donderdag 10 oktober 2019

Friese kapiteins (28) : Douwe van Andringa


Friese kapiteins (28) : Douwe van Andringa

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
De familie Van Andringa behoort tot de Friese adel en had hun oorsprong in Akkrum in de gemeente Utingeradeel, waar ze hun stamgoed Andringa State hadden.
In 1604 werd Douwe geboren, als zoon van Poppe van Andringa en Tjets van Grovestins.
Zijn ouders woonden omstreeks 1600 op Ameland en Poppe was kapitein op een oorlogsschip en zal daarmee tegen de Spanjaarden hebben gevochten.
Omstreeks 1608 verdronk Douwe, samen met zijn zoon Oene, op zee. Wat er precies gebeurd is en onder welke omstandigheden is helaas onbekend.
Na het vroegtijdig overlijden van Poppe ging zijn weduwe op Andringa State te Marssum wonen, welke wellicht nog door Poppe was gebouwd.
Douwe zal hier samen zijn opgegroeid met zijn andere broer Tjalling en zussen Jel en Teth van Andringa.

Andringa State te Marssum
(1722, Jacobus Stellingwerf)

Op 23 mei 1630 ondertrouwde Douwe te Marssum met Wilsck van Heemstra, een dochter van Feije van Heemstra en Aaltje Tjaerda van Starkenborgh.
Wilsck is waarschijnlijk op Heemstra State te Oenkerk geboren.
Uit dit huwelijk is zoon Tjalling op 18 december 1634 te Bolsward gedoopt, die echter op jonge leeftijd weer is overleden.
Het verdriet was compleet toen op 2 januari 1635 ook moeder Wilsck overleed, dus binnen enkele weken na het dopen.
Na haar overlijden, kreeg Douwe nog 2 zonen uit een tweede huwelijk of relatie: Tjaert en Poppe van Andringa, die beide ook kapitein werden.
Zelf overleed Douwe op 2 oktober 1642 op 38-jarige leeftijd. Hij werd begraven in de kerk van Oenkerk.

Militaire carrière
Op 4 december 1629 wordt Douwe luitenant in de compagnie van kapitein Hotze Siercks van Aysma. Hij volgde daarbij diezelfde Aysma op, die daarvoor luitenant was in de compagnie van kapitein Lubbert van Lycklama. Hiervoor was Douwe vaandrig in de compagnie van Lubbert.
In 1633 doet Douwe de eed van hopman (=kapitein), dus toen zal hij een eigen compagnie hebben gekregen. Of hij hierbij iemand opvolgde op dat hij een nieuwe compagnie startte is helaas niet bekend.

Al snel was zijn eerste publieke optreden als kapitein, omdat hij meeliep in de lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir, begin 1633.
Hij staat hier vermeld met de latijnse naam Dominicus ab Andringa en draagt dan, samen met de andere kapiteins, de lijkbaar van de stadhouder.

Deel van de lijkstatie van stadhouder Ernst Casimir, januari 1633.

In de periode 1632-1637 lag de compagnie van luitenant-kolonel Schelte van Aysma in Bolsward in garnizoen.
De kans is groot dat hier in die periode ook meerdere compagnies lagen die onder hem vielen, waaronder dan die van Douwe van Andringa.
Immers, zijn zoon wordt in 1634 in Bolsward gedoopt.
Ook zijn zwager Feije van Heemstra, die luitenant onder Douwe was, kwam in 1634 samen met zijn vrouw Maria Bannier in Bolsward te wonen.
Omstreeks 1637 lag hij in garnizoen in Coevorden, samen met kapitein Jan Gerckes Hoptilla. Zij kregen patent (=opdracht) van Gedeputeerde Staten om naar Stavoren op te rukken. Echter de Friese Stadhouder Hendrik Casimir was het hiermee niet eens en gaf de commandant van Coevorden opdracht om de poorten van de vesting gesloten te houden.
Op 11 maart 1643 wordt Douwe wegens overlijden opgevolgd door kapitein Tjerck van Solckama.

