zaterdag 2 maart 2019

Friese kapiteins (4) : Ludolf Potter


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (4) : Ludolf Potter

Achtergrond
De familie Potter heeft een speciale band met de Friese stad Sloten, maar of Ludolf daar in 1575 is geboren, is niet zeker. In ieder geval woonden zijn ouders Gerrit Siemens Potter en Geertje Ludolfs daar in 1586. Ludolf is dus vernoemd naar zijn grootvader van moederskant. Zijn vader was proviandmeester en ammunitiemeester; beide waren functies in het leger en werden ook wel tegelijk vervuld.

Militaire carrière
Ludolf groeit dus op in een militaire omgeving en zal de gebruikelijke officiersfuncties hebben bekleed zoals vaandrig en luitenant.
Op 3 januari 1618 volgt hij kapitein Michiel Hagen(s) op en was vanaf die dag dus kapitein van een eigen compagnie. Een kapitein moest in die tijd kapitaalkrachtig zijn, aangezien hij vaak de soldij van de soldaten moest voorschieten voordat hij het weer van de Friese Staten kreeg. Ludolf zal dus ook over voldoende financiële reserves hebben beschikt.
In 1629 is hij tijdelijk commandeur van de Langackerschans, wanneer Schelte van Aysma met manschappen naar Kampen gaat om die stad tegen de Spaanse inval te verdedigen. Deze 'band' met Schelte, zullen we later nog vaker tegenkomen.
Het jaar erop, in 1630, zit hij met zijn compagnie in de Duitse stad Emden, die dan als het ware een Nederlandse stad was geworden en lang onder Nederlandse protectie heeft gestaan. Er waren dus continu compagnies gehuisvest die onder leiding stonden van een Nederlandse commandeur.

In 1631 volgde een promotie tot majoor in het Friese Nassause Regiment Infanterie. In dezelfde functie  komen we eerder ook Jan Sageman tegen, die in 1625 was overleden.
Overigens waren er twee vanaf 1631 twee Friese regimenten, waardoor er ook twee majoors waren. De andere was Poppo van Burmania (regiment Eminga)

In deze functie (sergeant-majoor) liep hij begin 1633 mee in de bekende lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir, die eind 1632 om het leven kwam bij het beleg van Roermond.
In 1636 zat hij (nog steeds of opnieuw) in de stad Emden, waar hij dat jaar zijn testament opmaakte. Dit laatste was voor een militair geen overbodige luxe, gezien de gevaren die ze in deze oorlog steeds liepen.

Op 16 januari 1637 volgde opnieuw een promotie, nu als luitenant-kolonel. Op diezelfde dag werd Schelte van Aysma kolonel waardoor we weten dat Ludolf een paar keer één functie achterliep op de officier uit Schettens.
Diezelfde zomer vertrok hij met het Regiment Aysma naar de Brabantse stad Breda, die al vanaf 1625 weer in Spaanse handen was gekomen door een beleg van bevelhebber Spinola.
Onder leiding van de Friese stadhouder Hendrik Casimir van Nassau hadden de Friese compagnieën een eigen plaats gedurende het bijna drie maanden durende beleg.
De Spaansen verzetten hun echter nogal krachtig, waarbij ook veel handgranaten werden gegooid naar het Staatse leger.
In de maand augustus raakte Ludolf tijdens zo'n tegenaktie gewond, aldus zijn grafsteen. Waarschijnlijk is 'onze' Schelte van Aysma bij diezelfde aktie ook gewond geraakt, en daar slechts korte tijd later op 23 augustus ook aan overleden.
Ludolf, die dus telkens één functie onder Schelte vervulde, kreeg nu de ultieme promotie voor een adellijke officier, namelijk die van kolonel.
Hij werd op 16 september 1637 dan ook in die functie benoemd hoewel hij toen nog steeds niet hersteld zal zijn geweest. Van een echte uitoefening als kolonel zal niet veel sprake zijn geweest, aangezien Ludolf in oktober van datzelfde jaar in Haarlem overleed aan de gevolgen van zijn verwondingen.


Grafzerk Ludolf Potter te Sloten

Grafsteen
Hij zal, net als Schelte van Aysma, per boot zijn overgebracht naar Sloten waar hij werd bijgezet in de kerk. Zijn grafsteen is gelukkig nog steeds te bezichtigen, al is deze wel flink aangetast door de tand des tijds.
De graftekst is als volgt:
...[16]37 in augusto is den ... colonel Ludolph [Po]tter
geschooten in de belegeringe voor Breda. Was olt
62 iaeren gesturven aan de quetsuyren binnen
Haerlem den 26 october
.
Potter wiens deught verstandt, beley...den
Ons landen, groot prouffeyt en Spangie ...
Legt Sloten in dit graf Breda de ..e ...
Waer hy als colonel int winnen ...
In Frieslandt rust syn lyck tot Haerlem...
Syn eer is overall: de siel in 's hemels ...s...

Zijn 'oomzegger' Gerrit Jochums Ammama werd ook kolonel en ligt onder dezelfde steen begraven.

Familiewapen
Tot slot nog wat over de familie Potter.
Bij Voorburg lag voorheen het landgoed De Loo, welke halverwege de 15e eeuw eigendom van Gerrit Potter van der Loo was.
Op een zegel van hem staat het familiewapen:
'doorsneden, A drie burchten naast elkaar, elk getopt met drie vlammen.
B: effen.
Helmteken: een hanenkop met hals.



