Posts tonen met het label Roermond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roermond. Alle posts tonen

donderdag 30 april 2020

Friese kapiteins (55) : Jan Gerckes Hoptilla


Friese kapiteins (55) : Jan Gerckes Hoptilla

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Hoptilla is een Friese familie, waarvan we eigenlijk heel weinig weten.
Waarschijnlijk gaat het hier om een zogenaamde 'eigenerfde' familie, wel belangrijk, maar niet van adel.
Het bekende, maar niet altijd betrouwbare, Stamboek van den Frieschen Adel, besteed echter nog wel een hoofdstuk aan deze in hun ogen adellijke familie.
Waarschijnlijk komt deze familienaam van het nog bestaande buurtschap Hoptille, ten noordwesten van Hijlaard.
Daar, tussen Huins en Hijlaard, lag een gelijknamige brug over de Bolswardervaart.
Een tille is namelijk een hoge brug en aldaar is ook een Hoptilla Sate bekend.

Jan van Hoptilla werd omstreeks 1580 geboren als zoon van Gercke Wybes Hoptilla en Grietje Jans Hagedoorn.
Zijn vader Gercke was fabrieksmeester te Leeuwarden.
Verder was er overigens ook een Gercke Wijbes uit Workum, die watergeus was.
Het kan hier echter ook om een toevallige naamgenoot gaan.

Omstreeks 1605 zal Jan getrouwd zijn met Botje Dircksdr. Siercksma.
Haar ouders heb ik nog niet kunnen vinden, maar ook zij stamt uit een bekende familie.
Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen, waarvan twee dochters, die op hun beurt weer met twee broers trouwden.
Boethia huwde Regnerus Neuhusius, die rector te Alkmaar zo worden.
Margaretha trouwde met Henricus Neuhusius, advocaat voor het Hof van Friesland.
Na het overlijden van Botje, hertrouwde Jan Hoptilla met Aeltje Verkerck, waarvan ik ook geen verdere gegevens heb.
Ook uit dit huwelijk zouden drie kinderen geboren zijn.
Op 18 januari 1634 kopen ze een een woning te Harlingen voor 3000 caroliguldens (cg), van de weduwe van mr. stadsmetselaar Jacob Lous (Forssenburg).
Dezelfde woning (nu Zuiderhave 54) verkopen ze in 1647 weer aan Schelto van Aitzema, secretaris van de admiraliteit.
Jan overleed dus in ieder geval NA 1647, maar een exacte datum en plaats hebben we helaas niet.

Militaire carrière
Op 15-1-1625 wordt hij benoemd tot luitenant in de compagnie van kapitein 'overste' Juw van Eysinga.Op 2 juli 1631 krijgt hij zijn benoeming als kapitein in het Friese Regiment, terwijl hij op 15 juli de eed aflegt. Het is vrijwel zeker dat hij daarbij Juw van Eysinga opvolgt als kapitein, aangezien die kort daarvoor (op 4-5-1631) was overleden.
In 1632 schrijft hij een brief aan de Friese stadhouder Ernst Casimir waarin hij opgave doet van de onder zijn bevel staande geappointeerden en van degenen die te oud zijn om te vechten.
Deze brief wordt nog bewaard in het Koninklijk Huisarchief van de Oranje's.

Op 8 augustus 1632 speelde Hoptilla een beslissende rol speelde bij het afslaan van een aanval van Spaanse troepen op een voorpost in Amby van het legerkamp van Prins Maurits in Limburg.
Hiervan is een ooggetuige verslag gemaakt, vermeld in een in 2013 gepub
liceerde kroniek van de Friese militair Poppo van Burmania.

'Een pistoelschoet van ons quartier stonde een kleine kerck met een kerckhoff, Amij genaemt, aen het trenchement daer twee compagnijen de wacht in hadden, te weeten een Vries capitein Jan Gerkes Hoptille, daer de drie rigementen Italianen die de avangarde hadden dapper op aanvielen, sodat sij handt tegen handt vochten en de de musquetten so ras niet konden laden, maer met de kolwen van de musquetten ende pijcken haer afslugen, tertijt dat sij securs kregen'.


