donderdag 30 april 2020

Friese kapiteins (55) : Jan Gerckes Hoptilla


Friese kapiteins (55) : Jan Gerckes Hoptilla

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
De familie Hoptilla is een Friese familie, waarvan we eigenlijk heel weinig weten.
Waarschijnlijk gaat het hier om een zogenaamde 'eigenerfde' familie, wel belangrijk, maar niet van adel.
Het bekende, maar niet altijd betrouwbare, Stamboek van den Frieschen Adel, besteed echter nog wel een hoofdstuk aan deze in hun ogen adellijke familie.
Waarschijnlijk komt deze familienaam van het nog bestaande buurtschap Hoptille, ten noordwesten van Hijlaard.
Daar, tussen Huins en Hijlaard, lag een gelijknamige brug over de Bolswardervaart.
Een tille is namelijk een hoge brug en aldaar is ook een Hoptilla Sate bekend.

Jan van Hoptilla werd omstreeks 1580 geboren als zoon van Gercke Wybes Hoptilla en Grietje Jans Hagedoorn.
Zijn vader Gercke was fabrieksmeester te Leeuwarden.
Verder was er overigens ook een Gercke Wijbes uit Workum, die watergeus was.
Het kan hier echter ook om een toevallige naamgenoot gaan.

Omstreeks 1605 zal Jan getrouwd zijn met Botje Dircksdr. Siercksma.
Haar ouders heb ik nog niet kunnen vinden, maar ook zij stamt uit een bekende familie.
Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen, waarvan twee dochters, die op hun beurt weer met twee broers trouwden.
Boethia huwde Regnerus Neuhusius, die rector te Alkmaar zo worden.
Margaretha trouwde met Henricus Neuhusius, advocaat voor het Hof van Friesland.
Na het overlijden van Botje, hertrouwde Jan Hoptilla met Aeltje Verkerck, waarvan ik ook geen verdere gegevens heb.
Ook uit dit huwelijk zouden drie kinderen geboren zijn.
Op 18 januari 1634 kopen ze een een woning te Harlingen voor 3000 caroliguldens (cg), van de weduwe van mr. stadsmetselaar Jacob Lous (Forssenburg).
Dezelfde woning (nu Zuiderhave 54) verkopen ze in 1647 weer aan Schelto van Aitzema, secretaris van de admiraliteit.
Jan overleed dus in ieder geval NA 1647, maar een exacte datum en plaats hebben we helaas niet.

Militaire carrière
Op 15-1-1625 wordt hij benoemd tot luitenant in de compagnie van kapitein 'overste' Juw van Eysinga.Op 2 juli 1631 krijgt hij zijn benoeming als kapitein in het Friese Regiment, terwijl hij op 15 juli de eed aflegt. Het is vrijwel zeker dat hij daarbij Juw van Eysinga opvolgt als kapitein, aangezien die kort daarvoor (op 4-5-1631) was overleden.
In 1632 schrijft hij een brief aan de Friese stadhouder Ernst Casimir waarin hij opgave doet van de onder zijn bevel staande geappointeerden en van degenen die te oud zijn om te vechten.
Deze brief wordt nog bewaard in het Koninklijk Huisarchief van de Oranje's.

Op 8 augustus 1632 speelde Hoptilla een beslissende rol speelde bij het afslaan van een aanval van Spaanse troepen op een voorpost in Amby van het legerkamp van Prins Maurits in Limburg.
Hiervan is een ooggetuige verslag gemaakt, vermeld in een in 2013 gepub
liceerde kroniek van de Friese militair Poppo van Burmania.

'Een pistoelschoet van ons quartier stonde een kleine kerck met een kerckhoff, Amij genaemt, aen het trenchement daer twee compagnijen de wacht in hadden, te weeten een Vries capitein Jan Gerkes Hoptille, daer de drie rigementen Italianen die de avangarde hadden dapper op aanvielen, sodat sij handt tegen handt vochten en de de musquetten so ras niet konden laden, maer met de kolwen van de musquetten ende pijcken haer afslugen, tertijt dat sij securs kregen'.