Zegel van Gerrit Potter van der Loo, ca. 1500 (www.cbg.nl)
Het familiewapen op de zerk in Sloten is ook doorsneden en het helmteken lijkt ook een vogel te zijn. Of er drie burchten zijn afgebeeld kan ik van de foto niet met zekerheid zeggen. Veld B is hier niet effen maar lijkt op golvend water. Het lijkt erop dat het hier om afstammelingen of anderzijds familie gaat van deze oude familie Potter.


Familieleden in het leger
  • Zijn vader Gerrit Siemens Potter (ong. 1545-?) was proviandmeester en ammunitiemeester in de vesting Bourtange.
  • Zijn broer Michael Potter (ong. 1580-1638) was kapitein en gehuwd met Janniken van Vierssen.
    Twee zussen van Janniken huwden ook weer met kapiteins
  • Zijn zus Aagje Potter huwde in 1598 met Joachim Hernes Ammama, die ook proviandmeester was o.a. in de vesting Bourtange.
Compagnie nr. 14
* Ludolf Potter (1575-1637)

* Kapitein van 1618-1630

* Voorganger:  Michiel Hagens
* Opvolger: Doecke van Hemmema
* Hoogste functie: kolonel
* Woonplaats: Sloten?

Vaandel
Dit vaandel is in gebruik geweest tussen 1618-1621 van de compagnie van Ludolf Potter.
(tekening: Jeroen Punt).

Vaandel Ludolf Potter 1618-1621

Dit onderstaand vaandel is in gebruik geweest tussen 1621-1637 van de compagnie van Ludolf Potter.
(tekening: Jeroen Punt).
Vaandel Ludolf Potter 1621-1637
Meer informatie:
www.andrebuwalda.nl


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

zondag 24 februari 2019

Friese kapiteins (3) : Bonefacius van Scheltema


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (3) : Bonefacius van Scheltema

Zijn voornaam Bonefacius doet nogal katholiek aan, maar deze rasechte Friese kapitein zal 100% protestant zijn geweest. Hij vocht dan ook zijn leven lang tegen de Spanjaarden gedurende de 80-jarige oorlog. Hij werd geboren omstreeks 1580 als zoon van Syds van Scheltema en Tjemck van Aylva. Zijn wieg stond waarschijnlijk in Bornwird waar zijn ouders toen op Minnoltsma State woonden. Dit kasteel was afkomstig uit zijn moeder haar familie en de schitterende grafzerk van zijn grootouders Frans van Aylva en Rixt van Unia is nog in de kerk van Bornwird te bewonderen.

Ook Bonefacius zal zijn militaire carriere zijn begonnen als vaandrig in één van de Friese compagnies. We weten dat hij op 3 januari 1618 als luitenant werd benoemd in de compagnie van een Hania; dit zal ongetwijfeld Wigle van Hania zijn geweest. De kans is dan groot dat hij dan ook vaandrig onder zijn zwager Wigle was, immers deze kapitein was omstreeks 1600 gehuwd met zijn oudere zus Aaltje van Scheltema.

In 1620 liep hij als luitenant mee in de lijkstatie van de Friese stadhouder Willem Lodewijk (ús Heit) van Nassau, die de Friese regimenten aanvoerde.

Als luitenant trad hij op 29 januari 1626 te Leeuwarden in het huwelijk met Frouck van Goslinga, dochter van Feye Sipts van Goslinga en Tjets Uninga van Hoytema.
Het ongetwijfeld grote feest werd gehouden in het Feytsmahuis in de kerckstraat, aldus het zogenaamde 'dootboeck' van edelman Ernst Harinxma van Donia.
Op 5 april 1628 volgde voor Bonefacius zijn hoogtepunt toen hij werd aangesteld als kapitein van een eigen compagnie in het Friese Nassause Regiment.
Hij volgde toen zijn zwager Wigle van Hania op die toen zijn einde zal hebben voelen naderen, omdat hij in mei 1627 zijn testament opmaakte. Twee jaar na zijn 'resignatie' overleed Wigle en werd hij begraven in de kerk te Weidum. Zijn grafsteen is echter nog steeds in volle glorie te bezichtigen.
In het Koninklijk archief van stadhouder Ernst Casimir bevindt zich een brief van 'de militair Scheltema betreffende de huisvesting van zijn compagnie', vermoedelijk omstreeks 1630.

In 1631 kochten hij en zijn vrouw Doniahuize te Dantumawoude van zijn collega hopman Taecke Lieuwes. Hun huwelijk bleef kinderloos.

In januari 1633 was de grote lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir te Leeuwarden waarin alle Friese kapiteins acte de presance gaven.
Dus liep ook Bonefacius van Scheltema mee in deze rouwstoet.

Niet veel later, op 28 augustus van hetzelfde jaar, kwam er een einde aan het leven van deze hopman. Bonifacius overleed volgens een brief van Meinardus van Aitzema in het fort Crevecouer bij Den Bosch. Die stad was in 1629 door het Staatse leger succes omsingeld en vervolgens veroverd op de Spaansen. Het fort had hierbij een belangrijke functie vervuld en zal vervolgens bemand zijn geweest door één of meerdere compagnies.

Fort Crevecoeur, 1673

Zijn weduwe, de eerder genoemde Frouck van Goslinga hertrouwde in 1635 Marcus van Aitzema, burgemeester van Dokkum. Zijn vader had dit huwelijk al een poosje in gedachten en eerder al getracht haar aan zijn andere zoon Schelte te koppelen.

