Posts tonen met het label rouwbord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rouwbord. Alle posts tonen

zondag 2 februari 2020

Friese kapiteins (44) : Willem van Haren


Friese kapiteins (44) : Willem van Haren

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Van Haren is een oude adellijke familie uit de omgeving van Limburg, maar de vader van de hoofdpersoon van deze blog kwam naar Friesland.
Deze Adam werd de stamvader van een invloedrijke familie, die nog eeuwenlang belangrijke posities hier wisten te bekleden.
In Sint Annaparochie stond het Van Harenslot en in 1683 werd de huidige Van Harenkerk aldaar gebouwd, met de aangebouwde familie grafkapel.
Maar liefst vijf leden van deze familie werden grietman van Het Bildt.
In 1850 stierf de familie in mannelijke lijn uit.

Willem van Haren werd geboren in Arnhem als zoon van de watergeus Adam Everarts van Haren (ong. 1540-1589) en Margaretha Coenen.
In 1584 werd Adam hofmeester van stadhouder Willem Lodewijk, waardoor hij zich met zijn gezin in Leeuwarden vestigde.
Willem had verder nog zes broers en zussen, waarvan we hier alleen Mechtelt van Haren noemen, die met de watergeus Pieter van Leeuwarden trouwde.
Hij huwde op 21 september 1606 te Leeuwarden met Magdalena van Vierssen. Zij zal omstreeks 1585 geboren zijn, als dochter van de Friese muntmeester Willem van Vierssen en Titia Gothofredi.

Willem van Haren woonde in 1640 op Aebinga State te Blija.
Het lijkt erop dat hij deze state heeft gekocht van de familie Wynia.
De twee broers, Sjuck en Deytzen Wynia, raakten in de jaren 1603-1607 in meerdere processen betrokken, waarbij ze genoodzaakt waren om hun familiestates Groot- en Klein Wynia te Nes te verkopen. Hun vader, Deytzen van Wynia woonde nog op Aebinga State, maar overleed in 1611. Mogelijk dat Willem van Haren dus kort hierna de state heeft overgenomen.
Onbekend is ook of er nog familieleden van Willem hierna de state hebben bewoond.

In 1647 liet hij zijn beide zonen Ernst en Willem studeren aan de universiteiten van Frankrijk en Italie, waarbij hij de latere hoogleraar Joachim Frencelius mee liet gaan. Hun reis werd echter in 1649 afgebroken, in verband met het ziek worden van hun vader.
In 1651 volgde deze Frencelius de naar Leiden vertrokken professor in de geneeskunde, Johannes Antonides van der Linden, op aan de Universiteit te Franeker. Waarschijnlijk was dit op voorspraak van Willem van Haren.

Militaire carrière
Helaas is van zijn vroege(re) carrière nog niet veel bekend, maar ongetwijfeld is hij op jonge leeftijd officier geworden.
Verder weten we dat hij opperstalmeester was van stadhouder Willem Lodewijk, dus voor 1620 (overlijden stadhouder).

In de rekeningen van 1629-1630 en 1630-1631 komt hij voor als hofmeester van de volgende stadhouder, graaf Ernst Casimir.
Hij volgde in die functie Jurjen van Ripperda op en na hem vervulde Poppe Bockes van Burmania deze functie.
Een hofmeester was de belangrijkste functie aan het Stadhouderlijk Hof en werd consequent door officieren vervuld, die eerder dus bijvoorbeeld kapitein waren geweest. 
Vermeldenswaard is dat ook zijn vader Adam van Haren vermeld staat als eerste hofmeester van de Friese stadhouders, waardoor deze familie als enige tweemaal een hofmeester heeft geleverd.

Daarnaast staat van hem nog vermeld dat hij kolonel van de lijfwacht/garde was van de stadhouder.
In 1639 komen we hem not tegen als ritmeester in de Friese regimenten.
In 1645 neemt zijn zoon Ernst van Haren, die ook ritmeester is, zijn compagnie cavalerie over.

Bestuurlijke carrière
Willem van Haren had dus nog een aantal bestuurlijke functies, na zijn militaire periode.
Zo was hij Fries gedeputeerde en kwam daarmee ook in de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden.
Het was dan ook in het epicentrum van de Nederlandse politiek, dus in 's Gravenhage, waar hij op 9 december 1649 overleed.
Deze hoge functie staat dan ook als enige vermeld op zijn grafsteen.

Grafsteen
In de Hervormde kerk te Blija ligt nog steeds de mooie zerk voor Willem van Haren, met de volgende tekst:
Ao 1649 den 29 novembr sterf de weledele erentphesten jor Willem va Haren
meede staat generael wegen Frieslant int 68ste jaer zyns ouderdoms



grafzerk van Willem van Haren in de kerk te Blija.
(foto: Beeldbank RCE)


Detail: op zijn zerk het helmteken van het familiewapen Van Haren: een hoedje met twee veren.


Helm



Helm van Willem van Haren

Deze helm is waarschijnlijk afkomstig uit de kerk van Blija.
De enige militair die hier begraven ligt is Willem van Haren en de helm past bij zijn functie van ritmeester van de kurassiers.
Ook qua datering klopt het, dus zal deze helm destijds waarschijnlijk aan het rouwbord van Willem van Haren hebben gehangen.
Helaas zal het bord in 1795 vanwege de Franse periode verwijderd zijn uit de kerk en is de helm, net als bij kolonel Schelte van Aysma in Schettens, wonderwel bewaard gebleven. Later is de helm dus in de collectie van het Nationaal Militair Museum terecht gekomen.
(foto: Nationaal Militair Museum te Soesterberg)

Familiewapen


Familiewapen Van Haren
(Stamboek van den Frieschen Adel)


Familieleden in het leger
  • vader Adam van Haren (ong. 1540-1589) was watergeus, kapitein
  • zwager Pieter van Leeuwarden (ong. 1560-?), gehuwd met Mechtelt van Haren, was watergeus, kapitein
  • zwager Michael Potter (ong. 1580-1648), gehuwd met Janniken van Vierssen, was kapitein, luitenant-kolonel
  • zwager Jacues van Oenema (1591-1646), gehuwd met Taetje van Vierssen, was kapitein, kolonel
  • zoon Everhard van Haren (1611-1640) was garde-kapitein
  • zoon Ernst van Haren (1623-1701) was kapitein, ritmeester
  • dochter Sophie van Haren was gehuwd met kapitein Willem van Vosbergen (ong. 1630-1653)

Vaandel
niet bekend.

Compagnie nr. ?
* Willem van Haren (geb. 1581 -
U1649)
* Ritmeester van ?-1645
* Voorganger: ?
* Opvolger: ?

* Hoogste militaire functie: ritmeester
* Woonplaats: Blija, Aebinga State en Leeuwarden


Meer informatie:
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm

http://www.stinseninfriesland.nl/AebingaStateBlija.htm
http://www.willemvanviersen.nl/index.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_van_Haren_(1626-1708)
http://www.stinseninfriesland.nl/VanHarenshuisStAnnaparochie.htm
http://www.stellingwerven.dds.nl/regenten/600/vanharen/VanHaren.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Van_Harenskerk
https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1937142620001a.pdf



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 
Friese Nassause Regiment
Kapitein

  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

woensdag 18 september 2019

Friese kapiteins (27) : Damas van Loo


Friese kapiteins (27) : Damas van Loo

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
De familie Van Loo is een oude adellijke familie, afkomstig uit Dordrecht. Zij bekleedden daar belangrijke functies zoals landsadvocaat van de Staten van Holland.
In 1515 was een Albrecht van Loo Raadsheer bij het Hof van Friesland en hij was de stamvader van de Friese tak.
Op 27 februari 1605 werd Dammas van Loo gedoopt te Haarlem, als zoon van Arent van Loo en Hester van Aylva.
Zijn voornaam wordt later ook wel Damas, Dam(m)us of Adamus geschreven, maar Damas lijkt de meest gebruikte.

Doopakte Damas van Loo te Haarlem op 27-2-1605

Op 30 oktober 1642 huwde Damas in Utrecht met Cornelia van Abcoude van Meerthen. Zij was op 14 juli 1621 geboren te Wijk bij Duurstede als dochter van Johan van Abcoude van Meerthen, die maarschalk van Utrecht was.
Toen was een maarschalk geen militaire functie maar de hoogste rechterlijke, bestuurlijke en militaire ambtenaar onder de Bisschop van Utrecht.

Trouwakte Damas van Loo en Cornelia van Abcoude van Meerthen te Utrecht, 30-10-1642


Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren:

1. Philippus van Loo, gedoopt op 26-10-1645 te Leeuwarden
2. Anna Wendel van Loo, gedoopt op 13-10-1648 te Leeuwarden
3. Arent Jan van Loo, gedoopt op 31-3-1650 te Leeuwarden
4. Maria Cornelia van Loo, gedoopt op 5-4-1651 te Leeuwarden

Al op 25 augustus 1652 overleed zijn vrouw Cornelia te Leeuwarden.
In 1655 hertrouwde Damas met Doedt van Burmania, dochter van grietman Bocke van Burmania en Frau van Burmania
Zij was weduwe van Assuerus van Heuckelom.
In 1650 was hij eigenaar en bewoner van de oostelijke vleugel van de voormalige Papinga Stins te Leeuwarden.
In 1654 kocht hij Foppinga State te Dronrijp, waarvan nog een afbeelding bewaard is gebleven.
Waarschijnlijk hebben zij echter al die jaren in Leeuwarden gewoond, omdat na Damas zijn overlijden in 1666, Doedt van Burmania als lidtmaat te Dronrijp wordt ingeschreven. Vanaf toen zal ze dus op Foppinga State hebben gewoond, waar vanaf 1677 ook haar stiefzoon Arent Jan van Loo en zijn vrouw His van Aylva woonden.


Lidmatenboek Dronrijp: inschrijving op 11 mei 1666 van weduwe Doed van Burmania.


Foppinga State te Dronrijp. In 1723 getekend door J. Stellingwerf.
De woning was toen eigendom van Jets Maria Sirtema van Grovestins, weduwe van Arent Rutgers van Haersolte.


Heer van Hodenpijl
De familie Van Loo was enkele generaties lang 'Heer van Hodenpijl'.
Het huidige buurtschap Hodenpijl ligt in de provincie Zuid-Holland, tussen Schipluiden en Den Hoorn.
De toenmalige familie Hodenpijl had hier tot in de 14e eeuw een kasteel, die na verwoesting nooit meer werd opgebouwd.
Het Schoutambacht van Hodenpijl had 'oom' Albert van Loo via zijn moeder Maria van der Mijle geërfd.
'Vader' Arent van Loo (1559-1642) werd op 24 juni 1621 Ambachtsheer van Hodenpijl, nadat die zijn broer Albert was overleden.
Hij kreeg hierbij 'hulde' van een Job Dammas van Slingelandt uit Dordrecht, een uiterst invloedrijke familie.
In de 15e eeuw was de familie Van der Mijle al verwant aan deze Slingelandts, want de opvallende voornaam Dammas komt dan ook reeds voor in de genealogie Van der Mijle.

Militaire carrière
In 1630 was hij hofjonker van stadhouder Ernst Casimir en op 15 juli 1631 werd hij de eerste kapitein-luitenant van de toen opgerichte Friese Garde.
In 1633 legde Damas de eed van kapitein af, maar pas op 25 juni 1636 kreeg hij zijn eigen compagnie toen hij kapitein Hessel Hotzes van Aysma opvolgde.
In 1642 was hij volgens zijn trouwakte Commandeur van de Langackerschans in Groningen, een functie die meestal aan kapitein werd gegund en doorgaans voor drie jaar was.
Op 10 april 1645 werd hij majoor, waarbij hij Menno Houwerda van Meckema opvolgde.
Op 3 april 1648 werd hij benoemd als Luitenant-Kolonel (overste) van het Friese regiment, waarbij hij Michael Potter opvolgde.
In 1654 schreef de Friese Stadhouder Willem Frederik een brief aan luitenant-kolonel Damas van Loo, die nog in het Koninklijk archief bewaard wordt.
Hij werd na zijn overlijden opgevolgd door kapitein Oene van Teyens.

Lijkstatie Ernst Casimir
De Friese stadhouder Ernst Casimir overleed bij Roermond in juni 1632. Zijn bijzetting in de Grote Kerk van Leeuwarden was pas in januari 1633 daaropvolgend. Deze zogenaamde lijkstatie is destijds prachtig nagetekend, waarbij ook alle aanwezigen vermeld werden.
Hieruit blijkt dat Damas van Loo kapitein was van de gardecompagnie, de 'elite compagnie' van de stadhouder.
Verder liepen ook zijn vader Arent van Loo 'Heer van Hoden-Pijl' en zijn jongere broer, luitenant Arent van Loo, mee in deze lijkstatie.

Doen nu alles ghereet was, begost de Guarde van w. Sijn Genade, die in den rou waer, met om-gekeert ende sleypende Geweer, heel langhsaem ende truyrich te marcheren; wordende geleydet door Jr. Damas van Loo, sijnen Capiteyn Lieutenant; daer, onder anderen, d'ontwondene Rou-Vaendel van swart Armozijn, (die door den Vaendrich Jr. Evert van Haren, langs de Aerde heel droevich door de slijck gesleypt wierde) menige Aenschouwers de Tranen uyt d'Ooghen dede barsten.

Lijkstatie Ernst Casimir januari 1633,
Detail van de Friese Garde met Jhr. Damas van Loo in het midden op de voorgrond.


Familiewapen
Familiewapen Van Loo
(Stamboek van den Frieschen Adel)

Rouwbord
Op de site van de overleden Simon Wierstra, wordt melding gemaakt van het rouwbord van Damas van Loo. Het zou zich bevinden in het archiefdepot van het hoofdkantoor van de Rabobank.
Uit de foto op de site blijkt dat zijn zestien kwartierwapens erop zijn afgebeeld.

Rouwbord van Damas van Loo
(archiefdepot Rabobank Nederland).

Familieleden in het leger
  • Zijn broer Boudewijn van Loo (ong. 1600-1647/1648) was kapitein
  • Zijn broer Gerrit van Loo (ong. 1610-1645) was kapitein
  • Zijn broer Arent van Loo (Ong. 1610->1656) was kapitein
  • Zijn zwager Ernst van Aylva (ong. 1620-1665), gehuwd met Jacomine van Loo, was kapitein
  • Zijn zwager Douwe van Burmania (ong. 1610-1633) was luitenant onder luitenant-kolonel Schelte van Aysma
  • Zijn zwager Poppe van Burmania (ong. 1610-1638) was kapitein, sergeant-majoor
  • Zijn zwager Poppe Martijn van Andreae (1615-1645) was kapitein

Vaandel
niet bekend

Compagnie nr. 6
* Damas van Loo (*1605 -
U1666)
* Kapitein van 1636-1666

* Voorganger: Hessel Hotzes van Aysma
* Opvolger: Oene Teyens
* Hoogste militaire functie: luitenant-kolonel
* Woonplaats: Dronrijp, Leeuwarden
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:

Groninger Nassause Regiment

vrijdag 7 juni 2019

Friese kapiteins (18) : Seerp van Dijxtra


Friese kapiteins (18) : Seerp van Dijxtra

In deze nieuwe serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
Dijxtra is een oude Friese adellijke familie, die in het bekende 'Stamboek' opgenomen is en vijf generaties telde.
Omdat het een kleine familie was die al snel weer uitstierf is er ook niet heel veel over hun bekend.
Dijxtra State stond te Huizum in het buurtschap Rapenburg, gemeente Leeuwarderadeel.
In 1736 werd er al een boerderij op de plaats van de voormalige state gebouwd.

Seerp van Dijxtra werd in 1599 geboren als zoon van Sicke van Dijxtra en Frouck van Galama.
Van 1615-1620 studeerde hij te Franeker, waarbij hij studiegeld ontvangt van de 'ontvanger' van de voormalige kloostergoederen.
Omstreeks 1620 huwde hij Egbertje van Ammama, een dochter van proviandmeester Joachim van Ammama en Aagje Potter.
Hij werd ook wel Serapius genoemd; de latijnse versie van Seerp.
Uit hun huwelijk zijn vier kinderen bekend: Sicco, Fenneke, Frouck en Aechie van Dijxtra.

Militaire carrière
Op 18-5-1622 werd hij vaandrig in de compagnie van kapitein Cornelis Haubois en op 8 augustus 1623, dus ongeveer op 24 jarige leeftijd, werd Seerp luitenant onder dezelfde kapitein.
Op 18 oktober 1638 werd hij benoemd als kapitein, als opvolger van de toen kort daarvoor overleden Poppo Bockes van Burmania.
Een aantal jaren na het einde van de 80-jarige oorlog, hield hij zijn militaire carrière voor gezien.
Op 18 november 1653 werd hij namelijk door Hayo van Mouderick opgevolgd als kapitein.
Hoewel hij dus minimaal 25 jaar nog gediend heeft tijdens de 80-jarige oorlog, zijn er nog geen gebeurtenissen bekend waarbij hij betrokken was.

Grafsteen
In de kerk van Huizum ligt nog steeds de grafsteen van kapitein Seerp van Dijxtra, alsmede die van zijn vrouw.
Boven de tekst staan twee, helaas verminkte, wapens afgebeeld van vermoedelijk zijn ouders: Sicke van Dijxtra en Frouck van Galama.
Het helmteken bestaat uit een lelie, die bij het wapen van Dijxtra hoort.
 
Grafzerk van Seerp van Dijxtra te Huizum (foto Hessel de Walle)
Opschrift: Jr Serapius va Dixtra old in sijn 70 jaer overleden den 31 july 1669


Familiewapen

Familiewapen Dijxtra
(Stamboek van den Frieschen Adel)

Drie rouwborden
In de kerk van Zweins hangen drie rouwborden van deze familie.

1. Seerp van Dijxtra, overleden 1669.
2. Frouck van Dijxtra, overleden 1677, dochter van Seerp
3. Maria van Adius, overleden 1680, dochter van Frouck.

rouwbord Seerp van Dijxtra in de kerk te Zweins.



Deze drie rouwborden zullen in de kerk van Huizum hebben gehangen, omdat alle drie personen in de kerk van Huizum zijn begraven.
Toen in 1795 alle rouwborden uit de kerken moesten worden verwijderd door de Franse revolutie, zijn ze opgehaald door toenmalige eigenaar van Kingma State te Zweins.
Dit was Julius Matthijs van Beyma (1727-1808) en hij kon dit doen, omdat hij uiteindelijk nazaat was van de Dijxtra familie.
Bovengenoemde Maria van Adius huwde Paulus Jacob van Ghemmenich, die na het overlijden van Maria in 1680 opnieuw huwde met Alette Beilanus (1656-1726).
Ook uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren, waardoor haar zus Eena Beilanus erfgenaam werd.

Eena was gehuwd met Aleph van Idsinga (1663-1738) en hun dochter Petronella van Idsinga (1690-1770) huwde Coert Julius van Beyma (1677-1748).
Coert en Petronella waren de ouders van de bovengenoemde Julius Matthijs van Beyma.
Julius Matthijs huwde in 1751 Foockel Helena van Burmania en zij bewoonden afwisselend Kingma State te Zweins en Hania State te Weidum.
Zij zullen de rouwborden dus opgehangen hebben in Kingma State, iets wat wel gebruikelijk was en hierdoor werden de borden gered van de brandstapel.
Waarschijnlijk hebben ze tot 1847 hier gehangen, toen de state helaas werd afgebroken.
Inmiddels was Napoleon al lang uit Nederland verdreven en mochten de borden weer 'gezien worden'. 
Zo werden deze drie borden nu in de kerk van Zweins opgehangen, waar ze nu nog steeds hangen.

Familieleden in het leger
  • zijn zus Wick huwde kapitein Wyger Eelsma van Hottinga
  • zijn zwager Michael van Ammama was compagnieschrijver, luitenant.
  • zijn zwager Gerrit van Ammama was kapitein en kolonel
  • zijn zwager Herna van Ammama was vaandrig in de compagnie van Schelte van Aysma
  • zijn dochter Frouck van Dijxtra huwde Adger Adius, een kleinzoon van de beroemde Adie Lammerts, die in 1580 het Leeuwarder blokhuis veroverde.
Vaandel
niet bekend

Compagnie nr.
* Seerp van Dijxtra (*1599-
U1669)
* Kapitein van 1638-1653

* Voorganger: Poppo Bockes van Burmania
* Opvolger: Hayo van Mouderick
* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Huizum
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:

  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra

vrijdag 16 november 2018

Een helm in de kerk van Beers

Ook in de kerk van het Friese Beers heeft in vroegere tijden een helm gehangen.

Inleiding

Het kleine dorpje Schettens is in de afgelopen vier jaar veelvuldig in het nieuws geweest door de her-ontdekking van een vierhonderd jaar oude helm. Deze was eigendom geweest van kolonel Schelte van Aysma (1578-1637). Na grondig onderzoek bleek dat deze helm oorspronkelijk op een rouwbord heeft gehangen in de kerk. Hierop zat dan ook het rapier bevestigd, welke anno 2016 nog onder de helm in de toren hing.

Het was traditie dat de uitrusting van een officier, na zijn dood op het rouwbord werd gemonteerd. Het gaat hierbij om de helm, rapier, sporen en handschoenen.

Helaas zijn bijna alle originele rouwborden tijdens de Franse periode verdwenen, omdat in 1795 alle (adellijke) wapens in kerken werden verboden.

Omdat het alweer meer dan 200 jaar geleden is dat deze prachtige borden werden verwijderd is er meestal weinig tot niets over bekend of geschreven.
Het is dan ook uitzonderlijk als er zulke informatie weer boven water komt.

De Vrije Fries / Beers

In de Vrije Fries van 1883 staat echter een beschrijving van de kerk te Beers. Dit dorpje is bekend van de replica van Unia State en het nog originele poortgebouw bij het stateterrein.
Deze beschrijving is echter al van 1786 en destijds opgesteld door ds. E. Viglius uit Beers.

Hierin worden twee rouwborden genoemd, die helaas in 1759 van hun plaats zijn gehaald, toen er een nieuwe preekstoel in de kerk kwam.

9. Sijn er twee houte ruiten met de wapens van Gerritsma, deese pleegen beijde in een gemeene houten kast te zijn , versien met 10 quartieren , dog sonder naamen , maar welke verlooren sijn , wanneer het wapen is verplaatst geworden door het oprigten van de nieuwe Predikstoel; verder sijn hier bij een ijsere helm, twee swaarden en twee spooren, en onder de ruiten een epitaphium, welke ornamenten thans alle geplaatst sijn aan de suider muur boven de vrouwen banken, daar de oude Predikstoel eertijds gestaan heeft.

Naast de genoemde rouwborden hingen dus ook een helm, twee zwaarden en twee sporen.

Deese wapens en ornamenten sijn van de twee gebroeders Philippus Pipinus van Gerritsma en Hessel van Gerritsma, welke laatste overleed na aanwijzinge van 't wapen den 9 September 1639. De wapens sijn een goude kruis op een blaauw vel, met sinspeelinge op deselve leest men om de lijst van de eene ruit: Amor meus crucifixus est (1). En om de andere , to westen van 'Hessel van Grerritsma: Lux mea crux Christi (2). 

Het ging hier dus om twee broers: Philippus Pipinus en Hessel van Gerritsma, welke laatste dus op 9 september 1639 is overleden.

Epitaaf

Onder de twee rouwborden in ruitvorm werd dus vroeger het epitaaf geplaatst.

Het epitaphium beneedenswaarts tusschen de beijde ruiten geplaatst is van de volgende inhoud:
Hæredes (1). Aeternitatr sacrum. Hospes. Si non musaram si Palladis non es Hostis, adsista et lege Yiri Nobilis Docti facundi, Hesseli Phocae a Gerritsma monumentum heio vide. Nee vide tantum , sed mirare et stupe. Sic sic quod periit Mei illud Charitum Deens Frisiadum Flos ingeniorum. Quid dicam ultra Naturæ stupendus labor. Atque tu Lector ! haere Fraternos cineres idem cippus togit, Nescis? Philippi Pipini a Gerritsma jam. annos XYT. Septies strategus cæsaris , Philippi Miles Adjutor Gallus (1)

De vertaling van deze latijnse tekst:

De erven hebben dit aan de eeuwigheid gewijd. Vreemdeling ! Als Gij geen vijand zijt der Musen of' van Pallas treed toe en lees ! Zie hier het monument van den edelen, geleerden, weisprekenden Hessel Fokke van Gerritzma! Zie het niet slechts , maar verwonder u en zijt verbaasd. Zoo zeer was die uiterst bevallige man , die te loor ging, een sie-raad van Friesland , een fijn genie , — wat zal ik meer zeggen ? . .. een bewonderendswaardig werk der natuur ! En Gij lezer! blijf! Weet Gij het niet? . . . hetzelfde lijkgesteente bedekt de aseh des broeders , . . . van Philippus Pipinus van Gerritzma, reeds zestien jaren , — zeven maal keizerlijk-veldheer, — van Philippus ... . als soldaat een helper voor de Franschen, — van den man, wat meer ? .. . die terwijl hij sterft den krijgs-arend schudt voor het vaderland.

Viri quid amplius ? dum moritur Mavortiam Patriae Quotiens Aquilam. P : B : A. A. D. T.

Op het epitaaf stond dus een lange Latijnse tekst, welke door de dominee werd vertaald.
Helaas is nu ook dit epitaaf niet meer aanwezig in de kerk.

De broers Gerritsma

Hessel en Piebe Fockes van Gerritsma waren zonen van Focke Piebes Gerritsma en Rints Hessels Epema, die ook in de kerk van Beers begraven liggen. Hun moeder is afkomstig van Nijland.

Hoewel ze 'edel' worden genoemd op het epitaaf, is het de vraag of ze nu echt van adel waren. De familienaam doet vermoeden van niet, hoewel de variant Gerroltsma ook wel genoemd wordt. Ze waren echter wel zeer bemiddeld en kunnen dus ook rijke eigenerfden zijn geweest.
In de lijst van kapiteins die in de rouwstoet meeliepen staat er dan ook niet de afkorting 'Jr' van jonkheer voor zijn naam, zoals dat bij vele anderen wel het geval is.

Hessel Gerritsma

Hessel Fockes Gerritsma zal omstreeks 1570 geboren zijn en overleed dus op 9 september 1639. Hij zal in de kerk van Beers zijn begraven, aangezien daar zijn rouwbord hing.
Hessel was kapitein in het Staatse leger en zal dan ook behoorlijk bemiddeld zijn geweest. Een kapitein moest namelijk de soldij van zijn compagnie meestal voorschieten en kreeg dat later weer terugbetaald van de (Friese) Staten.
Een huwelijk heb ik niet gevonden, vandaar dat ik vermoed dat hij ongehuwd is gebleven.

In 1627 maakt hij een gedicht voor een epitaaf voor zijn vriend Snelger van Meckema (ong. 1598-1625), welke nog in de kerk van Ee aanwezig is.

In januari 1633 volgde een hoogtepunt in het leven van Hessel. Hij mocht namelijk meelopen in de lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau. Op de plaat staat hij misschien ook afgebeeld, maar onduidelijk is welke hij dan is.

d'Officieren die 't Lijck droeghen, waren 36, die malckander somtijts verpoosden, dragende onder de Bare 18 sterck t'effens, ende waren dese: Capiteyns onder de Friessche Repartitie
(.....) Hessel Gerritsma  (...)



Hij woonde te Leeuwarden, want daar werd twee dagen na zijn dood de inventaris opgemaakt van zijn boedel. Hij was toch nog kapitein en werd Hesselus Gerritsma genoemd.

Na zijn dood werd hij opgevolgd door Reynolt van Inthiema, die net als zijn broers Willem en Frederik in het Staatse leger diende als officier.

Piebe Fockes van Gerritsma

Piebe is omstreeks 1570 geboren en overleed in 1601. Ook hij was officier in het Staatse leger. Zijn latijnse naam is Philippus Pipinus van Gerritsma. Piebe was gehuwd met Berber Verrutius, die ook uit een bekende officiersfamilie stamde.

Tot slot
In de kerk van Beers is dus helaas niets meer aanwezig van deze twee broers. Zowel het epitaaf als de rouwborden zijn verdwenen. Ook de helm, zwaarden en sporen zijn helaas niet bewaard gebleven.
Het zou interessant zijn als hier nog nadere informatie over beschikbaar zou komen.


Zoeken in deze blog