Posts tonen met het label epitaaf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label epitaaf. Alle posts tonen

woensdag 18 maart 2020

Friese kapiteins (51) : Jacques van Challansi


Friese kapiteins (51) : Jacques van Challansi

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De adellijke familie Challansi is afkomstig uit Bourgondië in Frankrijk. Daar ligt het dorp Chalancey, waar hun familienaam ongetwijfeld naar vernoemd is.
Bij dit dorp ligt het Chateau Chalancey, een groot en oud kasteel. Het is mij echter niet bekend of deze familie een link met dit kasteel heeft.
Deze Franse achternaam leverde in Nederland traditiegetrouw weer heel wat varianten op, zoals Salency, Salencijn, Salancy, Salanchi, Challentzij, etc.
Jacques van Challansi werd omstreeks 1578 geboren, waarschijnlijk in Franeker.
Hij was een zoon van Peter (of: Pieter) de Challansi en Anna van Egmond van Merestein.

In 1590 procedeert zijn moeder, Anna van Egmond, om een prebende (studiebeurs) voor Jacques uit het Sjaerdema-leen.
Zijn overgrootmoeder Lucia van Martena, was inderdaad een kleindochter van een Sjaerdema, dus had hij in principe recht op een toelage uit dit fonds.

Omstreeks 1600 huwde Jacques met de Groningse Susanna van Ewsum (ong. 1575-1630?), dochter van Johan van Ewsum en Anna van Burmania.
Deze Johan was in 1554 eigenaar van de borgen Ewsum en Mensinge in Groningen. Dochter Susanna erfde hiervan Ewsum bij Middelstum.
Doordat de boedel echter zwaar met schulden was belast, moesten veel bezittingen worden verkocht.
Om de verkoop van de borg Ewsum te verhinderen, droeg Susanna de borg over haar neef Caspar van Ewsum, die het in 1601 ook daadwerkelijk kocht.
Uit hun huwelijk zijn geen kinderen bekend, maar gezien het feit dat hij kort na het huwelijk overleed is dat ook niet voor de hand liggend.
Na het overlijden van Jacques op 12 juli 1602, hertrouwt zijn weduwe Susanne omstreeks 1605 met Edzard Jacob Clant (1584-1648).
Voor haar was dit het derde huwelijk, omdat ze na Jacques ook nog met Johan de Baemsche was getrouwd.
Jacques werd begraven in het familiegraf van zijn vader en moeder in de Martinikerk te Franeker.

De borg Ewsum te Middelsum, zoals het eruit zou hebben gezien voor 1649.
(www.wikpedia.nl)


Franeker
Vader Peter Challansi diende als vaandrig in een Waals regiment van het leger van Caspar de Robles, die in november 1573 tot stadhouder van Friesland werd benoemd.
In de maanden daarvoor waren zij naar Friesland gekomen, waarbij zijn kapitein, Robert de Feutre, de Botniastins van de gevluchte Julius van Botnia betrok.
Vaandrig Challansi kwam in huis bij Foockel van Aylva in Franeker, die hiervoor overigens betaald kreeg.
Omstreeks 1575 zal Peter zijn overgestapt naar de Protestantse kant, wat op zich al bijzonder is.
In Franeker zal hij vervolgens ongetwijfeld zijn latere vrouw hebben ontmoet en waarmee hij omstreeks 1575 huwde.
Anna van Egmond van Merenstein (1537-<1602) was een dochter van Jan van Egmond van Merenstein en Amelia van Grombach.
Deze Jan was eigenaar (beleend) van kasteel Meerestein te Heemskerk, waar Anna nog geboren werd.
Maar zijn huwelijk met Amelia betekende reeds een sterke verbinding met Franeker, waar Amelia in 1584 bijvoorbeeld eigenaar van het Martenahuis was.
Tot slot was er in Franeker een heus Van Egmondshuis, waar Antony van Egmond van Merenstein (overleden in 1592) nog woonde.
Deze Antony was weer een oom van Anna van Egmond.