Familiewapen
Familiewapen Scheltema
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Familieleden in het leger
  • Zijn zus Aaltje van Scheltema huwde omstreeks 1600 met hopman (=kapitein) Wigle Dyes van Hania (ong. 1570-1630)
  • Zijn zus Ursel van Scheltema huwde ong. 1585 vaandrig Werp van Tjessens
  • Zijn broer Schelte van Scheltema (geb. omstreeks 1570) was ook kapitein in het Friese Nassause regiment.
  • Zijn zwager Hoyte van Goslinga was luitenant.
Compagnie nr. 17
* Bonefacius van Scheltema (ong. 1580-1633)

* Kapitein van 1628-1633

* Voorganger: Wigle van Hania
* Opvolger: onbekend
* Hoogste functie: kapitein
* Woonplaats: Dantumawoude

 
Meer informatie:
www.andrebuwalda.nl


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

zaterdag 16 februari 2019

Friese kapiteins (2) : Adriaen Slijp


In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Friese kapiteins (2) : Adriaen Slijp

Van Adriaen Slijp is de geboortedatum onbekend, maar dit zal omstreeks 1600 zijn geweest. In 1662 stelt hij in Sneek zijn testament op, vandaar dat hij vermoedelijk niet lang daarna zal zijn overleden. Een grafsteen is van hem helaas niet bekend, maar die zal er ongetwijfeld zijn geweest ergens in een Friese kerk, wellicht in Sneek.
Zijn ouders zijn hoogstwaarschijnlijk geweest Rogier Adriaensz. Slijp en Trijntje Stephansdr., die ook in Sneek woonachtig waren.
In 1621 deed hij belijdenis in Leeuwarden, dus zal hij daar toen zijn verblijf hebben gehad. Of hij toen al officier was is nog niet bekend, maar niet veel daarna zal hij vaandrig en luitenant zijn geweest. Op 25 februari 1624 volgde zijn belangrijke benoeming tot kapitein; een eigen compagnie! 
Hij volgde hierbij zijn vermoedelijke vader Rogier Slijp op, die daarvoor dus de kapitein van deze compagnie was. De officiële benoeming gebeurde echter door de gedeputeerde staten van Friesland.
In de jaren daarna verblijft hij op diverse plaatsen en schansen.
In 1624 in de Ommerschans en in 1626 gaat hij (met zijn compagnie) van Coevorden naar Weststellingwerf, waar een aantal schansen van de Friese waterlinie lagen.
In 1628 volgt een eervolle benoeming als commandeur van Hattem tijdens een spannende periode. In 1629 deed een Spaans leger van 6000 man een inval via de Veluwe en trokken o.a. op naar het stadje Hattem. Tot tweemaal toe werd een aanval afgeslagen en daarmee werd een vrije toegang tot Friesland succesvol tegengehouden.
Adriaan heeft hier dus blijkbaar goed werk verricht als commandeur.
In 1630 ligt zijn compagnie in garnizoen in Coevorden, die in de destijds als één van de sterkste vestingssteden van Europa bekend stond.
In 1633 loopt hij als kapitein mee in de lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir ,die eind 1632 was omgekomen bij het beleg van Roermond.
Adriaen wordt in 1639 benoemd tot majoor van het (2e) Regiment Infanterie van het Friesch Nassause leger.
In 1640 is hij tijdelijk commandeur van Wesel, vlak over de Duitse grens. Hij krijgt daar echter ruzie met de Magistaat van de stad en als in mei de prins van Oranje dan een zekere Van Dieden erop af stuurt is Adriaan reeds vertrokken.
Toch lijdt zijn carrière er niet onder, want in 1646 wordt hij benoemd tot Luitenant-kolonel van het (2e) Regiment Infanterie. De 80-jarige oorlog zit er dan echter bijna op en daarmee komt Nederland eindelijk in rustiger vaarwater. In jaren 1654-1657 zal hij in garnizoen in Sneek hebben gelegen, omdat daar dan enkele soldaten van hem trouwen.

Limburgse tak Van Slijpe
In 1666 verwierf zijn halfbroer Isaac van Slijp, nog geboren in Sneek, het burgerschap van Maastricht en stichtte daar een Limburgse regententak. Isaac zijn benoemingsdatum als kapitein in het Friesch Nassaus Regiment is helaas niet bekend, maar in september 1658 werd hij opgevolgd door kapitein Hendrik de Sandra. Zijn opvolging was een logisch gevolg van zijn vertrek naar Limburg, waar hij datzelfde jaar luitenant-stadhouder van de heerlijkheid Land van Valkenburg werd. In 1684 stichtte Isaac in Maastricht het zogenaamde Hof van Slijpe, een heus stadspaleis. Hier zou zijn familie tot 1802 blijven wonen en nazaten bekleedden o.a. de functie van burgemeester van die stad.
In 1835 werd Jan Godard Johan Cornelis van Slijpe opgenomen in de Nederlandse adel. Zijn dochter Johanna stierf in 1879 en met haar stierf het adellijke geslacht helaas uit. Echter Jan van Slijpe had het voor elkaar gekregen dat zijn kleinzoon Karel Pichot van Slijpe de verheffing in de adelstand zou doorvoeren. Maar met het overlijden van zijn dochter jonkvrouw Cornelia Pichot van Slijpe in 1969 stierf ook dit geslacht uit.
Als bijzonderheid kan nog worden vermeld dat in Maastricht nog grafstenen staan bij de Walburgakerk, met o.a. die van Karel Pichot van Slijpe.
Tot slot hingen in het Hof van Slijpe enkele portretschilderingen uit 1750. Deze waren in opdracht van de van oorsprong uit Friesland afkomstige gouverneur Hobbe Essaias van Aylva geschilderd door Johann Valentin Tischbein. In 1975 werden ze helaas uit het stadspaleis gestolen.