Tekening van de aanval op Prins Maurits zijn leger in Maastricht door het leger van Pappenheim.
Rechtsboven is het dorp Amby (als Ammi) te zien en links daarvan de 'Walburgsche kerck' die belegerd werd.


Op 13 januari 1633 loopt hij mee in de reeds vaak besproken lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz.
Overigens liep ook zijn familielid dr. Joannes Hoptilla mee, die 'gemeensman' van Leeuwarden was.

Gedeelte van de lijkstatie van Ernst Casimir in 1633, waarin Jan Hoptilla meeliep als kapitein.

Eind mei 1633 komt hij aan in de stad Roermond met een aantal andere kapiteins.
Op 18 augustus van hetzelfde jaar vertrekt hij weer ,samen met vijf andere compagnies onder leiding van luitenant-kolonel Levin de Caluart.
Ze gaan dan op Venlo en sloten zich bij het 'princenleger' aan, die daar in de buurt was.

In november 1635 lag Jan met zijn compagnie in garnizoen te Coevorden, samen met kapitein Douwe van Andringa.
Hij kreeg toen 'patent' (=opdracht) van de Friese Gedeputeerden om naar Stavoren op te rukken, zonder acht te mogen slaan op de patenten
van de stadhouder. De commandanten van de vestiging Coevorden hielden op bevel van de stadhouder echter de poorten gesloten.

Zo schreef Joan Adolph van Renesse, commandant van Coevorden, aan stadhouder Hendrik Casimir dat:

'kapitein Jan Gerckes Hoptilla volgens patent van de Staten was vertrokken, maar onderweg een tegenbevel van de stadhouder had ontvangen waarop 'de goeden man daardoor perplex sijnde en niet wetende wat te doen'.
Renesse wilde namelijk de bevelen van de stadhouder opvolgen.
Er was toen namelijk een flink geschil tussen de Staten en de Stadhouder, welke laatstgenoemde ook zelfstandig opdrachten had gegeven.
Op 1 maart 1644 werd Hoptilla opgevolgd door de Litouwse edelman en kapitein Simon Karol Oginsky.

Schilderij
Er blijkt een schilderij van kapitein Hoptilla te zijn, waarvan we helaas nog niet een afbeelding hebben kunnen vinden.
In 1967 is deze in eigendom van de rijke Friese tandarts Meindert Repke van der Molen, die gehuwd was met de adellijke Ada Mathilda Rutgers van Rozenburg.
Het schilderij is onderdeel van een hele serie portretten van Friese kapiteins uit waarschijnlijk het Friese Nassause Regiment Infanterie.
Veel daarvan zijn gemaakt door het atelier van de bekende Friese schilder Wybrand de Geest, ongeveer tusssen 1630-1640.
Nader onderzoek zal hopelijk (ooit) nog een afbeelding opleveren.

Familiewapen
Volgens de beschrijving van CBG is dit zijn persoonlijke wapen.
Het is bijna gelijk aan het 'gewone Hoptilla' familiewapen, alleen heeft Jan linksonder drie zwarte struisveren extra.

Beschrijving:
Wapen:
 gevierendeeld: I de Friese adelaar, goud gesnaveld en gepoot; II in blauw een zilveren zwaan, rood gesnaveld en gepoot; III in zilver drie waaiersgewijs geplaatste zwarte struisveren; IV in rood drie gouden klaverbladeren.

Familiewapen Jan van Hoptilla
(bron: CBG familiewapens)


Familieleden in het leger

  • Zijn broer, Wybe Gerkes Hoptilla (ong. 1580-?) was luitenant
Vaandel
onbekend

Compagnie nr. 53
* Jan Hoptilla (geb.ong.1580-
U>1647)
* Kapitein van 1631-1644
* Voorganger: Juw van Eysinga
* Opvolger: Simon Karol Oginsky

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Harlingen

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoptille
http://images.tresoar.nl/wumkes/pdf/WinklerJ_FriescheNaamlijst.pdf
https://www.kleinekerkstraat.nl/frames.php?p=num2&str=ZUIDHAV&num=54
Gulden Vrijheid?: Politieke cultuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640 (door Hotso Spanninga)

Noten

nvt


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.


Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena
  54. Tjaard Tjebbes Hobbema
  55. Jan Gerckes Hoptilla

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

zondag 19 april 2020

Friese kapiteins (54) : Tjaard Tjebbes Hobbema


Friese kapiteins (54) : Tjaard Tjebbes Hobbema

In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.


Achtergrond
Van deze familie Hobbema is slechts heel weinig bekend en voor zover bekend waren ze ook niet van adel maar zogenaamde eigenerfden.
Hun stamhuis met de naam Hobbema Sate (zonder t!), stond in het buurtschap Tibma, onder Ee (1)

Verder waren er ooit twee Hobbema States, namelijk te Lollum en de bekendere te Dronrijp,
waarvan onbekend is of er een relatie met bovengenoemde sate is.
Tjaerd Tjebbes Hobbema werd omstreeks 1550 geboren, maar zijn ouders zijn helaas niet bekend.
In de archieven komen we overigens telkens Tjaerd Tjebbes (2) tegen, behalve bij zijn huwelijk met Catharina, waar zijn achternaam genoteerd staat.
Verder wordt de achternaam bij nazaten ook wel als Hobma geschreven.
Omstreeks 1575 trouwde Tjaerd (1) met Tjal Doedesdr. van Siercksma (3), waaruit vermoedelijk vijf kinderen werden geboren: Tiebbe, Otto, Doetke, Sjouckien en Nicolaus.
Zij was een dochter van Doede van Siercksma en Johanna Rommerts.
Deze Doede was o.a. grietman van Oostdongeradeel van 1570-1581.

Met dit huwelijk was Tjaerd in de bestuurlijke bovenlaag terecht gekomen van Dokkum.
Zijn vrouw Tjal van Siercksma was vermoedelijk een volle nicht van Rombertus Siercksma, welke op 20 mei 1600 werd benoemd als secretaris van de admiraliteit.
De voorganger van deze Rombertus was echter Johannes Saeckma, die in 1597 secretaris was geworden als opvolger van Albert Evertszn. Boner.
Deze Johannes was weer gehuwd met de dochter van Albert, Hylck Boner!
Waarschijnlijk woonden Tjaerd en Tjal na hun trouwen in Oosternijkerk.

In 1589 kocht kapitein Tjaerd Tjebbes voor 900 goud-guldens een pand (nr. B) aan de Hoogstraat te Dokkum, waar het stadsbestuur zetelde, totdat die verhuisde naar een vlakbij gelegen groter pand (nr. D).

Met de letter B is het huis aangegeven, welke door Tjaerd Tjebbes werd aangekocht in 1589.
 
Pas recent werd ontdekt dat er twee 'olde raedhuisen' zijn geweest.
 
Tekening met dank aan Historische Vereniging Noordoost-Friesland (www.hvnf.nl)

Ergens aan het eind van de 16e eeuw zal Tjal zijn overleden. Tjaerd hertrouwde (2) met Trijn Cornelis, waar we verder nog niets van weten.

Op 12 juli 1601 huwde Tjaerd te Groningen (3) met Catharina van Sevenhoven.
Zij was net het jaar daarvoor weduwe geworden van de Friese hopman Assuerus Adriani Crone, waarover in een volgende aflevering meer.

Huwelijksakte te Groningen van Tijaerdt Tijebbes Hobbema en Catarina dd 12 juli 1601

Uit de jaarrekening over 1606/1607 van de kloosterontvangsten, blijkt dat Tjaard Tjebbes in Dokkum woonde en zo'n 22 pondematen land pachtte dat voorheen van de Dokkumer Abdij was.
Bij zijn overlijden blijkt dat Tjaerd ook een huis in Leeuwarden had, omdat dan de inboedel van zijn huis wordt opgemaakt.
Hij wordt dan hopman (=kapitein) genoemd en zijn drie huwelijken worden daarbij keurig vermeld.

