dinsdag 1 maart 2022

Een Friese grafzerk in Hornhuizen

In de kerk van Hornhuizen in Groningen ligt een opvallende grafzerk, die deels onder een luik verscholen ligt.
De zerk is opvallend vanwege de Friese adellijke achternamen en familiewapens die vermeld staan op de zerk.
Tot op heden was niet nog niet duidelijk van wie al deze wapens waren.
In deze blog zal ik nader ingaan op de namen achter al deze familiewapens.


Grafschrift

De site van Groninger Kerken heeft keurig het grafschrift vermeld, alsmede de afgebeelde wapens.
Dit is als als volgt:

ANNO 1638, DEN 25 NOVEMBER, STERF DE HOOGEDELGEBOOREN HEER JULIUS VAN MECKAMA, JUNCKER EN HOOVELINCK TOT HORNHUYSEN EN KLOSTERBUYREN. ANNO 1652, DEN 26 OCTOBER, STERF DE HOOGEDELGEBOOREN VROU LUCIA VAN DEEKEMA, HUISVROU VAN DE E.H. JULIUS VAN MECKAMA, OUT 69 JAAR, EN BEIDE HIER BEGRAVEN

Iconografie:

Wapens en helmteken, vergezeld van twee tulpen: Rechts: MECKAMA. Links: DEEKEMA. Bovenzijde, zes wapens naast elkaar: EYSINGA, EYSINGA, AYLUA, MECKAMA, BOTNIA, MECKAMA. Onderzijde, zes wapens naast elkaar: BURMANIA, EYSINGA, BURMANIA, BOTNIA, AYLUA, AYLUA

Afmetingen zerk: 285x199.

Alliantiewapen Meckema-Dekema
(foto: https://www.kerkhornhuizen.nl) 


detail van de grafzerk
detail van de grafzerk

  

detail van de grafzerk


detail van de grafzerk

  

detail van de grafzerk

De wapens
Er staan dus maar liefst 14 wapens op de zerk afgebeeld, op een manier die we niet zo vaak zien.
Uiteraard het echtpaar Meckema-Dekema in het midden op de traditionele manier.
Echter de zerk is tevens voorzien van zes wapens bovenaan de zerk en evenzoveel onderaan de zerk.
De relaties tussen deze wapens was een puzzel, omdat het hier namelijk niet om de zogenaamde kwartierwapens gaat, dus de voorouders van de familie Meckema-Dekema.


  

Helmteken
detail van de grafzerk: de roos

  

Nee, het gaat hier blijkbaar om een andere setting.
Uit de familiegenealogie zijn er echter welzeker verbanden te maken.
Want uit de twee huwelijken van Luts van Dekema zijn drie kinderen geboren, die alle drie ook weer zijn gehuwd. Hun zes familiewapens sieren dan ook het bovenste gedeelte van de zerk.

Als je deze lijn doortrekt, zou je dus in het onderste gedeelte ook weer familieleden verwachten.
En inderdaad blijkt er uit elk huwelijk weer één kind vermeld te zijn in de volgende generatie.


1683
Verder staat er Ao. 1683 in de bovenrand vermeld, waardoor de zerk blijkbaar pas in 1683 is gemaakt.
Qua stijl lijkt mij dit prima te passen en dit zou ook kunnen verklaren dat er zoveel wapens op de zerk zijn afgebeeld. 
De drie kleinkinderen die op de onderste rij wapens staan afgebeeld, leefden ook als enige kleinkinderen nog in 1683.

Dan resteert nog de vraag waarom deze kleinkinderen hun wapens lieten afbeelden op de zerk van hun grootouders. Immers, in het randschrift zijn alleen de namen van hun grootouders vermeld en die liggen hier dan ook begraven. Van de kinderen en kleinkinderen is dit niet  bekend, maar omdat hun namen niet op de zerk staan vermeld, is de kans groot dat zij elders zijn begraven. Van een aantal kleinkinderen is in ieder geval zeker dat zij elders zijn begraven.

Vermoedelijk is de Friese link met de Tammingaborg hier de oorzaak van.

Het jaartal 1683 op de grafzerk


Tamminga borg
Omstreeks 1570 trouwde Sicke van Dekema (1548-1625) met Hil van Tamminga (1555-1620).
Zij was de erfdochter van de Tammingaborg te Hornhuizen.
Hierdoor werd Sicke van Dekema 'Heer van Tammingaborg', welke titel hij in 1608 ook daadwerkelijk gebruikte bij het tekenen van een verdrag met Engeland.

Tammingaborg te Hornhuizen
(NB: er staat foutief Hankema te Zuidhorn vermeld!)


In een boerderij te Niekerk zit nog een oude balk afkomstig uit de voormalige kerk of toren welke nog zijn naam, titel en het jaartal 1603 vermeld.
Kleinzoon Sippe Meckema van Aylva (ong. 1624-1669) was ook weer heer van de Tammingaborg en Hornhuizen.
Vervolgens erfde zijn zoon Douwe Ernst van Aylva (ong. 1656-1703) deze titel. Hij was gehuwd met Tjemck van Heemstra.
Hij liet vermoedelijk in 1679 het torenuurwerk maken voor de kerk van Hornhuizen. 
In 1684 liet hij de avondmaalsbeker voor de kerk van Hornhuizen maken, met daarop o.a. zijn titel en naam.
In 1686 liet Douwe Ernst van Aylva een statenbijbel voorzien van de namen en familiewapens Aylva-Heemstra. Overigens werd Douwe Ernst in 1686 heer van de Tammingaborg.
Deze bijbel werd in 1776, na het overlijden van hun zoon Hans Willem van Aylva, geschonken aan de kerk van Hornhuizen.