Stadspaleis Hof van Slijpe te Maastricht


Familieleden in het leger
  • Rogier Adriaensz. Slijp (ong. 1565-<1634) was Fries kapitein en vermoedelijk de vader van Adriaen.
  • Jacob Rogiers Slijp (ong. 1600-1637?) was vermoedelijk een broer van Adriaen. Jacob was kapitein en later ook ingenieur.
    Hij huwde Auckien Adama, vermoedelijk een dochter van kapitein Johannes Fransen Adama.
  • Een dochter van Jacob Slijp, Catharina Slijp, huwde in 1646 met kapitein Jan Versteveren.
  • Een andere dochter van Jacob, Jaeckemijntje Slijp, huwde de officier Hessel Fopma.
  • Zijn vermoedelijke zus Barbara Slijp (ong. 1610-?) huwde kapitein Gerrit Adriaans van Hogeveen.
  • Dan was er nog een vermoedelijke halfbroer, Isaac van Slijp genaamd. Hij was tot 1658 waarschijnlijk kapitein in het Friese regiment.
Compagnie nr. 3
* Adriaen Slijp (*ong. 1600-1662?)

* Kapitein van 1624-1646

* Voorganger: Rogier Slijp
* Opvolger: onbekend
* Hoogste functie: luitenant-kolonel
* Woonplaats: Sneek

 
Meer informatie:www.andrebuwalda.nl
https://nl.wikipedia.org/wiki/Van_Slijpe
In het Nederlands Patriciaat van 1924 is een genealogie van de familie Van Slijpe opgenomen.


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.


zondag 10 februari 2019

Friese kapiteins (1) : Jacob van Roussel

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 
-----------------------------------------------------------------------------------

Jacob van Roussel, lijkstatie van
stadhouder Ernst Casimir in 1633
Jacob van Roussel werd waarschijnlijk omstreeks 1590 geboren in Friesland, wellicht Leeuwarden waar zijn vader Haye Jacobs van Roussel raadsheer was van het Hof van Friesland. Deze Haye was gehuwd met Jouck Gemmes van Burmania, een dochter van de bekende Gemme van Burmania die naar het schijnt in 1555 niet wilde knielen voor Filips II bij diens inhuldiging. Hij gebruikte daarbij de woorden 'Wij Friezen knielen alleen voor God'.
Het huwelijk tussen Haye en Jouck zou in 1604 hebben plaatsgevonden, maar Jacob zijn geboortedatum moet dus ongeveer 1590 zijn geweest. Daarom is het huwelijksjaar wellicht niet juist of Haye is eerder getrouwd geweest.
Jacob zal de oudste zoon zijn geweest, omdat hij naar zijn grootvader aan vaderskant is vernoemd. Op 1 mei 1605 werd hij aangesteld als vaandrig in de compagnie van kapitein Tiete van Hania (ong. 1560-1605). Na het overlijden van Tiete in 1605 werd zijn luitenant Fox Selsma de nieuwe kapitein en schoof dus een plekje op.
In 1614 is Jacob inmiddels luitenant in Fox zijn compagnie en zijn geduld wordt beloond als hij op 10 april 1617 als kapitein wordt benoemd door de Friese Staten. Waarschijnlijk zal Fox kort daarvoor zijn overlijden of wegens ouderdom zijn gestopt.
Jacob huwde Maria van Welvelde Klencke, dochter van 'ette' Harmen van Welvelde die eigenaar was geworden van de Drentse havezate 'De Klencke'.
Hij was tussen juli 1628 en februari 1629 als kwartiermaker betrokken bij de aanleg van de 'Nieuweschans', toen de Langackerschans genaamd. Echter al snel naam kapitein Schelte van Aysma dit karwei van hem over, die hierdoor de eerste Commandeur van de Nieuweschans zou worden.

Van juni t/m oktober 1631 vinden we hem in de Duitse stad Wesel, die in 1629 werd bevrijd van de Spaanse bezetting.

Zijn hoogtepunt zou echter in 1631 zijn, toen hij op 15 juli van dat jaar door de Friese Staten tot kolonel werd benoemd. Hij was hiermee opgeklommen tot de hoogst haalbare functie voor een officier in die tijd. Tot 1633 was er één Fries regiment die rechtstreeks onder de Friese Stadhouder Ernst Casimir vanNassau viel. Het zogenaamde 'Friese Nassause Regiment  stond echter weer 'ter repartitie' aan de Hollandse stadhouder. Hij volgde in 1631 kolonel Ernst Casimir op, die het jaar erop zou overlijden bij het beleg van Roermond.

Hij trekt in december 1631 in opdracht van de Staten van Friesland, met zijn leger naar Het Bildt om een oproer neer te slaan en bezet dan verschillende dorpen.

Bij de zogenaamde lijkstatie van januari 1633, dit is de begrafenisstoet, liep Jacob van Roussel prominent mee en dat is gelijk de enige afbeelding die we kennen van hem. Opvallend is de benaming 'Overste', dit is de gangbare naam voor een luitenant-kolonel. In de beschrijving van de stoet staat echter:  'Het bloote Swaert, met de punt omhooghe, door Joncker Iacob van Roussel, Collonel'.
Enkele jaren later, in 1637, is hij op verzoek ontslagen uit zijn functie als kolonel. Hij zal ernstig ziek zijn geweest, omdat hij datzelfde jaar is overleden volgens zijn grafzerk in de Grote Kerk te Leeuwarden.  Zijn opvolger werd de reeds eerder genoemde Schelte van Aysma uit Schettens.