In het begraafboek van de Galileerkerk te Leeuwarden staat vermeld 'Tyaerdt Tyebbes, mede hopman onder het Fryesche Regiment', wonende te Leeuwarden, overleden in januari 1605.

Militaire carrière
Tjaard Tjebbes was zee-kapitein tijdens de opstand tegen de Spanjaarden en diende onder het Friese Nassause Regiment.
In 1583 is Tjaard door de Friese Staten benoemd tot kapitein op een oorlogsschip.
In een Duitstalig boek wordt hij consequent admiraal genoemd, maar overige bronnen spreken telkens van kapitein of hopman.
Op 6 februari 1605 werd kapitein Tjebbes wegens zijn overlijden opgevolgd door kapitein Joannis Franssen Adama.
Hieronder worden enkele gebeurtenissen uit de 80-jarige oorlog beschreven, waar Tjaard een rol bij speelde.

* Zoutkamp 1583*

De Spaansgezinde Wijbrand van Roorda (alias Wybrand van Goutum!) voerde het bevel over een schip welke in 1583 voor Zoutkamp lag.
Dit schip werd hem echter door een list door hopman Tjaerd Tjebbes ontnomen. Die zond namelijk 9 soldaten, goede zwemmers en grote waaghalzen, op het schip af en het schip vervolgens meester maakten en vervolgens ermee wegvoerden.
Ze hadden het touw, waarmee het aan de schanspalen vastlag, losgesneden.
Zij kregen daarom 'goede vereertingenin teken ende loon van stoutmoedicheyt van den Ghedeputeerde Staten becomen', aldus Pierius Winsemius in zijn 'Chronique'.


Detail uit de 'Chronique' van Pierius Winsemius.


Op 6 sept. 1583 schrijft kapitein Tierd Tiebes aan Gedeputeerde Staten van Friesland dat hij het schip van Wybrant van Golten, "zin Lang Alyt ofte zin groete jaecht", bij Zoutkamp veroverd heeft.

*Oterdum 1585*
Vanaf 18 juli 1584 belegerde de Spaanse bevelvoerder Fransicus Verdugo de schans Oterdum.
Deze was sinds 1583 in Staatse handen was gekomen.

Detail van kaart van Groningen en Ommelanden uit 1633, door Janssonius.
 Met de rode pijl is Ooterdum aangegeven.

Tijdens dit beleg van Oterdum overleed de hierboven genoemde Spaansgezinde kapitein Wybe 'van Goutum' in september 1584. Ook de Heer van Nienoord, Wigbold van Ewsum, was op 9 februari 1584 in Oterdum aan zijn verwondingen overleden, welke hij eind november 1583 had opgelopen tijdens een treffen met Verdugo zijn troepen bij Winschoten. (4)

Op 2 februari 1585 was er een grote storm en watervloed, waardoor de door de Spaanse troepen gemaakte schansen en dijk wegspoelden.
Ook kwamen er vele Spaanse belegeraars om, waarna Verdugo besloot het beleg op te breken.
Het Staatse leger greep deze kans snel aan, om de heerschappij over dit gebied over te nemen.

In een Duitstalig boek over de Oostfriese handel in die periode, lezen we het ongeveer het volgende, niet zo objectieve verslag:

Het voert te ver om alle roverijen, etc. te vertellen.
Het volgende voorbeeld geeft goed aan hoe de toestand op de Eems was.
Admiraal Tjaard Tjebbes was daarbij niet beter dan de andere kapiteins. Ze hielden zich vooral bezig met vrouwen en feesten.
Tjaard Tjebbes zijn hoogste roem was dat één van zijn soldaten in elf uren een vat bier kon leegdrinken, die hij in de volgende 11 dagen leeg dronk, telkens één uur per dag....