Kerk van Hornhuizen
(wikipedia.nl)


Zijn oudste zoon Sippe van Aylva (1679-1732) was de volgende met de titel heer van de Tammingaborg.
Vermoedelijk erfde zijn jongere broer Hans Willem van Aylva (ong. 1695-1776) deze titel in 1732, na het overlijden van zijn oudere broer.
Laatstgenoemde was gehuwd met Barbara van Camstra.
Een herenbank met hun familiewapens Meckema van Aylva-Camstra zit nog in de herenbank in de kerk van Hornhuizen.
De Tammingaborg werd helaas in 1803 afgebroken.

Herenbank in de kerk te Hornhuizen, met het alliantiewapen Meckema van Aylva-Camstra
(foto: wikipedia)


Heer van Tammingaborg

Naam Jaartallen overige
Juw van Meckema  +
Luts Sickesdr. van Dekema
1605-1636
1583-1652
 
Luts Juwsdr. van Meckema +
Douwe Meckema van Aylva
ong. 1610-1670
1610-1665
Luts is een dochter
Sippe Meckema van Aylva +
Lisck van Eysinga
1636?-1669 Hij is een broer van Douwe.
Zij is een kleindochter van Juw en Luts.
Douwe Ernst van Aylva +
Tjemck van Heemstra
1669-1703 zoon van Sippe
Sippe Meckema van Aylva +
(1) Anna W. van Inn- und Kniphausen
(2) Anna B. Tjaerda van Starkenborgh
1703-1732 zoon van Douwe
Hans Willem van Aylva +
Barbara van Camstra
1732-1776 broer van Sippe


De familiewapens

Generatie 1: Julius van Meckema & Luts van Dekema

Het is meteen duidelijk dat het hier om het echtpaar Julius van Meckema en zijn vrouw Lucia van Dekema gaat. Deze Julius, oftewel Juw op zijn Fries, overleed op 25 november 1638 en zijn vrouw Lucia, of Luts, overleed op 26 oktober 1652.

Juw werd omstreeks 1570 geboren als zoon van Feye van Meckema en Ebel Juws van Unia.
Zijn vader Feye woonde vermoedelijk te Dokkum en is in 1577 begraven in de kerk van Groningen.
Mogelijk waren Juw zijn ouders nog katholiek.

Omstreeks 1595 zal Juw gehuwd zijn met zijn 1e vrouw, Auck Sickesdr. van Tjessens.
Zij overleed echter al in 1602 te Holwerd, mogelijk op de familiestate Tjessens aldaar.

Na een paar jaar rouw, hertrouwde Juw in april 1605 te Leeuwarden met Luts Sickesdr. van Dekema.
Luts was een dochter van de bekende 'jonker Sicke' van Dekema uit Jellum en diens vrouw Hil Onnosdr. Tamminga.

Luts was enig kind en erfgenaam van de Tammingaborg te Hornhuizen.
Zij was eerder al gehuwd geweest met Tjalling van Eysinga (1562-1603), die echter een jaar na zijn huwelijk al overleed.
Deze Tjalling van Eysinga woonde op Heringa State te Marssum en was grietman van Menaldumadeel.

wapen Meckema

wapen Dekema


Generatie 2: de drie kinderen

Uit het huwelijk van Luts van Dekema en Tjalling van Eysinga was in 1603 één kind geboren:
(1)  Hylck van Eysinga
Hylck trouwde in 1623 met Frans Aedes van Eysinga (1594-1661) en wat grietman van Tietjerksteradeel.
Hun beider wapens zijn al eersten in de bovenste rij opgenomen.

wapen Eysinga
wapen Eysinga

  

Uit het huwelijk van Luts van Dekema met Juw van Meckema werden twee kinderen geboren.

(2) Luts van Meckema werd omstreeks 1610 geboren. Zij trouwde in 1632 met Douwe Meckema van Aylva (1610-1665). Douwe was grietman van Leeuwarderadeel en woonde op Herwey State te Ternaard.
Hun wapens zijn in het midden van de bovenste rij openomen.


wapen Aylva
wapen Meckema

  

(3) Geertruida van Meckema werd omstreeks 1615 geboren. Zij trouwde circa 1640 met Dominicus Justus van Botnia (1617-1660). Hij was grietman van Baarderadeel en woonde op Mammema State te Jellum, die hij geërfd. Ook was Dominicus de laatste man van het geslacht Botnia.
Hun wapens zijn al laatsten in de bovenste rij opgenomen.

wapen Botnia
wapen Meckema

   


Generatie 3: de drie kleinkinderen
(4) Foeck van Eysinga (1630-1686) werd geboren in Oenkerk en trouwde in 1655 met houtvester en pluimgraaf Gemme Laes van Burmania (1626-1671).
Hun wapens zijn als eersten op de onderste rij opgenomen.

(5) Luts van Aylva werd in 1638 te Ternaard geboren als dochter van Douwe Meckema van Aylva en Luts van Meckema. In 1668 trouwde zij met Epe van Aylva (1650-1720), die grietman van Kollumerland was.
Hun wapens zijn in het midden van de onderste rij geplaatst.

(6) Helena van Botnia werd in 1647 geboren als dochter van Dominicus Justus van Botnia en Geertruida van Meckema. In 1671 trouwde ze met Watze van Burmania (1631-1691), luitenant-kolonel in het Friese Regiment.
Hun wapens zijn als laatste in de onderste rij opgenomen.


Van de onderste zes wapens heb ik helaas nog geen afbeelding kunnen bemachtigen.