Familiewapen

Familiewapen Van Andringa
(Stamboek van den Frieschen Adel)

Familieleden in het leger
  • Zijn vader Poppe van Andringa (ong. 1580-?) was kapitein 'ter zee'
  • Zijn broer Oene (ong. 1590-<1608) was waarschijnlijk officier ter zee.
  • Zijn broer Tjalling (ong. 1600-?) was waarschijnlijk vaandrig en overleed op jonge leeftijd.
  • Zijn zwager Jacob van Ruffelaer (ong. 1580->1639) was kapitein en gehuwd met Jel van Andringa.
  • Zijn zwager Hoyte van Goslinga (ong. 1590-<1664) was luitenant en gehuwd met Teth van Andringa
  • Zijn zoon Tjaert van Andringa (ong. 1635-1674) was kapitein
  • Zijn zoon Poppe van Andringa (ong. 1640-1671?) was kapitein
  • Zijn oom Douwe Sirtema van Grovestins (ong. 1570-1591) was kapitein
     
Grafsteen
In de Mariakerk te Oenkerk is de grafzerk van Douwe van Andringa bewaard gebleven.
Hij ligt samen met zijn vrouw, in het graf van zijn schoonouders.

Grafsteen Feye van Heemstra en Aeltje Tjaerda van Starkenborgh in de kerk te Oenkerk.
Ook schoonzoon Douwe van Andringa is in dit graf begraven.


De tekst op de zerk is als volgt:
Anno 1621 den 30 junij sterf den eedelen erentphesten joncer Feijo van Heemstra, d' olde, in zijn leven grietman over Tzietziercksteradeel, out 76 jaren en leit hier begraven

Anno 1629 den 28 maij sterf den edelen, erentphesten jonker Adolf van Heemstra, ontfanger generael van Tzietziercksteradeel, oud 44 jaren, en leijt hier mede begraven

Anno 1635 den 2 januari sterf de eedele en eerbare juffrou Wilksck van Heemstra, huisfrou van den manhaften capitein Douwe van Andringa, oud 31 jaar en leijt alhier begraven.

Anno 1642 den 2 october sterf den eedelen ende manhaften joncker Douwe van Andringa, capitein des Frieschen en Nassouschen regiments, oud 38 jaren en leit alhier begraven

Tzietzercksterana prator dum oita manebat
Partis, etc. Heemstrano sanguine Fyo satus
Hac recubat tumulatus humo; quo judice lacta
Stabat fronte bonus mente pauinte malis
Hunc vidua fleurere, orbiq parente pusilli
Hunc pressi querelo murmuri sape petent
O deus, igniuomo judex ubi sederis flxi
Numen huic placidum, judiciumque feras


detail grafzerk met daarop de tekst van Douwe van Andringa

--> detail grafzerk met daarop de tekst van Douwe van Andringa

Grafsteen Feye van Heemstra

In dezelfde kerk te Oenkerk ligt ook de grafsteen van de officier Feye van Heemstra, die op jonge leeftijd overleed. Hij was de jongere broer van Wilsck van Heemstra.
Op zijn grafsteen staat de naam en titel van zijn kapitein en zwager Douwe van Andringa vermeld waaruit we mogen concluderen dat hij daar nogal trots op was.
De tekst is als volgt:
Anno 1636 den 4 januarij sterf den edelen en manhaften joncker Feijo van Heemstra, in leven luitenant onder den edelen en manhaften capitein joncker Douwe van Andringa, oud zijnde 31 jaren en leijt alhier begraven.

Vaandels
Niet bekend.

Compagnie nr. 35
* Douwe van Andringa (*1604-
U1642)
* Kapitein van 1633-1642

* Voorganger: niet bekend.
* Opvolger: Tjerck van Solckama
Meer informatie:


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.



vrijdag 27 september 2019

Groninger kapiteins (2) : Boiocko van der Wenghe


Groninger kapiteins (2) : Boiocko van der Wenghe

In deze serie worden de Groninger kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Groninger Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
Von der Wenge is een zeer oud Duits ridderlijk geslacht uit de omgeving van Westfalen.

Boiocko is een zoon van officier Caspar van der Wenge, die gehuwd was met Oede Onsta.
Dit echtpaar komt in 1609 voor als hoofdeling en vrouwe te Sauwerd op Onstaborg aldaar, omdat hun naam op de klok aldaar is vermeld.
Reeds in 1587 was hun borg echter door Spaanse soldaten echter grotendeels verwoest, waardoor het in 1628 nog steeds een ruïne was, waar een arbeider woonde.