en

Op 22 februari 1585 verscheen de Westfriese admiraal Tyaerdt Tyebbes met drie 'Potten' (5) en twee kleinere schepen op de Eems en stelde een blokkade in.
Tjaard Tjebbes begon toen een felle jacht op de zogenaamde 'Haitefahrers'. Dit waren (Oostfriese) schepen, die Groningen van voedsel en andere zaken, voorzagen welke toen nog in handen van de Spaansen was. Een convooi met 30 schepen kwam uit Delfzijl, via het 'Pilsumer Watt' richting Greetsiel.
Wie sinds 1580 in Groningen was geweest  werd ter verantwoording geroepen, ondanks protesten van de 'Emder Rat', die zich wilden beroepen op het gebruik dat ze op heterdaad 'betrapt' hadden moeten worden. De Westfriesen trokken zich hier echter niets van aan en één van deze kapiteins dreigde zelfs alle Haitefahrers te brandmerken op het voorhoofd! Vele schepen werden in beslag genomen of in de brand gestoken, waarbij de bemanning gevangen werd genomen of overboord gegooid.

Dat het er nogal streng aan toeging, bleek toen een notaris uit Emden op het admiraalsschip twee schippers aantrof die aan elkaar waren vastgeketend.
Alleen hun houtlading mochten die behouden, maar het schip werd door Tjaard Tjebbes in beslag genomen omdat ze de waarde ervan hadden verdiend tijdens hun handel op Groningen.


Op 23 december 1586 schrijft Tierdt Tiebbes, kapitein ter zee, een brief aan de Friese stadhouder Willem Lodewijk en de Friese Staten.
Hij bericht hierin, nadat hij van Oterdum met een convooi terugkwam en dat hij op bevel van Lieuwe van Oosterzee (generaal convooimeester) naar het Dokkumerdiep was gegaan. Hier verzoekt hij om 'geordonneerd te worden' naar de voorschreven monstering door de Staten-Generaal.

'Plan van Oterdum', uit het midden van de 18e eeuw gemaakt door Anth. Hattinga.
 Hierop staat met nr. A een zogenaamd Redoute ingetekend, een kleine schans.
 Er is helaas geen afbeelding van de oude schans bekend.

*Delfzijl 1594*
Ook bij de aanslag van Verdugo op Delfzijl, speelde Tjaard Tjebbes een belangrijke rol.
Hieronder een beschrijving van Tjaard zijn bijdrage.

Aanval op Delfzijl in 1594
Afbeeldinge ende beschryvinghe van alle de veldslagen, belegeringen ende and're notabele geschiedenissen ghevallen in de Nederlanden
(1616) – Willem Baudartius, p. 631 Verdugos cloecken aen-slach op Delfsiel ghemist/ Anno 1594.
Anno 1594. heeft Verdugo, Gouverneur van Groeningher-landt/eenen cloecken aen-slach ghehadt op Delfsiel, daer van de beleyders waren Capiteyn VVolfaert Prengher, ende Capiteyn Alexander Grootvelt, die tot desen eynde duysent Man ghelichtt hebben uyt Verdugos Leger voor Coevoorden ligghende/ de welcke sy over verscheydene weghen / om kundschappers te bedriegen/ gheleyt hebben/ malcanderen des avondts tusschen den xii. ende xiii. Februarij vindende in den Dam/ een uyre gaens van Delfsiel.
[....]
Een Scheeps-Capiteyn / ghenoemt Tiaerdt Tibbes heeft sijnen Vader-landt oock eenen goeden dienst ghedaen/ die om des vorstes wille dichte onder het Fort was comen ligghen. So haest als hy den alarm hoorende / soo liet hy sijnen Schip een weynichsken nederwaerts drijven / ende hy streeck met sijn Gheschutt soo wel ende so bequamelijck lancx den Dijck daer de vyandt [1594.] over quam / dat hy der selfder een groot deel ter neder wierp. Immers de vyandt siende/ dat hy vergheefschen arbeydt dede/is af-gheweken/ sonder datmen oyt heeft connen weten/ hoe veel volcx dat hy daer verloren heeft / want op het laetste brocht hy eenen loosen alarm aen/om sijn doode op te rapen/ende mede te nemen. Binnen Delfsiel bleven doodt Capiteyn Wederspan/ ende twaelf Soldaten/ende Cortenoorts Vaenderich was so gewondt / dat hy weynich daghen hier nae van de quetsuren ghestorven is.

