Posts tonen met het label aylva. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aylva. Alle posts tonen

woensdag 18 september 2019

Friese kapiteins (27) : Damas van Loo


Friese kapiteins (27) : Damas van Loo

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
De familie Van Loo is een oude adellijke familie, afkomstig uit Dordrecht. Zij bekleedden daar belangrijke functies zoals landsadvocaat van de Staten van Holland.
In 1515 was een Albrecht van Loo Raadsheer bij het Hof van Friesland en hij was de stamvader van de Friese tak.
Op 27 februari 1605 werd Dammas van Loo gedoopt te Haarlem, als zoon van Arent van Loo en Hester van Aylva.
Zijn voornaam wordt later ook wel Damas, Dam(m)us of Adamus geschreven, maar Damas lijkt de meest gebruikte.

Doopakte Damas van Loo te Haarlem op 27-2-1605

Op 30 oktober 1642 huwde Damas in Utrecht met Cornelia van Abcoude van Meerthen. Zij was op 14 juli 1621 geboren te Wijk bij Duurstede als dochter van Johan van Abcoude van Meerthen, die maarschalk van Utrecht was.
Toen was een maarschalk geen militaire functie maar de hoogste rechterlijke, bestuurlijke en militaire ambtenaar onder de Bisschop van Utrecht.

Trouwakte Damas van Loo en Cornelia van Abcoude van Meerthen te Utrecht, 30-10-1642


Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren:

1. Philippus van Loo, gedoopt op 26-10-1645 te Leeuwarden
2. Anna Wendel van Loo, gedoopt op 13-10-1648 te Leeuwarden
3. Arent Jan van Loo, gedoopt op 31-3-1650 te Leeuwarden
4. Maria Cornelia van Loo, gedoopt op 5-4-1651 te Leeuwarden

Al op 25 augustus 1652 overleed zijn vrouw Cornelia te Leeuwarden.
In 1655 hertrouwde Damas met Doedt van Burmania, dochter van grietman Bocke van Burmania en Frau van Burmania
Zij was weduwe van Assuerus van Heuckelom.
In 1650 was hij eigenaar en bewoner van de oostelijke vleugel van de voormalige Papinga Stins te Leeuwarden.
In 1654 kocht hij Foppinga State te Dronrijp, waarvan nog een afbeelding bewaard is gebleven.
Waarschijnlijk hebben zij echter al die jaren in Leeuwarden gewoond, omdat na Damas zijn overlijden in 1666, Doedt van Burmania als lidtmaat te Dronrijp wordt ingeschreven. Vanaf toen zal ze dus op Foppinga State hebben gewoond, waar vanaf 1677 ook haar stiefzoon Arent Jan van Loo en zijn vrouw His van Aylva woonden.


Lidmatenboek Dronrijp: inschrijving op 11 mei 1666 van weduwe Doed van Burmania.


Foppinga State te Dronrijp. In 1723 getekend door J. Stellingwerf.
De woning was toen eigendom van Jets Maria Sirtema van Grovestins, weduwe van Arent Rutgers van Haersolte.


Heer van Hodenpijl
De familie Van Loo was enkele generaties lang 'Heer van Hodenpijl'.
Het huidige buurtschap Hodenpijl ligt in de provincie Zuid-Holland, tussen Schipluiden en Den Hoorn.
De toenmalige familie Hodenpijl had hier tot in de 14e eeuw een kasteel, die na verwoesting nooit meer werd opgebouwd.
Het Schoutambacht van Hodenpijl had 'oom' Albert van Loo via zijn moeder Maria van der Mijle geërfd.
'Vader' Arent van Loo (1559-1642) werd op 24 juni 1621 Ambachtsheer van Hodenpijl, nadat die zijn broer Albert was overleden.
Hij kreeg hierbij 'hulde' van een Job Dammas van Slingelandt uit Dordrecht, een uiterst invloedrijke familie.
In de 15e eeuw was de familie Van der Mijle al verwant aan deze Slingelandts, want de opvallende voornaam Dammas komt dan ook reeds voor in de genealogie Van der Mijle.