Boiocko zijn voornaam bestaat eigenlijk uit twee losse namen: Boyo en Ocko, maar zal gemakshalve vaak zijn gecombineerd tot één naam.
In 1608 huwde hij Sophia Nagell von Plettenberg en hun zoon Philips Sigismund van der Wenge werd ook weer ritmeester in het leger.
Het geslacht Von Plettenberg behoorde tot de Duitse 'oeradel'.
Later schijnt hij opnieuw gehuwd te zijn geweest met een Barbara Cappel, waarvan ik geen verdere gegevens kon vinden.
Omstreeks 1628 is Boiocko eigenaar van de ruïneuze Onstaborg te Sauwerd.
Daarnaast verkreeg hij tevens de Onstaborg te Wetsinge van zijn oom en hier ging Boiocko dan ook logischerwijze wonen.
De Onstaborg te Wetsinge. (kaart van Beckering, 1781).

Lijkstatie Ernst Casimir
In 1633 is jonkheer Boiocko aanwezig bij de bijzetting van stadhouder Ernst Casimir te Leeuwarden en wordt daarbij dus prominent afgebeeld, waarbij hij de sporen van de stadhouder draagt.
Boiocko van der Wenghe bij de lijkstatie Ernst Casimir, 1633


Slag bij Hulst
Op 4 juli 1640 is hij als ritmeester aanwezig bij de Slag bij Hulst in Zeeuws Vlaanderen.
Deze stad was nog in Spaande handen en de Staatse troepen wilden de stad innemen.
De Friese stadhouder Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz wilde een aanval uitvoeren op Fort Moerschans, maar de Spaansen bedachten een list. Door de trompetters verschillende melodies te laten spelen, dacht Hendrik dat er grote troepenmacht op de been was en vluchtte, terwijl er slechts een klein leger aanwezig was in de stad.
In opdracht van de ontstemde legeraanvoerder Frederik Hendrik werden er opnieuw aanvallen uitgevoerd op de vele forten rondom Hulst.
Hierbij sneuvelde stadhouder Hendrik Casimir I, samen met een aantal belangrijke officiers en manschappen.
Hieronder waren ook de twee Friese kapiteins Sybren van Walta en (gardekapitein) Everhard van Haren, de Groninger kapitein Dirck Alberda en dus 'onze' Boicoko van der Wenghe.
Familiewapen
Familiewapen Von der Wenge  (Duits genealogisch boek)
 
Familiewapen Wenge  (wapenboek Hesman)

Grafsteen
In de kerk van Wetsinge lag tot de afbraak in 1840 zijn grafsteen, waaronder Boiocko in een grafkelder was begraven.
Op de steen staat dat hij 25 juni is overleden, terwijl de Slag bij Hulst op 4 juli was.
Dit komt doordat Boiocko op 24 juni gewond raakte bij de slag en de dag erop overleed.
De datum op de zerk is echter de oude Juliaanse kalender terwijl we nu rekenen met de Gregoriaanse stijl, die 10 dagen later is.

Op de zerk staat ook vermeld dat hij overste der ruiterij was en daarnaast erfheer in Sauwert, Wetzinge, Stockumen Egermohlen.

Grafzerk Boiocko van der Wenghe.
Nu in het Groninger Museum, nadat de kerk van Wetsinge in 1840 werd afgebroken.


Oude tekening van der grafzerk van Boiocko van der Wenghe


Familieleden in het leger:
  • zijn vader Caspar van der Wenghe was officier in het Staatse leger
  • zijn zoon Philips Sigismund van der Wenge (ong. 1610-1648) was ook ritmeester
  • zijn kleinzoon Bojocco van der Wenge (?-1690) was een zwager van de beroemde kolonel Bernard Johan von Prott.
Vaandel
niet bekend
Compagnie nr. ?
* Boiocko van der Wenghe  (*1583-
U1640)
* Kapitein van ?-1640

* Voorganger: ?
* Opvolger: ?
* Hoogste militaire functie: ritmeester
* Woonplaats: Wetsinge
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van de  compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:

woensdag 18 september 2019

Friese kapiteins (27) : Damas van Loo


Friese kapiteins (27) : Damas van Loo

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
De familie Van Loo is een oude adellijke familie, afkomstig uit Dordrecht. Zij bekleedden daar belangrijke functies zoals landsadvocaat van de Staten van Holland.
In 1515 was een Albrecht van Loo Raadsheer bij het Hof van Friesland en hij was de stamvader van de Friese tak.
Op 27 februari 1605 werd Dammas van Loo gedoopt te Haarlem, als zoon van Arent van Loo en Hester van Aylva.
Zijn voornaam wordt later ook wel Damas, Dam(m)us of Adamus geschreven, maar Damas lijkt de meest gebruikte.

Doopakte Damas van Loo te Haarlem op 27-2-1605

Op 30 oktober 1642 huwde Damas in Utrecht met Cornelia van Abcoude van Meerthen. Zij was op 14 juli 1621 geboren te Wijk bij Duurstede als dochter van Johan van Abcoude van Meerthen, die maarschalk van Utrecht was.
Toen was een maarschalk geen militaire functie maar de hoogste rechterlijke, bestuurlijke en militaire ambtenaar onder de Bisschop van Utrecht.

Trouwakte Damas van Loo en Cornelia van Abcoude van Meerthen te Utrecht, 30-10-1642


Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren:

1. Philippus van Loo, gedoopt op 26-10-1645 te Leeuwarden
2. Anna Wendel van Loo, gedoopt op 13-10-1648 te Leeuwarden
3. Arent Jan van Loo, gedoopt op 31-3-1650 te Leeuwarden
4. Maria Cornelia van Loo, gedoopt op 5-4-1651 te Leeuwarden

Al op 25 augustus 1652 overleed zijn vrouw Cornelia te Leeuwarden.
In 1655 hertrouwde Damas met Doedt van Burmania, dochter van grietman Bocke van Burmania en Frau van Burmania
Zij was weduwe van Assuerus van Heuckelom.
In 1650 was hij eigenaar en bewoner van de oostelijke vleugel van de voormalige Papinga Stins te Leeuwarden.
In 1654 kocht hij Foppinga State te Dronrijp, waarvan nog een afbeelding bewaard is gebleven.
Waarschijnlijk hebben zij echter al die jaren in Leeuwarden gewoond, omdat na Damas zijn overlijden in 1666, Doedt van Burmania als lidtmaat te Dronrijp wordt ingeschreven. Vanaf toen zal ze dus op Foppinga State hebben gewoond, waar vanaf 1677 ook haar stiefzoon Arent Jan van Loo en zijn vrouw His van Aylva woonden.


Lidmatenboek Dronrijp: inschrijving op 11 mei 1666 van weduwe Doed van Burmania.


Foppinga State te Dronrijp. In 1723 getekend door J. Stellingwerf.
De woning was toen eigendom van Jets Maria Sirtema van Grovestins, weduwe van Arent Rutgers van Haersolte.


Heer van Hodenpijl
De familie Van Loo was enkele generaties lang 'Heer van Hodenpijl'.
Het huidige buurtschap Hodenpijl ligt in de provincie Zuid-Holland, tussen Schipluiden en Den Hoorn.
De toenmalige familie Hodenpijl had hier tot in de 14e eeuw een kasteel, die na verwoesting nooit meer werd opgebouwd.
Het Schoutambacht van Hodenpijl had 'oom' Albert van Loo via zijn moeder Maria van der Mijle geërfd.
'Vader' Arent van Loo (1559-1642) werd op 24 juni 1621 Ambachtsheer van Hodenpijl, nadat die zijn broer Albert was overleden.
Hij kreeg hierbij 'hulde' van een Job Dammas van Slingelandt uit Dordrecht, een uiterst invloedrijke familie.
In de 15e eeuw was de familie Van der Mijle al verwant aan deze Slingelandts, want de opvallende voornaam Dammas komt dan ook reeds voor in de genealogie Van der Mijle.