Familieleden in het leger
  • Zijn ongehuwde broer Frans van Roussel (ong. 1595->1631) werd in 1625 tot kapitein benoemd. In 1629 treed Frans in Deens dienst en voert een troepenmacht in Oost-Friesland aan. Hij speelt veel nuttige informatie door aan zijn broer Jacob.
  • Zijn zuster Sjouck van Roussel huwde Adriaen van Mauderick/Maurick, begraven in de gelijknamige Gelderse plaats Maurik.
    Hun zoon Hayo Hendrick van Mouderick werd in 1653 benoemd tot Fries kapitein.
  • Zijn zuster Anna van Roussel huwde in 1631 de vaandrig Douwe Tjercks van Herema (ong. 1610->1645), die later Fries kapitein werd.
  • Zijn zuster Jouck van Roussel huwde in 1629 Allart van Ewsum, vermoedelijk een zoon van de officier Balthasar van Ewsum en Anna Tamminga.
  • Zijn broer Tjaert van Roussel was sinds 1630 Fries kapitein en overleed in 1637 te Breda. Dit zal dus tijdens het beroemde beleg van Breda zijn geweest, waarbij ook kolonel Schelte van Aysma overleed. Tjaert huwde overigens Josina van Welvelde, een tantezegger van Maria.

Compagnie nr. 16

* Jacob van Roussel (*ong. 1590 - 
U1637)
* Kapitein van 1617-1637
* Voorganger: Fox Selsma
* Opvolger: nog niet bekend* Hoogste functie: kolonel
* Woonplaats: Leeuwarden?


Vaandel
 
Dit vaandel is in gebruik geweest tussen 1617-1621, van de compagnie van Jacob van Roussel.
 (tekening: Jeroen Punt)

Vaandel compagnie Jacob van Roussel


-----------------------------------------------------------------------------------
Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Deze kapiteins zijn nu beschreven:

vrijdag 4 januari 2019

Sassinga State te Hennaard

In het kleine dorpje Hennaard in de gemeente Littenseradeel stond voorheen de Sassinga State.
De meest bekende site over States en Stinsen in Friesland, heeft er ook een pagina aan besteed , zie http://www.stinseninfriesland.nl/SassingaState.htm

Deze site van Kees Braaksma is meestal een goed begin voor een verdere speurtocht. Echter bij Sassinga State is de informatie nogal beperkt. Tijd voor een kleine update via deze blog.

In 1476 overleed op Sassinga State Hans Ottes Sassinga.
Hierna komen we zijn zoon Hans van Sassinga tegen, die omstreeks 1500 op Sassinga State zal hebben gewoond, gezien zijn achternaam. De bekende (maar niet altijd even betrouwbare) site van Jellema (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-jellema/I34851.php) geeft meer kinderen aan, maar waarschijnlijk had alleen zijn dochter Doutzen Sassinga nakomelingen. Via haar zal Sassinga State dan zijn vererfd in de familie.
Deze Doutzen was gehuwd met Ruurt van Roorda en van hun is bekend dat zij in Hennaard woonden.  Ruurt staat in 1574 met zijn naam vermeld op de 'Stiennen Man' te Harlingen.

Zij hadden een zoon Hans van Roorda, die vernoemd werd naar zijn grootvader Hans Sassinga.
Hij woonde op Sassinga State te Hennaard en ook hij wordt genoemd op bovengenoemde 'Stiennen Man' te Harlingen. Hij was in 1563 gehuwd met Rixt van Gerbranda.

Uit dit huwelijk kwam een zoon, Ruurt van Roorda, geboren omstreeks 1575. Hij huwde zijn nicht Deytsen Binnerts Heringa van Camstra in 1599. Zijn vrouw was vernoemd naar hun beider oma, Doutzen Sassinga. Het is niet bekend waar zij woonden, maar wellicht dus op Sassinga State.

Zij hadden twee zonen die beiden in het Staatse leger dienden. De jongste zoon Jan van Roorda (ook: Johan) was kapitein in het Friese Nassause Regiment. Verder was hij van 1663-1665 Commandeur van de Langackerschans. Zijn woonplaats is niet bekend, maar wellicht was dit Sassinga State.
Hun andere zoon was Binnert van Roorda (ong. 1600-1667), die in 1645 luitenant in de compagnie van kapitein Ernst van Aylva was. Hij woonde te Dronrijp met zijn vrouw Bauck van Glins.

NB: Deze Bauck had overigens maar liefst vier broers die als officier in het Friese leger dienden, maar dramatisch genoeg allemaal binnen 9 jaar overleden. De jongste, George Glins, overleed in 1665 in de Langackerschans, dus was hij daar tegelijk als bovengenoemde familielid Jan van Roorda.

Binnert en Bauck kregen in 1645 een dochter die weer Deytzen heette. In 1677 huwde zij voor de 2e keer met Sjuck Aebinga van Humalda, afkomstig van Humalda State te Ee waar ze tijdens hun huwelijk dus woonden. In 1702 overleed ze echter als weduwe te Hennaard, dus dat zal dan waarschijnlijk op Sassinga State zijn geweest.

Uit haar huwelijk met Sjuck werd in 1678 te Ee Frans Binnert Aebinga Glins van Humalda geboren. Hij trouwde in 1699 in de kerk te Hennaard (!) met Clara Feyone van Grovestins, dochter van de grietman van Hennaarderadeel. Hij was de eigenaar van Sassinga State, terwijl hij ook nog Hobbema State te Dronrijp van zijn moeder erfde. Hier zal het stel hebben gewoond omdat hun kinderen in Dronrijp werden geboren.