Militaire carrière
In 1630 was hij hofjonker van stadhouder Ernst Casimir en op 15 juli 1631 werd hij de eerste kapitein-luitenant van de toen opgerichte Friese Garde.
In 1633 legde Damas de eed van kapitein af, maar pas op 25 juni 1636 kreeg hij zijn eigen compagnie toen hij kapitein Hessel Hotzes van Aysma opvolgde.
In 1642 was hij volgens zijn trouwakte Commandeur van de Langackerschans in Groningen, een functie die meestal aan kapitein werd gegund en doorgaans voor drie jaar was.
Op 10 april 1645 werd hij majoor, waarbij hij Menno Houwerda van Meckema opvolgde.
Op 3 april 1648 werd hij benoemd als Luitenant-Kolonel (overste) van het Friese regiment, waarbij hij Michael Potter opvolgde.
In 1654 schreef de Friese Stadhouder Willem Frederik een brief aan luitenant-kolonel Damas van Loo, die nog in het Koninklijk archief bewaard wordt.
Hij werd na zijn overlijden opgevolgd door kapitein Oene van Teyens.

Lijkstatie Ernst Casimir
De Friese stadhouder Ernst Casimir overleed bij Roermond in juni 1632. Zijn bijzetting in de Grote Kerk van Leeuwarden was pas in januari 1633 daaropvolgend. Deze zogenaamde lijkstatie is destijds prachtig nagetekend, waarbij ook alle aanwezigen vermeld werden.
Hieruit blijkt dat Damas van Loo kapitein was van de gardecompagnie, de 'elite compagnie' van de stadhouder.
Verder liepen ook zijn vader Arent van Loo 'Heer van Hoden-Pijl' en zijn jongere broer, luitenant Arent van Loo, mee in deze lijkstatie.

Doen nu alles ghereet was, begost de Guarde van w. Sijn Genade, die in den rou waer, met om-gekeert ende sleypende Geweer, heel langhsaem ende truyrich te marcheren; wordende geleydet door Jr. Damas van Loo, sijnen Capiteyn Lieutenant; daer, onder anderen, d'ontwondene Rou-Vaendel van swart Armozijn, (die door den Vaendrich Jr. Evert van Haren, langs de Aerde heel droevich door de slijck gesleypt wierde) menige Aenschouwers de Tranen uyt d'Ooghen dede barsten.

Lijkstatie Ernst Casimir januari 1633,
Detail van de Friese Garde met Jhr. Damas van Loo in het midden op de voorgrond.


Familiewapen
Familiewapen Van Loo
(Stamboek van den Frieschen Adel)

Rouwbord
Op de site van de overleden Simon Wierstra, wordt melding gemaakt van het rouwbord van Damas van Loo. Het zou zich bevinden in het archiefdepot van het hoofdkantoor van de Rabobank.
Uit de foto op de site blijkt dat zijn zestien kwartierwapens erop zijn afgebeeld.

Rouwbord van Damas van Loo
(archiefdepot Rabobank Nederland).

Familieleden in het leger
  • Zijn broer Boudewijn van Loo (ong. 1600-1647/1648) was kapitein
  • Zijn broer Gerrit van Loo (ong. 1610-1645) was kapitein
  • Zijn broer Arent van Loo (Ong. 1610->1656) was kapitein
  • Zijn zwager Ernst van Aylva (ong. 1620-1665), gehuwd met Jacomine van Loo, was kapitein
  • Zijn zwager Douwe van Burmania (ong. 1610-1633) was luitenant onder luitenant-kolonel Schelte van Aysma
  • Zijn zwager Poppe van Burmania (ong. 1610-1638) was kapitein, sergeant-majoor
  • Zijn zwager Poppe Martijn van Andreae (1615-1645) was kapitein

Vaandel
niet bekend

Compagnie nr. 6
* Damas van Loo (*1605 -
U1666)
* Kapitein van 1636-1666

* Voorganger: Hessel Hotzes van Aysma
* Opvolger: Oene Teyens
* Hoogste militaire functie: luitenant-kolonel
* Woonplaats: Dronrijp, Leeuwarden
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:

Groninger Nassause Regiment

zondag 24 februari 2019

Friese kapiteins (3) : Bonefacius van Scheltema


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (3) : Bonefacius van Scheltema

Zijn voornaam Bonefacius doet nogal katholiek aan, maar deze rasechte Friese kapitein zal 100% protestant zijn geweest. Hij vocht dan ook zijn leven lang tegen de Spanjaarden gedurende de 80-jarige oorlog. Hij werd geboren omstreeks 1580 als zoon van Syds van Scheltema en Tjemck van Aylva. Zijn wieg stond waarschijnlijk in Bornwird waar zijn ouders toen op Minnoltsma State woonden. Dit kasteel was afkomstig uit zijn moeder haar familie en de schitterende grafzerk van zijn grootouders Frans van Aylva en Rixt van Unia is nog in de kerk van Bornwird te bewonderen.