Militaire carrière
In 1597 was Jacques reeds aanwezig (als luitenant?) bij het Beleg van Lingen, waarbij stadhouder Maurits tijdens een succesvolle veldtocht een belangrijk deel van het Oosten veroverde.
Toen hopman Pieter van Lewarden hier op 18 oktober 1597 kwam te overlijden, volgde Jacques hem op als kapitein.
In 1601 was Jacques aanwezig bij het gelukte Beleg van Rijnberk.
Deze stad werd heroverd om de Spaanse aandacht van het Beleg van Oostende af te leiden.
Hierna ging hij alsnog naar het Belgische Oostende, de stad die drie jaar lang (1601-1604) belegerd werd door de Spanjaarden.
Challansi werd hier begin juli 1602 ziek, waarna hij op 12 juli te Dordrecht overleed.
Het was zijn broer George van Challansi (ong. 1580-1604) die kapitein werd over Jacques zijn compagnie.


Familiewapen
Het Challansi familiewapen is in vieren gedeeld.
Linksboven en rechtsonder een op twee punten rustend kruis en rechtsboven en linksonder drie losse evenwijdige balkjes




Links het familiewapen Challansi en rechts die van Egmond van Meerestein.


Epitaaf
In de Martinikerk te Franeker is nog een epitaaf aanwezig van de ouders van Jacques van Challansi.
Hierop staan de familiewapens afgebeeld, die nog volledig intact zijn.
De tekst erop is als volgt:

Hier foijr onder desen witte(n) steen leit begraven de(n) edele(n) Joncker PIET(E)R VA(N) CHALLANSI, sergeant Maior des Vriescen Regimente en(de) is voor die scha(n)se van Mackum ghebleve(n) de(n) 14 Novembris Anno 1580.


Epitaaf in de Martinikerk te Franeker van Peter van Challansi


Familieleden in het leger
  • zijn vader Peter van Challansi (ong. 1540-1580) was sergeant-majoor in het Staatse leger
  • zijn broer George van Challansi (ong. 1580-1604) was kapitein in het Staatse leger
  • zijn oom Albrecht van Egmond van Merenstein (1545-1595) was watergeus en kapitein in het Staatse leger
  • zijn vrouw Susanna van Ewsum was een nicht van kolonel Caspar van Ewsum (1564-1639)
     
Vaandel

vaandel van Jacques van Challansi, ong. 1602

Compagnie nr. 3
* Jacques Challensi (geb.ong. 1578-
U1602)
* Kapitein van 1597-1602
* Voorganger: Pieter van Leeuwarden
* Opvolger: George van Challansi

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Franeker?


Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Chalancey
https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Ch%C3%A2teau_de_Chalancey_01.jpg
http://www.awn-beverwijk-heemskerk.nl/pdf/meerestein.pdf
https://cbgfamiliewapens.nl/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Beleg_van_Lingen_(1597)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Beleg_van_Rijnberk_(1601)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Ewsum_(borg)



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein


donderdag 28 maart 2019

Friese kapiteins (7) : Jan Sageman


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (7) : Jan Sageman

Achtergrond
Vermoedelijk is hij afkomstig is uit de Veluwe, omdat we hem daar voor het eerst tegenkomen. Doordat hij ook als Johan Sageman bekend is, duurde het even voordat duidelijk werd dat het hier om dezelfde persoon gaat. Het was echter vrij gebruikelijk dat personen met de naam Jan, Johan werden genoemd en omgekeerd.
Omstreeks 1580 huwde hij met Maria van Arler en gezamenlijk woonden ze op het Huis Schouwenburg in 't Harde (bij Elburg, Gelderland). Wellicht erfde zij het huis van haar vader Arend (of: Aernt) van Arler, die eerder eigenaar was.
Huis Schouwenburg, 't Harde

Later huwde hij opnieuw met Alida Mouthaens, en op 4 november 1620 komen ze beide met attestatie in Bolsward aan.
Zijn familiestamboom is lastig te reconstrueren, maar vermoedelijk hadden ze vier of vijf kinderen: Catharina Wendelina, Julius, Jacob (of: Jacques), Maria en waarschijnlijk een Anna.