Dank
Mijn grote dank aan Taeke Remco Boersma, die afbeeldingen voor mij maakte van de grafzerk.

Bronnen:
http://www.redmeralma.nl/hornhuizen.htm
https://www.kerkhornhuizen.nl/ 
https://nl.wikipedia.org/wiki/Tammingaborg_(Hornhuizen)



zaterdag 5 februari 2022

De grafzerk van Gajus Nauta te Sneek

In de Martinikerk te Sneek kwamen afgelopen week vele grafzerken tevoorschijn.
De kerk wordt gerestaureerd, waardoor de vloer op een aantal plekken is weggehaald.
Hieronder liggen vele grafzerken.

Een opvallende hierbij is een zerk met daarop een alliantiewapen.

De zerk is zwaar beschadigd en versleten, doordat er eeuwenlang kerkgangers overheen zijn gelopen en in 1795 zullen ook hier de patriotten de wapens en titels hebben weggebikt. 
Tevens ligt de zerk nog deels onder een balk verscholen.


grafzerk van Gajus van Nauta in de Martinikerk te Sneek
(foto: Melle Koopmans)


De zerk bevat o.a. de volgende tekst:

Randschrift 1:
[Ao 1645 den 2]9 oct… … n… …y...
Ao 1618 de 29 ivly is in den heere [gervst] … … der stede Sn[eeck] …


Drie portalen met daarin teksten en data
… …ry … novem… 1616
… natus 19 augusti et denatus 5 september 161.

…cke Avgustinvs [Nauta}
… die kinder …

[alliantiewapens]
Nauta-Buma?

Ao 1646 den 4 february [is] christelijk
gesturven [die] deuchdeliken juffrou Lo[lck van Aysma] laetste
huysvrou van de heer Nauta ende leyt hier
beg[raven]

..  bris...

Ao 1620 [den] 19 november nata bimes
mortuum 29 januari


(teksten: Hessel de Walle)

Alliantiewapens Nauta-Buma? op de zerk in de kerk van Sneek


Het linkerwapen moet die van Nauta zijn.
Hoewel er over deze familie nog niet heel veel bekend is, weten we inmiddels het volgende.

Gatze Auckes Nauta werd in 1580 te Sneek geboren, als zoon van Aucke Gatzes Nauta en Fed Bauckesdr. Hiddinga.

Hij had gestudeerd en droeg de titel J.U.D. en was secretaris van Sneek van 1614-1636.
Op 19-10-1645 trouwde hij (1) met Antje Annes Buma, die afkomstig van Bolsward was.
Antje overleed voor 1619.

Op 31 oktober 1619 trouwde hij (2) met Tietske Gualtheri.
Zij was afkomstig van Leeuwarden en waarschijnlijk een dochter van Henricus Gualtheri en Elisabeth Gosses. Haar vader was dan o.a. secretaris van Leeuwarden van 1602-1615.
Ergens voor 1628 zal ze overleden zijn.

Op 26 juni 1628 trouwde hij (3) met Lolck Hotzes van Aysma (ong. 1596-1646).
Zij was een dochter van Hotze Hessels van Aysma en zijn 2e vrouw Lolck Johansdr van Aysma.
Lolck is vermoedelijk geboren op Aysma State te Beetgum.
Haar vader Hotze was raadslid van de Admiraliteit te Dokkum.


Omdat Gatze, ook wel in het latijn Gajus, drie keer trouwde is de complete zerk vermoedelijk voor hem en zijn drie vrouwen gemaakt.

De datum 29 juli 1618 zal waarschijnlijk de overlijdendatum van Antje Buma zijn.

Het jaartal 1620 zou het overlijdensjaar van zijn 2e vrouw Tietske Gualtheri kunnen zijn.

Op 19 oktober 1645 stierf Gajus Nauta te Sneek.

De datum 4 februari 1646 is de overlijdensdatum van Lolck van Aysma.
Ze is overigens op 16 februari te Leeuwarden begraven, maar kreeg later een herbegrafenis in Sneek, zie tekst verderop.

Opvallend is nog te melden, dat zelfs stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz bij deze begrafenis aanwezig was!
Hij schrijft in zijn dagboek op maandag 16 februari 1646  (Gloria Parendi, pag. 213)

'Mit Nauta vrau toe begraffenis geweest'



Uit: Genealogysk Jierboekje, 1965

Handschriften Fries Genootschap, nr. Ib 30.
Familieaantekeningen Mellinga-Aysma over de jaren 1543-1668,
volgens 19eeeuws opschrift "uit een' ouden Flavius Jozephus".  

Den 19 octobris anno 1645 op sondach voor noen die kloek quatie(r) voor thyenen is de eedele here Gajus a Nauta, juris utriusque doctor ende meederaedt ordinaris in den Hoowen van Frieslandt, in den Heere ontslaepen ende 't doode lichaem op den 28 octobris nae Sneeck ghevoert, op den 29 dito aldaer seer staetelycken te(r) aerden bestelt. 

Anno 1646 den 4en februarii op donderdachawont die kloek omtrent een quatyer voor sewen uyr is Lolck van Aysma, huisvrouwe van den welgemelten heere Nauta, binnen Leuwarden in den Heere ontslapen ende op den 16 binnen Leuwarden in den Jacobyner kerck in 't kooer needergheset ende naederhant tot Sneeck by haeren man Nauta begraven.



Een grafzerk werd gemaakt na het overlijden van de eerste echtgenoot, waarbij dan meestal ook een alliantiewapen werd geplaatst.

Daarom vermoed ik dat het zichtbare alliantiewapen die van Nauta-Buma is.
De overige vrouwen zullen dan elders op de zerk vermeld zijn geweest.
Van zijn derde partner, Lolck van Aysma, hebben we de tekst met zekerheid gevonden.