Ook Bonefacius zal zijn militaire carriere zijn begonnen als vaandrig in één van de Friese compagnies. We weten dat hij op 3 januari 1618 als luitenant werd benoemd in de compagnie van een Hania; dit zal ongetwijfeld Wigle van Hania zijn geweest. De kans is dan groot dat hij dan ook vaandrig onder zijn zwager Wigle was, immers deze kapitein was omstreeks 1600 gehuwd met zijn oudere zus Aaltje van Scheltema.

In 1620 liep hij als luitenant mee in de lijkstatie van de Friese stadhouder Willem Lodewijk (ús Heit) van Nassau, die de Friese regimenten aanvoerde.

Als luitenant trad hij op 29 januari 1626 te Leeuwarden in het huwelijk met Frouck van Goslinga, dochter van Feye Sipts van Goslinga en Tjets Uninga van Hoytema.
Het ongetwijfeld grote feest werd gehouden in het Feytsmahuis in de kerckstraat, aldus het zogenaamde 'dootboeck' van edelman Ernst Harinxma van Donia.
Op 5 april 1628 volgde voor Bonefacius zijn hoogtepunt toen hij werd aangesteld als kapitein van een eigen compagnie in het Friese Nassause Regiment.
Hij volgde toen zijn zwager Wigle van Hania op die toen zijn einde zal hebben voelen naderen, omdat hij in mei 1627 zijn testament opmaakte. Twee jaar na zijn 'resignatie' overleed Wigle en werd hij begraven in de kerk te Weidum. Zijn grafsteen is echter nog steeds in volle glorie te bezichtigen.
In het Koninklijk archief van stadhouder Ernst Casimir bevindt zich een brief van 'de militair Scheltema betreffende de huisvesting van zijn compagnie', vermoedelijk omstreeks 1630.

In 1631 kochten hij en zijn vrouw Doniahuize te Dantumawoude van zijn collega hopman Taecke Lieuwes. Hun huwelijk bleef kinderloos.

In januari 1633 was de grote lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir te Leeuwarden waarin alle Friese kapiteins acte de presance gaven.
Dus liep ook Bonefacius van Scheltema mee in deze rouwstoet.

Niet veel later, op 28 augustus van hetzelfde jaar, kwam er een einde aan het leven van deze hopman. Bonifacius overleed volgens een brief van Meinardus van Aitzema in het fort Crevecouer bij Den Bosch. Die stad was in 1629 door het Staatse leger succes omsingeld en vervolgens veroverd op de Spaansen. Het fort had hierbij een belangrijke functie vervuld en zal vervolgens bemand zijn geweest door één of meerdere compagnies.

Fort Crevecoeur, 1673

Zijn weduwe, de eerder genoemde Frouck van Goslinga hertrouwde in 1635 Marcus van Aitzema, burgemeester van Dokkum. Zijn vader had dit huwelijk al een poosje in gedachten en eerder al getracht haar aan zijn andere zoon Schelte te koppelen.

Familiewapen
Familiewapen Scheltema
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Familieleden in het leger
  • Zijn zus Aaltje van Scheltema huwde omstreeks 1600 met hopman (=kapitein) Wigle Dyes van Hania (ong. 1570-1630)
  • Zijn zus Ursel van Scheltema huwde ong. 1585 vaandrig Werp van Tjessens
  • Zijn broer Schelte van Scheltema (geb. omstreeks 1570) was ook kapitein in het Friese Nassause regiment.
  • Zijn zwager Hoyte van Goslinga was luitenant.
Compagnie nr. 17
* Bonefacius van Scheltema (ong. 1580-1633)