In het overlijdensjaar van Clara, dus 1723, maakte de bekende tekenaar Jacobus Stellingwerf een tekening van Sassinga State. Alhoewel Jacobus 'vergat' de naam van de state te vermelden, noteerde hij wel dat de state in Hennaard stond en eigendom was van 'heer Glins van Humalda'.  Iemand heeft later de naam Sassinga met potlood op de originele tekening gezet, die in het prentenkabinet van het Fries Museum aanwezig is.
(NB: opvallend genoeg is deze tekening op internet verder niet te vinden!).

Sassinga State te Hennaard in 1723


Verder noteerde de kunstenaar nog de bewoner van de State, namelijk een Juffr. Ockinga.
De 'titel' juffrouw of juffer, betekende dat ze ongehuwd was. Feitelijk komt hier dan maar één persoon voor in aanmerking namelijk Sophia Amelia van Ockinga (1651-1730). Zij was de laatste van het geslacht Ockinga en ze bleef ongehuwd. In 1730 werd ze bijgezet in het familiegraf in de kerk te Burgwerd. Ze kwam uit een echt militair gezin, want haar drie broers waren officier en haar zus huwde een luitenant.

De vraag hoe zij nu op een state kwam te wonen in Hennaard is te verklaren. Sophia was namelijk een achternicht van eigenaar Frans Aebinga van Humalda doordat hun beider opa's broers waren.
De familiestate in Hennaard bleef op die manier bewoond door familie, iets wat wel vaker voorkwam.

In 1709 werd Binnert Philip Aebinga van Humalda te Dronrijp geboren, als zoon van Frans en Clara.
Binnert, die in 1766 de topfunctie generaal-majoor in het leger kreeg, huwde in 1752 met Catharina Johanna van Sminia. Zij woonden in 1756 in Leeuwarden omdat in dat jaar aldaar hun dochter Clara Tjallinga werd geboren. Waarschijnlijk was ook Binnert eigenaar van Sassinga State, zonder er te wonen.

Hun dochter Clara huwde in 1776 met Frans Julius Johan van Eysinga. Zij trouwden te Langweer en in dat dorp woonden ze in 1780 nog op Osinga State. Omstreeks 1619 was deze state gebouwd door oud-Schettenser Sijds van Osinga, die toen grietman van Doniawerstal was geworden.
Osinga State was later echter in het bezit van de familie Vegelin van Claerbergen gekomen. Frans erfde in 1773 dan ook de state van zijn grootvader grietman Johan Vegelin van Claerbergen toen die overleed. In 1800 staat Frans ook te boek als eigenaar van Sassinga State, maar ze zullen de state dus verhuurd hebben.

Hierna stopt het spoor op dit moment, maar de state was tegen die tijd al veranderd in een boerderij.
Dit was helaas het lot van heel veel oude Friese states.
De site van Braaksma vermeld nog dat in 1914 de boerderij afbrandde en dat toen ook het oude poortgebouw is afgebroken. Op de tekening van Stellingwerf is deze gelukkig nog afgebeeld.


States en kastelen in Friesland en daarbuiten


  1. Sassinga State te Hennaard

zondag 25 november 2018

Friezen bij de Synode van Dordrecht

De Synode van Dordrecht werd gehouden in de jaren 1618-1619 te Dordrecht. Bijna iedere dag werd er wel vergaderd over diverse geschillen die ontstaan waren in de 'Gereformeerde Kerk'. Ook werd er opdracht gegeven tot het maken van een bijbel in de Nederlandse taal, later de Statenbijbel genoemd.
Van deze Synode is een mooie tekening gemaakt, waarop alle deelnemers staan afgebeeld voorzien van een nummer. In de toelichting staan vervolgens de namen bij de nummers.

In 2018 werd herdacht dat het precies 400 jaar geleden was dat deze Synode begon.
(zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Synode_van_Dordrecht)





Links: twee Friese deelnemers met de nummers 14 en 15 zaten vooraan.

nr. 14 Ernestus van Aylva, gedeputeerde Staet van Vrieslant ende Grietman in Dongeradeel
Dit was Ernst Douwes van Aylva (1548-1627), grietman van (West en Oost) Dongeradeel. Hij was gehuwd met IJdt Bockes van Herema en woonde op Haniastate te Holwerd. Hij was aanwezig op de Synode als Gedeputeerde van de Staten van Friesland.

nr. 15 Ernest Harinxma, eerste raet in 't Hof van Vrieslant
Dit was Ernst van Harinxma (ong. 1560-1631), Raadsheer in het Hof van Friesland. Hij was gehuwd met Tietke van Botnia en woonde op Sjuxmastate te Waaxens (WD), waar hun naam nog aanwezig is in het poortgebouw aldaar.




Deze gehele bank zat vol Friese deelnemers, alleen nr. 81 (Bogerman) zit niet op zijn plaats omdat hij als voorzitter van de Synode is gekozen en daarom aan de grote tafel zit.

nr. 81 Ioannes Bogermannus, Predicant tot Leeuwarden
Dit was de bekende Johannes Bogerman (1576-1637), toen predikant te Leeuwarden.