*Friese Admiraliteit o.a. 1599*
Vanaf de oprichting in maart 1596 van de Friese Admiraliteit te Dokkum, was er een intensieve relatie tussen de admiraliteit en Tjebbes.
Helaas is door een brand in 1771 bijna het volledige archief van de Friese admiraliteit verloren gegaan.

In een bewaard gebleven notulen- en resolutieboek uit 1599 komt onze kapitein Tjaard Tjebbes tientallen keren voor.
In 1598 gaat hij op expeditie met het schip de Blaue Clocke, vermoedelijk zo genoemd naar de gelijknamige herberg in Dokkum.
In 1599 blijkt dat Tjaard in 1594 een 'carwielschip' (carveel) had gekocht te Hoorn.
Verder krijgen de kapiteins Tjaard Tjebbes en Cleys Bauckes regelmatig toestemming of opdracht matrozen in dienst te nemen.
In maart 1599 krijgt Tjaard per brief opdracht, nadat hij 'nieuwe crijchluyden' bij de andere kapiteins had afgeleverd, om koopvaardijschepen te begeleiden naar de Weser en de Eems.
In april moet hij volgens ordonnantie van 'Zijne Genade' met zijn schip naar de schans Bomsterzijl om te voorkomen dat er graan naar het Oostfriese Esens werd vervoerd.

*Oostende 1603*
 In april 1603 kwamen er, naast vele andere, ook vier Friese compagnieën aan in het Belgische Oostende.
De stad werd namelijk al van vanaf 1601 belegerd door de Spaanse troepen, daarom waren er ook regelmatig versterkingen nodig.
Het waren de compagnieën van de kapiteins Michiel Haghe, Jan Bormania, Aernt Bloemendael en Tjaert Thewes.
Met de laatste moet bijna wel Tjaert Tiebbes bedoeld zijn.
Of hij dan ook zee-kapitein was is helaas niet duidelijk, anders zal hij waarschijnlijk infanterie-kapitein zijn geweest.



Familiewapen
Op de grafsteen in de kerk van Kollum van zijn dochter Doetke Hobma staat het familiewapen afgebeeld.
Het wapen is gedeeld, heraldisch rechts een Friese arend en heraldisch links heeft twee vlakken: a. drie rozen (?) en b. een klaver en een eikel.
(foto: Hessel de Walle).

Het Hobbema wapen op de grafzerk van Doetke Hobma in de kerk te Kollum


Organisatiebureau Tjebbes
In Dokkum is een organisatiebureau naar deze kapitein vernoemd en is volgens eigen zeggen een inspiratie voor hun.




Familieleden in het leger

  • zijn derde vrouw, Catharina van Sevenhoven, was eerder gehuwd met kapitein Assuerus Adriani Crone (ong. 1560-1600)
Vaandel
onbekend

Compagnie nr. ?
* Tjaerd Tjebbes Hobbema (geb.ong.1550-
U1605)
* Kapitein van 1582?-1605
* Voorganger: ?
* Opvolger: Joannis Fransen Adama

* Hoogste militaire functie: kapitein, admiraal?
* Woonplaats: Oosternijkerk, Dokkum, Leeuwarden