Familiewapen Buma
(CBG familiewapens)


Familiewapen Gualtheri
(CBG familiewapens)


Familiewapen Aysma
(Stamboek van den Frieschen Adel)



Het Nauta wapen

Het Nauta wapen komt helaas niet veel voor op Friese zerken.
Daarnaast zijn er ook latere families Nauta, die een sprekend wapen voeren met daarin in schip. (immers Nauta= schipper)

Op de site van CBG staat echter een prachtig Nauta wapen afgebeeld, afkomstig uit de verzameling van Von Brucken Fock.

Familiewapen Nauta
(CBG familiewapens)


Opvallend op dit wapen is dat het een helmteken van een ster heeft, dat ook bovenin het wapen afgebeeld staat. Daaronder een zwemmende dolfijn of walvis in de zichtbare zee.
Op de grafzerk te Sneek is de ster ook duidelijk te zien. Onderaan is de zee ook herkenbaar.
De eventuele dolfijn of walvis is hier niet (duidelijk) te zien.
Verder wel een soort wolkenslinger tussen de ster en zee.

Uit zijn drie huwelijken is slechts één zoon bekend: Johannes Gajusz. Nauta (1633-1658).
Hij is geboren uit het huwelijk met Lolck van Aysma en ligt begraven in de kerk van Jorwerd.
Zijn mega-grote zerk is gelukkig bewaard gebleven en ligt in het koor van de kerk.
Johannes was ritmeester in het Friese Regiment en bleef ongehuwd.
Hij woonde op Hesens State te Jorwerd.
Op de grafzerk staan op de vier zijden zijn vier grootouders.
Aan de linkerkant staan de wapens Nauta (boven) en Aysma (onder) afgebeeld. 
Hoewel ook hier weer afgebikt in de Franse periode zijn ze nog deels herkenbaar.

Het Nauta wapen bevat ook hier bovenin duidelijk een ster.
Linksonder staat een springende dolfijn/walvis afgebeeld en onderaan zijn nog golven van de zee zichtbaar.
Ook hier een soort ronde slinger onder de ster.


Wapen Nauta op de zerk van Johannes van Nauta in de kerk te Jorwerd


Hiermee is wel duidelijk bewezen dat het linkerwapen die van Nauta is.

Het rechterwapen zou wel eens het Buma wapen geweest kunnen zijn, ook omdat links wel een halve arend zichtbaar zou kunnen zijn en aan de rechterkant twee lelies.

(NB: dit een blog met voorlopige uitkomsten en teksten/data kunnen nog worden bijgewerkt)
Met dank aan Hessel de Walle voor de teksten en Melle Koopmans voor de foto's van de zerk in Sneek.


Bronnen:

maandag 23 augustus 2021

Saxo Finia, een belangrijke Fries in Brussel

Supersneuper Hans trof vandaag weer een mooie Friese wapenafbeelding aan in het Album Amicorum van Henricus van der Borch (?-1637), zoals die op de website van Europeana staat vermeld.

Het gaat hier om Saxo Finia, een Fries van geboorte.

De achternaam Finia is meteen al lastig, want deze werd ook wel als Fynia, Phinia, Fijnia, Fijnja, Fyngie, etc. geschreven.
De gehele genealogie Finia is echter nogal incompleet, zo was er voor 1585 ook nog een Sas Finia, die gehuwd was met Tryn Douwes.
De kans is groot dat de Friese naam van deze Saxo dan ook Sas is, en dat bovengenoemde Sas Finia een oom (of grootvader) van hem was.
 

Bijdrage van Saxo Finie 'Frise' in het Album Amicorum van Henricus van der Borch (?-1637), op 11 november 1600 te Douai. 
www.europeana.eu


Deze Saxo Finia heeft een belangrijke rol gehad in de Spaanse Nederlanden.
Hij was namelijk tegelijk secretaris van de (Spaanse) Raad van State (1638-1664) en secretaris van de Geheime Raad (1625-1654).
Voor deze functie woonde hij te Brussel.
Een latere opvolger van Viglius van Aytta (1507-1577), zo zou je deze Saxo Finia dus kunnen noemen.
Immers, Viglius was o.a. voorzitter van deze Geheime Raad.
Met daar meteen bij vermeld, dat hij de belangrijkheid en nog hogere functies van de bekende Viglius natuurlijk niet kon evenaren.

Saxo zal omstreeks 1580 geboren zijn ergens in Friesland, mogelijk in (de buurt van) Achlum omdat daar een Finia/Phinia State was.
Waarschijnlijk waren Feddrick van Finia en Maycke van Cronenburgh zijn ouders, die staan tenminste ook zo vermeld in het genealogische werk van Abraham Ferwerda.
Qua datering komt dit goed overeen, want zijn ouders moeten omstreeks 1575 gehuwd zijn.

Saxo heeft in 1600 aan de Franse universiteit te Douai gestudeerd, omdat hij in dat jaar de bijdrage in het Album Amicorum van zijn studiegenoot Henricus van der Borch (?-1637) plaatste.
Later maakte hij een Latijns gedicht voor Justus Rijckius, welke bewaard is gebleven in de verzameling van Janus Gruterus (1560-1627).

In 1619 is Saxo getrouwd met Anne Dumay (of: du May).

Volgens de wikipedia pagina over Saxo kreeg hij na het overlijden van zijn baas, secretaris Philippe Prats, in 1617 een jaarlijkse rente, waardoor hij kon rentenieren.
Dit werd hem toegekend, door het feit dat zijn (voor) ouders Friesland hadden verlaten om zich in te zetten voor 'God en zijn prinsen', wat de Roomse landvoogden der Spaanse Nederlanden moeten zijn.