In het midden met nr. A, predikant Johannes Bogerman en helemaal rechts met letter E secretaris Festus Hommius.















nr. 82 Florentius Ioannis, Predicant tot Sneeck
Dit was Florentius Johannes Culenburgh (ong. 1575-1637), die van 1603-1634 predikant te Sneek was. Hij kwam toen van Oenkerk-Giekerk en werd later predikant te Leeuwarden.

nr. 83 Philippus Danielis Einshemius, Predicant ot Harlinghen
Dit was Philippus Daniels Eijlshemius (1579-1631), predikant te Harlingen. De bekende domineefamilie Eijlshemius is afkomstig en uit het Oostfriese Eilsum, waar hun Latijnse achternaam dus naar vernoemd is. Van Philippus is een album amicorum bekend, met daarin 94 handtekeningen van medeleden der Synode en deze bevindt zich in 'Bibliotheque publique et universitaire' te Geneve. Zijn jongere broer Petrus was o.a. predikant te Schettens-Longerhouw en later te Leeuwarden. Een andere broer, Abraham, was ook predikant te Schettens-Longerhouw. Philippus zelf was gehuwd met Sibrich Aukes.

nr. 84 Tako ab Aysma, Raet in Vrieslant
Dit was Taco Hessels van Aysma (ong. 1575-1626), zoon van de bekende, laatste president van het Hof van Friesland, Hessel van Aysma. Hij woonde op Wibranda State te Hichtum en ligt begraven onder een grote zerk aldaar. Taco, of Teake op zijn Fries, bleef ongehuwd. In het dagelijks leven was hij Raad Ordinaris, dit was het rechterlijk college van Friesland en zij spraken de vonissen uit.
Tako was een volle neef van kolonel Schelte van Aysma uit Schettens.
(zie ook: http://www.andrebuwalda.nl/aysma_taco_grafzerk.htm)

nr. 85 Kempo ab Harinxma a Donia, Raedt inden Hove van Vrieslandt / ende ouderlingh van Leeuwaerden
Dit was Keimpe Franses van Harinxma van Donia (1554-1622). Hij woonde op Hinnemastate te Jelsum en was van 1594-1616 grietman van Leeuwarderadeel. Hierna was hij Raad Ordinaris van het Hof van Friesland. Keimpe was gehuwd met Frouck Ernstes van Goslinga uit Hallum. Van zijn zoon, kapitein Frans van Donia, hangt een schilderij in Munster omdat hij bij de Vrede van Munster aanwezig was.

nr. 86 Ioannes vander Sande, Raedt in 't Hof van Vrieslandt / ende ouderlinck tot Leeuwaerden
Dit was Johannes Reinders van der Sande (ong. 1560-1625), Raad Ordinaris van het Hof van Friesland. Hij was gehuwd met Ymck Baerthesdr. Idsaerda. Hij zal in Leeuwarden gewoond hebben.







letter E Festus Hommius, secretaris
Dit was Festus Hommius (1576-1642), geboren te Jelsum, vanaf 1599 predikant te Dokkum en vanaf 1602 te Leiden. Zijn broer Wijbrandus was predikant te Bolsward en andere broer Sixtus predikant te Wirdum.


(Afbeeldingen: met dank aan Hans Zijlstra)

Update 7-3-2021: 
In het Album Amicorum van Alewinus Petri, die ouderling van Dordrecht was, staan 94 bijdrages van o.a. alle Friese deelnemers, behalve Johannes van der Sande.
http://www.alvin-portal.org/alvin/view.jsf?pid=alvin-record%3A176601&dswid=-4296

vrijdag 16 november 2018

Een helm in de kerk van Beers

Ook in de kerk van het Friese Beers heeft in vroegere tijden een helm gehangen.

Inleiding

Het kleine dorpje Schettens is in de afgelopen vier jaar veelvuldig in het nieuws geweest door de her-ontdekking van een vierhonderd jaar oude helm. Deze was eigendom geweest van kolonel Schelte van Aysma (1578-1637). Na grondig onderzoek bleek dat deze helm oorspronkelijk op een rouwbord heeft gehangen in de kerk. Hierop zat dan ook het rapier bevestigd, welke anno 2016 nog onder de helm in de toren hing.

Het was traditie dat de uitrusting van een officier, na zijn dood op het rouwbord werd gemonteerd. Het gaat hierbij om de helm, rapier, sporen en handschoenen.

Helaas zijn bijna alle originele rouwborden tijdens de Franse periode verdwenen, omdat in 1795 alle (adellijke) wapens in kerken werden verboden.

Omdat het alweer meer dan 200 jaar geleden is dat deze prachtige borden werden verwijderd is er meestal weinig tot niets over bekend of geschreven.
Het is dan ook uitzonderlijk als er zulke informatie weer boven water komt.

De Vrije Fries / Beers

In de Vrije Fries van 1883 staat echter een beschrijving van de kerk te Beers. Dit dorpje is bekend van de replica van Unia State en het nog originele poortgebouw bij het stateterrein.
Deze beschrijving is echter al van 1786 en destijds opgesteld door ds. E. Viglius uit Beers.

Hierin worden twee rouwborden genoemd, die helaas in 1759 van hun plaats zijn gehaald, toen er een nieuwe preekstoel in de kerk kwam.

9. Sijn er twee houte ruiten met de wapens van Gerritsma, deese pleegen beijde in een gemeene houten kast te zijn , versien met 10 quartieren , dog sonder naamen , maar welke verlooren sijn , wanneer het wapen is verplaatst geworden door het oprigten van de nieuwe Predikstoel; verder sijn hier bij een ijsere helm, twee swaarden en twee spooren, en onder de ruiten een epitaphium, welke ornamenten thans alle geplaatst sijn aan de suider muur boven de vrouwen banken, daar de oude Predikstoel eertijds gestaan heeft.

Naast de genoemde rouwborden hingen dus ook een helm, twee zwaarden en twee sporen.

Deese wapens en ornamenten sijn van de twee gebroeders Philippus Pipinus van Gerritsma en Hessel van Gerritsma, welke laatste overleed na aanwijzinge van 't wapen den 9 September 1639. De wapens sijn een goude kruis op een blaauw vel, met sinspeelinge op deselve leest men om de lijst van de eene ruit: Amor meus crucifixus est (1). En om de andere , to westen van 'Hessel van Grerritsma: Lux mea crux Christi (2). 