Militaire carrière
In de Martinikerk te Bolsward bevindt zich een prachtig epitaaf (gedenkteken), deels verscholen achter een grote koorbank. Hierop staat het leven van Jan in hoofdlijnen beschreven. Zo werd hij 72 jaar oud en diende daarvan 52 jaar in het leger. In 1573 begon zijn militaire carrière, waarschijnlijk als vaandeldrager. 10 jaar later, in 1583, kwam hij in dienst van het Friese Nassause Regiment.
Epitaaf Jan Sageman in de Hervormde kerk te Bolsward

Als kapitein was hij al betrokken bij het beleg van Steenwijk in 1592, voor de Friezen een belangrijke mijlpaal in de 80-jarige oorlog.
In 1600 was hij als kapitein van een Fries regiment aanwezig bij de Slag van Nieuwpoort.
Een jaar later (1601) trok hij met zijn compagnie naar Oostende, de stad die door de Spanjaarden lang werd belegerd. In 1603 lag hij waarschijnlijk in garnizoen te Sloten, omdat daar zijn dochter Catalina wordt geboren. In 1604 werd hij bevorderd als sergeant-majoor, waarschijnlijk voor bewezen diensten en meestal was er door overlijden een functie vacant gekomen. De volgende carrièrestap liet niet lang op zich wachten, want op 13 januari 1607 werd hij benoemd als majoor. Echter meestal werd hij ‘gewoon’ kapitein genoemd, dat is iemand met een eigen compagnie.
Na het overlijden van Jan Sageman op 28 april 1625 werd hij in de functie van kapitein opgevolgd door Hessel van Aysma, de broer van de bekende kolonel Schelte.
Zijn zoon Jacob (of: Jacques) Sageman, diende weer als sergeant onder kapitein Hessel van Aysma.


Familiewapen
Het wapen van de familie Sageman is in kleur bewaard gebleven door een fraaie afbeelding in een oud studentenboek te Utrecht. Het wapen bevat een liggende wassenaar (halve maan) vergezeld van drie sterren (boven 2, onder 1). Op het epitaaf te Bolsward stond waarschijnlijk hetzelfde wapen afgebeeld, echter dit werd weggebeiteld tijdens de Franse tijd. Alleen het helmteken is nog duidelijk te zien, namelijk een lans met vaantje.
Familiewapen Sageman

Overige
In Bolsward is er nog steeds een zogenaamde ‘Zaagmanspost’. Dit brugje over een gracht lijkt nog een duidelijke verwijzing naar deze vergeten held uit de 80-jarige oorlog. Misschien kan verder archiefonderzoek nog meer informatie aan het licht brengen.


Familieleden in het leger
  • Zijn zoon Julius Saagmans (1604->1672) huwde (2) 1641 met Ath van Osinga. Zij was een zus van kolonel Schelte van Aysma.
  • Zijn zoon Jacob Sageman  (ong. 1605-?) was vaandrig, sergeant en later luitenant. Hij huwde in 1629 Anna Catharina van Monchau.
Vaandel
Er zijn drie vaandels bekend van zijn compagnie.

Compagnie nr. 6
* Jan Sageman (*ong. 1553-1625)

* Kapitein van 1593-1625

* Voorganger: -
* Opvolger: Hessel Hotzes van Aysma
* Hoogste militaire functie: sergeant-majoor
* Woonplaats: 't Harde, Bolsward




Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:

vrijdag 16 november 2018

Een helm in de kerk van Beers

Ook in de kerk van het Friese Beers heeft in vroegere tijden een helm gehangen.

Inleiding

Het kleine dorpje Schettens is in de afgelopen vier jaar veelvuldig in het nieuws geweest door de her-ontdekking van een vierhonderd jaar oude helm. Deze was eigendom geweest van kolonel Schelte van Aysma (1578-1637). Na grondig onderzoek bleek dat deze helm oorspronkelijk op een rouwbord heeft gehangen in de kerk. Hierop zat dan ook het rapier bevestigd, welke anno 2016 nog onder de helm in de toren hing.

Het was traditie dat de uitrusting van een officier, na zijn dood op het rouwbord werd gemonteerd. Het gaat hierbij om de helm, rapier, sporen en handschoenen.

Helaas zijn bijna alle originele rouwborden tijdens de Franse periode verdwenen, omdat in 1795 alle (adellijke) wapens in kerken werden verboden.

Omdat het alweer meer dan 200 jaar geleden is dat deze prachtige borden werden verwijderd is er meestal weinig tot niets over bekend of geschreven.
Het is dan ook uitzonderlijk als er zulke informatie weer boven water komt.

De Vrije Fries / Beers

In de Vrije Fries van 1883 staat echter een beschrijving van de kerk te Beers. Dit dorpje is bekend van de replica van Unia State en het nog originele poortgebouw bij het stateterrein.
Deze beschrijving is echter al van 1786 en destijds opgesteld door ds. E. Viglius uit Beers.

Hierin worden twee rouwborden genoemd, die helaas in 1759 van hun plaats zijn gehaald, toen er een nieuwe preekstoel in de kerk kwam.

9. Sijn er twee houte ruiten met de wapens van Gerritsma, deese pleegen beijde in een gemeene houten kast te zijn , versien met 10 quartieren , dog sonder naamen , maar welke verlooren sijn , wanneer het wapen is verplaatst geworden door het oprigten van de nieuwe Predikstoel; verder sijn hier bij een ijsere helm, twee swaarden en twee spooren, en onder de ruiten een epitaphium, welke ornamenten thans alle geplaatst sijn aan de suider muur boven de vrouwen banken, daar de oude Predikstoel eertijds gestaan heeft.

Naast de genoemde rouwborden hingen dus ook een helm, twee zwaarden en twee sporen.

Deese wapens en ornamenten sijn van de twee gebroeders Philippus Pipinus van Gerritsma en Hessel van Gerritsma, welke laatste overleed na aanwijzinge van 't wapen den 9 September 1639. De wapens sijn een goude kruis op een blaauw vel, met sinspeelinge op deselve leest men om de lijst van de eene ruit: Amor meus crucifixus est (1). En om de andere , to westen van 'Hessel van Grerritsma: Lux mea crux Christi (2). 

Het ging hier dus om twee broers: Philippus Pipinus en Hessel van Gerritsma, welke laatste dus op 9 september 1639 is overleden.

Epitaaf

Onder de twee rouwborden in ruitvorm werd dus vroeger het epitaaf geplaatst.

Het epitaphium beneedenswaarts tusschen de beijde ruiten geplaatst is van de volgende inhoud:
Hæredes (1). Aeternitatr sacrum. Hospes. Si non musaram si Palladis non es Hostis, adsista et lege Yiri Nobilis Docti facundi, Hesseli Phocae a Gerritsma monumentum heio vide. Nee vide tantum , sed mirare et stupe. Sic sic quod periit Mei illud Charitum Deens Frisiadum Flos ingeniorum. Quid dicam ultra Naturæ stupendus labor. Atque tu Lector ! haere Fraternos cineres idem cippus togit, Nescis? Philippi Pipini a Gerritsma jam. annos XYT. Septies strategus cæsaris , Philippi Miles Adjutor Gallus (1)

De vertaling van deze latijnse tekst:

De erven hebben dit aan de eeuwigheid gewijd. Vreemdeling ! Als Gij geen vijand zijt der Musen of' van Pallas treed toe en lees ! Zie hier het monument van den edelen, geleerden, weisprekenden Hessel Fokke van Gerritzma! Zie het niet slechts , maar verwonder u en zijt verbaasd. Zoo zeer was die uiterst bevallige man , die te loor ging, een sie-raad van Friesland , een fijn genie , — wat zal ik meer zeggen ? . .. een bewonderendswaardig werk der natuur ! En Gij lezer! blijf! Weet Gij het niet? . . . hetzelfde lijkgesteente bedekt de aseh des broeders , . . . van Philippus Pipinus van Gerritzma, reeds zestien jaren , — zeven maal keizerlijk-veldheer, — van Philippus ... . als soldaat een helper voor de Franschen, — van den man, wat meer ? .. . die terwijl hij sterft den krijgs-arend schudt voor het vaderland.