Dit gegeven klopt dan weer mooi met de voorgestelde ouders Feddrick van Finia en Maycke van Cronenburgh.
Immers van hun is nu bekend dat zijn gevlucht zijn tijdens de opstand, want hun namen en wapens staan vermeld in de Conscriptio Exulum Frisae.
Vermeldenswaard is dat Maycke van Cronenburgh een dochter is van de bekende Friese schilder Adriaen van Cronenburgh (ong. 1545-ong. 1604), die ook zijn toevlucht in het buitenland had gezocht.
 

Familiewapen van Feddrick Fijnia en zijn vrouw Maycke van Cronenburg
Conscriptio Exulum Frisiae (1580-1587)

Na zijn overlijden in 1664 werd hij te Brussel in het (Geschoeide) Karmelietenklooster begraven, welke helaas niet meer bestaat.

Wapen
Het wapen van deze Feddrick gelijk aan die van Saxo in het Album Amicorum.

Verder is opvallend dat het wapen van Finia een grote gelijkenis heeft met die van het bekende adellijke geslacht Botnia.
Ook deze heeft een geharnaste arm met zwaard in de hand.
Een verschil is echter dat het Finia wapen gedeeld is, met links de bekende Friese halve adelaar.
Ook het helmteken is anders, want Finia heeft een adelaar als helmteken.
Van een familierelatie tussen Botnia en Finia is niets bekend, dus het zal dus op toeval berusten.

Wel was Feddrick majoor geweldige in het Spaanse regiment van overste Georg van Liauckema.
Mogelijk dat het wapen dus gekozen is door het beroep van deze Feddrick.

Beschrijving:
Wapen: in blauw een omgewende beklede zilveren rechterarm, goud gegalonneerd, de benedenarm horizontaal, in de hand houdende een zilveren zwaard met gouden gevest.

Familiewapen Fijnia
 (CBG Familiewapens)


Links:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Saxo_Finia
https://www.dbnl.org/tekst/aa__001biog07_01/aa__001biog07_01.pdf
https://nl.wikipedia.org/wiki/Janus_Gruterus
https://www.frieseregimenten.nl/officier/feddrick-van-fynia/ 

 

zondag 8 augustus 2021

Een Friese grafsteen in Leiden

Toen Supersneuper Hans afgelopen week in Leiden was, zag hij in de Pieterskerk een zerk staan.

Een foto stond al snel op Twitter, met de tekst '...met Fries familiewapen'.

En ja, als er twee wapens op staan, die beide in de linker helft de 'Friese adelaar' hebben, kan dat bijna niet missen.

Grafzerk van Hotze Fockesz. in de Pieterskerk te Leiden.
Het wapen van zijn moeder is die van Jeppema.
(foto: Supersneuper)


De steen

Op de steen staat de volgende tekst:

'Hotze Fockesz. geboren den IX Novembris Ao 1584, is gestorven den XXVI Augusti Ao 1604 en[de] hier begrave'

Het gaat dus om slechts één persoon, die dus bijna 20 jaar oud was toen hij overleed.
Hij is dus begraven in de Pieterskerk te Leiden, omdat daar de grafsteen nog aanwezig is.
In de Grafboeken van Leiden uit 1610, 1647 en 1665 staat zijn naam overigens ook vermeld met daarbij de exacte locatie: 'Noord-binnenwandeling nummer 56'.

Dat ook de geboortedatum vermeld is op een zerk is nogal bijzonder, dit gebeurd slechts zelden.
Misschien dat Hessel de Walle kan uitzoeken op hoeveel stenen dit het geval is in Friesland.

In het midden van de steen staan twee wapens afgebeeld, ongetwijfeld de ouders van de jongeling, die dus zelf ongehuwd overleed.
Een eerste zoektocht naar de wapens, levert het volgende op.

De wapens
Het rechterwapen in de ruitvorm is die van zijn moeder.
Dit wapen bevat rechts vier vakken, van boven naar beneden: klaver, lelie, lelie, klaver en links de halve Friese adelaar.
Als helmteken een lelie.
Het is een opvallend wapen, namelijk die van de familie Jeppema.
In de wapendatabase van Hessel de Walle, staat dit wapen eveneens afgebeeld, ook hier gelukkig ongeschonden.




Grafzerk van Lutske Anes Bangma, gehuwd met Jeppe Abbesz. Jeppema, in de kerk van Menaldum.
Het linkerwapen is Jeppema, rechts zal dan van Banga zijn.


Duidelijk is dat het hier dus om een Jeppema wapen gaat, echter een nogal afwijkend van het andere bekende Jeppema wapen.
In zowel het 'Stamboek' als de database van het CBG staat deze vermeld als een dubbele adelaar met een blauw hartschild met daarin een ster.

Familiewapen Jeppema
(Stamboek van den Frieschen Adel)

 

familiewapen Jeppema
(CBG familiewapens)


Botnia / Jeppema
De eerste relatie leggen we dan uiteraard met de drager van hetzelfde wapen, Jeppe Abbesz. Jeppema, wiens vrouw begraven ligt in de kerk van Menaldum.
Helaas staat er op de bekende site van Simon Wierstra geen genealogie van Jeppema en ook het Stamboek van den Frieschen Adel heeft er slecht een paar generaties vermeld.