Het ging hier dus om twee broers: Philippus Pipinus en Hessel van Gerritsma, welke laatste dus op 9 september 1639 is overleden.

Epitaaf

Onder de twee rouwborden in ruitvorm werd dus vroeger het epitaaf geplaatst.

Het epitaphium beneedenswaarts tusschen de beijde ruiten geplaatst is van de volgende inhoud:
Hæredes (1). Aeternitatr sacrum. Hospes. Si non musaram si Palladis non es Hostis, adsista et lege Yiri Nobilis Docti facundi, Hesseli Phocae a Gerritsma monumentum heio vide. Nee vide tantum , sed mirare et stupe. Sic sic quod periit Mei illud Charitum Deens Frisiadum Flos ingeniorum. Quid dicam ultra Naturæ stupendus labor. Atque tu Lector ! haere Fraternos cineres idem cippus togit, Nescis? Philippi Pipini a Gerritsma jam. annos XYT. Septies strategus cæsaris , Philippi Miles Adjutor Gallus (1)

De vertaling van deze latijnse tekst:

De erven hebben dit aan de eeuwigheid gewijd. Vreemdeling ! Als Gij geen vijand zijt der Musen of' van Pallas treed toe en lees ! Zie hier het monument van den edelen, geleerden, weisprekenden Hessel Fokke van Gerritzma! Zie het niet slechts , maar verwonder u en zijt verbaasd. Zoo zeer was die uiterst bevallige man , die te loor ging, een sie-raad van Friesland , een fijn genie , — wat zal ik meer zeggen ? . .. een bewonderendswaardig werk der natuur ! En Gij lezer! blijf! Weet Gij het niet? . . . hetzelfde lijkgesteente bedekt de aseh des broeders , . . . van Philippus Pipinus van Gerritzma, reeds zestien jaren , — zeven maal keizerlijk-veldheer, — van Philippus ... . als soldaat een helper voor de Franschen, — van den man, wat meer ? .. . die terwijl hij sterft den krijgs-arend schudt voor het vaderland.

Viri quid amplius ? dum moritur Mavortiam Patriae Quotiens Aquilam. P : B : A. A. D. T.

Op het epitaaf stond dus een lange Latijnse tekst, welke door de dominee werd vertaald.
Helaas is nu ook dit epitaaf niet meer aanwezig in de kerk.

De broers Gerritsma

Hessel en Piebe Fockes van Gerritsma waren zonen van Focke Piebes Gerritsma en Rints Hessels Epema, die ook in de kerk van Beers begraven liggen. Hun moeder is afkomstig van Nijland.

Hoewel ze 'edel' worden genoemd op het epitaaf, is het de vraag of ze nu echt van adel waren. De familienaam doet vermoeden van niet, hoewel de variant Gerroltsma ook wel genoemd wordt. Ze waren echter wel zeer bemiddeld en kunnen dus ook rijke eigenerfden zijn geweest.
In de lijst van kapiteins die in de rouwstoet meeliepen staat er dan ook niet de afkorting 'Jr' van jonkheer voor zijn naam, zoals dat bij vele anderen wel het geval is.

Hessel Gerritsma

Hessel Fockes Gerritsma zal omstreeks 1570 geboren zijn en overleed dus op 9 september 1639. Hij zal in de kerk van Beers zijn begraven, aangezien daar zijn rouwbord hing.
Hessel was kapitein in het Staatse leger en zal dan ook behoorlijk bemiddeld zijn geweest. Een kapitein moest namelijk de soldij van zijn compagnie meestal voorschieten en kreeg dat later weer terugbetaald van de (Friese) Staten.
Een huwelijk heb ik niet gevonden, vandaar dat ik vermoed dat hij ongehuwd is gebleven.

In 1627 maakt hij een gedicht voor een epitaaf voor zijn vriend Snelger van Meckema (ong. 1598-1625), welke nog in de kerk van Ee aanwezig is.

In januari 1633 volgde een hoogtepunt in het leven van Hessel. Hij mocht namelijk meelopen in de lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau. Op de plaat staat hij misschien ook afgebeeld, maar onduidelijk is welke hij dan is.

d'Officieren die 't Lijck droeghen, waren 36, die malckander somtijts verpoosden, dragende onder de Bare 18 sterck t'effens, ende waren dese: Capiteyns onder de Friessche Repartitie
(.....) Hessel Gerritsma  (...)



Hij woonde te Leeuwarden, want daar werd twee dagen na zijn dood de inventaris opgemaakt van zijn boedel. Hij was toch nog kapitein en werd Hesselus Gerritsma genoemd.

Na zijn dood werd hij opgevolgd door Reynolt van Inthiema, die net als zijn broers Willem en Frederik in het Staatse leger diende als officier.

Piebe Fockes van Gerritsma

Piebe is omstreeks 1570 geboren en overleed in 1601. Ook hij was officier in het Staatse leger. Zijn latijnse naam is Philippus Pipinus van Gerritsma. Piebe was gehuwd met Berber Verrutius, die ook uit een bekende officiersfamilie stamde.

Tot slot
In de kerk van Beers is dus helaas niets meer aanwezig van deze twee broers. Zowel het epitaaf als de rouwborden zijn verdwenen. Ook de helm, zwaarden en sporen zijn helaas niet bewaard gebleven.
Het zou interessant zijn als hier nog nadere informatie over beschikbaar zou komen.


Zoeken in deze blog