Viri quid amplius ? dum moritur Mavortiam Patriae Quotiens Aquilam. P : B : A. A. D. T.

Op het epitaaf stond dus een lange Latijnse tekst, welke door de dominee werd vertaald.
Helaas is nu ook dit epitaaf niet meer aanwezig in de kerk.

De broers Gerritsma

Hessel en Piebe Fockes van Gerritsma waren zonen van Focke Piebes Gerritsma en Rints Hessels Epema, die ook in de kerk van Beers begraven liggen. Hun moeder is afkomstig van Nijland.

Hoewel ze 'edel' worden genoemd op het epitaaf, is het de vraag of ze nu echt van adel waren. De familienaam doet vermoeden van niet, hoewel de variant Gerroltsma ook wel genoemd wordt. Ze waren echter wel zeer bemiddeld en kunnen dus ook rijke eigenerfden zijn geweest.
In de lijst van kapiteins die in de rouwstoet meeliepen staat er dan ook niet de afkorting 'Jr' van jonkheer voor zijn naam, zoals dat bij vele anderen wel het geval is.

Hessel Gerritsma

Hessel Fockes Gerritsma zal omstreeks 1570 geboren zijn en overleed dus op 9 september 1639. Hij zal in de kerk van Beers zijn begraven, aangezien daar zijn rouwbord hing.
Hessel was kapitein in het Staatse leger en zal dan ook behoorlijk bemiddeld zijn geweest. Een kapitein moest namelijk de soldij van zijn compagnie meestal voorschieten en kreeg dat later weer terugbetaald van de (Friese) Staten.
Een huwelijk heb ik niet gevonden, vandaar dat ik vermoed dat hij ongehuwd is gebleven.

In 1627 maakt hij een gedicht voor een epitaaf voor zijn vriend Snelger van Meckema (ong. 1598-1625), welke nog in de kerk van Ee aanwezig is.

In januari 1633 volgde een hoogtepunt in het leven van Hessel. Hij mocht namelijk meelopen in de lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau. Op de plaat staat hij misschien ook afgebeeld, maar onduidelijk is welke hij dan is.

d'Officieren die 't Lijck droeghen, waren 36, die malckander somtijts verpoosden, dragende onder de Bare 18 sterck t'effens, ende waren dese: Capiteyns onder de Friessche Repartitie
(.....) Hessel Gerritsma  (...)



Hij woonde te Leeuwarden, want daar werd twee dagen na zijn dood de inventaris opgemaakt van zijn boedel. Hij was toch nog kapitein en werd Hesselus Gerritsma genoemd.

Na zijn dood werd hij opgevolgd door Reynolt van Inthiema, die net als zijn broers Willem en Frederik in het Staatse leger diende als officier.

Piebe Fockes van Gerritsma

Piebe is omstreeks 1570 geboren en overleed in 1601. Ook hij was officier in het Staatse leger. Zijn latijnse naam is Philippus Pipinus van Gerritsma. Piebe was gehuwd met Berber Verrutius, die ook uit een bekende officiersfamilie stamde.

Tot slot
In de kerk van Beers is dus helaas niets meer aanwezig van deze twee broers. Zowel het epitaaf als de rouwborden zijn verdwenen. Ook de helm, zwaarden en sporen zijn helaas niet bewaard gebleven.
Het zou interessant zijn als hier nog nadere informatie over beschikbaar zou komen.


Zoeken in deze blog