Hierbij staat Jeppe Abbesz. Jeppema helaas niet bij vermeld.
De familie Jeppema is dus vroeg uitgestorven en een Ansck Jeppesdr. van Jeppema trouwde omstreeks 1480 met Syds Tjallings van Botnia.
Hun zoon Tjalling Sydses van Botnia werd ook wel Tjalling Jeppema genoemd, vermoedelijk omdat hij eigenaar van Jeppema State te Westernijkerk was.

Jeppema State te Westernijkerk
Tekening van J. Stellingwerf, 1722



Vervolgens trouwde zijn zoon, Syds Tjallings van Botnia ong. 1530 met Bauck Abbesdr. van Camstra.
Zij woonden op Hottinga State te Nijland, maar mogelijk was Jeppema State nog familiebezit.
Zij hadden echter een zoon waarvan de voornaam niet bekend is.
Mogelijk, ja het is wat vergezocht, is dit een Abbe van Botnia en noemde hij zich weer Abbe Jeppema naar het familiebezit?

Deze zou dan een zoon kunnen hebben gehad, Jeppe Abbesz. Jeppema, wiens vrouw Lutske Anes Banga dus in 1595 stierf en in de kerk van Menaldum ligt begraven.
Hij droeg dan in elk geval een eigen wapen en niet het bekende Botnia wapen, wat dan te verklaren is omdat hij een andere naam voerde.
 

Hotze Fockesz.
Hotze Fockes werd dus op 9 november 1584 geboren en zijn vader had dus de voornaam Focke.
Er is dan een huwelijk geweest tussen een Focke N.N. en een N.N. Jeppema, omdat het vrouwenwapen op de zerk dus het Jeppema wapen is.
 
Het gaat hier om Focke Tjercx die gehuwd was met Tryn Jeppema.
Focke van secretaris van Oostdongeradeel van 1582 tot na 1591.
 
Mogelijk dat zijn zoon Hotze dus al vroeg naar Leiden vertrok, omdat Leiden in die tijd uiteraard de lakenstad bij uitstek was.
Zijn vrouw is dan waarschijnlijk een zuster van Jacob van Jeppema, die lakenkoper te Leeuwarden was.

Jacob van Jeppema
Jacob Johannesz. van Jeppema werd omstreeks 1550 geboren als zoon van Johannes Jacobs Jeppema en Impk Ayes..
Omstreeks 1585 trouwde hij met Okje Boelema, dochter van Augustinus Boelema en Catharina van Arum.
Van deze Jacob is bekend dat hij lakenkoper was, dus hij zal vaak in Leiden zijn geweest.
Zijn vrouw Okje overleed op 23 oktober 1594 en lag begraven in Leeuwarden, maar haar zerk werd later overgebracht naar Minnertsga.

Familiewapens Jeppema-? op grafzerk van Ockien Boelema, huisvrouw van Jacob van Jeppema.



De tekst op de steeen is als volgt:

Hier leit begrave de eerbare Ockien Bolema dhuvisvrou va Iacob Ieppema en is gervst anno 1594 de 23 octobris

In het midden van de zerk twee wapens: Jeppema en Boelema.
Opnieuw dus een Jeppema wapen en ook hier weer boven de lelie en onder de klaver.
In het midden een soort kruis en links weer de halve Friese adelaar.
Het gaat hier dus weer om een variant op het Jeppema wapen.
Opvallend is dat het rechterwapen is afgesleten of vernield, terwijl het Jeppema wapen nog intact is.
Het helmteken is een lelie.

Van deze Jacob van Jeppema is nog een bijdrage uit 1573 in het Album Amicorum bekend van Poppe van Feytsma.

Bijdrage uit 1573 te Douai van Jacobus van Jeppema in het Album Amicorum van Poppe van Feytsma


Ook in deze bijdrage hetzelfde wapen als op de grafzerk, echter met de klaver boven en lelie onder!
Mogelijk dat één van de kunstenaars een foutje heeft gemaakt?
Overigens zijn hierdoor nu wel de kleuren van het wapen bekend.


Een familierelatie tussen Jacob Johannesz. van Jeppema en Jeppe Abbes van Jeppema heb ik helaas nog niet kunnen vinden.
Hopelijk dat anderen nu mee kunnen zoeken naar verdere informatie en verbindingen.
Een wat betere genealogie Jeppema zou daarbij het doel kunnen zijn.


Links
http://www.stinseninfriesland.nl/JeppemaStateWesternijkerk.htm
https://www.walmar.nl/inscripties.asp
https://www.walmar.nl/wapens.asp
https://www.hvnf.nl/2021/05/alba-amicorum-met-friese-inscripties-en-meer/ 
http://www.mpaginae.nl/Stamboek/FrAdel.htm 
http://www.mpaginae.nl/Galilea/Mensonides.htm 
https://www.erfgoedleiden.nl/component/lei_files/download/id/2088
https://www.hvnf.nl/2018/06/expositie-de-historie-van-jeppemastate-en-de-kerk-van-westernijtsjerk/ 
https://fy.wikipedia.org/wiki/Jeppemastate_(Westernijtsjerk) 
https://allefriezen.nl/ 

 

zaterdag 10 juli 2021

Friese kapiteins (64) : Jacob Melander van Holzappel

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.

Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.

 


Achtergrond

Jacob werd in 1584 in Hadamar als zoon van Wilhelm Eppelman en Anna Seifenmacher geboren. Zijn ouders waren gewone burgers en ingezetenen van het graafschap Nassau-Hadamar.
Zijn vader was belastinginner maar oom Johan was in Den Haag als secretaris en raadgever werkzaam voor niemand minder dan prins Maurits.
Deze oom gebruikte de naam Melander of Milander, een Grieks vertaling van zijn achternaam.
In deze periode was het gangbaar, vooral onder geleerden, om hun naam in het Latijn of Grieks te schrijven.