Tekening van de aanval op Prins Maurits zijn leger in Maastricht door het leger van Pappenheim.
Rechtsboven is het dorp Amby (als Ammi) te zien en links daarvan de 'Walburgsche kerck' die belegerd werd.


Op 13 januari 1633 loopt hij mee in de reeds vaak besproken lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz.
Overigens liep ook zijn familielid dr. Joannes Hoptilla mee, die 'gemeensman' van Leeuwarden was.

Gedeelte van de lijkstatie van Ernst Casimir in 1633, waarin Jan Hoptilla meeliep als kapitein.

Eind mei 1633 komt hij aan in de stad Roermond met een aantal andere kapiteins.
Op 18 augustus van hetzelfde jaar vertrekt hij weer ,samen met vijf andere compagnies onder leiding van luitenant-kolonel Levin de Caluart.
Ze gaan dan op Venlo en sloten zich bij het 'princenleger' aan, die daar in de buurt was.

In november 1635 lag Jan met zijn compagnie in garnizoen te Coevorden, samen met kapitein Douwe van Andringa.
Hij kreeg toen 'patent' (=opdracht) van de Friese Gedeputeerden om naar Stavoren op te rukken, zonder acht te mogen slaan op de patenten
van de stadhouder. De commandanten van de vestiging Coevorden hielden op bevel van de stadhouder echter de poorten gesloten.

Zo schreef Joan Adolph van Renesse, commandant van Coevorden, aan stadhouder Hendrik Casimir dat:

'kapitein Jan Gerckes Hoptilla volgens patent van de Staten was vertrokken, maar onderweg een tegenbevel van de stadhouder had ontvangen waarop 'de goeden man daardoor perplex sijnde en niet wetende wat te doen'.
Renesse wilde namelijk de bevelen van de stadhouder opvolgen.
Er was toen namelijk een flink geschil tussen de Staten en de Stadhouder, welke laatstgenoemde ook zelfstandig opdrachten had gegeven.
Op 1 maart 1644 werd Hoptilla opgevolgd door de Litouwse edelman en kapitein Simon Karol Oginsky.

Schilderij
Er blijkt een schilderij van kapitein Hoptilla te zijn, waarvan we helaas nog niet een afbeelding hebben kunnen vinden.
In 1967 is deze in eigendom van de rijke Friese tandarts Meindert Repke van der Molen, die gehuwd was met de adellijke Ada Mathilda Rutgers van Rozenburg.
Het schilderij is onderdeel van een hele serie portretten van Friese kapiteins uit waarschijnlijk het Friese Nassause Regiment Infanterie.
Veel daarvan zijn gemaakt door het atelier van de bekende Friese schilder Wybrand de Geest, ongeveer tusssen 1630-1640.
Nader onderzoek zal hopelijk (ooit) nog een afbeelding opleveren.

Familiewapen
Volgens de beschrijving van CBG is dit zijn persoonlijke wapen.
Het is bijna gelijk aan het 'gewone Hoptilla' familiewapen, alleen heeft Jan linksonder drie zwarte struisveren extra.

Beschrijving:
Wapen:
 gevierendeeld: I de Friese adelaar, goud gesnaveld en gepoot; II in blauw een zilveren zwaan, rood gesnaveld en gepoot; III in zilver drie waaiersgewijs geplaatste zwarte struisveren; IV in rood drie gouden klaverbladeren.

