorpen.

Bij de zogenaamde lijkstatie van januari 1633, dit is de begrafenisstoet, liep Jacob van Roussel prominent mee en dat is gelijk de enige afbeelding die we kennen van hem. Opvallend is de benaming 'Overste', dit is de gangbare naam voor een luitenant-kolonel. In de beschrijving van de stoet staat echter:  'Het bloote Swaert, met de punt omhooghe, door Joncker Iacob van Roussel, Collonel'.
Enkele jaren later, in 1637, is hij op verzoek ontslagen uit zijn functie als kolonel. Hij zal ernstig ziek zijn geweest, omdat hij datzelfde jaar is overleden volgens zijn grafzerk in de Grote Kerk te Leeuwarden.  Zijn opvolger werd de reeds eerder genoemde Schelte van Aysma uit Schettens.


Familieleden in het leger
  • Zijn ongehuwde broer Frans van Roussel (ong. 1595->1631) werd in 1625 tot kapitein benoemd. In 1629 treed Frans in Deens dienst en voert een troepenmacht in Oost-Friesland aan. Hij speelt veel nuttige informatie door aan zijn broer Jacob.
  • Zijn zuster Sjouck van Roussel huwde Adriaen van Mauderick/Maurick, begraven in de gelijknamige Gelderse plaats Maurik.
    Hun zoon Hayo Hendrick van Mouderick werd in 1653 benoemd tot Fries kapitein.
  • Zijn zuster Anna van Roussel huwde in 1631 de vaandrig Douwe Tjercks van Herema (ong. 1610->1645), die later Fries kapitein werd.
  • Zijn zuster Jouck van Roussel huwde in 1629 Allart van Ewsum, vermoedelijk een zoon van de officier Balthasar van Ewsum en Anna Tamminga.
  • Zijn broer Tjaert van Roussel was sinds 1630 Fries kapitein en overleed in 1637 te Breda. Dit zal dus tijdens het beroemde beleg van Breda zijn geweest, waarbij ook kolonel Schelte van Aysma overleed. Tjaert huwde overigens Josina van Welvelde, een tantezegger van Maria.

Compagnie nr. 16

* Jacob van Roussel (*ong. 1590 - 
U1637)
* Kapitein van 1617-1637
* Voorganger: Fox Selsma
* Opvolger: nog niet bekend* Hoogste functie: kolonel
* Woonplaats: Leeuwarden?


Vaandel
 
Dit vaandel is in gebruik geweest tussen 1617-1621, van de compagnie van Jacob van Roussel.
 (tekening: Jeroen Punt)

Vaandel compagnie Jacob van Roussel


-----------------------------------------------------------------------------------
Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Deze kapiteins zijn nu beschreven:

Ontvangen per e-mail

Zoeken in deze blog