Johan Melander kocht in 1598 de heerlijkheid Poederoijen en werd hiermee heer van deze heerlijkheid.
In 1622 overleed Johan Melander en de erfenis bleek reden tot een proces tussen dochter Emilia Philippina en neef Jacob in 1625 waarbij de laatstgenoemde wel aangeduid werd als heer van Poederoijen.

Jacob had drie broers: Adolf (1577-1602), Johann Georg (1579-?) en Peter (1589-1648). De oudste broer Adolf stierf op 25-jarige leeftijd als student in Herborn. Johann Georg, Jacob en Peter moeten een deel van hun opvoeding bij hun oom Johan in Nederland hebben genoten en droegen ook de naam Melander. Op 29 oktober 1608 werden de broers door de Duitse keizer in Praag onder de naam ‘Holtzapfel de Mélander’ in de adel verheven. De aanleiding voor deze bijzondere en eervolle verheffing is echter niet duidelijk, voor de broers vormde het in ieder geval een flinke stap op de maatschappelijke ladder. Jacob en Peter dienden beiden in het Staatse leger.

Militaire carriere
Jacob treffen we in 1621 als luitenant binnen het Groninger regiment en wordt hem drie maanden verlof verleend om tijdelijk in Hamburgse dienst te treden.
Een jaar later wordt Albert Bonnema in zijn plaats benoemd tot luitenant.
Het lijkt aannemelijk dat Jacob promotie heeft gemaakt tot kapitein, maar het is ook mogelijk dat hij langer in Hamburgse dienst heeft gevochten en zijn luitenantsplaats werd vergeven.
In ieder geval zien we Jacob in 1624 als kapitein in Groningen terug. Hij heeft dan een conflict met de erfgenamen van de overleden kapitein Gerhard Sloot.
Jacob volgde Gerhard Sloot naar alle waarschijnlijkheid als kapitein op en nam in die hoedanigheid ook diens compagnie over.
Vaak mondde de financiële afwikkeling uit in een proces tussen de nieuwe kapitein en de erfgenamen van de oude kapitein.
In 1631 wordt Jacob als kapitein opgevolgd door Tiete van Galema. Dit kan erop duiden dat Jacob het Staatse leger heeft verlaten.
Wat Jacob na 1631 heeft gedaan is tot op heden niet duidelijk.
In 1629 huwde Jacob met Wigboldina van Ewsum, een nichtje van de kolonel van het Groninger regiment Caspar van Ewsum.
Zij kregen twee kinderen: Adolf en Wigbold Wilhelm.
Het echtpaar bewoonde de borg De Blauwborg in Obergum.

Obergum : tekening van Stellingwerf : Blauwborg te Ranum




 Het terrein van de borg De Bake of Blauwborg.


Johan Georg Holtzappel
Van broer Johan Georg is weinig bekend. Wel komen we een J. Melander als student in Franeker tegen en promoveert iemand met dezelfde naam in 1623 aan deze universiteit. Zeer waarschijnlijk gaat het hier om Johan Georg want oom en naamgenoot Johan was al in 1622 overleden.

Peter Holtzappel
Broer Peter maakte gedurende zijn leven een bliksemcarrière en stierf in 1647 als Rijksgraaf en opperbevelhebber van het keizerlijke leger. Peter studeerde aan de Universiteit van Leiden, maar koos vanaf 1614 voor een militaire carrière in het Staatse leger. In 1616 ging hij mee met een Nederlands expeditieleger naar Venetië en in 1621 werd hij benoemd tot stadscommandant van Basel. In 1633 werd hij aangesteld tot luitenant-generaal van het Hessische leger dat tijdens de Dertigjarige Oorlog binnen de protestantse Unie in Duitsland vocht. In 1638 huwde hij met Agnes von Efferen, genaamd Hall. Opvallend detail: het huwelijk vond plaats in Groningen, de woonplaats van broer Jacob. In 1641 maakte Peter een opvallende keuze: hij wisselde van partij en trad in dienst van het keizerlijke leger. In diezelfde periode werd Johan Lodewijk van Nassau-Hadamar als gezant naar keizer Ferdinand II in Wenen gestuurd om voor de familie Van Nassau aan het keizerlijke hof de Nassause belangen te behartigen. Tijdens zijn verblijf in Wenen nam Johan Lodewijk het katholieke geloof aan en vervulde als bemiddelaar een belangrijke rol tijdens de onderhandelingen voor de Vrede van Munster. Gezien de nauwe banden met Hadamar is het niet ondenkbaar dat de overstap van Johan Lodewijk ook Peter heeft doen besluiten om over te gaan naar het keizerlijke kamp. Het legde hem in ieder geval geen windeieren. Hij mocht zich voortaan veldmaarschalk noemen en werd na het overlijden van Matthias Gallas zelfs opperbevelhebber over het gehele keizerlijke leger. Ook leverde het hem en zijn broer Jacob de titel van Rijksgraaf op. Peter stierf in één van de laatste gevechten van de Dertigjarige Oorlog in 1647 en werd begraven in de Johanneskerk in Esten. Peter had een fortuin verworven met zijn functie als bevelhebber en dat stelde zijn weduwe in staat om de naburige heerlijkheid Schaumburg te kopen. Inmiddels had de familie veel geld geleend aan de door de oorlog verarmde adellijke families, zoals de Van Nassau. Deze familie probeerde door middel van huwelijkspolitiek hun schuld kwijt gescholden te krijgen en de verkochte landgoederen weer in de familie te krijgen. In 1653 huwde dochter Elisabeth Charlotte van Holzappel-Schaumburg met prins Adolf van Nassau-Dillenburg.



