Posts tonen met het label luitenant-kolonel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label luitenant-kolonel. Alle posts tonen

vrijdag 26 april 2019

Friese kapiteins (11) - Taecke van Hettinga


Friese kapiteins (11) : Taecke van Hettinga

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
Omstreeks 1560 werd Taecke te Jorwerd (Baarderadeel) geboren als zoon van de Homme van Hettinga en Trijn van Rinia.
Zijn ouders woonden vermoedelijk op het stamhuis Hettinga State, waarvan helaas bitter weinig bekend is, laat staan een afbeelding.
Zijn vader was grietman van Baarderadeel van 1558-1567, toen hij moest vluchten naar het Duitse Emden. Hier zaten heel veel edellieden die daar relatief veilig waren.
Diezelfde Homme van Hettinga werd vervolgens kapitein in het leger van graaf Lodewijk en streed in 1568 mee bij Heiligerlee, het startpunt van de opstand tegen de Spanjaarden.
Tijdens zijn ballingschap in Emden zal hij Neelcke Goverts hebben ontmoet, die uit die stad afkomstig was. Ze trouwden omstreeks 1580, wellicht in Emden.
Helaas is van haar verder niets bekend en ze lijkt ook niet van adel te zijn.
Net zoals vele tijdgenoten verlatiniseerde hij zijn voornaam tot Taco, dus komen we hem meestal tegen met die naam.
Uit zijn huwelijk zijn vijf kinderen bekend: Hylck, Doecke, Catharina, Homme, die allemaal gehuwd zijn geweest.

Militaire carrière
In deze oorlogsomstandigheden groeide Taecke dus op en ook hij koos ook voor een militaire loopbaan.
In 1580 richt hij in Dantumadeel een eigen compagnie op, om de Duitse graaf Filips van Hohenlohe te helpen.
Een officiële kapiteinsbenoeming is van hem helaas niet bekend.
In 1587 is hij met zijn compagnie aanwezig bij de mislukte verovering van de stad Groningen.
In 1589 is hij opgeklommen tot de functie van luitenant-kolonel en in dienst van graaf Willem Lodewijk.
in 1593 ligt hij met zijn soldaten op de grenzen van Friesland en Overijssel om die te beschermen tegen Verdugo.
Hij bezet 19 Juni 1595 met enkele Friese compagnies Emden.
Op 18 augustus 1596 is hij bij het beleg van Hulst,
Op 19 september 1597 verliest hij een been bij het beleg van Grolle.
--> gedeelte van de tekening van het Beleg van Grolle uit 1597 door de Staatse troepen. 


Het west-zuidelijke gedeelte van de stad werd belegerd door Friese soldaten, waarbij op de tekening dus de Vriesche Schans' en de 'Vriesche Aprochen' werden ingetekend.

 de Vriesche Schans bij Grolle.

Het kamp van het Staatse leger in 1597 bij het beleg van Grolle.


Rechtsboven zijn de 'Vriesen' goed vertegenwoordigd, in de directe nabijheid van 'hun' Friese stadhouder Willem Lodewijk van Nassau.

Op 2 Juni 1600 aanwezig als luitenant-kolonel in de slag bij Nieuwpoort.
In 'Neerlands heldendaden te land', deel 1 staat het volgende over Slag bij Nieuwpoort van 1600:
'Het was de voormiddags omstreeks elf uur, toen het Nederlandsche leger, nu ongeveer 11.000 man sterk en 2500 paarden, ordelijk op het strand in drie linieen opgesteld en slagvaardig was. De eerste linie of de voorhoede, onder bevel van de Luitenant Generaal  der kavallerij, Lodewijk Gunther van Nassau, en Francis Veer, telde 43 vendelen voetvolk, waarvan twee Regimenten Engelsen, een regiment Friezen onder den Overste Luitenant Taco Hettinga, en 's Prinsen lijfwacht onder Van der Aa.

Op 23
mei 1602 was hij in Emden, als luitenant-kolonel bij het Friesche regiment en bevelhebber in de stad Emden.