* Kapitein van 1628-1633

* Voorganger: Wigle van Hania
* Opvolger: onbekend
* Hoogste functie: kapitein
* Woonplaats: Dantumawoude

 
Meer informatie:
www.andrebuwalda.nl


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

vrijdag 4 januari 2019

Sassinga State te Hennaard

In het kleine dorpje Hennaard in de gemeente Littenseradeel stond voorheen de Sassinga State.
De meest bekende site over States en Stinsen in Friesland, heeft er ook een pagina aan besteed , zie http://www.stinseninfriesland.nl/SassingaState.htm

Deze site van Kees Braaksma is meestal een goed begin voor een verdere speurtocht. Echter bij Sassinga State is de informatie nogal beperkt. Tijd voor een kleine update via deze blog.

In 1476 overleed op Sassinga State Hans Ottes Sassinga.
Hierna komen we zijn zoon Hans van Sassinga tegen, die omstreeks 1500 op Sassinga State zal hebben gewoond, gezien zijn achternaam. De bekende (maar niet altijd even betrouwbare) site van Jellema (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-jellema/I34851.php) geeft meer kinderen aan, maar waarschijnlijk had alleen zijn dochter Doutzen Sassinga nakomelingen. Via haar zal Sassinga State dan zijn vererfd in de familie.
Deze Doutzen was gehuwd met Ruurt van Roorda en van hun is bekend dat zij in Hennaard woonden.  Ruurt staat in 1574 met zijn naam vermeld op de 'Stiennen Man' te Harlingen.

Zij hadden een zoon Hans van Roorda, die vernoemd werd naar zijn grootvader Hans Sassinga.
Hij woonde op Sassinga State te Hennaard en ook hij wordt genoemd op bovengenoemde 'Stiennen Man' te Harlingen. Hij was in 1563 gehuwd met Rixt van Gerbranda.

Uit dit huwelijk kwam een zoon, Ruurt van Roorda, geboren omstreeks 1575. Hij huwde zijn nicht Deytsen Binnerts Heringa van Camstra in 1599. Zijn vrouw was vernoemd naar hun beider oma, Doutzen Sassinga. Het is niet bekend waar zij woonden, maar wellicht dus op Sassinga State.

Zij hadden twee zonen die beiden in het Staatse leger dienden. De jongste zoon Jan van Roorda (ook: Johan) was kapitein in het Friese Nassause Regiment. Verder was hij van 1663-1665 Commandeur van de Langackerschans. Zijn woonplaats is niet bekend, maar wellicht was dit Sassinga State.
Hun andere zoon was Binnert van Roorda (ong. 1600-1667), die in 1645 luitenant in de compagnie van kapitein Ernst van Aylva was. Hij woonde te Dronrijp met zijn vrouw Bauck van Glins.

NB: Deze Bauck had overigens maar liefst vier broers die als officier in het Friese leger dienden, maar dramatisch genoeg allemaal binnen 9 jaar overleden. De jongste, George Glins, overleed in 1665 in de Langackerschans, dus was hij daar tegelijk als bovengenoemde familielid Jan van Roorda.

Binnert en Bauck kregen in 1645 een dochter die weer Deytzen heette. In 1677 huwde zij voor de 2e keer met Sjuck Aebinga van Humalda, afkomstig van Humalda State te Ee waar ze tijdens hun huwelijk dus woonden. In 1702 overleed ze echter als weduwe te Hennaard, dus dat zal dan waarschijnlijk op Sassinga State zijn geweest.

Uit haar huwelijk met Sjuck werd in 1678 te Ee Frans Binnert Aebinga Glins van Humalda geboren. Hij trouwde in 1699 in de kerk te Hennaard (!) met Clara Feyone van Grovestins, dochter van de grietman van Hennaarderadeel. Hij was de eigenaar van Sassinga State, terwijl hij ook nog Hobbema State te Dronrijp van zijn moeder erfde. Hier zal het stel hebben gewoond omdat hun kinderen in Dronrijp werden geboren.

In het overlijdensjaar van Clara, dus 1723, maakte de bekende tekenaar Jacobus Stellingwerf een tekening van Sassinga State. Alhoewel Jacobus 'vergat' de naam van de state te vermelden, noteerde hij wel dat de state in Hennaard stond en eigendom was van 'heer Glins van Humalda'.  Iemand heeft later de naam Sassinga met potlood op de originele tekening gezet, die in het prentenkabinet van het Fries Museum aanwezig is.
(NB: opvallend genoeg is deze tekening op internet verder niet te vinden!).