Militaire carrière
In 1630 was hij hofjonker van stadhouder Ernst Casimir en op 15 juli 1631 werd hij de eerste kapitein-luitenant van de toen opgerichte Friese Garde.
In 1633 legde Damas de eed van kapitein af, maar pas op 25 juni 1636 kreeg hij zijn eigen compagnie toen hij kapitein Hessel Hotzes van Aysma opvolgde.
In 1642 was hij volgens zijn trouwakte Commandeur van de Langackerschans in Groningen, een functie die meestal aan kapitein werd gegund en doorgaans voor drie jaar was.
Op 10 april 1645 werd hij majoor, waarbij hij Menno Houwerda van Meckema opvolgde.
Op 3 april 1648 werd hij benoemd als Luitenant-Kolonel (overste) van het Friese regiment, waarbij hij Michael Potter opvolgde.
In 1654 schreef de Friese Stadhouder Willem Frederik een brief aan luitenant-kolonel Damas van Loo, die nog in het Koninklijk archief bewaard wordt.
Hij werd na zijn overlijden opgevolgd door kapitein Oene van Teyens.

Lijkstatie Ernst Casimir
De Friese stadhouder Ernst Casimir overleed bij Roermond in juni 1632. Zijn bijzetting in de Grote Kerk van Leeuwarden was pas in januari 1633 daaropvolgend. Deze zogenaamde lijkstatie is destijds prachtig nagetekend, waarbij ook alle aanwezigen vermeld werden.
Hieruit blijkt dat Damas van Loo kapitein was van de gardecompagnie, de 'elite compagnie' van de stadhouder.
Verder liepen ook zijn vader Arent van Loo 'Heer van Hoden-Pijl' en zijn jongere broer, luitenant Arent van Loo, mee in deze lijkstatie.

Doen nu alles ghereet was, begost de Guarde van w. Sijn Genade, die in den rou waer, met om-gekeert ende sleypende Geweer, heel langhsaem ende truyrich te marcheren; wordende geleydet door Jr. Damas van Loo, sijnen Capiteyn Lieutenant; daer, onder anderen, d'ontwondene Rou-Vaendel van swart Armozijn, (die door den Vaendrich Jr. Evert van Haren, langs de Aerde heel droevich door de slijck gesleypt wierde) menige Aenschouwers de Tranen uyt d'Ooghen dede barsten.

Lijkstatie Ernst Casimir januari 1633,
Detail van de Friese Garde met Jhr. Damas van Loo in het midden op de voorgrond.


Familiewapen
Familiewapen Van Loo
(Stamboek van den Frieschen Adel)

Rouwbord
Op de site van de overleden Simon Wierstra, wordt melding gemaakt van het rouwbord van Damas van Loo. Het zou zich bevinden in het archiefdepot van het hoofdkantoor van de Rabobank.
Uit de foto op de site blijkt dat zijn zestien kwartierwapens erop zijn afgebeeld.

Rouwbord van Damas van Loo
(archiefdepot Rabobank Nederland).

Familieleden in het leger
  • Zijn broer Boudewijn van Loo (ong. 1600-1647/1648) was kapitein
  • Zijn broer Gerrit van Loo (ong. 1610-1645) was kapitein
  • Zijn broer Arent van Loo (Ong. 1610->1656) was kapitein
  • Zijn zwager Ernst van Aylva (ong. 1620-1665), gehuwd met Jacomine van Loo, was kapitein
  • Zijn zwager Douwe van Burmania (ong. 1610-1633) was luitenant onder luitenant-kolonel Schelte van Aysma
  • Zijn zwager Poppe van Burmania (ong. 1610-1638) was kapitein, sergeant-majoor
  • Zijn zwager Poppe Martijn van Andreae (1615-1645) was kapitein

Vaandel
niet bekend

Compagnie nr. 6
* Damas van Loo (*1605 -
U1666)
* Kapitein van 1636-1666

* Voorganger: Hessel Hotzes van Aysma
* Opvolger: Oene Teyens
* Hoogste militaire functie: luitenant-kolonel
* Woonplaats: Dronrijp, Leeuwarden
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:

Groninger Nassause Regiment

donderdag 12 september 2019

Groninger kapiteins (1) : Caspar van Ewsum


Groninger kapiteins (1) : Caspar van Ewsum

In deze serie worden de Groninger kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Groninger Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 


Achtergrond
Casper van Ewsum zag vier jaar voor het begin van de Nederlandse Opstand het levenslicht. Hij stamde uit een vooraanstaand adellijk geslacht dat veel bezittingen en invloed in de Groninger Ommelanden had. Het stamslot Ewsum was al sinds de 14e eeuw gelegen in Middelstum ten noordoosten van de stad Groningen. Later werden aan het familiebezit ook andere kastelen en landgoederen toegevoegd. In 1556 erfde Caspers vader Wigbold II de borg Nienoord, oom Johan de havezathe Mensinge en borg Ewsum en kreeg oom Christoffel de borg Mathenesse bij het dorp Mensingeweer in zijn bezit.

't Huis de Nyenoort tot Midwolde.


Binnen de familie Van Ewsum dienden talloze telgen als militair. Deze traditie begon al vroeg en is terug te voeren naar de Middeleeuwen. Op zoek naar militair avontuur begaven de broers Onno, Hidde en Johan van Ewsum zich in 1535 op weg naar Münster om daar de Wederdopers te bestrijden die de stad hadden ingenomen. De ketters werden verslagen maar Onno liet hierbij het leven. Ruim tien jaar later trokken de andere twee broers in het leger van Karel V ten strijde tegen de Duitse protestantse vorsten gedurende de Schmalkadische oorlog (1546-1547). Hidde komt hierbij te overlijden en Johan overleeft het ternauwernood. Bij het uitbreken van de Nederlandse Opstand lijken de broers minder enthousiast en houden zich op de achtergrond. In 1581 werd echter één van de jongste broers, Wigbold II, door niemand minder dan Willem van Oranje als kolonel aangesteld. Hij bestreed de Spanjaarden in de Groningse Ommelanden en veroverde in 1584 succesvol de schans Oterdum. Helaas stierf hij, net als zijn zoon Melchior, aan de verwondingen die hij had opgelopen tijdens dit beleg.   

Wigbold II van Ewsum, Groninger archieven  


Zijn andere zoon Casper zou kort daarop het stokje overnemen en werd in 1586 als kapitein binnen het Nassause regiment van Willem Lodewijk van Nassau aangesteld. De pas 18-jarige officier deed zijn best en moet een goede vertrouwensband met zijn bevelhebber Willem Lodewijk hebben opgebouwd. Al drie jaar later vertrouwde de Friese stadhouder na de verovering van de schans Soltcamp deze aan Van Ewsum toe. In 1591 werd de vesting Delfzijl ingenomen en bij de aanleg van nieuwe vestingwerken fungeerde Casper namens Willem Lodewijk als militair toezichthouder. Een jaar later werd de strategische vesting Coevorden veroverd en Casper als commandeur aangesteld. Hij zou deze functie jarenlang succesvol vervullen en wist zelfs het Spaanse beleg van 1593 met succes af te slaan. Hij sloeg een lucratief aanbod van de Spaanse bevelhebber Verdugo af en vernietigde een door de Spanjaarden aangelegde weg door het veen nabij Schoonebeek. Beetje bij beetje wist het Nassause regiment het noorden op de Spanjaarden te veroveren. De kroon op het werk van Willem Lodewijk was de verovering van de stad Groningen in 1594. Ook Casper had veel baat bij het verdrijven van de Spanjaarden. Lange tijd waren zijn familiebezittingen in vijandelijke handen. Nu het gehele noorden bevrijd was en weer tot de opstandige gewesten behoorden, werd op kosten van de stad Groningen en de Ommelanden een een nieuw regiment opgericht. Dit Groninger regiment zou voortaan naast het Friese regiment binnen de Nassause regimenten van Willem Lodewijk dienst doen. De oprichting van het regiment bood nieuwe kansen voor Casper. Als Groninger verliet hij de Friese dienst en kreeg promotie tot luitenant-kolonel binnen het Groninger regiment. Ook werd hij door Willem Lodewijk voorgedragen als drost van Drenthe maar vanwege Drentse tegenwerking kon hij deze functie pas vanaf 1599 gaan vervullen.
In 1600 trouwde Casper met Anna van der Does (1572-1626). Anna was afkomstig uit een adellijk Leids geslacht en vader Jan van der Does (1545-1604) speelde als bevelhebber een belangrijke rol tijdens het beleg en het ontzet van Leiden in 1574. Gezien het feit dat Caspers zus, Anna van Ewsum, een jaar later in de echt verbonden werd met Steven van der Does is het niet onwaarschijnlijk dat beide families elkaar al langere tijd kenden. Casper en Anna woonden op borg Nienoord maar kochten in 1607 een hof en zomerhuis in de Turftorenstraat in Groningen.

Anna van der Does, detail familieportret, Lakenhal Leiden S9

           
Militaire carrière
Als militair nam Casper deel aan tal van wapenfeiten waaronder de beroemde veldslag bij Nieuwpoort in 1600 en het succesvolle beleg van Groenlo in 1627. In 1631 vond een reorganisatie binnen de Nassause regimenten plaats. Sinds 1595 bestond dit noordelijke leger uit een Fries en Groninger regiment met elk een luitenant-kolonel aan het hoofd. De stadhouder voerde als kolonel van ieder regiment het opperbevel. Vanaf 1631 kwam er een nieuw Fries regiment bij en werden adellijke officieren voortaan als kolonel benoemd. Casper van Ewsum werd kolonel van het Groninger regiment, Jacob van Roussel en Ids van Eminga vervulden deze functie binnen de beide Friese regimenten. In 1639 stierf Casper van Ewsum op 71-jarige leeftijd. Een hoge leeftijd die voor maar weinig militairen gedurende de Tachtigjarige Oorlog was weggelegd.

Familiewapen
Rouwbord van Casper van Ewsum, 1639, kerk Midwolde


Familieleden in het leger:
  • Ooms Johan, Hidde en Onno van Ewsum vochten in het leger van Karel V tegen de Wederdopers in Münster (1534) en in de Schmalkadische Oorlog (1546-1547). Bij de eerste gevechten sneuvelde Onno en bij de tweede oorlog broer Hidde.
  • Zijn vader Wigbold II was kolonel van zes compagnieën in de periode 1581-1584. Hij sneuvelde in 1584 bij de verovering van de schans van Oterdum. Hij ontving zijn aanstelling van Willem van Oranje.
  • Zijn broer Melchior van Ewsum sneuvelde samen met zijn vader bij de slag bij Oterdum in 1584.
  • Zijn broer Balthasar van Ewsum werd in 1595 aangesteld als kapitein maar is voor 1600 overleden.
  • Zijn zoon Jan/ Johan van Ewsum werd in 1625 op voorspraak van zijn vader tot kapitein benoemd. Hij overleed in 1633.
  • Nicht Susanna van Ewsum was gehuwd met kapitein Jacques de Chalency
  • Christoffer van Ewsum (zoon of neef?) was vaandrig in de compagnie van Casper maar overleed in 1621.
  • Neef Lolle van Ewsum (zoon van oom Johan) volgde Christoffer als vaandrig op en was in 1627 luitenant. Hij diende in 1628 korte tijd in Deense dienst in Oost-Friesland, mogelijk onder de overste Frans van Roussel (zie blog 5). Volgens de gegevens diende hij ook binnen de compagnieën van Willem Lodewijk en Anthonius Polman. Hij is in 1629 overleden.
  • Zijn neef Tiete van Ewsum was vaandrig in de compagnie Clant en later luitenant. Hij is echter zelf het leger uitgegaan.
  • Neef Aepco van Ewsum was katholiek en bleef Spaansgezind. Hij huwde met de dochter van luitenant de Mepsche die in de periode 1580-1594 voor de stad Groningen in Spaanse dienst streed.
  • Een andere Jan van Ewsum was luitenant gedurende de periode 1631-1636.
  • Een George van Ewsum was van ca. 1626-1629 kapitein.

Vaandel
niet bekend
Compagnie nr. ?
* Caspar van Ewsum  (*1564-
U1639)
* Kapitein van 1568-1639

* Voorganger: ?
* Opvolger: ?
* Hoogste militaire functie: kolonel
* Woonplaats: Leek
 


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van de  compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
Tot nu verschenen in deze serie:
Friese Nassause Regiment

Groninger Nassause Regiment

Zoeken in deze blog