Portret van Peter Melander von Holzappel.
Nationalmuseum

Peter Melander von Holzappel


Familiewapen

familiewapen Melander van Holzappel



Familieleden in het leger

  • Zijn zoon Willem Hendrick van Wartensleben werd kapitein.
  • Peter van Holzappel (1589-1648), was luitenant-generaal is Hessische dienst. Hij was een roer van Jacob.
  • Johan Wilhelm van van Holzappel was majoor in Staatse dienst en sneuveld aan de Boyne in 1688 in Ierland.
    Hij was een buitenechtelijke zoon van Peter van Holzappel.

Vaandel
onbekend


 

Compagnie nr. C75
* Jacob Melander van Holzappel (1589-?)
* Kapitein van 1622 - 1631

* Voorganger: Gerhard Sloot?
* Opvolger: Tiete van Galama
 

 

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|

Hessische biografie: https://www.lagis-hessen.de/pnd/118774816
Groninger Archieven, resoluties
Gelders Archief, 0124 Hof van Gelre en Zutphen, 5104
HHStA Wiesbaden Abt. 171 Nr. 731, Bll. 37ff. [Untersuchungen des Dr. Wolfgang Ficinus von Hadamar im Auftrag des Fürsten Johann Ludwig von Nassau zur Herkunft Melanders, 1641/1642]

ADB, Bd. 13, 1881, S. 21-25 (Leopold von Eltester)
NDB 9, 1972, Bd. 9, 1972, S. 571
Wurzbach, Biographisches Lexikon des Kaiserthums Oesterreich, 9. Theil, Wien 1863, S. 245
Nassauische Lebensbilder Bd. 4, 1950, S. 36-53 (Fritz Geisthardt)
Karl Friedrich von Frank, Standeserhebungen und Gnadenakte für das Deutsche Reich und die Österreichischen Erblande bis 1806 sowie kaiserlich österreichische bis 1823, Bd. 2, S. 226 und 227
Martin Brück: Politik im Duodezformat. Die Herrschaft Holzappel-Schaumburg in der zweiten Hälfte des 17. Jahrhunderts, in: Nassauische Annalen Bd. 121, 2010, S. 29-72
Steffen Leins, Reichsgraf Peter Melander von Holzappel (1589–1648). Aufstieg eines Bauernsohns als Kriegsunternehmer, Diplomat und Herrschaftsorganisator. In: Militär und Gesellschaft in der frühen Neuzeit. 14, 2010, 2, S. 348–357
Simon Schmitz, Die Erbstrategie Peter Melanders von Holzappel und ihr erfolgreiches Scheitern. In: Jahrbuch für westdeutsche Landesgeschichte. 41, 2015, S. 99–144
Erich Bartholomäus, Die Mutter Peter Melanders, Reichsgrafen von Holzappel, in: Hessische Familienkunde Bd. VI, 1962, Sp. 179-182
Erich Bartholomäus, Die Eppelmann, Holzappel und Melander in Hadamar, in: Hessische Familienkunde Bd. VII, 1963, Sp. 65-72.



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 

Friese Nassause Regiment
Kapitein

  1. Jacob van Roussel

  2. Adriaen Slijp

  3. Bonefacius van Scheltema

  4. Ludolf Potter

  5. Frans van Roussel

  6. Abbe van Bootsma

  7. Jan Sageman

  8. Juw van Eysinga

  9. Frans van Donia

  10. Lolle van Ockinga

  11. Taecke van Hettinga

  12. Frans van Cammingha

  13. Wigle van Hania

  14. Arent van Arentsma

  15. Wopcke van Herema

  16. Willem van Inthiema

  17. Ids van Eminga

  18. Seerp van Dijxtra

  19. Sybren van Walta

  20. Tiete van Galama

  21. Jacques van Oenema

  22. Sybe van Aylva

  23. Jan van Burmania

  24. Juw van Harinxma

  25. Jarich van Hottinga

  26. Epe van Heemstra

  27. Damas van Loo

  28. Douwe van Andringa

  29. Rienck van Dekema

  30. Ruurd van Feytsma

  31. Binnert van Heringa

  32. Wybren van Roorda

  33. Johan van Bonga

  34. Idzart van Grovestins

  35. Frans Aebinga van Humalda

  36. Hans van Oostheim

  37. Jan van Idsaerda

  38. Gosewijn van Wiedenfelt

  39. Tjalling van Sixma

  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg

  41. Doecke van Hemmema

  42. Philip van Boshuizen

  43. Harmen van Wonsdorp

  44. Willem van Haren

  45. Douwe van Glins

  46. Hessel van Aysma

  47. Quirijn de Blau

  48. Jacob van Ruffelaer

  49. Peter Sedlnitsky

  50. Tjaard Wederspan

  51. Jacques van Challansi

  52. Doecke van Rinia

  53. Doecke van Martena

  54. Tjaard Tjebbes Hobbema

  55. Jan Gerckes Hoptilla

  56. Michiel Hagen

  57. Simon Jongestall

  58. Leendert Huijghis

  59. Rencke van Lycklama

  60. Tjerk van Solckema

  61. Taecke Lieuwes

  62. Rogier Slijp

  63. Douwe Aylva van Loo

  64. Jacob Melander van Holtzappel

Friese Nassause Regiment
Luitenant

  1. Rienck van Sytzama

  2. Hoyte van Goslinga

 

Groninger Nassause Regiment
Kapitein

  1. Caspar van Ewsum

  2. Boiocko van der Wenghe

Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

  1. Nicolaas van Boringer



Zoeken in deze blog