Sassinga State te Hennaard in 1723


Verder noteerde de kunstenaar nog de bewoner van de State, namelijk een Juffr. Ockinga.
De 'titel' juffrouw of juffer, betekende dat ze ongehuwd was. Feitelijk komt hier dan maar één persoon voor in aanmerking namelijk Sophia Amelia van Ockinga (1651-1730). Zij was de laatste van het geslacht Ockinga en ze bleef ongehuwd. In 1730 werd ze bijgezet in het familiegraf in de kerk te Burgwerd. Ze kwam uit een echt militair gezin, want haar drie broers waren officier en haar zus huwde een luitenant.

De vraag hoe zij nu op een state kwam te wonen in Hennaard is te verklaren. Sophia was namelijk een achternicht van eigenaar Frans Aebinga van Humalda doordat hun beider opa's broers waren.
De familiestate in Hennaard bleef op die manier bewoond door familie, iets wat wel vaker voorkwam.

In 1709 werd Binnert Philip Aebinga van Humalda te Dronrijp geboren, als zoon van Frans en Clara.
Binnert, die in 1766 de topfunctie generaal-majoor in het leger kreeg, huwde in 1752 met Catharina Johanna van Sminia. Zij woonden in 1756 in Leeuwarden omdat in dat jaar aldaar hun dochter Clara Tjallinga werd geboren. Waarschijnlijk was ook Binnert eigenaar van Sassinga State, zonder er te wonen.

Hun dochter Clara huwde in 1776 met Frans Julius Johan van Eysinga. Zij trouwden te Langweer en in dat dorp woonden ze in 1780 nog op Osinga State. Omstreeks 1619 was deze state gebouwd door oud-Schettenser Sijds van Osinga, die toen grietman van Doniawerstal was geworden.
Osinga State was later echter in het bezit van de familie Vegelin van Claerbergen gekomen. Frans erfde in 1773 dan ook de state van zijn grootvader grietman Johan Vegelin van Claerbergen toen die overleed. In 1800 staat Frans ook te boek als eigenaar van Sassinga State, maar ze zullen de state dus verhuurd hebben.

Hierna stopt het spoor op dit moment, maar de state was tegen die tijd al veranderd in een boerderij.
Dit was helaas het lot van heel veel oude Friese states.
De site van Braaksma vermeld nog dat in 1914 de boerderij afbrandde en dat toen ook het oude poortgebouw is afgebroken. Op de tekening van Stellingwerf is deze gelukkig nog afgebeeld.


States en kastelen in Friesland en daarbuiten


  1. Sassinga State te Hennaard

zondag 25 november 2018

Friezen bij de Synode van Dordrecht

De Synode van Dordrecht werd gehouden in de jaren 1618-1619 te Dordrecht. Bijna iedere dag werd er wel vergaderd over diverse geschillen die ontstaan waren in de 'Gereformeerde Kerk'. Ook werd er opdracht gegeven tot het maken van een bijbel in de Nederlandse taal, later de Statenbijbel genoemd.
Van deze Synode is een mooie tekening gemaakt, waarop alle deelnemers staan afgebeeld voorzien van een nummer. In de toelichting staan vervolgens de namen bij de nummers.

In 2018 werd herdacht dat het precies 400 jaar geleden was dat deze Synode begon.
(zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Synode_van_Dordrecht)





Links: twee Friese deelnemers met de nummers 14 en 15 zaten vooraan.

nr. 14 Ernestus van Aylva, gedeputeerde Staet van Vrieslant ende Grietman in Dongeradeel
Dit was Ernst Douwes van Aylva (1548-1627), grietman van (West en Oost) Dongeradeel. Hij was gehuwd met IJdt Bockes van Herema en woonde op Haniastate te Holwerd. Hij was aanwezig op de Synode als Gedeputeerde van de Staten van Friesland.

nr. 15 Ernest Harinxma, eerste raet in 't Hof van Vrieslant
Dit was Ernst van Harinxma (ong. 1560-1631), Raadsheer in het Hof van Friesland. Hij was gehuwd met Tietke van Botnia en woonde op Sjuxmastate te Waaxens (WD), waar hun naam nog aanwezig is in het poortgebouw aldaar.