Familiewapen
Familiewapen Van Hettinga
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Familieleden in het leger
  • zijn dochter Hylck huwde luitenant Seerp van Galama (ong. 1590-1625)
  • zijn zoon Doecke van Hettinga (ong. 1590-1632) was kapitein
  • zijn dochter Catharina huwde kapitein Focke van Ripperda (ong. 1580-1617)
  • zijn zoon, kapitein Homme van Hettinga (ong. 1580-1649), huwde Cnier van Oosthem.
    Cnier was een dochter van kapitein Hans van Oosthem (?-1603)
  • zijn broer Rienck van Hettinga (ong. 1560-1602) was kapitein.
  • zijn vader Homme van Hettinga (ong. 1525-1572/4) was kapitein
Vaandel
 vaandel in gebruik van ca. 1598-1603




















Compagnie nr. 2
* Taecke van Hettinga (*ong. 1560-1604)

* Kapitein van 1580-1603

* Voorganger: -
* Opvolger: Juw van Eysinga
* Hoogste militaire functie: luitenant-kolonel
* Woonplaats: Jorwerd


Meer informatie:
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

Tot nu toe verschenen in deze serie:


  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  

dinsdag 2 april 2019

Friese kapiteins (8) - Juw van Eysinga


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (8) : Juw van Eysinga

Achtergrond

Juw van Eysinga werd in 1563 geboren als zoon van Frans van Eysinga (ca. 1530-1603) en Lisck Juwsdr van Juwsma (?-1565). Terwijl Juw de Friese schrijfwijze van zijn naam is, wordt hij in eigentijdse verslagen ook wel aangeduid als Julius. De Van Eysinga’s bezaten te Oenkerk een buitenplaats waarvan Juw’s oudere broer, Aede van Eysinga (ca. 1560-1619) eigenaar werd. Juw erfde op zijn beurt van moederszijde de Juwsma State te Wirdum. Lange tijd werd deze state bewoond door de adellijke familie Van Juwsma. Lisck’s vader Juw van Juwsma (? -1541) was echter de laatste mannelijke telg en via zijn dochter vererfde de state naar de familie Van Eysinga.

In het dagboek van stadhouder Willem Frederik komt in het jaar 1648 een passage voor met de volgende tekst:
 Hij seyde dat de Eissinga so olde edelluyden niet waeren, en de overste lieutenant Eissinga had Grettinga tot een vrauw, en sijn moeder [Lisck van Juwsma] wass een slechte vrau van Douay
.
 Deze zin blijkt gezegd te zijn door kapitein Ernst van Haren (1623-1701), waarin hij dus behoorlijk roddelt over de dan al 17 jaar overleden Juw, zijn vrouw en zijn moeder. Douay is een bekende universiteitsstad in Frankrijk, waar veel Friese edellieden studeerden in de 16e/17e eeuw.
 
Juw van Eysinga huwde ongeveer in 1590 met Rientje Riencksdr van Gratinga (?-1613) en samen kregen zij drie dochters:  Anna, Lisck en Catharina. Anna huwde met ritmeester Hero van Burmania die in 1632 sneuvelde tijdens het beleg van Maastricht. Catharina trouwde in 1619 met haar achterneef Aede van Eysinga. Juwsma State zelf werd helaas in 1816 gesloopt en er is jammer genoeg geen afbeelding van bekend. Op de plaats van de state kwam een nog steeds aanwezige familiebegraafplaats van de familie Eysinga.