Familiewapen Jan van Hoptilla
(bron: CBG familiewapens)


Familieleden in het leger

  • Zijn broer, Wybe Gerkes Hoptilla (ong. 1580-?) was luitenant
Vaandel
onbekend

Compagnie nr. 53
* Jan Hoptilla (geb.ong.1580-
U>1647)
* Kapitein van 1631-1644
* Voorganger: Juw van Eysinga
* Opvolger: Simon Karol Oginsky

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Harlingen

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoptille
http://images.tresoar.nl/wumkes/pdf/WinklerJ_FriescheNaamlijst.pdf
https://www.kleinekerkstraat.nl/frames.php?p=num2&str=ZUIDHAV&num=54
Gulden Vrijheid?: Politieke cultuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640 (door Hotso Spanninga)

Noten

nvt


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.


Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena
  54. Tjaard Tjebbes Hobbema
  55. Jan Gerckes Hoptilla

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

zaterdag 2 maart 2019

Friese kapiteins (4) : Ludolf Potter


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (4) : Ludolf Potter

Achtergrond
De familie Potter heeft een speciale band met de Friese stad Sloten, maar of Ludolf daar in 1575 is geboren, is niet zeker. In ieder geval woonden zijn ouders Gerrit Siemens Potter en Geertje Ludolfs daar in 1586. Ludolf is dus vernoemd naar zijn grootvader van moederskant. Zijn vader was proviandmeester en ammunitiemeester; beide waren functies in het leger en werden ook wel tegelijk vervuld.

Militaire carrière
Ludolf groeit dus op in een militaire omgeving en zal de gebruikelijke officiersfuncties hebben bekleed zoals vaandrig en luitenant.
Op 3 januari 1618 volgt hij kapitein Michiel Hagen(s) op en was vanaf die dag dus kapitein van een eigen compagnie. Een kapitein moest in die tijd kapitaalkrachtig zijn, aangezien hij vaak de soldij van de soldaten moest voorschieten voordat hij het weer van de Friese Staten kreeg. Ludolf zal dus ook over voldoende financiële reserves hebben beschikt.
In 1629 is hij tijdelijk commandeur van de Langackerschans, wanneer Schelte van Aysma met manschappen naar Kampen gaat om die stad tegen de Spaanse inval te verdedigen. Deze 'band' met Schelte, zullen we later nog vaker tegenkomen.
Het jaar erop, in 1630, zit hij met zijn compagnie in de Duitse stad Emden, die dan als het ware een Nederlandse stad was geworden en lang onder Nederlandse protectie heeft gestaan. Er waren dus continu compagnies gehuisvest die onder leiding stonden van een Nederlandse commandeur.

In 1631 volgde een promotie tot majoor in het Friese Nassause Regiment Infanterie. In dezelfde functie  komen we eerder ook Jan Sageman tegen, die in 1625 was overleden.
Overigens waren er twee vanaf 1631 twee Friese regimenten, waardoor er ook twee majoors waren. De andere was Poppo van Burmania (regiment Eminga)

In deze functie (sergeant-majoor) liep hij begin 1633 mee in de bekende lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir, die eind 1632 om het leven kwam bij het beleg van Roermond.
In 1636 zat hij (nog steeds of opnieuw) in de stad Emden, waar hij dat jaar zijn testament opmaakte. Dit laatste was voor een militair geen overbodige luxe, gezien de gevaren die ze in deze oorlog steeds liepen.

Op 16 januari 1637 volgde opnieuw een promotie, nu als luitenant-kolonel. Op diezelfde dag werd Schelte van Aysma kolonel waardoor we weten dat Ludolf een paar keer één functie achterliep op de officier uit Schettens.
Diezelfde zomer vertrok hij met het Regiment Aysma naar de Brabantse stad Breda, die al vanaf 1625 weer in Spaanse handen was gekomen door een beleg van bevelhebber Spinola.
Onder leiding van de Friese stadhouder Hendrik Casimir van Nassau hadden de Friese compagnieën een eigen plaats gedurende het bijna drie maanden durende beleg.
De Spaansen verzetten hun echter nogal krachtig, waarbij ook veel handgranaten werden gegooid naar het Staatse leger.
In de maand augustus raakte Ludolf tijdens zo'n tegenaktie gewond, aldus zijn grafsteen. Waarschijnlijk is 'onze' Schelte van Aysma bij diezelfde aktie ook gewond geraakt, en daar slechts korte tijd later op 23 augustus ook aan overleden.
Ludolf, die dus telkens één functie onder Schelte vervulde, kreeg nu de ultieme promotie voor een adellijke officier, namelijk die van kolonel.
Hij werd op 16 september 1637 dan ook in die functie benoemd hoewel hij toen nog steeds niet hersteld zal zijn geweest. Van een echte uitoefening als kolonel zal niet veel sprake zijn geweest, aangezien Ludolf in oktober van datzelfde jaar in Haarlem overleed aan de gevolgen van zijn verwondingen.


Grafzerk Ludolf Potter te Sloten

Grafsteen
Hij zal, net als Schelte van Aysma, per boot zijn overgebracht naar Sloten waar hij werd bijgezet in de kerk. Zijn grafsteen is gelukkig nog steeds te bezichtigen, al is deze wel flink aangetast door de tand des tijds.
De graftekst is als volgt:
...[16]37 in augusto is den ... colonel Ludolph [Po]tter
geschooten in de belegeringe voor Breda. Was olt
62 iaeren gesturven aan de quetsuyren binnen
Haerlem den 26 october
.
Potter wiens deught verstandt, beley...den
Ons landen, groot prouffeyt en Spangie ...
Legt Sloten in dit graf Breda de ..e ...
Waer hy als colonel int winnen ...
In Frieslandt rust syn lyck tot Haerlem...
Syn eer is overall: de siel in 's hemels ...s...

Zijn 'oomzegger' Gerrit Jochums Ammama werd ook kolonel en ligt onder dezelfde steen begraven.

Familiewapen
Tot slot nog wat over de familie Potter.
Bij Voorburg lag voorheen het landgoed De Loo, welke halverwege de 15e eeuw eigendom van Gerrit Potter van der Loo was.
Op een zegel van hem staat het familiewapen:
'doorsneden, A drie burchten naast elkaar, elk getopt met drie vlammen.
B: effen.
Helmteken: een hanenkop met hals.



Zegel van Gerrit Potter van der Loo, ca. 1500 (www.cbg.nl)
Het familiewapen op de zerk in Sloten is ook doorsneden en het helmteken lijkt ook een vogel te zijn. Of er drie burchten zijn afgebeeld kan ik van de foto niet met zekerheid zeggen. Veld B is hier niet effen maar lijkt op golvend water. Het lijkt erop dat het hier om afstammelingen of anderzijds familie gaat van deze oude familie Potter.


Familieleden in het leger
  • Zijn vader Gerrit Siemens Potter (ong. 1545-?) was proviandmeester en ammunitiemeester in de vesting Bourtange.
  • Zijn broer Michael Potter (ong. 1580-1638) was kapitein en gehuwd met Janniken van Vierssen.
    Twee zussen van Janniken huwden ook weer met kapiteins
  • Zijn zus Aagje Potter huwde in 1598 met Joachim Hernes Ammama, die ook proviandmeester was o.a. in de vesting Bourtange.
Compagnie nr. 14
* Ludolf Potter (1575-1637)

* Kapitein van 1618-1630

* Voorganger:  Michiel Hagens
* Opvolger: Doecke van Hemmema
* Hoogste functie: kolonel
* Woonplaats: Sloten?

Vaandel
Dit vaandel is in gebruik geweest tussen 1618-1621 van de compagnie van Ludolf Potter.
(tekening: Jeroen Punt).

Vaandel Ludolf Potter 1618-1621

Dit onderstaand vaandel is in gebruik geweest tussen 1621-1637 van de compagnie van Ludolf Potter.
(tekening: Jeroen Punt).
Vaandel Ludolf Potter 1621-1637
Meer informatie:
www.andrebuwalda.nl


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

Zoeken in deze blog