Deze gehele bank zat vol Friese deelnemers, alleen nr. 81 (Bogerman) zit niet op zijn plaats omdat hij als voorzitter van de Synode is gekozen en daarom aan de grote tafel zit.

nr. 81 Ioannes Bogermannus, Predicant tot Leeuwarden
Dit was de bekende Johannes Bogerman (1576-1637), toen predikant te Leeuwarden.

In het midden met nr. A, predikant Johannes Bogerman en helemaal rechts met letter E secretaris Festus Hommius.















nr. 82 Florentius Ioannis, Predicant tot Sneeck
Dit was Florentius Johannes Culenburgh (ong. 1575-1637), die van 1603-1634 predikant te Sneek was. Hij kwam toen van Oenkerk-Giekerk en werd later predikant te Leeuwarden.

nr. 83 Philippus Danielis Einshemius, Predicant ot Harlinghen
Dit was Philippus Daniels Eijlshemius (1579-1631), predikant te Harlingen. De bekende domineefamilie Eijlshemius is afkomstig en uit het Oostfriese Eilsum, waar hun Latijnse achternaam dus naar vernoemd is. Van Philippus is een album amicorum bekend, met daarin 94 handtekeningen van medeleden der Synode en deze bevindt zich in 'Bibliotheque publique et universitaire' te Geneve. Zijn jongere broer Petrus was o.a. predikant te Schettens-Longerhouw en later te Leeuwarden. Een andere broer, Abraham, was ook predikant te Schettens-Longerhouw. Philippus zelf was gehuwd met Sibrich Aukes.

nr. 84 Tako ab Aysma, Raet in Vrieslant
Dit was Taco Hessels van Aysma (ong. 1575-1626), zoon van de bekende, laatste president van het Hof van Friesland, Hessel van Aysma. Hij woonde op Wibranda State te Hichtum en ligt begraven onder een grote zerk aldaar. Taco, of Teake op zijn Fries, bleef ongehuwd. In het dagelijks leven was hij Raad Ordinaris, dit was het rechterlijk college van Friesland en zij spraken de vonissen uit.
Tako was een volle neef van kolonel Schelte van Aysma uit Schettens.
(zie ook: http://www.andrebuwalda.nl/aysma_taco_grafzerk.htm)

nr. 85 Kempo ab Harinxma a Donia, Raedt inden Hove van Vrieslandt / ende ouderlingh van Leeuwaerden
Dit was Keimpe Franses van Harinxma van Donia (1554-1622). Hij woonde op Hinnemastate te Jelsum en was van 1594-1616 grietman van Leeuwarderadeel. Hierna was hij Raad Ordinaris van het Hof van Friesland. Keimpe was gehuwd met Frouck Ernstes van Goslinga uit Hallum. Van zijn zoon, kapitein Frans van Donia, hangt een schilderij in Munster omdat hij bij de Vrede van Munster aanwezig was.

nr. 86 Ioannes vander Sande, Raedt in 't Hof van Vrieslandt / ende ouderlinck tot Leeuwaerden
Dit was Johannes Reinders van der Sande (ong. 1560-1625), Raad Ordinaris van het Hof van Friesland. Hij was gehuwd met Ymck Baerthesdr. Idsaerda. Hij zal in Leeuwarden gewoond hebben.







letter E Festus Hommius, secretaris
Dit was Festus Hommius (1576-1642), geboren te Jelsum, vanaf 1599 predikant te Dokkum en vanaf 1602 te Leiden. Zijn broer Wijbrandus was predikant te Bolsward en andere broer Sixtus predikant te Wirdum.


(Afbeeldingen: met dank aan Hans Zijlstra)

Update 7-3-2021: 
In het Album Amicorum van Alewinus Petri, die ouderling van Dordrecht was, staan 94 bijdrages van o.a. alle Friese deelnemers, behalve Johannes van der Sande.
http://www.alvin-portal.org/alvin/view.jsf?pid=alvin-record%3A176601&dswid=-4296

Zoeken in deze blog