Militaire carrière

Juw nam als 21-jarige dienst in het Friese regiment van het Staatse leger. Hij diende vanaf 1584 als vaandrig binnen de compagnie van kapitein Frederik van Vervou (1557-1621). Al in 1586 volgde een promotie tot kapitein en hij was onder andere betrokken bij het beleg van Steenwijk in 1592.
Van 1601-1603 had hij een paar jaar lang een bestuurlijke carrière, omdat hij toen namens Friesland in de Raad van State kwam.
In 1603 volgde hij Taco van Hettinga op als luitenant-kolonel van het Friese regiment.
In 1604 hield hij met zijn compagnie stand, toen Spinola bij Cadzand probeerde om door te breken om Sluis te ontzetten.
In 1622 redde hij Friesland met de kapiteins Abbe van Bootsma en Frans van Donia van een geduchte strooptocht van de Spanjaarden, die toen genoodzaakt waren snel terug te trekken
(zie verslag bij Abbe van Bootsma).
In 1627 was hij aanwezig bij het beleg van Groenlo.
Volgens zijn grafsteen is hij laatstelijk bevorderd tot luitenant-generaal van Friesland.
Na zijn dood besloten de Staten van Friesland het Friese regiment op te splitsen in twee regimenten. Die stonden vanaf dat moment onder het commando van de kolonels Edzard van Eminga en Jacob van Roussel.
Zijn compagnie zal zijn opgevolgd door kapitein Jan Gerckes Hoptilla, die sinds 1625 al zijn luitenant was. Tevens werd die op 2-7-1631 tot kapitein benoemd, dus kort na het overlijden van Juw.
Grafsteen
In 1631 stierf Juw en werd begraven in de kerk van Wirdum. Aldaar ligt in het koor nog de schitterende grafsteen waarop Juw in volledig driekwartsharnas staat afgebeeld. De grafsteen in Wirdum bevat echter een merkwaardig opschrift. Er staat vermeld dat Juw luitenant-generaal van Friesland was, in alle andere vermeldingen wordt hij echter beschreven als luitenant-kolonel. Op zijn grafsteen staat Juw echter afgebeeld met een commandostaf in zijn rechterhand, wat wel wijst op een functie als luitenant-generaal. Wellicht is hij kort voor zijn dood bevorderd tot deze functie.
Grafzerk van Juw van Eysinga te Wirdum

Op de grafzerk staat Juw dus afgebeeld in vol militair ornaat. Links van hem de wapens van zijn vier grootouders Eysinga-Juckema-Juwsma-Tjaerda.
Rechts de vier grootouders van zijn vrouw: Gratinga-Bonga-Aesgema-Beyma.
Juw staat op een soort van tafel afgebeeld met daarop de militaire attributen handschoenen en helm
De tekst is de grafzerk is als volgt:

Anno 1631 den 4 mayus sterf den eedelen Iulius van Eysinga luitenant generael van Fryslant en capitein van een companye te voet
Ao 1613 de 25 octob sturf die eerbare Rienttie van Graettinga zijn wijf

Eysinga Gratinga
Iuckma Bongma
Iousma Aesgema
Tziarda Beyma

Quem nora libertas medys natriuit inarmis
zug trucis belli nobili fulmer crat
laude sua, et longa maiorum ab origine darum
Diu pro - praefecti munere fubctus obi
hic tumulus mortale tegit, sed gesta supersunt
insignis titulis quies quoq vicit auos

Familiewapen
In het stamboek staat dit familiewapen afgebeeld met de beschrijving: 'in zilver drie rozen van rood'.
Familiewapen Van Eysinga (Stamboek)

Overige
Van Juw is een schitterend portret uit 1611 overgeleverd. Hierop staat hij in stoere houding afgebeeld als een nors kijkende man. Het portret hing lange tijd in het Eysingahuis aan de Nieuwestad in Leeuwarden. Het portret behoort tegenwoordig tot de collectie van het Fries Museum. Binnen deze collectie bevinden zich overigens ook diens harnas en rapier afkomstig van de Juwsma State in Wirdum.
Portret van Juw van Eysinga, geschilderd toen hij 47 jaar oud was.
(1611, Jan Urbeijns de Salle)

Harnas, afkomstig van Juwsma State te Wirdum
(collectie Fries Museum)

Familieleden in het leger

  • Zijn broer Aede van Eysinga (?-1619) huwde Foeck van Eelsma, dochter van watergeus Jelle Ripperts van Eelsma
  • De moeder van Juw zijn vrouw, Cathrina van Aesgema, huwde na het overlijden van haar man Rienck van Gratinga, met Hessel Scheltes van Aysma. Hessel was de bekende president van het Hof van Friesland en uiteraard familie van kolonel Schelte van Aysma.
  • Juw zijn dochter Anna, huwde (1) kapitein/ritmeester Hero van Burmania (ong. 1580-1632).
    Anna huwde (2) in 1635 kapitein Philip van Boshuizen, woonachtig op Juckema State te Stiens.
Vaandel
niet bekend

Compagnie nr. 53
* Juw van Eysinga (*1563-
U1631)
* Kapitein van 1586-1631

* Voorganger: -
* Opvolger: Jan Gerckes Hoptilla
* Hoogste militaire functie: luitenant-generaal
* Woonplaats: Wirdum




Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:


Zoeken in deze blog