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
http://www.mpaginae.nl/Admiraliteit1599/adm99frm.htm
www.allefriezen.nl
https://www.geni.com/projects/Watergeuzen-1566-1573/13277
https://historischcentrumleeuwarden.nl/boedels/overzicht/y16.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_grietmannen_van_Oostdongeradeel
https://pure.knaw.nl/portal/files/479364/Genealogia_Ayttana_Genealogysk_Jierboek_2011.pdf
http://www.walmar.nl/wapens.asp
https://www.dokcom.nl/2018/10/23/organisatiebureau-tjebbes-online/
https://www.fryske-akademy.nl/fileadmin/inhoud/beelden/homepage/Kennis/Utjeften/Downloads/Rekken_kleasteropkomsten_1606-07.pdf
https://hvnf.nl/index/varendpersoneel.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Admiraliteit_van_Friesland
https://www.archieven.nl/nl
https://nl.wikipedia.org/wiki/Potschip
https://nl.wikipedia.org/wiki/Esens
http://tjebbesdokkum.nl/
http://www.stinseninfriesland.nl/JaerlaStateWetsens.htm
https://www.hvnf.nl/2020/04/hartje-dokkum/?fbclid=IwAR3-tKZlc27ntfbjN11b3_ha1dPJCTTceFtUgbhYzw3j4-e-6-N_5xAP7bg

*Nieuwe naamlijst van grietmannen van de vroegste tijden af tot het jaar 1795
*Geschiedenis de provincie Groningen
(A. Smith, Google Books)|
*Ostfrieslands Handel und Schiffahrt 1580-1648, door Bernard Hagedorn (Bremen, 2012)

Noten:

1) In 1618 kocht zoon Otto Hobbema van zijn zus Sijouck Hobbema een derdedeel van Hobbema Sate ende landen gelegen op Tibmaburen, onder Ee.
Zelf woonden zij echter op Groot Jaerla te Wetsens.
2) Er is ook een Tjaard Tjebbes gehuwd met een Lysbeth Meynerts, dochter van Meynert Martens.
Het moet hier echter om een naamgenoot gaan.
3) De familie Siercksma is opgenomen in het Friesch Stamboek van den Frieschen Adel.
4) Ook zijn zoon Melchior van Ewsum overleed later te Oterdum aan zijn verwondingen die hij toen opliep terwijl hij zijn vader probeerde te redden.
5) Een potschip is een historisch scheepstype uit Overijssel en Drenthe.


Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

Friese Nassause Regiment
Kapitein
  1. Jacob van Roussel
  2. Adriaen Slijp
  3. Bonifacius van Scheltema
  4. Ludolf Potter
  5. Frans van Roussel
  6. Abbe van Bootsma
  7. Jan Sageman
  8. Juw van Eysinga
  9. Frans Harinxma van Donia
  10. Lolle van Ockinga
  11. Taecke van Hettinga
  12. Frans van Cammingha
  13. Wigle van Hania
  14. Arent van Arentsma
  15. Wopcke van Herema
  16. Willem van Inthiema
  17. Ids van Eminga
  18. Seerp van Dijxtra
  19. Sybren van Walta
  20. Tiete van Galama
  21. Jacques van Oenema
  22. Sybe van Aylva
  23. Jan van Burmania
  24. Juw van Harinxma
  25. Jarich van Hottinga
  26. Epe van Heemstra
  27. Damas van Loo
  28. Douwe van Andringa
  29. Rienck van Dekema
  30. Ruurd van Feytsma
  31. Binnert van Heringa
  32. Wybren van Roorda
  33. Johan van Bonga
  34. Idzart van Grovestins
  35. Frans Aebinga van Humalda
  36. Hans van Oostheim
  37. Jan van Idsaerda
  38. Gosewijn van Wiedenfelt
  39. Tjalling van Sixma
  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  41. Doecke van Hemmema
  42. Philip van Boshuizen
  43. Harmen van Wonsdorp
  44. Willem van Haren
  45. Douwe van Glins
  46. Hessel van Aysma
  47. Quirijn de Blau
  48. Jacob van Ruffelaer
  49. Peter van Sedlnitsky
  50. Tjaard Wederspan
  51. Jacques van Challansi
  52. Doecke van Rinia
  53. Doecke van Martena
  54. Tjaard Tjebbes Hobbema

Friese Nassause Regiment
Luitenant
  1. Rienck van Sytzama
Groninger Nassause RegimentKapitein
  1. Boiocko van der Wenghe
Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein